19 juni 2017

Best Kept Secret Festival (16-18.06.2017)

Alles klopte aan de vijfde editie van het Best Kept Secret-festival, gehouden op de terreinen van de Beekse Bergen in Hilvarenbeek. De combinatie van het prachtige weer, enkele fenomenale concerten, de heerlijke laid back vibe, de locatie en de (culinaire) omkadering maakte deze driedaagse tot één van mijn beste festival-ervaringen van de afgelopen jaren. En zelfs de Grolsch Kornuit was naar Nederlandse normen een best goed te verstouwen pilsje. Een kort verslagje.



DAG 1

Op de openingsdag kon ik helaas niet veel acts meepikken, omdat ik me pas na de noeste dagtaak naar de BKS-terreinen kon begeven. Maar gelukkig wel nét op tijd gearriveerd om het concert van de Deense Agnes Obel mee te pikken. Live werd ze bijgestaan door twee andere nimfen voor wat een ingetogen maar fijnbesnaard concert was, met als hoogtepunten 'Riverside', 'On Powdered Ground' en vooral 'The Church'. Niet eenvoudig om op een late namiddag op een hoofdpodium met een intieme set een zonovergoten publiek te boeien, maar de Deense slaagde in die missie. En aldus een fijn begin van een oestrogeen-overgoten avond. Want even later - bij de aanvang van de gig van Millionaire - stond een festivalganger nogal ostentatief (met zijn smartphone omhoog en vlak in mijn gezichtsveld, zodat ik kon er niet naast kon kijken) een SMS te typen met als boodschap : "ik weet dat je ongesteld bent dus ik snap dat je mijn voorstel ongepast vindt" ... Euhm, tijd om mijn aandacht terug op het podium te vestigen voor wat uitgroeide tot een zeer snedige set van Tim Vanhamel & C° in een volgepakte tent, waarbij "Alpha Male" werd opgedragen aan The Donald.

Maar die fikse opstoot van Belgisch mannelijk rock-geweld van het betere allooi, moest daarna plaatsmaken voor een nieuwe vrouwelijke insteek : het concert van de Noorse Jenny Hval was op z'n minst intrigerend te noemen. Deels optreden, deels theater, deels performance-art : het zat er allemaal in. Er werden lokken van pruiken geknipt, er werd geposeerd voor een met de iPhone filmend bandlid, er werd een soort van bizarre podium-decoratie aan stukken getrokken, er werden teksten gedebiteerd over vampieren en menstruatie en speculums ... Ik sloeg één en ander zeer geamuseerd gade vanop de eerste rij. Kortom een concert dat me alras de regels-SMS terug in herinnering bracht.

Zelfs tijdens het concert van de all male headliner Run The Jewels werd de vrouwelijke kunne niet vergeten. Bij veel cliché hiphop zou het dan gaan over bitches & ho's, maar niet zo bij het olijke duo Killer Mike en EL-P, wiens raps qua inhoud onmetelijk veel hoger staan dan platte bling-hop. Tijdens een opvallend vurige speech riep Killer Mike het mannelijke publiek op om in de mosh-pit geen misbruik te maken van het daarmee gepaard gaande fysieke contact om vrouwen te bepotelen. Wat een heerlijk concert was dit trouwens ! Twee jaar terug nog een namiddag-act op WOO HAH!, nu headliner op een groot festival. Ook EL-P en Killer Mike konden het vanavond nauwelijks geloven. Naast de hoge artistieke kwaliteit van de drie RTJ-platen is ongetwijfeld de oprechte camaraderie en chemie tussen de twee hip hop-veteranen één van de sleutels tot hun succes. Ik liet me lekker gaan in de pit, me er uiteraard voor behoedend om niet aan het bepotelen te slaan. Niet alleen omdat dat uiteraard compleet not done is, maar ook omdat de imposante Killer Mike ermee dreigde om overtreders van deze evidente regel een vuist in het gezicht te planten. Voor het overige was overigens alles peis en vree tijdens dit super-vette concert. RTJ ! RTJ ! RTJ !



DAG 2

Voor de tweede festivaldag werd wederom een fors blik zon opengetrokken. Zodanig zelfs dat de hoog opgeschoten roodharige frontman van de complex-loze Britse rockband The Amazons op het hoofdpodium nauwelijks zijn gitaar-tuning-apparaat afgelezen kreeg. Weinig wereldschokkend bandje overigens, dat zich daar echter ook terdege van bewust was en daarom lekker pretentie-loos de dag op gang rockte. Al een geluk dat de aangename verrassing Froth (fijne psych-surf-pop uit San Diego) in de schaduw van één van de kleinere tenten mocht aantreden. "Total drag" stond in koeien van letters te lezen op het shirt van frontman Joo-Joo Ashworth, een ietwat slungelige figuur die aangaf zich beter thuis te voelen in de schaduwen dan in het felle zonlicht. Onbetwist hoogtepunt : het nummer "Petals (what was I supposed to do)". Ashworth nam op het einde van het concert de biezen met een ingestudeerd Nederlands zinnetje "nu is het gedaan". Een beetje zoals de legendarische Edu vroeger "hier is beton" uitsprak (grapje voor intimi).

De nog maar pas in 2015 opgerichte band Whitney exporteert folky indie vanuit Chicago, met als opvallende frontman de zanger/drummer Julien Ehrlich. Misschien een tikje een poseur (pochen over een zwakke maag na een zwaar avondje en toch ostentatief lurken aan een fles wijn), maar de frisse arrangementen, de al even frisse falsetto-stem en de trompet-riedeltjes pakten het publiek in de TWO-tent moeiteloos in, ondanks het feit dat de teksten niet al te vrolijk zijn en gaan over onderwerpen zoals relatiebreuken, dood en depressies. En toch zomers klinken, je moet het maar doen. Grappige cover trouwens van de openingstune van de oude sitcom "The Golden Girls".

De benenwagen maakte vervolgens overuren om stukken te kunnen meepikken van de concerten van het vrouwelijke Schotse duo Honeyblood (Highland-indie op gitaar & drums), van Cloud Nothings (uit Cleveland, Ohio - denk 'Lemonheads' met een iets grovere korrel), van de Noor Thomas Dybdahl (zomerse pop, gebracht door hippe mannen in kostuums en met "Just a little bit crazy" een onweerstaanbaar glimlach-op-de-mond-toverend-top-schijfje in de setlist) en van de Britse indie-rockers Wild Beasts, die ondanks een "Fuck Brexit !"-kreet en een ode aan "alpha-females" een eerder tamme en incoherente set op de planken brachten.

De Japans-Amerikaanse Mitski zou je trouwens gerust als een alpha-female kunnen bestempelen. Laat je echter zeker niet misleiden door haar frêle schoonheid. Op het podium één en al sérieux en nauwelijks op een glimlachje te betrappen, zoals ik al vermoedde na een eerdere luisterbeurt van haar complexe indie-meesterwerkje "Puberty 2". Aanvankelijk kende het concert wat geluidsproblemen (wat de geluidsman flink wat banbliksems uit haar griezelig furieuze ogen opleverde), maar gaandeweg bloeide de set open. Zeker geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Achteraf terug wat mannelijkheid en zelfvertrouwen bijgetankt bij de psych-rock van The Wytches (ondanks de naam trouwens een all male band). Niet dat ik meteen naar de platenboer zal hollen om me de platen aan te schaffen van deze vier jeugdige nozems uit Brighton, maar hun vrij simpele rock deed deugd na misschien een tikje teveel lo-fi en indie. Eén bandlid droeg een shirt van The Misfits, een ander bandlid droeg een shirt van The Smiths. Soms heb je niet meer nodig om over de streep getrokken te worden.

Ik ben al lang de tel kwijt hoe vaak ik Thurston Moore in allerlei constellaties op een podium heb zien staan. Dus vandaag maar eens een keertje - toch met lichte pijn in het hart - verstek gegeven voor zijn concert en gekozen voor de dromerige ambient-slowcore-pop van Cigarettes After Sex. Vooraf in allerlei vakpers getipt als een niet te missen concert, vormde de zeer trage pop van frontman Greg Gonzales een zalig zwoele soundtrack voor een zalig zwoele dag. Het vergde enig geduld en het was zeker geen quick fix, maar gaandeweg kroop de set toch onder mijn huid. En de bandnaam is perfect gekozen : nergens werd een hoogtepunt gezocht of gevonden, maar immer overheerste het gevoel van melancholie dat na een orgastisch piekmoment steeds weer onvermijdelijk om het hoekje komt gluren.

Tja, wat te zeggen over het concert van het Canadese collectief Arcade Fire, de headliner van de tweede dag ? Dit was één van die concerten dat je moet bijgewoond hebben om het te geloven. Achteraf struikelde de muziekpers over de superlatieven in een poging om dit magische uur & drie kwartier te omschrijven. Ik ga er zelfs nauwelijks een poging toe doen. Van de prachtige nieuwe semi-disco single "Everything Now", over de bruuske tempo-wisselingen in "Here Comes The Night Time", via de massaal ontstoken smartphone-lichtjes tijdens "Neon Bible" tot de onverwachte (en ongeplande) bisser "Intervention", Will Butler die met z'n trom in de mast klimt, de visuals : tijdens dit concert viel alles op z'n plaats. Voeg daarbij een tiental getalenteerde multi-instrumentalisten (het podium leek wel volgestouwd met de inhoud van een muziekwinkel), een twintigtal geweldige nummers, een uitermate aanstekelijk speel-plezier dat werkelijk in beken van het podium gutste, de ondergaande zon, ... en je hebt een concert hors catégorie van een band op de top van z'n kunnen.

Maar geen tijd om te versagen. De dag was dan wel lang & zwoel geweest en de tank van de benenwagen bijna leeg, maar het slotakkoord was er ook één om niet te missen. De tegendraadse en complexe crossover-jazz van het Belgische Stuff - met ingewikkelde structuren en zonder zang toch niet de meest evidente festivalmuziek - zette de ferm volgelopen THREE-tent lekker in de fik. Geen sinecure pal na het collectieve Arcade Fire-delirium. Er ontstond al snel een heel goede klik tussen band en publiek, wat ervoor zorgde dat de Gentenaren de tastbare elektriciteit in de tent opzogen en vertaalden naar een zeer gedreven set. De innige omarming van drummer Lander Gyselinck met één van zijn kompanen na afloop van het concert sprak boekdelen. Aanvankelijk had ik de ambitie om me na dit concert nog onder te dompelen in de nachtelijke electro-set van de Amerikaanse DJ Laurel Halo, maar mijn pijp was uit.



DAG 3

De pijp terug gestopt zijnde met energie-tabak, deelde de binnenkomer op de derde dag meteen een flinke oplawaai uit. Zeal And Ardor is een project van de Zwitserse Amerikaan Manuel Gagneux, waarbij een zeer ongebruikelijke mix van negrospirituals, slavenliederen, black metal en blues opgelepeld wordt. Het debuutalbum "The devil is fine" werd volledig door Gagneux geschreven en opgenomen. Live bijgestaan door twee extra zangers, een drummer en een bassiste doet Gagneux de temperatuur in de nochtans al flink hete FIVE-tent met nog een paar graden stijgen. Alles wordt met heel veel passie en overgave gebracht. Aanvankelijk bloedserieus (met zwarte hoodies en trieste gelaatsuitdrukkingen), maar wanneer Gagneux merkt hoe warm en enthousiast het publiek reageert, kan hij een glimlach niet langer onderdrukken. Afwachten of deze verschroeiende worp van Gagneux een éénmalige opflakkering is of de vroege ontbolstering van een groot talent. Dit concert was alvast puntgaaf.

De Schotse heren van Arab Strap hingen in 2006 hun indie-kilt aan de haak, maar besloten in 2016 terug te concerteren. Frontman Aidan Moffat zweette op het TWO-podium als een rund en liet zich de blikjes Kornuit-pils gulzig welgevallen, terwijl hij de electro-indie-rock (met af en toe een Mogwai-achtige uithaal) voorzag van teksten die bijna tegen het spoken word aanleunden. "This is a sad song about being a dick" sprak de bebaarde Moffat en dat was niet gelogen toen een zeer melancholisch geladen versie van "Here We Go" op het publiek werd losgelaten. Heerlijk concert. Enkel een glas Lagavulin single malt onbrak nog.

Timothy Showalter - frontman van Strand Of Oaks - is ook geen doetje als het op melancholie en tristesse aankomt (hij heeft zijn hart breed uitgesmeerd op de vorige albums), maar sinds kort gooit deze knuffelbare loebas het over een andere boeg. En dat zegt hij ook bij aanvang van het concert op het hoofdpodium : weg met het verdriet en de ellende van vroeger, tijd voor vreugde en genezing. "You gotta heal !!" klinkt het op het nieuwe album "Hard Love" en die boodschap schreeuwt hij uit naar het publiek. Showalter is het vleesgeworden 'ruwe bolster zachte pit'-type waarmee het ongetwijfeld heerlijk toog-hangen en pintelieren is. Je zag dat hij het oprecht meende toen hij zei dat hij - als opgroeiend jongetje in een schamel huisje in Indiana - nooit had durven bevroeden ooit een concert te geven op een podium waar enkele uren later de halfgoden van Radiohead zouden aantreden. Een onverwacht positief getinte set dus, maar gelukkig toch het door merg en been snijdende "JM" op de setlist. Dit eerbetoon aan de veel te vroeg overleden Jason Molina deed de felle zon eventjes verbleken. Was dat een vuiltje in mijn oog ?

De positivo-vibe ging daarna nog fluks de hoogte in bij het concert van Junun Featuring Shye Ben Tzur & The Rajasthan Express. Even uitleggen : Shye Ben Tzur is een Israëlische componist en The Rajasthan Express is een Indisch muziekgezelschap. Samen maakten ze in 2015 het album "Junun". En (hier komt de Indische aap uit de mouw) : als producer voor het album stond Radiohead-producer Nigel Godrich achter de knoppen en het album werd mede-geschreven en ingespeeld door Radiohead-gitarist en componist Jonny Greenwood. Dit verklaart natuurlijk in grote mate de aanwezigheid van dit combo op de affiche. Niet dat het een nieuw gegeven is (denk maar aan Ravi Shankar op Monterey), maar toch blijft de aanwezigheid van deze oosterse muziek (door een journalist van OOR compleet ongepast 'curry-pop' en 'tulband-pop' genoemd) op een groot festival een zeldzame belevenis. Van bij de vrolijke intrede van de bandleden - die onder luid geschal van blaasinstrumenten in stoetvorm naar het podium van de TWO-tent trokken - ging het publiek overstag. En de Radiohead-fans konden alvast hun hart ophalen want ook Greenwood stond bij op het podium, weze het een tikje verscholen. De onweerstaanbare Indische raga's - overgoten met een funky Bollywood-sausje - bewezen uitermate helend te zijn voor mijn dorstige chakra.

Een paar jaar geleden mocht James Blake laat op de avond het slotconcert verzorgen in de Pukkelpop-marquee, toen een serieuze houw in mijn ziel kervend. Wellicht stond hij daar toen beter op zijn plaats dan vanavond op een groot hoofdpodium op een zomerse vooravond. Zijn uitgepuurde electro-pop ging daarom vandaag een beetje over de hoofden van het publiek heen. Non-believers vinden hem een tikje een zagevent, maar ik behoor tot het kamp van de believers. Hij had me al bij de lurven bij de openingssong : een heerlijke cover van de oude Don McLean-hit "Starry Starry Night". Het obligate "Limit to your love" zat al heel vroeg in de set (hadden we dat al meteen achter de rug). En nog zo'n mooie cover : "I could drink a case of you" van Joni Mitchell. Maar pas wanneer de piano van Blake begeleid worden door diep pompende beats, wordt het publiek een beetje wakker. Een publiek dat zich stilaan en masse voor het hoofdpodium begint te verzamelen voor de hoofdschotel van het weekend.

Kiezen is altijd een beetje verliezen. Achteraf diende ik te lezen dat het concert van Soulwax in de uitpuilende TWO-tent één van de hoogtepunten van het weekend was en ik was er graag getuige van geweest. Maar een mens kan niet alles hebben. Ik koos er immers voor om voor het concert van Radiohead een plaats in de sweet spot te veroveren : centraal voor het podium, halverwege tussen podium en PA-toren. En dat bleek een gelukkige keuze. Zelden of nooit heb ik een slotact op het hoofdpodium van een groot festival gezien, waarbij het geluid zo goed klonk, alsof je in een uitstekende concertzaal stond. Ook wat de beleving van de visuele effecten betreft, stond ik op een perfecte plaats. Op de grote schermen links en rechts van het podium kregen we geen close ups te zien van de bandleden (geen erg want ze kunnen bezwaarlijk adonissen genoemd worden), maar eerder een mix van effecten en 'stukjes' van de bandleden.

Vooraf werd aangekondigd dat het concert 2,5 uur zou duren en achteraf deelden enkele stoethaspels op twitter hun beklag over het feit dat het concert 'slechts' een dikke 2 uur duurde, dat grote hits zoals 'Creep' en 'Karma Police' niet gespeeld waren en dat het zo abrupt eindigde. Achteraf ben ik maar wat blij dat die twee hits niét gespeeld werden. Want waar we deze 2 uur getuige van waren, was niet minder dan een ongelooflijk briljante en opvallend ingetogen en onvoorspelbare set van misschien wel de belangrijkste band van de laatste twee decennia, waarbij die twee hits enkel maar een vervelende sing-along-stijlbreuk waren geweest. Ik haal twee objectief meetbare maatstaven aan om het niveau van dit concert te duiden : gedurende deze twee uren heb ik quasi niemand in mijn omgeving naar zijn smartphone zien grijpen om wat te surfen of te facebooken. En eveneens werd ik gedurende deze twee uren ook maar één moment gestoord door onnodig gewauwel (no small feat gelet op het feit dat ik tussen een roedel Nederlanders stond, nochtans van nature gepatenteerde wauwelaars). Die twee factoren zeggen in feite al genoeg. Letterlijk iedereen stond gebiologeerd te kijken naar Yorke (immer zijn rare zelve, neurotisch gegiechel bij wijze van bindteksten incluis) en naar Greenwood, meestal zijn facie verbergend achter zijn haar-gordijn. De set laveerde van hoogtepunt naar hoogtepunt. Maar de versie die Yorke bracht van "Exit music (for a film)" ging genadeloos door merg en been. Je kon op het strand bijna een speld horen vallen terwijl het publiek ademloos toekeek. Wellicht het muzikaal hoogtepunt van het jaar. En als je dan ook nog "Street spirit (fade out)" te horen krijgt, dan is het geluk compleet, zelfs al sluit het concert ietwat abrupt en onverwacht af met "There There".

Ik schrijf dit verslagje nadat ik op TV ook het concert van Radiohead op Glastonbury gezien heb. En hoewel daar wél de crowd-pleasers "Creep" en "Karma Police" de revue passeerden, had ik de indruk op BKS getuige te zijn geweest van een veel intiemer - en daardoor krachtiger - concert. Veel minder publiek, een veel mooiere setting, geen mottig zwaaiende vlaggen die je zicht belemmeren. Tja, veel beter dan Radiohead op Best Kept Secret wordt het niet. Wat een afsluiter. Wat een weekend.

04 juni 2017

Hope (Opera Antwerpen - 03.06.2017)

Interessante keuze voor het affiche-beeld van dit zeer interessante dans-drieluik : het werk "Entrance Gate" van de Antwerpse kunstenaar Koen van den Broek (°1973) En inderdaad : twee van de drie opgevoerde werken van vanavond zijn niet alleen iconische mijlpalen in de moderne dans van de twintigste eeuw, maar zijn dan ook nog tevens creaties van twee inspirerende vrouwen, die aldus bij wijze van spreken de poorten hebben openzet voor vele anderen. Zoals bijvoorbeeld voor de derde choreografe die vanavond aan bod kwam. Nu het danspubliek quasi jaarlijks nieuwe producties van pakweg Ultima VezRosas of Les Ballets C de la B te zien krijgt en gaandeweg hun danstaal voor lief neemt, is het fijn om terug te keren naar fundamenteel bronmateriaal, om met open mond vast te stellen dat het vroeger misschien écht wel beter was. Drie sterke stukken van drie boeiende vrouwen.


* * * * * * * * * * *


Er werd afgetrapt met misschien wel de meest iconische dans-uppercut die ooit op de planken werd gebracht : het in 1978 gecreëerde "Café Müller" van Pina Bausch (1940-2009).  De lege stoelen, de wanhoop, de eenzaamheid, de hunkering naar aanraking en het telkens weer mislukken ervan, het semi-comateus ronddolen op de bühne, de muziek van Henry Purcell, het spel van omhelzen en afstoten op het randje van het agressieve, ... : hier kun je niet naar kijken zonder een krop in je keel te krijgen. Dit meesterwerk mocht nu voor de eerste keer op de planken gebracht door een ander gezelschap dan Bausch' Tanztheater Wuppertal. Vier dansers van de oorspronkelijke cast stonden de dansers van Ballet Vlaanderen bij om zich dit stuk volledig eigen te maken, wat duidelijk zijn vruchten afwierp. Zeer intense vertolkingen van een zeer intens stuk.






* * * * * * * * * *


In het tweede stuk ging het er heel wat traditioneler aan toe. Niet verwonderlijk als je weet dat "Chronicles" al in 1936 in première ging. Maar de maakster van dit stuk was niet de minste : Martha Graham (1894-1991) wordt niet voor niets beschouwd als de grondlegster van de moderne dans. Ze veegde haar voeten aan de grondbeginselen van het klassieke ballet en ging de meer expressionistische toer op. Gedaan met alleen nog op spitzen rechtstaand te dansen : ook grondoefeningen en blote voeten doen hun intrede. "Chronicles" is opgevat als een driedelige aanklacht tegen het opkomende fascisme en de dreigende oorlog, op muziek van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger. Het openingsstuk is een solo-dans (een opvallende rol voor Aki Saito) die de onvermijdelijke oorlog met de nodige treurnis in de ogen kijkt. In het tweede deel wordt ze vervoegd door een groep dansers, die symbool staan voor een hoop verschoppelingen of kanonnenvlees. Maar in het laatste deel marcheert die groep zegezeker en hoopvol de toekomst tegemoet. Het was mijn eerste kennismaking met iets wat meer op 'klassiek' ballet leek (hoewel het er tegelijk een stijlbreuk mee was). Vooral de laatste groepsscènes waren een lust voor het oog en riepen echo's op aan de Duits-expressionistische stijl van de jaren '20.







* * * * * * * * * *


Tja, de verantwoordelijkheid krijgen om je eigen stuk te creëren om opgevoerd te worden na zo'n twee klassiekers, is geen kleine opgave. Maar de Belgisch-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa ging de uitdaging aan. 'Ecdysis' is de wetenschappelijke term voor het proces van vervelling, zoals dat bijvoorbeeld bij slangen voorkomt. Een proces dat Lopez Ochoa transponeert naar de transformatie die vluchtelingen noodgedwongen moeten ondergaan om te kunnen floreren in een nieuwe leven en een nieuwe omgeving. Voor een nagelnieuwe productie was de danstaal opvallend sober en klassiek (met de mohawk-kledij en de sobere podium-aankleding als meest in het oog springende factoren). Opnieuw een mooie hoofdrol voor Aki Saito temidden van gevarieerde groepschoreografieën en op muziek van de Poolse componist Henryk Górecki. En uiteraard - hoe kan het anders - is op het einde de transformatie compleet en kunnen de dansers hun stekelige pakjes van zich afschudden. Thematisch en qua stijl was deze Ecdysis duidelijk zwaar schatplichtig aan Martha Graham. Voorwaar geen slecht voorbeeld, maar toch niet van hetzelfde niveau. En zo was vanavond eigenlijk "Café Müller" de vreemde - maar nog altijd meest verbluffende - eend in de dans-bijt.


28 mei 2017

Daniel Linehan / Hiatus : Un Sacre du Printemps (Kapel Kolonie Merksplas - 27.05.2017)

© Bart Grietens
In 1913 kon je nog een publiek schofferen en op de kast jagen. Zo kwam het op 29 mei van dat jaar tot een flink tumult en moest zelfs de politie uitrukken om de gemoederen te bedaren. De aanleiding ? De première van "Le Sacre du Printemps" van Igor Stravinsky in het Parijse Théâtre des Champs Elysées. Het publiek was duidelijk niet klaar voor enerzijds de gedurfde choreografie van de Ballets Russes en hun sterdanser Vaslav Nijinsky en anderzijds voor de ongehoord grillige patronen in de partituur van Stravinsky. Maar de geschiedenis wees het opstandige publiek terecht : ondertussen is het stuk opgenomen in de meesterwerken-canon van de 20ste eeuwse klassieke muziek en werd het in tal van versies op de planken gebracht.

Tot rellen kwam het vanavond gelukkig niet in de broeierig warme Kapel van Merksplas Kolonie. Maar de versie die vandaag op de planken werd gebracht door het gezelschap Hiatus was fris, uitdagend, sprankelend en prikkelend. Aan het hoofd van dit gezelschap staat de in Seattle geboren Daniel Linehan (°1982), die in 2008 naar Brussel verhuisde om er te studeren aan de befaamde P.A.R.T.S.-dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ondertussen heeft hij al meerdere creaties gerealiseerd en werkt hij in nauw verband samen met deSingel.

Deze versie van Un Sacre du Printemps werd in 2015 op poten gezet. Voor het dans-gedeelte deed Linehan een beroep op 13 jonge dansers, allen kakelvers afgestudeerd aan de P.A.R.T.S.-school. Qua muziek werd geopteerd voor een live uitvoering van het stuk op twee vleugelpiano's. Pianisten van dienst : Jean-Luc Plouvier (artistiek leider van Ictus) en Alain Franco. De grote dansmat werd langs drie zijden afgebakend : de twee piano's aan de kortste zijde en twee kleine tribunes tegenover elkaar aan de lange zijden. Deze twee tribunes bevonden zich pal tegen de dansmat. Wij zaten op de eerste rij en zagen de dansers dus letterlijk centimeters voor onze neus in actie.


© Bart Grietens
Van het oorspronkelijke ietwat naargeestige narratief - een jonge maagd wordt door de gemeenschap uitgekozen om zich dood te dansen als offer aan de Zonnegod teneinde de lente te laten zegevieren - is nauwelijks nog een spoor te bekennen. De dertien dansers geven zich gul over aan de grillige structuren van de muziek en doen dat met een heel aanstekelijke jeugdige overgave. De actie voltrekt zich steeds overal, zonder solo-dansen of duetten. Alles gebeurt door de collectieve groep, her en der verspreid over het speelvlak, al dansend of zelfs al associatief tekenend (de resultaten waarvan overhandigd worden aan het publiek), zodat je ogen tekort komt om alles te volgen (laat staan om je nog op de muziek te kunnen concentreren). Een korte maar krachtige grande bouffe voor de zintuigen.

Eén van de hoogtepunten van deze vrij korte en gebalde maar uitmuntende productie was de "ruzie"-scène : de groep dansers splitste zich op in twee groepen en stonden pal tegenover elkaar, terwijl ze allerlei verwensingen naar de andere groep riepen. Deze verwensingen waren echter niet meer dan klanken, die elke groep aflas van een iPad op een statief. En wanneer het inzicht rijpt dat dit onvermogen om naar elkaar te luisteren en het trachten te overstemmen van andermans argumenten toch nergens toe leidt, zetten de dansers opnieuw eensgezind het slotoffensief in. Aldus triomfeert de Nieuwe Lente niet door iemand op te offeren, maar door een kinderlijke openheid van geest. Een hoopvolle boodschap om een heerlijke productie mee te besluiten.

25 mei 2017

Min Hee Bervoets/HNDRD : One Limited Space (Kapel Kolonie Merksplas - 24.05.2017)

De Belgische choreografe Min Hee Bervoets (°1985) is bij het grote publiek bekend als jurylid bij de populaire format "So You Can Think You Can Dance". De populariteit van deze dans-competitie verklaart wellicht het succes van de twee première-voorstellingen (beiden uitverkocht) die zij met haar nieuwe gezelschap HNDRD in de Kolonie-kapel bracht. Ook het publiek (voornamelijk jong en vrouwelijk) was een afspiegeling van de impact van de SYTYCD-factor. Voor de creatie van de eerste voorstelling van HNDRD ("One Limited Space" genaamd) werkte Bervoets nauw samen met de Warande : ter voorbereiding resideerden Bervoets en haar dansers een maand lang in de Houten Zaal en ook de première was voorbehouden voor de Warande-kalender.

Twee krachtlijnen liepen doorheen deze voorstelling. Ten eerste aandacht voor het meest wonderlijke der organen : het menselijke brein. In verschillende hoofdstukjes zouden de acht dansers een expressie geven van de verschillende regio's en functies van het brein. In het begin van de voorstelling stelden de dansers zich één voor één voor a.h.v. numerieke symboliek. Elke danser vertegenwoordigde een nummer (van 1 t.e.m. 8), waarbij een achtergrondstem in het Engels de symbolische betekenis van het getal in kwestie duidde. De klederdracht van de dansers herinnerde aan het oude Egypte, met lendendoeken voor de mannen en gracieuze gewaden voor de dames. Dit sobere openingsgedeelte was voor mij meteen het hoogtepunt van de voorstelling. Dans en tekst waren perfect op elkaar ingespeeld en het riep voor mij zelfs associaties op aan de verbluffende kortfilm "A Walk Through Prospero's Library" (Peter Greenaway, 1991).

Deze mooie introductie van de functies van de hersenpan en van een stukje numerologie, ruimde echter al snel baan voor de tweede krachtlijn : het feit dat op de interactie tussen mannen en vrouwen vaak veel ruis te bespeuren valt. De oosterse gewaden maakten plaats voor casual kledij. De ruis tussen man & vrouw viel vaak letterlijk te horen door een radio, die in een lang middenstuk centraal zou staan. Tussendoor bracht één van de dansers nog een soort van functie-loos humor-nummertje met enkele koffers. Naast ruis spuide de radio ook verschillende bekende popnummers uit, die aanleiding gaven tot een dance-battle tussen de mannen & vrouwen. Een leuk gegeven in het begin, dat echter veel te lang duurde en op den duur wel een heel groot "So You Think You Can Dance"-gehalte begon te krijgen. Enkel An "Hier komen de meiden" Lemmens en Dennis "Hier zijn de jongens" Weening ontbraken nog om commentaar te geven. Op het einde van deze te lange battle mocht het publiek stemmen welk geslacht gewonnen had.

Op het einde van de voorstelling werd het sérieux van het begin nog hernomen met mooie choreografieën en dito muziek, maar door het lange SYTYCD-middenstuk was de angel er al lang uit. Een beetje jammer, want aan het enthousiasme en het kunnen van de dansers lag het zeker niet. Een beetje knippen & schrappen had het niveau van deze eerste HNDRD-productie de hoogte in kunnen stuwen. Maar voor een eerste - subsidieloze ! - productie was het zeker geen afgang en het publiek reageerde alvast zeer enthousiast. De hoogzwangere Bervoets (wiens partner Michel Froget trouwens één van de dansers was) verscheen achteraf ten tonele om iedereen uitgebreid te bedanken.



21 mei 2017

Kraftwerk 3D : Autobahn & Radio-Activity (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 20.05.2017)

























Over de verpletterende invloed die de muziek van Kraftwerk heeft uitgeoefend op de verdere ontwikkeling van elektronische muziek en over de haast visionaire inzichten omtrent de rol die computers en technologie is ons dagdagelijks leven zouden gaan spelen, is al meer dan voldoende inkt gevloeid. Ik beperk me dus tot een kort woordje over de reeks 3D-concerten die Ralf Hütter & zijn mede Mensch-Machinen gaven in de vernieuwde Koningin Elisabethzaal te Antwerpen. Meteen een fijne pluim voor deze zaal, want de volledige concertreeks (8 stuks gedurende 4 dagen) vindt enkel plaats in befaamde zalen of centra. In het verleden werd deze volledige 3D-retrospectieve enkel opgevoerd in het MoMa in New York, in Kunstsammlung NRW in thuisstad Düsseldorf, in het Londense Tate Modern, in Akasaka Blitz in Tokyo, in het Sydney Opera House, in de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles, in het Weense Burgtheater, in de Parijse Fondation Louis Vuitton, in de Berlijnse Neue NationalgalerieParadiso in Amsterdam, DR Koncerthuset in Kopenhagen, Den Norske Opera in Oslo en het Guggenheim Museum in Bilbao.

Om pecuniaire en praktische redenen beperkte ik me tot de twee eerste concerten uit de reeks, gewijd aan de albums "Autobahn" (1974) en "Radio-Activity" (1975). Ongetwijfeld lopen er echte freaks rond die de concertreeks volledig hebben bijgewoond en die dus ook "Trans Europe Express", "The Man Machine", "Computerworld", "Technopop", "The Mix" en "Tour De France" nog aan hun lijstje toevoegden. Een vrij overbodige uitspatting, aangezien al snel bleek dat al deze concerten voor pakweg 70 % identiek waren. Elk concert duurde immers twee uur. In die twee uren werd het hoofdalbum integraal gespeeld en werd de rest opgevuld met alle grootste hits. Zoals je uit de hieronder opgesomde playlists kunt afleiden, zag ik dus op één avond twee identieke uitvoeringen van pakweg een twintigtal nummers.

Niet dat dit op zich erg was. Tijdens het eerste concert ("Autobahn") zat ik op een mooie afstand van het podium, waarbij de 3D-effecten mooi tot hun recht kwamen. Wel een tikje raar overigens om te zien hoe een uitverkochte zaal zit te kijken naar een concert met een 3D-brilletje op de neus. Die effecten waren trouwens meer dan een gimmick en werden spaarzaam maar efficiënt ingezet. Tijdens het tweede concert ("Radio-Activity") - toen het verrassingseffect van zowel 3D als setlist niet meer van tel waren - zat ik dichtbij het podium en kon ik me wat beter concentreren op het muzikale aspect en op de vier mannen achter hun alles verhullende pupiters. Van wat de vier mannen tijdens het concert zoal uitspoken achter hun desk, wordt enkel tijdens afsluiter "Musique Non Stop" een klein tipje van de sluier gelicht. Dan gaan immers de leden één voor één van het podium en verdwijnt ook één voor één hun individuele inbreng, als een afgepelde ui, totdat enkel Hütter nog overblijft met zijn vocale en beats-inbreng. Aldus viel ongeveer af te leiden wie wat doet (coördinatie visuele effecten, percussie, bleep-geluiden).

Ook al had ik de truc met de robots al enkele keren live gezien (in 2004 tijdens het zéér memorabele concert in de AB en in 2009 op Pukkelpop), toch blijft het een fantastisch nekhaar-moment wanneer het doek omhoog gaat en de vier mannen vervangen zijn door vier robots. "Autobahn" blijft een heerlijk epische trip, tijdens "Spacelab" is het even grijnzen wanneer de visuals een ruimteschip tonen dat op het Astridplein landt en natuurlijk kan Hütter het niet laten om zijn racefiets-fetisj te tonen door een iets te lang uitgesponnen Tour de France te brengen. Al bij al genoot ik het meest van het "Radio-activity"-concert. Want hoe geweldig "Autobahn" ook is, dat nummer neemt zo'n dominante plaats in op het gelijknamige album, dat de paar andere nummers daar nooit aan kunnen tippen. Maar bij "Radio-activity" (wat een geweldig nummer blijft dat trouwens !!) eisen ook andere uitstekende nummers hun plaats op.

Uiteraard was er weinig of geen interactie tussen groep en publiek. De vier mannen kwijten zich afstandelijk van hun machinale rol en houden zich geconcentreerd bezig met hun dagtaak. Ze vallen zelfs nauwelijks te betrappen op het lichtjes ritmisch meebewegen met hun benen of hoofden. Enkel Hütter toont zich ietwat menselijk. In de eerste plaats omdat hij de vocalen live brengt, maar ook met een klein fietsgrapje (hij beweerde met de fiets vanuit Düsseldorf gekomen te zijn, wat best wel eens waar zou kunnen zijn : diens fiets-passie zou naar 't schijnt één van de redenen zijn voor de breuk met mede-oprichter Florian Schneider). Misschien voegt deze 3D-retrospectieve weinig toe aan het Kraftwerk-universum en ruikt het een klein beetje naar geld-klopperij (de dure merchandise ging zeer vlotjes over de toonbank), toch blijft de band een monument die al lang zijn plaats heeft opgeëist in de 20°-eeuwse muziekgeschiedenis. En het was fijn om gedurende een paar concerten opnieuw te beseffen dat Kraftwerk absoluut uniek is.


Setlist "Autobahn"
- Numbers
- Computer World
- It's more fun to compute
- Home computer
- Computer love
- Autobahn
- Kometenmelodie 1
- Kometenmelodie 2
- Mitternacht
- Morgenspaziergang
- Geiger counter
- Radio-activity
- Spacelab
- The model
- The man machine
- Tour de France
- Tour de France 2003
- Trans-Europe express
- Metal on metal
- Abzug
- The robots
- Boing boom tschak
- Techno pop
- Musique non stop


Setlist "Radio-Activity"
- Numbers
- Computer world
- It's more fun to compute
- Home computer
- Computer love
- Geiger counter
- Radio-activity
- Radioland
- Ätherwellen
- Intermission
- Nachrichten
- The voice of energy
- Antenna
- Radio stars
- Uranium
- Transistor
- Ohm sweet ohm
- Autobahn
- Spacelab
- The model
- The man machine
- Tour de France
- Tour de France 2003
- Trans-Europe express
- Metal on metal
- Abzug
- The robots
- Boing boom tschak
- Techno pop
- Musique non stop

      17 mei 2017

      SKaGeN : Uw rijk kome (Kapel Merksplas Kolonie - 16.05.2017)
















      Theatergezelschap SKaGeN heeft me in het verleden al vaak weten te prikkelen en te vermaken. Maar zelfs de besten maken al eens een uitschuiver. En helaas dienden we vanavond getuige te zijn van een uitschuiver van formaat, in die mate zelfs dat ik zonder schroom gewag durf te maken van één van de zwakste producties die ik de laatste jaren heb mogen aanschouwen. De premisse bood nochtans voldoende mogelijkheden : sluit twee mannen op in een kamer, laat hen discussiëren over diverse onderwerpen vanuit een (anti)religieus perspectief en laat de rol van één van die mannen vertolken door de geweldige rasacteur Valentijn Dhaenens. Dan kan er toch weinig mis gaan, zou je denken ?


      De twee protagonisten treden aan in een hotelkamer-achtige setting, schraal bemeubeld met een sofa een een tafel met stoelen. Via een aan het plafond gemonteerde spiegel wordt het publiek een blik gegund op een tweede kamer, die dienst doet als sanitaire ruimte en als keuken. De instructies aan de twee mannen worden gegeven door een computer-stem (vertolkt door Clara Van den Broek, die dienst doet als een soort nieuwe, alwetende en zich razendsnel ontwikkelende God-op-de-achtergrond-computer). En dan beginnen de clichés zich op te stapelen : de ene man (vertolkt door Mathijs Scheepers) is een obese kardinaal met boertige eetgewoontes die zich hitsig laat maken door de verleidelijke vrouwelijke computer-stem (in die mate dat hij bronstig de sofa bestijgt). Hij tapt graag wijn uit een kraantje dat uit de muur komt, maar hij moet wegens zijn obesitas rare bewegingen maken om bij het laag geplaatste kraantje te geraken. De eerste keer dat deze 'grap' gemaakt werd, vond ik het vrij platvloers. Helaas werd deze mislukte poging tot humor nog meerdere malen herhaald ...

      En ook man nummer 2 is geheel en al opgetrokken uit clichés, wat zelfs door Dhaenens niet recht-geacteerd kan worden : het is een atheïstische procureur des konings, een intellectueel van links allooi (compleet met ringbaard) die worstelt met een knoert van een voorspelbaar geheim (o verrassing der verrassingen : het is een verdoken homoseksueel met pedofiele neigingen).


      De computer reikt aan de twee mannen verschillende onderwerpen aan waarover ze dan met elkaar in discussie moeten treden. En deze onderwerpen zijn volledig in 'sync' met de twee cliché-mannetjes. Alsof er geen andere onderwerpen zijn waarover een naar seks verlangende kardinaal/bourgondiër en een atheïstische homo/pedo-intellectueel met elkaar in de clinch kunnen gaan, gaat het over... : abortus, homoseksualiteit en islam. Geeuw. Ondertussen 'pingt' in de keuken constant de microgolfoven en wordt de ene na de andere maaltijd op tafel gebracht. En elke maaltijd biedt dan weer de gelegenheid voor nieuwe platte humor : de kardinaal die zijn mond veelvuldig afveegt aan het tafelkleed, de procureur die een mannetje boetseert uit puree (waarbij een worstje het voorwerp uitmaakt van een zwakke penis-grap), spaghetti die in het rond vliegt, een ei dat in een glas wijn belandt en aldus wordt opgegeten, een tafelpoot die tijdens een schermutseling afbreekt ... Af en toe verdwijnt de procureur naar de keuken waar hij tracht een steeds groter wordende bloedvlek in het tapijt weg te schrobben (de symboliek daarvan ontsnapte me). Dat bood telkens aan de kardinaal de kans om opnieuw in gesprek te komen met de vrouwelijke computerstem (het leek aldus - op het gênante af - op een goedkope rip off van de film "Her" met de kardinaal als Joaquin Phoenix en de computer-stem als Scarlett Johansson).


      De twee mannen worden in hun gekwetter af en toe onderbroken door een mannelijke achtergrond-stem, die zogezegd vanop straat staat te roepen naar de hotelkamer. Deze anonieme persoon gooit op een gegeven moment een steen door het raam en schreeuwt dan allerlei verwensingen naar het hoofd van de procureur. Het blijkt om één van de 'slachtoffers' van de procureur te gaan. In compleet onnodig grafische bewoordingen (in een amechtige poging om het stuk toch nog wat gravitas te geven) omschrijft dit slachtoffer pijnlijk gedetailleerd het seksueel misbruik waaraan de procureur zich ooit bij hem schuldig maakte. En na deze pijnlijke scheldtirade 'pingt' de microgolfoven opnieuw en trekt de volgende boertige maaltijd zich op gang alsof er niks gebeurd is.

      Na deze aaneenschakeling van voorspelbaarheid en boertigheid was het des te pijnlijker om vast te stellen dat zelfs de discussies over de aangereikte topics (toch de kern van het stuk) nergens naartoe leidden en noch aan de twee protagonisten noch aan het publiek enige catharsis of nieuwe inzichten boden. En ook de vrouwelijke computer-godheid wist weinig meer aan te dragen dan een handvol holle zinnen om de frustraties van de kardinaal nog wat op te poken. Conclusie : leuke premisse die qua uitwerking echter deed denken aan inspiratie-loos haastwerk en die in elkaar zakte als een mislukte soufflé. Het zou van zelfkennis en ironie getuigd hebben indien daadwerkelijk een soufflé één van de maaltijden van de avond was geweest. Ik bleef alvast - al die maaltijden ten spijt - serieus op mijn honger zitten. Een avondje cinema met "Her" en "La grande bouffe" lijkt het aangewezen medicijn.

      01 mei 2017

      Oumou Sangaré (Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven - 28.04.2017)

      De Malinese zangeres Oumou Sangaré (°1968) is niet alleen de "zangvogel uit Wassoulou" (een regio rond het 3-landenpunt van Mali, Ivoorkust en Guinee), die al op jonge leeftijd grote successen kende als ambassadrice van de rijke vertel-muziek in de traditie van de West-Afrikaanse griot. Ze is ondertussen ook een succesvolle zakenvrouw die hotels uitbaat en zelfs een eigen automerk op de markt heeft gebracht (de zogenaamde 'Oum sang' - zie dit artikel). En ze is en passant ook nog een rolmodel voor veel Afrikaanse vrouwen omdat ze gevoelige onderwerpen (zoals vrouwenbesnijdenis) in haar songteksten niet schuwt. Gelet op dit drukke bestaan is het niet verwonderlijk dat haar solo-albums slechts met lange tussenpozen van de Malinese band rollen. Maar over enkele dagen is het weer zover : dan verschijnt na vele jaren eindelijk een nieuw album ("Mogoya") op het Franse label No Format. Om het Westerse publiek alvast warm te maken voor deze nieuwe release, passeerde de Malinese diva langs enkele Europese podia, waaronder vanavond het Muziekgebouw Frits Philips.

      Aan deze concertzaal zal ik echter helaas geen al te beste herinneringen bewaren. Op zich was mijn zitplaats ideaal : centraal voor het podium, op de eerste verhoogde rij achter de parterre-stoeltjes. Perfect, zou je denken. Ware het niet dat de parterre-stoeltjes gescheiden werden door een belachelijk brede middengang (zodat ik dus vanop mijn centrale plek in deze leegte staarde). En bovendien waren de eerste rijen van de twee parterre-beuken onbegrijpelijk ver van het podium verwijderd. Hierdoor ontstond een bijna onoverbrugbaar gevoel van afstand t.o.v. de performer. Zo leek ook Sangaré het aan te voelen, want na enkele nummers maande ze het publiek aan om hun zitjes te verlaten en de beentjes los te schudden. Vanop mijn zitplaats was dit helaas niet mogelijk, zodat ik me al zittend diende te laven aan de meest harkerige en houterige bewegingen van stramme Hollanders, die ik in mijn leven ooit gezien heb. Uiterst vermakelijk en vol goede bedoelingen, dat wel.

      Bovendien verliep de communicatie met het Nederlandse publiek niet al te vlot. Sangaré is amper de Engelse taal machtig en bediende zich vooral van Afrikaans-Frans in haar bindteksten, die grotendeels in Nederlandse dovemansoren vielen. Maar Sangaré zou geen succesvolle muzikante en zakenvrouw geworden zijn zonder obstakels te overwinnen. Dus ook een afstandelijke zaal-indeling en een kluitje stramme Hollanders wist ze met een sterke podium-présence, met een uiterst krachtig stem-geluid en met een strak spelende Frans-Afrikaanse backing-band te overwinnen. Van de backing-band dienen vooral de uit Burkina Faso afkomstige achtergrondzangeres Kandy Guira (wat een energie !) en de ngoni-speler (zijnde een traditioneel West-Afrikaans snaarinstrument) Abou Diarra vermeld te worden.

      Uiteindelijk had dit concert dus wel degelijk uitstekende momenten. Maar vooraleer de vlam een beetje in de pan sloeg, waren we al een klein half uurtje onderweg. En na een dik uur begon er al een véél te lang uitgesponnen versie van "Yala" (ruim twintig minuten) om elk lid van de band uitgebreid voor te stellen en een solo te laten doen. Ironisch genoeg kwam het mooiste moment van de avond niet van Sangaré of van één van haar muzikanten, maar wel van een dame die uit het publiek werd geplukt en die tijdens "Yala" even een kort stukje mocht zingen. Het bleek om de Marokkaans-Nederlandse zangeres Karima El Fillali - blijkbaar een oude bekende van Sangaré - te gaan, die op de West-Afrikaanse muziek een prachtig stukje Arabische zang uitstrooide. Kippenvel-momentje zoals er vanavond te weinig waren. Na een klein anderhalf uur viel - zonder bisser - het doek over deze ietwat rare avond.

      30 april 2017

      Mooov Filmfestival 2017

      The Long Excuse (Miwa Nishikawa, 2016 - Japan)

      Twee goede vriendinnen komen samen om in een busongeval. De ene vrouw was de echtgenote van een gevierd auteur, die uitgerekend op het ogenblik van het ongeluk een scheve schaats rijdt. De auteur zoekt troost bij het gezin van de overleden vriendin van zijn overleden vrouw en knoopt een vriendschap aan met de andere weduwnaar - een eenvoudige chauffeur - en zijn twee jonge kinderen. Hij vindt daar de nodige warmte én het broodnodige perspectief om zijn eigen leven en zijn carrière terug op de rails te zetten...

      Fijngevoelig drama waarin wel een tikje teveel gedanst wordt op het slappe koord waar menig tearjerker ooit al afdonderde. Minder gedoseerd dan het oeuvre van de meester Koreeda, maar diens werk is natuurlijk hors catégorie. Desalniettemin een genietbare crowd-pleaser.






      A Quiet Dream (Lu Zhang, 2016 - Zuid-Korea)

      Een grauw voorstadje van Seoul. Een gammele bar wordt uitgebaat door een mooie jonkvrouw, die uit China teruggekeerd is om voor haar gehandicapte vader te zorgen. Drie losers hangen rond haar als een mot rond een kaars : een kleine crimineel, een overloper uit Noord-Korea en haar licht spastische verhuurder. Alle drie hengelen ze naar de aandacht van de jonge vrouw. Maar een mysterieuze vreemdeling gooit op dramatische wijze roet in het eten van de drie verschoppelingen...

      Gefilmd in zwart/wit en af en toe onderbroken door korte, surrealistische tussenshots. Pas in de laatste shots - na een dramatisch voorval - wordt opnieuw in kleur gefilmd. Misschien een tikje té kunstig naar de smaak van velen en emotioneel nogal afstandelijk, maar ik kan dergelijke cinema wel pruimen. Typische festival-film.






      After The Storm (Hirokazu Koreeda, 2016 - Japan)

      Ooit was Ryota een gevierd auteur, maar ondertussen tracht hij de eindjes aan elkaar te knopen door te werken in dienst van een privé-detective. Hij verdient hiermee amper genoeg om de alimentatie bijeen te schrapen en ziet daarom zijn jonge zoon minder vaak dan hij zou willen. Stiekem maakt hij misbruik van zijn job om zijn ex-vrouw te bespioneren. Zijn vader is pas overleden en hij springt nog vaak binnen bij zijn uiterst kranige moeder. Op een dag wordt de stad getroffen door een tyfoon. Bij wijze van toeval moeten Ryota, zijn ex-vrouw en hun zoontje de nacht doorbrengen in het appartement van de moeder van Ryota...

      Koreeda werkt met deze film gestaag verder aan wat stilaan een indrukwekkend oeuvre genoemd kan worden. Opnieuw een mix van perfect afgemeten emoties en ontwapenend natuurlijk presterende acteurs. Meer dan ooit is Koreeda de erfopvolger van Yasujiro Ozu.




      Crosscurrent (Yang Chao, 2016 - China)

      Een jonge man erft de gammele goederenboot van zijn overleden vader en vaart er de Yangtze-rivier mee af om er smokkelwaar mee te vervoeren. Hij vertrekt in Shanghai en vaart de rivier af naar de bron, samen met een kapitein en een scheepshulpje. In het scheepsruim vindt hij een oude dichtbundel en hij raakt gefascineerd door de poëzie, die gelinkt is aan verschillende plekken waar de boot aanmeert. Hij ontmoet aan de oever al snel een mooie vrouw en heeft een korte maar hevige erotische ontmoeting met haar. Telkens wanneer hij met zijn boot ergens aanmeert, ontmoet hij de jonge vrouw opnieuw in verschillende gedaanten. Ze moet wel een riviergeest zijn ...

      Topzware brok filmpoëzie en wellicht quasi onverdraagbaar voor een Westers publiek zonder voorkennis van de Chinese taal, van symboliek en van Oosterse religie. Maar de scenografie van Ping Bin Lee - die ook aan "In the mood for love" en "The assassin" werkte - is verbluffend.





      La Region Salvaje (Amat Escalante, 2016 - Mexico)

      De kijker weet al heel snel wat voor vlees hij/zij in de kuip heeft : in het openingsshot zien we een naakte vrouw kronkelen van seksueel genot en zien we rare tentakels wegglibberen uit haar schaamstreek. Het glibberige creatuur - waarover alle verdere uitleg uitblijft - is een buitenaards wezen dat genot kan verschaffen maar ook pijn kan toedienen. En dat ontdekt ook een andere vrouw, die gevangen zit in een ongelukkig huwelijk met een verdoken homoseksueel, die een seksuele relatie heeft met haar eigen broer...

      Ik moest enerzijds denken aan 'Batalla en el cielo' van Carlos Reygadas (controversiële seksscènes gemengd met sociale kritiek) en anderzijds aan 'Melancholia' van Lars Von Trier (de dreigende shots met onderliggende drone-soundtrack). En wat bleek tijdens het live-interview met de aanwezige regisseur na de voorstelling ? Hij is een kennis van Reygadas en deed een beroep op de cinematograaf van Von Trier !





      Neruda (Pablo Narrain, 2016 - Chili)

      De gevierde en charismatische Chileense dichter Pablo Neruda komt eind jaren '40 in nauwe schoentjes te staan wanneer zijn nadrukkelijke communistische sympathieën niet langer getolereerd worden door het regime. Hij duikt onder en gaat op de vlucht. Maar hij wordt op de hielen gezeten door een gedreven jonge politieman...

      Ik ben niet vertrouwd met 's mans werk, maar deze a-typische biopic (over een kort deel van het leven van de dichter) slaagde er wel in om mij te prikkelen. Neruda wordt - temidden een prachtig geënsceneerd decor dat de tijdsgeest mooi vat - neergezet als een charismatische halfgod die een publiek begeestert wanneer hij op erudiete wijze zijn poëzie declameert. En dat publiek kan bestaan uit linkse intellectuelen of uit hoertjes, want Neruda zoekt graag de zelfkant van de maatschappij op. Met de nooit teleurstellende Gael Garcia Bernal in de rol van de ambitieuze politieman.





      The Handmaiden (Chan-wook Park, 2016 - Zuid-Korea)

      Een jonge dievegge wordt door de leider van de dievenbende als kamermeid tewerkgesteld bij een rijke en mooie maar ietwat afstandelijke en schijnbaar frigide vrouw, die bij haar dominante oom woont (een excentrieke boekenverzamelaar). Het plan : de leider van de bende zal zich voordoen als een graaf, zal de vrouw verleiden en met haar huwen en zal haar nadien in een gekkenhuis doen belanden en haar van haar fortuin beroven. Aan de dievegge de taak om dit plan vlot te laten verlopen. Maar er ontstaan vonken tussen de dievegge en de vrouw ...

      De regisseur van het briljante "Old Boy" doet het weer ! Een geraffineerde, stijlvolle, sprankelende, erotische en verrassende vertelling, waarbij hij de roman "Fingersmith" van Sarah Waters (waarop de film gebaseerd is) alle eer aandoet. En ook Waters zelf was uiterst tevreden met deze adaptatie van haar roman, zoals ik recent nog kon horen uit een interview met haar.





      The Woman Who Left (Lav Diaz, 2016 - Filipijnen)

      Renata zit al 30 jaar in de gevangenis voor een moord die ze niet beging. Een mede-gevangene bekent uiteindelijk de moord en de ware toedracht : de moord werd gepleegd in opdracht van een rijke gangster met de bedoeling Renata achter de tralies te doen belanden omdat zij haar relatie met de gangster verbrak. Nu ze plots en onverwacht terug vrij komt, zoekt ze vergelding en gaat ze op zoek naar de gangster ...

      Gefilmd in zwart/wit, met statische shots, quasi zonder soundtrack en met een lengte van bijna 4 uur : dit is cinema voor geoefende kijkers en voor liefhebbers van slow cinema à la Béla Tarr of Ming-liang Tsai. Voor mensen als mij dus. Eén woord : wauw. Briljante cinema. Geen bloederige wraak-film op z'n Tarantino's, maar aangrijpend en diep-menselijk. En met enkele onvergetelijke personages : de bultenaar die eieren verkoopt op straat, de geschifte jonge vrouw die in alles en iedereen demonen ziet, ... en vooral de getormenteerde jonge man die als travestiet de straten afschuimt op zoek naar wat warmte en genegenheid maar die enkel goorheid en geweld tegenkomt. In haar zoektocht naar wraak sluit Renata al deze verloren zielen in haar armen, waardoor er een onverwacht einde zal komen aan haar missie. Cinema met een grote 'C', die er trouwens om smeekt om zich in al haar glorie op een groot scherm te laten bekijken. Elk shot lijkt wel een prachtig stilleven dat zo kan plaatsnemen in een fotografie-tentoonstelling. Met dank aan Mooov om deze film te programmeren.

      21 april 2017

      Colin Stetson & Mario Batkovic (De Roma - 20.04.2017)

      Wanneer gesproken wordt over de Amerikaanse saxofonist Colin Stetson (°1977), gaat het alras niet over zijn muziek maar over zijn uitzonderlijke beheersing van een arsenaal aan bijzondere ademhalingstechnieken. Hierdoor slaagt hij erin om tegelijkertijd een continu grommende bas-onderstroom te creëren (via circulaire ademhaling), daarbovenop een lichter melodisch klanken-tapijt uit te spreiden en onderwijl ook nog een soort van kopstem-neurie voor te brengen (via multi-fonie). En voeg daar in één adem ook nog maar een ritme-sectie aan toe, want het is straf welke ritmes hij al klikkend op de kleppen van de sax genereert.

      Maar het zou afbreuk doen aan deze muzikant om hem als een freak of als een one trick pony te portretteren. Want een kunstje beheersen is één ding, maar er enkele boeiende albums mee vullen is nog heel wat anders. De technieken van circulaire ademhaling en multifonie zijn trouwens verre van nieuw, maar Stetson heeft de technieken gecombineerd om een geluid uit te bouwen dat zich ergens op het kruispunt van jazz, rock en soundscape weet te situeren. Er zijn slechtere kruispunten om jezelf te parkeren. En die unieke sound leverde samenwerkingen op met ronkende namen zoals Tom Waits, David Gilmour, Arcade Fire en Bon Iver. Voorwaar een fijn visite-kaartje om mee uit te pakken.

      Naast deze samenwerkingen is hij vooral gekend voor zijn drie gelauwerde albums "New History Warfare" (volumes 1, 2 en 3). Zopas verscheen zijn nieuwe album "All this I do for glory", dat de man in avant-première kwam voorstellen (en verkopen) in de prachtig gerestaureerde De Roma. Gedurende een uurtje etaleerde Stetson zijn talenten. Op de massief grote bas-saxofoon kwam het geluid aanvankelijk wat brutaal over, wat de circulaire onderstroom tot een storende brei herschiep. Maar de melodische tapijten die hij daarna uit de weefgetouwen van altsax en sopraansax wist te weven, waren helder en fris repetitief. En ook al wéét je wat voor technieken hij hanteert, toch zou je hem er bijna van verdenken gebruik te maken van één of twee verstopte mede-muzikanten. Zo verbazingwekkend klinkt dat multi-gelaagde geluid dat hij op z'n eentje weet te produceren. Voor de korte bisser en als afsluiter van zijn reguliere set, bracht hij een briljant exposé van zijn kunnen : met zijn pink gaf hij het ritme aan op één van de kleppen van zijn bassax, voor wat een monumentale lap muziek zou worden en sowieso het hoogtepunt van zijn concert. Toen ik hem na het concert aan de merchandise-stand meer uitleg vroeg over dit nummer, verklapte hij dat dit nummer de titeltrack zal worden voor een nieuw album dat in februari 2018 zal verschijnen. Bezig baasje, die Colin. En dus een album om naar uit te kijken !



      Maar voordat Stetson ongegeneerd zijn sax-gevoeg deed, hadden we al een verrassend sterk voorprogramma achter de kiezen met de Bosnisch-Zwitserse accordeonist Mario Batkovic. Dat dit instrument meer is dan het handelsmerk van De Kermisklanten, The Sunsets en andere schlager-goden én dat dit instrument razend moeilijk is om technisch perfect te beheersen, wist ik al langer. Maar dat je er zo creatief en boeiend mee aan de slag kon gaan ? Dat was een verrassing van formaat. Zijn unieke sound neigde het ene moment naar een orgel-toccata van J.S. Bach, het andere moment naar minimalisme van Steve Reich, om dan weer om te zwaaien naar een donkere soundtrack van een film van pakweg Jim Jarmusch. Hieronder een filmpje van een sessie die hij speelde voor 3 voor 12-VPRO. Nog een mooie adelbrief : hij mocht in 2015 mee op tournee in het voorprogramma van Beak> (de band rond Geoff Barrow van Portishead) en mocht zijn nieuwe album recent uitbrengen op  diens label Invada Records. Qua 'street-cred' zit hij dus al gebeiteld.



      20 april 2017

      Some (e)(audio)books

      Hubert Selby Jr. : Last Exit to Brooklyn (e-book)

      Deze controversiële roman is in feite een verzameling van een zestal kortverhalen, die apart gelezen kunnen worden maar die wel thematisch met elkaar verbonden zijn (en die zelfs enkele personages gemeenschappelijk hebben). Het levensverhaal van de auteur Hubert Selby Jr. (1928-2004) is op zijn minst apart te noemen. Op 15-jarige leeftijd verliet hij de school om op zee te gaan werken. Maar al op jonge leeftijd kreeg hij tuberculose en leek hij zelfs ten dode opgeschreven. Een brutale medicatie-kuur sleepte hem er doorheen (wat er wel voor zou zorgen dat hij altijd met drugsverslaving zou blijven kampen). In het besef dat zijn leven - indien hij zou sterven - niks betekend zou hebben, en aangezien hij toch meestal aan zijn ziekbed gekluisterd was gedurende de volgende jaren, begon hij fictie te schrijven.

      Zonder enige vorm van opleiding trok hij zich niks aan van de conventionele regels van de schrijverij. En dus zijn deze kortverhalen een zeer grauwe en harde afspiegeling van de al even grauwe en harde omgeving die hij kende uit zijn jeugd : de wereld van dokwerkers, hoeren, travestieten, sociale onrust, drankmisbruik, ongure bars, armoede, geweld. Zijn taalgebruik ademt deze wereld uit : weinig of geen leestekens tussen de niet aflatende stroom van hard taalgebruik. Soms pagina's aan een stuk alleen maar hoofdletters. Zelfs nooit aanhalingstekens : dialogen tussen meerdere personages vloeien aan één stuk door. En zo lijkt het alsof alles in één brutale stroom uit de pen van de auteur gevloeid is, maar niets is minder waar. Het resultaat is een proces van eindeloos schaven en schrappen en bijwerken, zoals Selby Jr. in een interessant nawoord uitlegt. Van elk woord werd onderzocht of het wel paste in de flow van de tekst.

      Gelet op dit harde en compromisloze taalgebruik en gelet op de ongemeen harde brutaliteit van sommige scènes, is het al te gemakkelijk om dit boek in het 'cult'-hoekje te duwen. Wanneer je echter weet dat de compleet ongeschoolde auteur jarenlang aan elk woord schaafde om tot dit resultaat te komen, dan is dit boek zoveel meer dan zomaar een schandaal-cult-roman (die trouwens in het Verenigd Koninkrijk het voorwerp uitmaakte van een proces wegens obsceniteit, een proces dat in hoger beroep werd gewonnen door de uitgevers en dat een keerpunt betekende in de wetten van het UK aangaande censuur).

      Nu ik dit boek gelezen heb, kan ik wel begrijpen dat de moraalridders van de jaren '60 hier niet klaar voor waren. Vooral de kortverhalen "The queen is dead" (over een drugsfeestje van de travestiet-hoer Georgette en waaraan The Smiths de naam van hun album uit 1986 hebben ontleend) en "Tralala" (de naam van een gelijknamig hoertje dat in de meest beruchte scene brutaal verkracht wordt door een groep mannen en voor dood wordt achtergelaten) hakken er brutaal in. Maar ook "Strike" is niet meteen een vrolijk verhaal : Harry is een verborgen homo die zijn vrouw slaat, zijn zoontje mishandelt, regelmatig bij gevechten betrokken is en die tijdens een staking tijdelijk over een status met aanzien beschikt. Van deze status (en het bijkomende geld) maakt hij misbruik om in de gratie te komen bij jonge schoffies en drag queens, totdat een geval van pedofilie een einde maakt aan zijn grote sier.

      Hubert Selby Jr. kreeg uiteindelijk wel het respect dat hij verdiende. Zijn latere roman Requiem For A Dream (1978) werd succesvol verfilmd en vanaf de jaren '80 was zijn voornaamste ambassadeur zowaar Henry Rollins, die voor Selby Jr. voorlees-tournees en opname-sessies voor spoken word-uitgaves organiseerde.

      Ik besloot om deze literaire kopstoot te lezen na de bespreking ervan op de altijd hilarische en interessante literaire podcast Backlisted. Tijdens deze podcast werd een stuk uit "Tralala" voorgelezen door de Britse slam poet, dichteres en schrijfster Salena Godden. Wow, van een performance gesproken. Haar spoken word album "Livewire" (2016) is ook een aanrader. Een audioboek-versie van "Last exit to Brooklyn", ingesproken door Godden : dat zou een nucleaire bom zijn.





      Martin Michael Driessen : Rivieren (e-book)

      De Nederlandse toneel- en opera-regisseur, vertaler en auteur Martin Michael Driessen (°1954) sleepte met deze collectie van drie novellen in 2016 de ECI Literatuurprijs in de wacht. De jury bewierookte de bundel aldus : "Het is een boek van een ingetogen grootheid, met schitterende beeldende zinnen en een onbestemde dreiging, en tegelijkertijd van een weldadige tijdloosheid." Een oordeel dat ik volmondig kan beamen want deze bundel - waarin telkens een rivier het belangrijkste decorstuk vormt - is voor de literaire fijnproevers een waar feest.

      In de eerste novelle ("Fleuve Sauvage") staat een toneelacteur op leeftijd centraal. Zijn carrière is tanende, hij kampt met een drankprobleem en ook sociale contacten verlopen niet meer zo vlot. Vol goede voornemens besluit hij om zijn leven terug op de rails te zetten, maar niet voordat hij nog één keer met zijn kano (en met een fles whisky) een noord-Franse rivier afvaart om alles nog eens op een rijtje te zetten. Maar wanneer hij door een stortbui overvallen wordt en zijn tent opstelt op de oever van de rivier, evolueren de verdere gebeurtenissen onvermijdelijk richting een tragedie...

      De tweede novelle ("De reis naar de maan") overspant meerdere decennia en begint aan het eind van de 19de eeuw. Twee knapen groeien op temidden van de houtgroothandel in midden-Duitsland, waarbij geld verdiend wordt door grote partijen hout als immense vlotten over de rivieren Rodach en Main te vervoeren. De ene is Julius, een intellectuele jongen en zoon van zo'n houtgroothandelaar. De andere is Konrad, arm als de straat, ervan dromend om ooit zelf houtvlotter te worden en met die grote boomstam-vlotten de machtige Rijn af te varen. Julius erft het bedrijf van zijn vader, maar heeft moeite om zijn bedrijf boven water te houden aangezien de opkomst van de stoomboot zijn broodwinning bedreigt. Hoewel hun sociale achtergrond compleet verschillend is, zullen de schijnbaar compleet tegengestelde levens van Julius en Konrad toch met elkaar verbonden blijven tot op het onverwachte en aangrijpende einde...

      Ook in de derde en laatste novelle ("Pierre en Adèle") ontvouwt het verhaal zich over meerdere decennia. Een kronkelend riviertje meandert tussen twee Bretoense landerijen en vormt de oorzaak van een eeuwenoude en bittere vete tussen de twee landeigenaars, de ene katholiek, de andere protestant. De loop van het riviertje wil nogal eens wijzigen zodat de oppervlakte van hun respectievelijke gronden soms vergroot en soms verkleint. Een poging van een jonge notaris om deze oude vete voor eens en voor altijd te beslechten, lijkt eindelijk te lukken. Totdat op de grond van één van de twee landeigenaars een archeologische vondst wordt gedaan en het oude conflict onverwacht weer in alle hevigheid opflakkert...

      Ik kan dit boek niet voldoende aanprijzen. Niet alleen een verbluffend staaltje van stilistisch kunnen (dat taalgebruik ! die woordkeuze ! die prachtzinnen !), maar ook van perfecte beheersing van plotontwikkeling, van een vernuftig maar nooit drammerig gebruik van metaforen en van het opzetten van een subtiele maar emotioneel geladen spanningsboog. Vooral tijdens de lectuur van de tweede novelle werd ik waarlijk van mijn sokken geblazen. Hoe Driessen er in dat tweede verhaal in geslaagd is om in de omvang van nauwelijks vijftig pagina's zoveel geschiedenis, emotie en achtergrond te stoppen, is nauwelijks te bevatten. Nu al een klassieker.





      Jonathan Franzen : Zuiverheid (e-book)

      De succesvolle Amerikaanse auteur Jonathan Franzen (°1959) wordt - zeker na het doorslaand succes van 'The Corrections' (2001) - gerekend tot de 'grote' en maatschappelijk meest relevante Amerikaanse auteurs van de laatste decennia en er wordt dan ook reikhalzend uitgekeken naar elke nieuwe publicatie van de man. Zijn meest recente worp ('Purity', 2015) werd in de Nederlandse vertaling als download-geschenk aangeboden in de literatuurbijlage van De Standaard.

      In deze vuistdikke roman wordt in zeven (niet chronologische) grote hoofdstukken de levensloop verteld van de protagonisten, waarbij de gebeurtenissen zich afspelen op diverse plaatsen en in zeer gevarieerde tijdsgewrichten. De jonge Purity 'Pip' Tyler woont in een semi-kraakpand in Zuid-Californië, gaat gebukt onder een zware studieschuld, heeft een moeilijke relatie met haar ietwat vreemde moeder en heeft haar vader nooit gekend. Ze wordt door een huisgenote (Annabel) gerecruteerd om te werken voor de charismatische Duitser Andreas Wolf, die een WikiLeaks-achtige organisatie leidt in de bossen van Bolivia. In het vierde hoofdstuk volgen we de belevenissen van Pip in de organisatie van Wolf en haar stormachtige relatie met hem.

      De achtergrond van Wolf leren we kennen in het tweede hoofdstuk. Opgegroeid in de jaren '50 in Oost-Duitsland, wordt hij uit de unief gestampt wegens rebelse poëzie en brengt hij verscheidene jaren door als meisjes versierende sociaal werker. Eén van die meisjes - Annabel - roept zijn hulp in omdat haar stiefvader een gewelddadige stasi-informant is. Samen vermoorden ze de informant. Wanneer de Berlijnse muur valt, tracht hij temidden van de tumult zijn eigen dossier in de Stasi-archieven te vernietigen en wordt hij per ongeluk een TV-fenomeen. In deze verwarde post-DDR-dagen geraakt hij bevriend met de Amerikaanse journalist Tom Aberant en hij vertrouwt aan Tom zijn gruwelijke geheim toe.

      Flash forward in het derde hoofdstuk. Tom Aberant en zijn minnares Leila leiden een online krant in Denver, opgericht met geld dat Tom heeft aangenomen van de vader van zijn ex-vrouw. Pip is werkzaam bij de krant als stagiaire en trekt in bij Tom en Leila. En dan volgt de ene onthulling op de andere : Tom is blijkbaar de vader van Pip, wiens moeder de erfgename blijkt te zijn van een immense som geld. Opnieuw een flash back in het vijfde hoofdstuk : een (te) lange terugblik door de ogen van Tom op zijn relatie met de emotioneel onstabiele moeder van Pip, zijn vlucht naar Europa, zijn vriendschap met Andreas en hoe ook aan die vriendschap plots een einde kwam, zijn terugkeer naar de USA en zijn definitieve breuk met Pip's moeder door - tegen haar wil - geld te aanvaarden van haar vader om de online krant op poten te zetten.

      In hoofdstuk zes ligt de nadruk wederom op Andreas, die opnieuw een relatie aanknoopt met Annabel, de jonge vrouw wiens stiefvader hij indertijd vermoordde. Maar hun relatie dooft langzaam maar zeker uit. Andreas wordt een internet-celebrity, start zijn organisatie in Bolivië maar wordt gaandeweg meer en meer paranoïde, angstig als hij is dat zijn gruwelijke geheim uit de DDR-periode aan het licht zal komen. Gedreven door deze paranoia, door het 'verraad' van zijn vroegere vriend Tom en geholpen door zijn geavanceerd informatie-netwerk, zet hij een ingewikkeld wraak-complot in gang en brengt hij iedereen bij elkaar. Er volgen dramatische confrontaties ... In het zevende en laatste hoofdstuk tracht Pip haar leven - en dat van haar moeder - weer op gang te krijgen, nu de waarheid volledig aan het licht gekomen is en de gebeurtenissen in een definitieve plooi gevallen zijn.

      Er zijn best wel wat pluspunten aan deze roman : de opbouw van de roman is vernuftig (op het gekunstelde af) en de vele beschouwingen omtrent journalistieke waarheid en informatie-vergaring komen - in deze tijd van fake news - bijna profetisch over. Maar toch was ik om één of andere reden nooit 'mee' met deze roman, die ik gaandeweg méér en méér als hard labeur ervoer, wat zelden een goed teken is. Lag het aan de Nederlandse vertaling, waarbij talloze volzinnen als moeilijk te verteren gedrochten overkwamen ? Lag het aan de soms toch echt wel vergezochte plot ? Aan de vele uitvoerig beschreven neven-personages die achteraf bekeken niet meer dan bladvulling bleken te zijn en weinig tot geen meerwaarde boden ? Wat er ook van weze : ik voelde geen emotionele klik met de protagonisten en had onbewust al afscheid genomen van de roman voordat ik de laatste pagina wegveegde op mijn iPad. Excuses aan de miljoenen aanhangers, maar ik ben geen Franzen-fan geworden.






      Haruki Murakami : Norwegian Wood (audiobook 21)

      Met deze roman, verschenen in 1987, scoorde de Japanse auteur Haruki Murakami een onvervalste bestseller en werd hij in zijn thuisland een beroemdheid, zodanig zelfs dat hij zich diende terug te te trekken uit het publieke leven. De roman sloeg vooral bij Japanse jongeren in als een bom en ging ondertussen wereldwijd miljoenen keren over de toonbank. Tekenend voor het succes : wanneer je in Google de zoekopdracht 'Norwegian Wood' intikt en de obligate zoeksuggesties bekijkt, dan staat de roman van Murakami hoger gerangschikt dan het gelijknamige nummer van The Beatles... De enkele lezer van mijn bescheiden blog weet ondertussen dat ik een grote fan ben van het oeuvre van Murakami. Na enkele maanden van bewust gekozen Murakami-leegte, deed het deugd om terug te keren naar diens unieke universum vol nostalgie, vol zoekende mensen, vol existentiële angsten.

      Eén van de redenen waarom net deze roman van Murakami zo'n hit geworden is, ligt misschien in het feit dat het magisch-realisme en surrealisme - die veel van zijn romans kenmerken en soms een flinke inspanning van de lezer vergen - in deze roman nauwelijks aanwezig zijn. Het is een vrij 'simpele' bildungsroman annex liefdesverhaal en is in dit opzicht misschien wel de ideale roman voor 'nieuwelingen' om kennis te maken met Murakami.

      Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de 37-jarige Toru Watanabe. Wanneer hij een muzak-versie hoort van het oude Beatles-nummer, komen de herinneringen aan zijn jeugd gedurende de jaren '60 terug naar boven. Hij was toen nauw bevriend met zijn klasgenoot Kizuki en diens vriendin Naoko. Maar Kizuki pleegde op 17-jarige leeftijd totaal onverwacht zelfmoord. Toru en Naoko groeien na deze tragedie meer en meer naar elkaar toe, totdat Naoko het contact verbreekt en aangeeft tijdelijk naar een afgelegen sanatorium te verhuizen. Tijdens de sociale onrust en de studentenrevoltes van eind jaren '60 besluit Toru - thans een uniefstudent - om Naoko op te zoeken in het sanatorium. Ondertussen heeft Toru echter ook een relatie aangeknoopt met de frisse en vrijgevochten Midori, een mede-studente. Midori is alles wat de gebroken en teruggetrokken Naoko niet is : zelfzeker, openhartig, rebels. Toru wordt verscheurd door zijn liefde voor zowel Naoko als Midori en vervreemdt van deze laatste. Naoko zal het verlies van Kizuki nooit te boven komen en pleegt op haar beurt zelfmoord. Toru blijft vertwijfeld achter en doolt een tijdje doelloos rond door Japan. Na deze catharsis neemt hij alsnog opnieuw contact op met Midori.

      De verfilming van deze roman (door Tran Ahn Hung in 2010) was niet echt een onverdeeld succes, maar de audio-versie van deze fijne roman kon me best bekoren. Stemacteur van dienst was James Yaegashi, die me een frisse en vlotte luisterervaring bezorgde. Wel een tikje jammer dat hij voor sommige vrouwelijke personages - voornamelijk dan voor Reiko, de sanatorium-kamergenote van Naoko - een ietwat storend krakend stemgeluid meende te moeten opdiepen. Murakami bereikte in deze roman zeker nog niet het toppunt van zijn kunnen. Daarvoor liggen sommige ingrepen en verwijzingen er iets té dik op. Zo leest Toru tijdens zijn bezoek aan het sanatorium 'De Toverberg' van Thomas Mann. Zo'n link is verre van subtiel te noemen. Maar laat dat U niet tegenhouden : op het einde blijf je weer een beetje verdwaasd achter en besef je dat het Murakami-recept zijn ding weer gedaan heeft.





      Haruki Murakami : Colorless Tsukuru Tazaki and his years of pilgrimage (audiobook 22)

      Recente roman van Murakami, gepubliceerd in 2013. Tijdens een zomerkamp knoopt de middelbare school-student Tsukuru Tazaki een intense vriendschap aan met vier andere jongeren : twee jongens en twee meisjes. Het vijftal is onafscheidelijk en spreekt af dat ze deze vriendschap niet op het spel zullen zetten door onderlinge liefdesrelaties aan te knopen. Tsukuru is een vrij bescheiden en kleurloze jongen, met een voorliefde voor treinen en treinstations. Zijn naam is de enige van het vijftal die geen kleur in zich draagt, dus de jonge Tsukuru is zelfs in zijn naam letterlijk kleurloos. Hoewel hij eigenlijk niet begrijpt waarom het kleurrijke en flamboyante viertal hem heeft willen opnemen in hun vriendschapsclubje, geniet hij met volle teugen van de aandacht en de vriendschap.

      Na het afronden van de middelbare school beslist Tsukuru om in Tokio een ingenieursstudie aan te vatten. De andere vier blijven in hun provinciale thuisstad studeren. Op een dag krijgt Tsukuru een telefoontje van één van zijn vier vrienden, met de boodschap dat het viertal de vriendschap met Tsukuru verbreekt en niets meer met hem te maken wil hebben. Een reden voor deze plotselinge breuk wordt niet opgegeven. Deze onverwachte wending komt bij Tsukuru keihard aan, in die mate dat hij in een depressie sukkelt en zelfs op het randje van zelfmoord balanceert. Maar hij zet door, beëindigt zijn studies en gaat aan de slag als treinstation-ingenieur.

      Anderhalf decennium later zit Tsukuru in een prille liefdesrelatie met reisagente Sara. Deze voelt dat de wonde van de vroegere vriendschapsbreuk met het viertal nog altijd niet volledig genezen is en als een donkere wolk boven Tsukuru hangt. Ze spoort hem dan ook aan om contact te zoeken met zijn vier vroegere vrienden, teneinde de reden te achterhalen waarom ze zo plots alle contact met hem verbraken. Tsukuru beseft dat hij de confrontatie zal moeten aangaan om tot closure te kunnen komen. Het is een pelgrimstocht die een aantal verrassende onthullingen zal opleveren en die Tsukuru zelfs tot in Finland zal leiden.

      Zelden zal er meer informatie besloten zitten in een titel en een cover van een boek. De omschrijving van het hoofdpersonage als 'kleurloos', wegzinkend terwijl zijn vier kleurrijke vrienden toekijken hoe hij verzuipt. De pelgrimstocht die hij zal moeten ondernemen om niet definitief kopje onder te gaan. En de pelgrimstocht verwijs ook nog naar een compositie die een belangrijke rol zal spelen in de roman : "Les Années de Pèlerinage" van Frans Liszt (en dan vooral het deel "Le mal du pays").

      Meer dan ooit bevestigde mijn luisterervaring van dit audioboek (toch wederom een méér dan degelijke Murakami) het feit dat de wijze waarop een roman wordt ingelezen in grote mate het genot (of het gebrek eraan) bepaalt. Dit kan in positieve of in negatieve zin uitdraaien. Zo ergerde ik me bij het beluisteren van "The wind-up bird chronicle" regelmatig aan de bijna karikaturale interpretatie van Rupert Degas. Jammer, want die roman van Murakami wordt meestal als één van Murakami's beste beschouwd. Voor "Colorless Tsukuru" geldt net het omgekeerde : de roman ontving veelal gemengde reviews en werd iets te weinig diepgang verweten, maar de inlees-interpretatie van Bruce Locke vond ik briljant. In het begin moest ik wel wat wennen aan de zeer ingetogen en gedoseerde wijze van inlezen (en vooral aan het ietwat rare accent dat Locke in dialogen aan de dag legde), maar op den duur vond ik het heerlijk en zelfs bijna hypnotiserend om naar deze roman te luisteren.






      Carlos Ruiz Zafón : De schaduw van de wind (paperback)

      Grote verkoopcijfers van romans hoeven niet altijd te duiden op een compromis m.b.t. de literaire kwaliteit ervan, zoals bewezen wordt in deze uiterst succesvolle roman van de in 1964 geboren Spaanse auteur. Oorspronkelijk verschenen in 2001 en sedertdien in talloze talen vertaald, is het succes van deze roman misschien wel te verklaren door het feit dat dit de perfecte roman is om tijdens een vakantie te lezen aan de rand van een zwembad. Avontuur, mysterie, geschiedenis, ... dit allemaal verpakt in een lekker vinnige vaart en waarbij alle puzzelstukjes netjes in elkaar passen.


      Tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog en met Barcelona als prachtig decor, wordt de jonge Daniel door zijn vader ingewijd in de geheimen van het 'kerkhof der vergeten boeken', een door enkele enthousiastelingen onderhouden bibliotheek. Daniel mag uit de immense collectie één boek uitkiezen. Zijn oog valt op "De schaduw van de wind" van ene Julian Carax. De fascinatie van Daniel voor dit boek en voor zijn geheimzinnige auteur verhoogt nog wanneer blijkt dat een onbekende man blijkbaar op zoek is naar alle boeken van Carax om ze vernietigen. Nog vreemder wordt het wanneer deze onbekende man de naam aanneemt van het duivel-personage in de roman van Carax. Daniel is vastbesloten om meer te weten te komen over die onbekende auteur. Samen met zijn goede vriend Fermin begint Daniel te graven in de familie-geschiedenis van Carax en aldus ontrafelt hij een complex web van vriendschappen, liefdes en verraad. Maar deze zoektocht is niet zonder gevaar, want er ligt een moordzuchtige politie-inspecteur op de loer die ook een belangrijke rol heeft gespeeld in het verleden van Carax ...

      Zoals reeds gezegd : een heerlijke avonturenroman om je lekker in te verliezen, knus in de zetel of met je knikker in de zon. Wat me echter vooral zal heugen, zijn de zinnen en dialogen die Zafon in de mond van de voornoemde Fermin legt. Een fantastisch neven-personage dat in feite dé ster van de roman is. Herhaaldelijk in een deuk gelegen met diens visie op de dingen.