17 november 2017

Queens Of The Stone Age (Sportpaleis - 16.11.2017)

Op een magische avond in mei 2011 vond in de AB een fabuleus concert plaats dat voor mij toen dé toetssteen was van wat een rockconcert moet en kan zijn : "strak, energiek, sexy & vet" waren de adjectieven waar ik me toen van bediende om de kopstoot - die Queens Of The Stone Age toen uitdeelde - te omschrijven. Het was een rockband op een piekmoment in z'n bestaan in een relatief kleine top-zaal, waar alle ingrediënten perfect samenkwamen. Het was het type concert waarna je de band in kwestie eigenlijk nooit meer live aan het werk mag zien, wetende dat het nooit meer beter zal zijn. In eerste instantie was ik dan ook niet van plan om naar het vermaledijde Sportpaleis af te zakken. Doch een aangeboden ticket, een leeg plekje in mijn agenda én het feit dat het nieuwe album "Villains" me gaandeweg meer en meer bekoorde, deden me alsnog anders besluiten.

De tijden dat je QOTSA nog in een kleine zaal à la AB kunt gaan bekijken, zijn definitief voorbij. En daar wringt meteen het schoentje (of in het geval van Joshua Homme : de cowboy-laars). Vettige rock van bands zoals QOTSA is niet gemaakt om in lelijke bunkers en evenement-hallen gespeeld te worden. Zo'n bands moeten spelen in kleine zalen waar de zweet-condens van het plafond drupt of waar je af en toe een geut bier in je nek gekletst krijgt. Waar het geluid zich - hard & potig doch goed gemixt - nét aan de goede kant van de pijngrens bevindt. Waar het publiek zich - van de eerste tot de laatste rij en van de eerste tot de laatste noot - volledig overgeeft aan de genade van de charismatische frontman. Waar je achteraf de schade moet opmeten aan je ledematen en kledij.

En dus bij voorkeur niet in een overmaatse hal waar mensen met een té dure cava in de hand op een stoeltje zitten, waar ze tijdens minder bekende nummers wat keuvelen over koetjes & kalfjes, om enkel tijdens de 'hitjes' op te veren en een filmpje te maken met hun smartphone. En dus ook al zeker niet in een grote galm-bak, waar het geluid af en toe enkel als 'brij' omschreven kan worden. Kan iemand mij eens uitleggen waarom bijvoorbeeld een goede maand geleden - tijdens de triomftocht van Nick Cave - het geluid wél - vanaf noot 1 - constant goed zat en waarom vanavond diverse nummers van hun giftige rock-angel werden beroofd door een ronduit matige mixage ? Dat dit bij de openingsnummers voorvalt, durf ik nog enigszins door de vingers te zien, maar het bleef een euvel dat doorheen heel de set af en toe de lelijke kop opstak. Zeer jammer dat bijvoorbeeld opener "If I had a tail" - nochtans een dijk van een schijf - geslachtofferd moest worden op dit galm-offerblok...

Op dergelijke omstandigheden heeft de band zelf weinig vat, dus op dat vlak kan het vijftal weinig of niets verweten worden. En gelukkig priemde er af en toe wel een knaller doorheen die slecht gemixte geluidssoep. Het heerlijk swingende "The way you used to do" was een gedroomde soundtrack voor de gracieuze podium-strut en dito kniezwengels van Homme, gevolgd door de crowd-pleasing tweeling-uppercut "You think I ain't worth a dollar" en "No one knows". Maar waarom tijdens "No one knows" plots een weinig functionele drumsolo werd ingelast, is me een compleet raadsel. Wél een aangename verrassing : dat oude kraker "Regular John" op de set-list stond, de al bijna 20 jaar oude openingstrack uit het titelloze debuut van QOTSA.

Sommigen zullen het middenstuk van het concert als een dipje ervaren hebben en als het uitgelezen moment om terug het stoeltje op te zoeken en door Facebook te scrollen, maar ik vond het een best leuk en intrigerend stuk. Het nogal ingetogen "Fortress" daagde de stembanden van Homme uit en de geil-hoekige riff van "Domesticated Animals" is onweerstaanbaar (en is eigenlijk stiekem een stuk hitsiger dan het ietwat tamme "Make it with chu").

Tussendoor was Joshua Homme natuurlijk dé blikvanger op het podium. Zoals hij met zijn imposante lijf geregeld als een hitsige reu tegen de flexibele lichtpaaltjes aan het schurken was, zal bij menige vrouwelijke bezoekster ongetwijfeld een vapeur of twee veroorzaakt hebben. Hij stak geregeld een sigaret op, refereerde aan het QOTSA-debuutconcert op Europese bodem (Pukkelpop editie 1998) en ontpopte zich met zijn bindteksten af en toe tot een mindfulness-goeroe en bastaardzoon van Phil Bosmans en Jomanda. En wellicht was ik de enige in het Sportpaleis die plots aan het album "Stanzas" van Henry Andersen moest denken toen Homme bij wijze van bindtekst - vrijelijk associërend - een aantal woorden opsomde (gaande van 'trash' tot 'dildo', 'dogfood', ...). 't Blijft een beer. "Al staat den Josh 2,5 uur patatten te schillen op dat podium, dan vind ik het nog dik OK" is wat dat betreft een treffende en zalige quote.

Tijdens de slotdebatten sloeg de vlam op het middenplein in de pan. "Little sister", "Sick sick sick" en "Go with the flow" is een rock-drievuldigheid waar menig beginnend groepje met graagte enkele vitale organen voor zou willen afstaan. Een ook de bissers waren verre van verkeerd, met als persoonlijk hoogtepunt "I think I lost my headache". Lekker het tempo opvoeren tijdens die vettige en repetitieve mantra-riff. Maar toen de ongezellige zaallichten na ruim 2 uur weer aanfloepten, overheerste toch een soort tantalus-kwelling-gevoel : in andere omstandigheden had dit zoveel beter kunnen zijn en had het uitstekende materiaal van "Villains" zoveel beter uit de verf kunnen komen. Het was absoluut niet slecht en zelfs een stuk beter en potiger dan tal van andere concerten die ik ooit zag. Maar het besef dat het eigenlijk nog véél beter had kunnen zijn, zorgt voor een ietwat bitter nasmaak.



Set-list :

If I Had a Tail
Monsters in the Parasol
My God Is the Sun
Feet Don't Fail Me
The Way You Used to Do
You Think I Ain't Worth a Dollar, but I Feel Like a Millionaire
No One Knows
Regular John
The Evil Has Landed
I Sat by the Ocean
Fortress
Smooth Sailing
Domesticated Animals
Make It Wit Chu
I Appear Missing
Villains of Circumstance
Little Sister
Sick, Sick, Sick
Go With the Flow
-----
Head Like a Haunted House
I Think I Lost My Headache
A Song for the Dead

12 november 2017

Sonic City (Depart Kortrijk - 12.11.2017)

Voor de tiende editie van Sonic City - ditmaal onder curatele van Thurston Moore - werd uitgeweken naar een nieuwe locatie : de voormalige NMBS-loodsen in Kortrijk, die recent werden verbouwd tot evenementenhal Depart. Het begrip 'evenementenhal' doet bij concertgangers vaak de wenkbrauwen fronsen, doch deze nieuwe locatie bleek een uitstekende plek te zijn. Met een pre-party en twee tjokvolle festival-dagen was Kortrijk dus weer heel even the place to be voor de alternatieve muziekliefhebber. Ik beperkte me tot de zaterdag. Een kort overzicht.

De drie Finse dames van Olimpia Splendid zagen we in in 2014 al op Kraak passeren. Toen was mijn oordeel nog eerder neutraal : "onthaast rammelen à volonté". Een stijlbreuk is er zeker niet gekomen, maar de meiden lijken hun stijl wel verder uitgepuurd te hebben.


Ashley Paul
De Amerikaanse Ashley Paul nestelde zich probleemloos in mijn brein en hart. Haar dwarse en experimentele uitstapjes met sax, gitaar, strijkstok, stembanden en belletjes leverden iets op wat nog het best als een soort van muzikale collage omschreven kan worden. Ik werd ter plekke een heel klein beetje verliefd.

Dat Nøught dit weekend op de affiche stond, is niet echt een verrassing. Gitarist en oprichter James Sedwards maakt immers ook deel uit van de huidige band rond curator Thurston Moore. Maar de instrumentele prog/jazz/rock/noise van dit Britse viertal toonde aan dat de plaats op de affiche terecht was. Voortgedreven door een pulserende bas en rijkelijk gelardeerd met fijn toetsenwerk, was dit uitstekend voer voor de buizen van Eustachius.

Een gitaar en een viool : meer hebben de Amerikaanse dames Marcia Bassett & Samara Lubelski niet nodig om een uitdagende drone-improvisatie neer te planten. Hun samenwerking is begonnen met het maken van experimentele soundtracks voor bestaande films, en dat was eraan te horen. Interessant, maar met te weinig variatie en gelaagdheid om te blijven boeien.

Eén van de concerten waar ik vandaag het meest naar uitkeek, was dat van de New Yorkse lo-fi rocker en bezig baasje Steve Gunn. Wat een heerlijke rustgevende vibe straalt die man uit. Simpelweg mooie liedjes, subtiele baslijnen en een lekker kabbelend americana-gevoel dat soms uitmondde in meer epische trips. Heerlijk. Gunn maakte ook even melding van het overlijden van (en bracht hulde aan) één van zijn muzikale helden : het Dead Moon-brein Fred Cole.


Mag
De Zweedse Mag (aka Magdalena Ågren) bedient zich van een trombone, een megafoon, een drumcomputer, een tot electronica-gadget omgebouwd konijn en een loop-station om een groots geluid mét beat te produceren. Ze wist hiermee - alsmede met haar ontwapende persoonlijkheid - applaus te oogsten.

De Amerikaanse gitarist Nels Cline is bij het grote publiek vooral gekend omdat hij deel uitmaakt van Wilco, maar hij is ook al jarenlang actief in de meer experimentele scene. Het is in die laatste hoedanigheid dat hij vandaag solo optrad, bijgestaan door de nodige knoppen en pedalen. Maar voor het meest indrukwekkende nummer werden de knoppen & pedalen aan de kant geschoven en werd een opvallend ingetogen maar prachtig nummer gebracht : een bewerking van "Touching", een compositie van de Amerikaanse avant garde-componiste, performer en electro-pionier Annette Peacock.

De Amerikaanse gitariste en componiste Marisa Anderson maakte indruk. Het is een ietwat struise dame die - solo op elektrische gitaar en zonder zang - zowel eigen composities brengt als bewerkingen van muziek die deel uitmaakt van de Amerikaanse blues- en folk-traditie, in het bijzonder enkele nummers van de Amerikaanse liedjesschrijver Stephen Foster (1826-1864). Bij elk nummer geeft Anderson wat achtergrond-informatie mee. Straf hoe er zoveel verhalende kracht kan schuilen in sobere gitaar-composities. Een ronduit pakkend moment diende zich aan toen een geëmotioneerde Anderson (overigens gekleed in een Dead Moon-shirt) het nummer "Resurrection" opdroeg aan Fred Cole.


Pharmakon
In 2013 stond de New Yorkse Margaret Chardiet (nom de plume Pharmakon) reeds haar ziel uit haar toen nog jonge lijf te schreeuwen op de toenmalige editie van het helaas ter ziele gegane All Tomorrow's Parties. Ik zal nooit vergeten hoe ze - doorheen haar compromisloos harde industrial noise - op centimeters van mijn neus aan het brullen was. Vanavond bleek ze van die interne woede nog weinig verloren te hebben. Briesend en ziedend stoof ze heen en weer over het podium en doorheen het publiek, om na een tornado van een half uurtje weer in de coulissen te verdwijnen.

Van Mark Kozelek, de centrale figuur van Sun Kil Moon, is geweten dat het geen gemakkelijke jongen is. En die dubieuze reputatie deed hij vandaag weer alle eer aan. Zo kreeg hij het halverwege het concert flink op zijn heupen van 'too much testosteron' in de eerste rijen van het publiek. Hij ergerde zich vooral aan één dronkaard en eiste dat de security de man in kwestie zou verwijderen uit het publiek (wat overigens niet gebeurde). Her en der weerklonk boegeroep uit de zaal. Op het einde van het concert verontschuldigde Kozelek (die geregeld een dronken of verwarde indruk maakte) zich voor zijn 'grumpy' gedrag, maar toen was het kwaad al geschied en was een waas van spanning over het concert neergedaald. Jammer, want ik hou enorm van zijn lange dagboek-achtige parlando-nummers met de vele cultural references, zoals er talloze staan op het uitstekende nieuwe album met de olijke titel "Common as light and love are red valleys of blood". Zoals het geweldige "Butch Lullaby". Wél heel grappig : Nels Cline mocht als gast de band vervoegen tijdens het nummer "Livingstone Bramble" met daarin de tekst "I hate Nels Cline". Heerlijk staaltje ironie.


Liars
De drie heren van het Amerikaanse electro-art-punk-trio Liars brachten een energieke en gedreven set. Frontman en rare kwibus Angus Andrew had voor de gelegenheid een roze outfit met bijpassende voile gekozen. Hoogtepunt van hun set was ongetwijfeld het al uit 2014 daterende "Mess on a Mission", waarvan de lekker bekkende mantra-zin "facts are facts and fiction's fiction" in deze tijden van fake news prangend actueel klonk. Maar een grote fan van deze band zal ik nooit worden. Too much pose, too little substance. Maar het publiek in de grote zaal lustte er vrolijk pap van.

Mijn hart maakte een licht sprongetje toen James Brandon Lewis als laatste naam aan de affiche werd toegevoegd. Eerder dit jaar bracht hij immers een verpletterend concert in De Singer, nog altijd één van de absolute muzikale hoogtepunten van dit jaar. En ook vanavond was het weer boenk op. De drie heren lieten liters zweet achter op het podium tijdens hun vrij korte maar enorm gespierde set, waarin wederom een enorme power en gedrevenheid geëtaleerd werd, gecombineerd met muzikaal vakmanschap. De korte sax-solo-intro van "Zen" getuigt bijvoorbeeld van heel veel kunde en beheersing. We zagen een geweldige saxofonist aan het werk die zijn eigen stem helemaal gevonden lijkt te hebben en die klaar is om de wereld te vuur en te zwaard te veroveren. Stonden o.a. ook nog op de setlist : "Lament for JLew", "Raise up off me" en "Indecision".


Thurston Moore
Curator Thurston Moore mocht vanavond de muzikale marathon afsluiten en deed dat met veel aplomb. Hij kondigt zijn band vaak aan met bizarre namen. Vanavond was dat : "we're the Blue Wave Radicals". De blijken van liefde vanuit het publiek voor drummer Steve Shelley zetten de toon voor een lekker pittige set waarin een goed op dreef zijnde en vaak glimlachende Moore met zijn typische gitaarspel en songstructuren onvermijdelijke echo's van Sonic Youth opriep. Maar hij kan zich ondertussen beroepen of tal van uitstekend materiaal uit diverse solo-albums, waarvan "Rock N Roll Consciousness" de laatste getuige is. "Cusp" werd opgedragen aan een "Free Catalonia" en "Aphrodite" aan de gelijknamige godin van de liefde (nadat nogmaals een "we love you, Steve !" vanuit het publiek weerklonk). Even filmquiz spelen met het publiek door hen te laten raden uit welke films twee citaten afkomstig zijn (in casu "A streetcar named Desire" en "The last picture show"). En bij wijze van foltering voor de moegetergde benenwagen nog een lang uitgesponnen versie van het al uit 1995 (!) daterende "Ono Soul (bow down to the queen of noise)" als bisser, waaraan uiteraard - hoe kan het anders - een lekkere lap noise aan werd vastgeplakt.

05 november 2017

Crossing Border (Den Haag - 04.11.2017)

Mijn verslagje van de 2016-editie van het Crossing Border-festival in Den Haag, eindigde ik met de opmerking "ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat dit niet de laatste keer was dat ik naar Crossing Border ging". Profetische woorden die reeds één jaar later werden waargemaakt door een bezoekje aan de 25-ste editie van dit meerdaagse 'international literature and music festival', waar muziek én literatuur aan bod komen. Met alleen vandaag al op één avond 25 acts op 8 podia in 5 locaties. En dan zie ik me toch weer genoodzaakt om bij wijze van detail-kritiek aan te halen dat je je als bezoeker noodgedwongen moet beperken tot een zeer klein gedeelte van dit aanbod. En vanavond sneuvelde het literatuur-aspect helaas opnieuw op de overaanbod-slachtbank.

Eerder dit jaar werd ik tijdens een aflevering van het uitstekende VPRO-programma Vrije Geluiden aangenaam verrast door de Cubaanse Daymé Arocena, een opvallende verschijning (bijna even breed als klein) met een klok van een stem. Ze vermengt de traditionele Cubaanse rumba met soul en jazz (het recente album 'Cubafonía' is een aanrader). Maar in de Lutherse kerk was de geluidsmix verre van goed en kwam haar muziek daardoor helaas niet ten volle tot haar recht, ook al had ik haar vlak voor het concert nog succes toegewenst toen ik toevallig in de sanitaire voorziening haar pad kruiste.

In de grote Paard-zaal etaleerde de jonge Belgische Coely haar wereld-klasse. Met het debuut-album 'Different Waters' onder de arm, strooide ze gul met positive vibes. Af en toe bijgestaan door rappers Yann Gaudeuille en lolbroek DVTCH Norris en met de uitstekende DJ Ephonk achter de draaitafel, was dit een hiphop-concert om duimen en vingers bij af te likken. De stem, de raps, de flow en de ontwapende glimlach : alles klopte. Moet ik zeker nog eens opnieuw gaan bekijken als ze met een live-band toert, maar ik vermoed dat dit niet in kleine zaaltjes zal zijn. Er is een grote toekomst weggelegd voor deze innemende jongedame.

De band rond de Britse toetsenist Kamaal Williams leek zich opperbest te amuseren in het kleine Heartbeat Hotel-zaaltje. Vooral de gulle lach en opzwepende kreten van drummer MckNasty vormden een pittig ingrediënt in de aanstekelijke - en precies vrijelijk aaneen geïmproviseerde - instrumentale groove/jazz/rock.

Het concept 'supergroep' moet altijd met de nodige voorzichtigheid benaderd worden, want maar al te vaak is in het verleden reeds gebleken dat dergelijke bands (samengesteld uit leden van diverse bekende bands) zelden het niveau van hun 'moeder'-band halen. En dat was vanavond ook helaas bij BNQT (spreek uit : banquet) het geval. De in 2017 opgerichte band bestaat uit leden van - hou je vast - Midlake, Franz Ferdinand, Grandaddy en Band Of Horses. Stuk voor stuk iconische bands met uitstekende indie-rock op hun cv. Een eerste album (simpelweg 'Volume 1' gedoopt) kwam eerder dit jaar uit, maar het waren toch vooral de band-eigen songs die vanavond weerklank kregen in de zaal. Het viel vooral op hoe de leeftijd vat heeft gekregen op de stembanden van Jason Lytle, die slechts een schim leek van zijn vroegere Grandaddy-zelve en die er tijdens de afsluitende Beatles-cover 'Revolution' wat schlemielig bijstond. De Midlake-nummers en het mooie 'Sigourney Weaver' met een gast-bijdrage van John Grant vormden de hoogtepunten van een onevenwichtig concert.

Tijdens het ingetogen concert van de belachelijk getalenteerde Melanie De Biasio was het geluid in de Lutherse kerk plots wel top. Deze Waalse etaleerde vandaag karrenvrachten charisma en présence tijdens een opvallend breekbaar en sereen concert. Tot de essentie gestripte triphop-jazz die de kerkgangers ademloos deed luisteren en die de sfeer trachtte te benaderen van haar recente album 'Lilies'. Tijdens de ietwat raar getimede toegift was de mooie bubbel gebarsten en moest de bisser voor een halflege kerk gespeeld worden, maar dat kon de pret amper drukken.

België boven vanavond in Den Haag. Na Coely en Melanie De Biasio stond er nog een Belgisch goudklompje te blinken in de persoon van Baloji. Net als tijdens zijn concert op de Antilliaanse Feesten stond hij ietwat ongelukkig geprogrammeerd - op een laat uur in een klein zaaltje van kunstencentrum Koorenhuis - en werd hij geconfronteerd met een matige opkomst. Maar dat maakte hij goed met een tomeloze energie. Qua setlist en omstandigheden dus een complete déjà vu naar de afgelopen zomer in de Blauwbossen. Hij slaagde er in een kleine zaal voor een beperkt publiek met een kleine backing-band in om de Afrikaanse ritmes in de benen van de houterige Hollanders te jagen, iets waar Orchestra Baobab in een gevulde grote zaal en met een massa muzikanten op het podium moeilijker in slaagde. Dit Senegalese gezelschap kreeg de eer om af te sluiten in de grote Paard-zaal, maar kwam vrij mak over en hun dansbare wereldmuziek miste een mespuntje pit en energie om het boven het gemiddelde uit te tillen. Tot volgend jaar, Den Haag !

30 oktober 2017

Southern Lord Presents (Melkweg - 29.10.2017)

Onder de hoede van het Southern Lord-label zijn momenteel een zeventigtal bands ondergebracht die veelal in zware genres grossieren. Doom, drone, sludge, black, punk en crust zijn hierbij de code-woorden. Als enkele interessante bands van het label gedurende één avond de podia van de Amsterdamse Melkweg mogen bevolken, dan is dat reden genoeg om naar de Nederlandse hoofdstad te sporen. Dat spoor stak echter - middels een defecte goederentrein ergens tussen Essen en Roosendaal - vertragingsstokken in de wielen, waardoor ik het Hollandse Vitamin X moest missen en ik pas tijdens de set van het Canadese trio Big/Brave binnenwaaide. Hun trage, monotone, repetitieve sludge vol distortion en prikkelende pauzes contrasteerde fijn met de schrille en hoge vocalen van de intrigerende frontvrouw Robin Wattie. Op het eerste gehoor zat er weinig variatie in hun set, maar dat heb je nu éénmaal met dit soort van minimalistische feedback-metal, die eerder mikt op de geduldige meerwaarde-zoeker dan op de quick fix.

Het Noorse zootje ongeregeld dat zich Okkultokrati laat noemen, bediende zich allerminst van minimalisme. Heavy metal die me absoluut niet van de sokken blies, maar die toch - wellicht onbedoeld - entertainend was. De bassist stuiterde over het podium als een langharige spring-in-'t-veld op speed en deed dat steeds buiten de maat van zijn eigen bas-aanslagen. Je moet het maar doen ! En de zanger zag eruit als een type dat in slechte actiefilms altijd de ietwat griezelige slechterik of de perverse potloodventer moet spelen. Maar op muzikaal vlak werden geen bakens verzet. Deze Noren openden een gevarieerd Scandinavisch drieluik, dat met het Zweedse Wolfbrigade een ietwat teleurstellend middenstuk kreeg. Aan testosteron en grimmige blikken geen gebrek tijdens de set van deze liefhebbers van wolven. Want niet alleen hun bandnaam verwijst naar de canis lupus, ook hun Facebook-naam ("lycanthro-punks") verwijst naar het weerwolf-syndroom. Maar hun hardcore had geen scherpe beet en was een copy/paste van alle genre-ingrediënten. En zo was dit vijftal geen roedel bloeddorstige wolven, maar lieten ze zich als gewillige lammetjes naar de cliché-slachtbank leiden.


Maar het Scandinavische drieluik werd op grandioze wijze besloten met het Finse Circle (zie foto hiernaast van Nick Chesnaye). Tien jaar geleden schreef ik over hun concert op Roadburn al het volgende : "Een krankzinnige mix van aanzwellende synthrock, lang aanhoudende krautloops en kitscherige operette. Elton John en Ziggy Stardust hebben gecopuleerd en een kind gebaard : zanger/jogger/toetsenist Mika Rättö. Enorm boeiende artrock die moeiteloos het niveau van goedkope aanstellerij oversteeg." Die stelling houdt nog altijd perfect stand. Met z'n allen in lelijke spandex gehuld, werd constant gedanst op het slappe koord van waanzin en kitsch. Rättö stak regelmatig een gestrekt been en blote voet in de lucht als een verknipte ballerina. Maar vergis je niet : achter deze verkleedpartij en gekke poses zat steengoede muziek. Besloten werd met de titeltrack van hun sterke laatste album ("Terminal"), een heerlijk vette rocksong met een onweerstaanbare riff die zo van Ron Asheton had kunnen zijn. En hoe het eindigde : de bandleden poseerden stokstijf in een lang aangehouden en nauwkeurig opgesteld tableau vivant. Geweldig !

Het Franse genootschap Magma werd in 1969 opgericht door drummer Christian Vander, geïnspireerd door de spirituele insteek van de laatste albums van John Coltrane en door een visioen omtrent de spirituele en ecologische toekomst van de mensheid, die zijn heil zal zoeken op de planeet Kobaïa. De teksten van de albums werden geschreven in een zelfverzonnen taal (het Kobaïaans) en de muziek laat zich best omschrijven als een soort van kunstige prog-jazz. Klinkt allemaal als drammerige en véél te serieuze arty-farty-shizzle die verzonnen is onder invloed van teveel LSD en tijdens een lange love-in sessie, maar toch slaagde de band erin om in de jaren '70 een heuse cultstatus bijeen te spelen. Strikt genomen zit de band niet in de Southern Lord-stal, maar het label brengt binnenkort wel de gelimiteerde 3-LP-box "Retrospektïẁ" uit : een weergave van drie concerten van de band in 1980 in de Parijse Olympia. Het concert van vanavond viel ei zo na in het water door bagage-problemen in de luchthaven van Kopenhagen, waardoor niet alle instrumenten tijdig in Amsterdam geraakten. Ter elfder ure kon toch her en der de nodige apparatuur bij elkaar gesprokkeld worden, zodat het concert toch kon doorgaan. Gelukkig maar, want het was een aparte maar heerlijke trip. De woordeloze of Kobaïaanse vocalen van drie zangers (twee dames en één man), het uitstekende psychedelische toetsenwerk, de prog-jams op bas en gitaar, de speech-achtige tussenkomst van drummer Vander ... en vooral die dwarse en unieke songstructuren : super. Er werden niet zozeer nummers gespeeld, doch wel lange suites : "Ëmëhntëhtt-Ré" en "Theusz Hamtaahk" passeerden de revue. De merchandise was gelukkig niet in Kopenhagen achtergebleven, zodat ik me de prachtig uitgegeven "Retrospektïẁ"-box (die de band gelukkig al in avant-première beschikbaar had) kon aanschaffen.

Van een compleet andere orde was de mokerslag die de drie New Yorkse noise/rock-veteranen van Unsane uitdeelden. Zweten, beuken, rammen, geen genade. Zo kan het dus ook, Wolfbrigade ! Maar ook al was hun set een lekker venijnige uppercut, vlak na de bevreemdende Magma-set en vlak voor Sunn O))) was het moeilijk om hiervoor in de juiste stemming te geraken. Daarvoor was de stijlbreuk net iets te groot.

Het concert van headliner Sunn O))) verschilde in weinig van hun passage in de Gentse Vooruit in 2016. Een lange vocale intro van Attila Csihar, vervolgens de opbouw naar een onwezenlijk harde drone-tsunami, een subtieler middenstuk waarin de moog en de trombone de bovenhand halen op de gitaar-golven, het opnieuw verschijnen van Csihar in zijn bekende spiegel-pak, en op het einde alles uit de kast voor een infrastructuur-verwoestende slot-drone. In de mistige omgeving (de rookmachines draaiden weer overuren) zat elke bezoeker in zijn eigen trance-cocon. Een cocon waar ik nog wel een tijdje in opgesloten zat nadat de zaallichten aanfloepten en het doek viel over de eerste editie van dit puike festival. De drukke uitgaansbuurt van het Amsterdamse Leidseplein voelde onwezenlijk aan en ik voelde me - temidden van al dat dronken gebral - als een bezoeker van de planeet Kobaïa.

28 oktober 2017

Il Gardellino : De Brandenburgse Concerti (Sint-Pieterskerk Turnhout - 27.10.2017)

Het Belgische barok-ensemble Il Gardellino ontstond in 1988 in embryonale vorm en groeide in de daarop volgende jaren - na de toevoeging van een vaste kern van strijkers - tot een gezelschap van acht musici, dat naargelang het repertoire nog wordt aangevuld met andere muzikanten. Op die manier kan een ruim repertoire bestreken worden, waarin J.S. Bach centraal staat maar waarbij ook aandacht besteed wordt aan minder bekende componisten. Vanavond stond echter een bekende klassieker op het programma : vijf van de zes Brandenburgse concerti (nummer 2 werd niet gespeeld), een verzameling concerten in diverse bezettingen die door Bach in 1721 werden opgedragen aan de markgraaf van Brandenburg (vandaar de bijnaam die nadien aan de zes concerten werden gegeven).

Elk van deze concerti heeft zijn eigen bezetting. Soms primeren de (alt)violen (zoals in nummer 3), dan weer gaat de klavecimbel met de aandacht lopen (zéér opvallend aanwezig in concerto nummer 5 met een stampvoetende speler achter de toetsen). In het meest ambitieuze concerto met de meeste onderdelen (nummer 1) trachten zelfs jachthoorns en de violino piccolo (een kleine viool die er als een stuk speelgoed uitziet) in eendracht met elkaar om te gaan. Dit laatste concerto beviel me het minst, omdat de aanwezigheid van de jachthoorns toch de harmonie wat leek te verstoren en omdat die piccolo-viool - ongeacht de inspanningen van de uitstekende Japanse vioolspeler Ryo Terakado - toch af en toe onzuiver klonk. In een kille kerk met oude instrumenten spelen in diverse bezettingen bleek trouwens geen sinecure : voor elk concerto moest uitgebreid gestemd en herstemd worden om het geluid ietwat goed te krijgen.

Op het vlak van uitvoeringen van klassieke muziek ben ik een absoluut groentje, dus ik kan er totaal geen oordeel over vellen of dit nu een goede uitvoering was of niet. Maar genoten heb ik wel, ondanks het feit dat al die wisselingen en instrumenten-stemmingen het geheel nogal rommelig deden overkomen. En tijdens die fijne muziek is het sowieso fijn om af en toe je gedachten de vrije loop te laten, of om je lodderig oog te laten afdwalen naar de bevallige Poolse violiste Joanna Huszcza, die constant met een minzame glimlach oogcontact zocht met haar medespelers doch dat contact zelden leek te vinden. En zelfs in een kille kerk is het aangenaam om je hart te verwarmen aan tijdloze barokmuziek.

27 oktober 2017

Motorpsycho (De Casino - 26.10.2017)

In een carrière die al bijna drie decennia omspant, heeft het Noorse Motorpsycho zichzelf al vaak opnieuw uitgevonden en achter menig genre een kruisje aangevinkt. Het siert Trondheims beroemdste zonen Hans Magnus Ryan en Bent Saether dat ze niet in één stramien zijn blijven steken. Van de harde metal/prog/indie van het eerste decennium, naar de meer poppy en jazzy uitstapjes in het begin van de jaren 2000, daarna terugkerend naar lange en ambitieuze prog-rock. Maar in het laatste decennium zijn ze actiever dan ooit, met niet alleen een trits uitstekende platen op hun conto, maar ook nog tal van andere projecten (de herwerking van de instrumentale suite 'The Death Defying Unicorn', het 'Here Be Monsters'-album n.a.v. de verjaardag van het Teknisk Museum, de live opname van 'En Konsert For Folk Flest' voor het Trondheimse cultuurfestival Olavsfestdagene, de soundtrack 'Begynnelser' voor het gelijknamige toneelstuk van Carl Frode Tiller, ...). Het creatieve vaatje is duidelijk nog niet afgetapt, getuige ook het puike nieuwe album 'The Tower'.

En dat moordende creatieve tempo is dan misschien wel aangenaam voor de twee core-members van de band, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Zo werd er in 2017 nog maar eens een nieuwe (ondertussen al vierde) drummer aangetrokken : Tomas Järmyr. Benieuwd hoe lang hij het volhoudt. Want niet alleen het creatieve proces ligt zelden stil bij de minzame Noren, ook hun concerten zijn lange marathons. Dat heb ik al talloze malen mogen meemaken in allerlei clubs en zalen in de Benelux. Zelden of nooit klokt een concert van Motorpsycho af onder de 2,5 uur en dat was vanavond in de fijne zaal De Casino niet anders.

Järmyr was vanavond overduidelijk de novice van de band en zocht constant het oogcontact op met Saether om diens subtiele aanwijzingen te volgen. Voor deze tournee werd een vierde bandlid aangezocht : de Noorse jazzmuzikant en multi-instrumentalist Kristoffer Lo. Deze klasbak had minder nood aan de hoofdknikjes van dirigent Saether en vulde met gitaar, zang, keyboards (en zelfs bugel) perfect de hiaten aan, die soms op het podium wel eens durven ontstaan : om de rijke rock-gelaagdheid van hun albums te benaderen, volstaat de klassieke rock-drievuldigheid drum/bas/gitaar niet altijd.

Qua setlist is het altijd gissen bij Motorpsycho. Maar de eerste nummers van hun concerten dienen steevast een dubbel doel : enerzijds om de bandleden wat in de 'flow' te laten komen, anderzijds om aan de geluidstechnicus de kans te bieden de mix op punt te stellen. Zowel Ryan als Saether zijn immers niet de sterkste vocalisten - ze zullen nooit de Noorse versie van The Voice winnen - en het is niet altijd een sinecure om hun - soms ronduit valse - stemmen ietwat goed in de geluidsmix te krijgen. Vandaar wellicht dat het concert werd afgetrapt met enkele oudere klassiekers. Zoals Year Zero (uit Little Lucid Moments, 2008), Critical Mass (uit Black Hole/Blank Canvas, 2006), Manmower (uit Blissard, 1996) en Cloudwalker (uit Behind The Sun, 2014).

Tegen de tijd dat we gearriveerd waren bij de verrassende Love-cover 'August' (opgedragen aan de in 2006 overleden Love-oprichter en songschrijver Arthur Lee), zat de mix wel helemaal goed en konden we stilaan beginnen aan het meer epische tweede gedeelte van de avond, waarbij het nieuwe album 'The Tower' centraal zou staan. Eerst nog even het subtiele en ingetogen maar machtig mooie 'Pills, Powders and Passion Plays' uit de archiefkast gehaald (uit Angels and Daemons at Play, 1997). Maar vanaf dan was het bijna al 'The Tower' wat de rock-klok sloeg.

Over dit album citeer ik uit de aankondiging ervan door de band zelve : "Musically this is in parts the hardest album Motorpsycho has perpetrated in a while, and the material runs the gamut from short and sweet to lengthy and mean - even touching on heavy or stoner rock in places. It certainly is of a rather morge explosive nature than most of their last album. Surviving yet another change in personnel, Motorpsycho bounces back and shows yet again that the band is bigger dan the individual players and that it intends to survive whatever challenges fate throws at it. The Tower is a statement of intent from a band that is very much alive and kicking : this is the start of a new era in the Psychoverse, and the album stands as proof that there's a bite in the old dog yet !"

Amen to that ! De nummers werden langer en langer. Prog-rock op z'n best waarbij je best de ogen kon sluiten en simpelweg genieten van de ronduit epische versies van pakweg 'A Pacific Sonata' en vooral 'Ship of Fools', dat over bijna 25 (!) minuten lekker potig uitgesmeerd werd.

Na de talloze Motorpsycho-concerten die ik ooit al heb bijgewoond, leverde het concert van vanavond natuurlijk geen verrassingen meer op. Maar het bevestigde wel nogmaals het feit dat de band nog altijd uitermate boeiend en uniek blijft. Je hoeft er trouwens alleen maar de setlists op na te slaan van de concerten van deze toernee : elke avond compleet anders dan de vorige. Welke band doet hen dat na ?


Setlist :

- Year Zero
- Critical Mass
- Manmower
- Cloudwalker (a darker blue)
- August
- Pills, Powders & Passion Plays
- Intrepid Explorer
- A Pacific Sonata
- The Cuckoo
- A.S.F.E.
- Lacuna/Sunrise
- Ship of Fools
- Taifun
------
- The Tower

21 oktober 2017

Bitter 3 : Andy Stott - Demdike Stare - G.H. (Trix - 20.10.2017)

Met het "bitter"-concept van Trix wordt getracht om regelmatig een affiche samen te stellen met vernieuwende en experimentele acts uit de hedendaagse elektronische muziek. Er wordt dus duidelijk niet gemikt op de fans van Dimitri Vegas & Like Mike, die hier gillend van zouden wegrennen. Een interessant concept, want elektronische muziek heeft waanzinnig veel te bieden aan de muzikale meerwaardezoeker.

De derde editie van bitter plaatste het in Manchester gebaseerde label Modern Love in de schijnwerpers, aangezien dit label 15 kaarsjes mocht uitblazen. Ik werd naar deze avond gelokt door de naam Demdike Stare, was bij mijn voorbereidings-luistersessies vooral gecharmeerd door het album "Housebound Demigod" van G.H. maar het zou toch de derde hond zijn - in de persoon van Andy Stott - die met het spreekwoordelijke been aan de haal zou gaan.

Gaz Howell (nom de plume "G.H.") bracht vorig jaar zijn volwaardige debuut "Housebound Demigod" uit, een heerlijke plaat vol tegendraadse en grimmige elektronica, waar zelfs subtiele toetsen deathmetal in te ontwaren vallen. Ook op het podium bedient Howell zich niet alleen van de obligate knoppen, maar ook van een gitaar. Helaas bleef er van de boeiende gelaagdheid van het album vanavond bitter (sic) weinig te ontdekken. Niets tegen experiment en avant-garde, maar dit ging nergens naartoe. Jammer, want de man heeft duidelijk goede smaak en een muzikaal intellect. Op het album is zijn muziek een duister zandkasteel, live slechts een poel drijfzand waarin hijzelf alras wegzonk.

Een stuk toegankelijker ging het eraan toe tijdens de set van Sean Canty en Miles Whittaker, die samen aan de knoppen draaien onder de banier "Demdike Stare". Hun laatste album (Wonderland, 2016) gooide hoge ogen. Hun donkere ambient-dub - vernuftig vermengd met dansvloer-gerichte techno-beats - lijkt een geslaagde mix te zijn. Maar toch was ik niet geheel weggeblazen door hun set. Ook hier bleek het op vinyl geperste materiaal véél interessanter te zijn dan de podium-act. En bovendien leken Canty en Whittaker regelmatig met elkaar te discussiëren. Ook niet echt bevorderlijk voor de algehele sfeer.

Maar toen kwam Andy Stott even demonstreren hoe het wél moet. Dit was duister en donker, met intelligent in elkaar gehaakte laagjes : een mespuntje dub hier, een toefje jungle-breakbeats ginds. Nooit teveel, altijd perfect gedoseerd. Nooit mikken op eenvoudig scoren, maar constant verrassen met onderhuidse wijzigingen in het elektronische tapijt. Om zonder pardon te eindigen met een soort van opbouwende emo-drone. Deze set was echt wel the bee's knees.

14 oktober 2017

Nick Cave & The Bad Seeds (Sportpaleis - 13.10.2017)



In de late namiddag van 14 juli 2015 lag onderaan de Ovingdean Gap - een krijtrots nabij het Britse Brighton - iets wat daar nooit had mogen liggen : het ontzielde lichaam van een 15-jarige jongeman. De jongen was gedesoriënteerd van de klif getuimeld na een slechte LDS-trip. Het tragische ongeval gebeurde op nauwelijks een boogscheut van de toenmalige woonplaats van zijn gezin. De jongen heette Arthur, zijn achterblijvende tweelingbroer heet Earl. Zijn moeder noemt Susie. Zijn vader : Nick Cave.

Het maakt niet uit of je een bouwvakker uit Gingelom bent, een anesthesist uit Cincinnati of een songsmid uit Warracknabeal : zo'n verlies hakt erin. Het verloop van het rouwproces is lang en onvoorspelbaar. Het verdriet nauwelijks of niet te benoemen en te verwoorden. Cave was ten tijde van dit tragische ongeval bezig met de opnames van het album "Skeleton Tree". De songs van dat album stonden in ruwe vorm al volop in de stijgers maar de laatste retouches aan de plaat - waarmee enkele maanden na die fatale dag werd begonnen - baadden volop in de naweeën en echo's van het ongeval. De nummers werden herbekeken met een nieuwe bril met donker glas en werden bijgeschaafd met een gebroken ziel als instrument.

De Britse schrijver Howard Barker liet ooit het volgende citaat optekenen : "Tragedy is the greatest art form of all. It gives us the courage to continue with our life by exposing us to the pain of life. It is unsentimental, it takes us seriously as human beings, it is not condescending. Paradoxically, by seeing pain we are made greater, it becomes a need." Het talent van de kunstenaar Cave stelde hem in staat om het verdriet te kanaliseren naar een album dat nauwelijks met een droog oog beluisterd kan worden, een album dat bij veel mensen een gevoelige snaar raakte, een album dat hoge ogen gooide in de muziekpers. Een album waardoor ook bijna profetische gaven werden toegedicht aan Cave, aangezien de meeste songteksten geschreven werden voor de val van Arthur. "You fell from the sky, crash landed in a field near the river Adur" klinkt het griezelig echt in 'Jesus Alone'.

Het album werd bij de release begeleid door een film. "One more time with feeling" werd gedraaid door Andrew Dominik, een gevierd Nieuw-Zeelandse regisseur en intieme vriend van Cave. Aanvankelijk bedoeld als een soort van 'making off'-film omtrent de nieuwe plaat, draaide de film uiteindelijk uit op een beenhard en intiem verslag van de post-ongeval-opnamesessies en op een visueel pamflet bij de plaat. De film voorzag het album van duiding en kon meteen gelden als een statement vanuit het Cave-kamp naar de buitenwereld en het journaille toe. Aanvankelijk was Cave trouwens allerminst blij met de uiteindelijke versie van de film. Onder druk van zijn omgeving besloot Cave om de film toch ongewijzigd de wereld in te laten sturen en gaandeweg begon hij - mede door de vele warme reacties op sociale media - zijn mening te herzien en ging hij de film beschouwen als een mooi en helend geschenk vanwege zijn vriend Dominik.

De Bad Seeds-retrospectieve "Lovely Creatures : The Best of Nick Cave & The Bad Seeds (1984-2014)" stond al een tijdje op stapel, maar ook dat project werd voor enige tijd uitgesteld na het overlijden van Arthur Cave. In april van dit jaar werd Lovely Creatures alsnog uitgebracht. En vanaf januari 2017 ging Cave samen met The Bad Seeds opnieuw de hort op voor een reeks concerten, dat hen achtereenvolgens naar Oceanië, Noord-Amerika en Europa bracht. Het was evident dat dit geen gewone concertenreeks zou worden, maar een uiterst moeilijke evenwichtsoefening : hoe het gevoelige nieuwe materiaal geloofwaardig op de planken brengen én integreren met de rijke Bad Seeds-geschiedenis ? Om Cave hierover te citeren (uit het uitstekende interview op Noisey) : "All-consuming sonic atmospheres that spread out to fill venues in a cathedral-like way, slowly building through the show, into something that's pretty mind boggling. There's been a kind of — I don't wanna get overboard about this — but there has been a gradual sort of shift away from concerts that are purely confrontative concerts into something that's much more about a gathering up as people, and a communal thing. And this new show—and this was happening with Push The Sky Away — is just really amazing in that way. It's really extraordinary."

Eigenlijk vat dat citaat het hele concert in het Sportpaleis samen. Die vermaledijde evenementenhal aan de Schijnpoortweg was vanavond voor een paar uur niet de vertrouwde lelijke bunker, maar was een kathedraal waar troost, schoonheid, kunst, charisma, rauwheid en nog een trits andere dure woorden een afspraak hadden met elkaar om te incarneren in het lichaam van een 60-jarige Australische muzikant. In de dagen na het concert verscheen de ene laaiend enthousiaste review na de andere. Benevens het feit dat ze het magische concert van vanavond quasi unaniem uitriepen tot het concert van het jaar en overlaadden met torenhoge cijfers en maximale sterren-quoteringen, hadden al deze reviews ook nog het volgende gemeen : het waren stuk voor stuk nobele pogingen om iets in woorden uit te drukken wat in feite - net zoals het verdriet om het verlies van een kind - nauwelijks uit te drukken valt. Lange beschrijvingen en omschrijvingen en semi-poëtische bespiegelingen van wat zich eigenlijk best laat samenvatten als "a communal thing" uit het vermelde citaat van Cave. Al schrijf je 10.000 woorden : het communal thing moet je beleven om het te ervaren. En daarom schiet elke review tekort, ook de mijne.

Over elk nummer uit de setlist valt wel een apart hoofdstuk te schrijven. Alsook over dat aandoenlijke fysische contact dat Cave constant opzocht met de eerste rijen, over de handen die zich naar hem uitstrekten, over de regelmatig herhaalde mantra uit de geweldige kopstoot 'Higgs Boson Blues' ("Can you feel my heartbeat ? BOOM BOOM BOOM !"), over wat voor een geweldige muzikanten die Bad Seeds wel niet zijn, over de waanzin die Warren Ellis als een soort Down Under Alverman uit zijn diverse instrumenten puurt, over het opvallend goede geluid in de Schijnpoort-bunker, over de groot geprojecteerde Deense zangeres Else Torp tijdens 'Distant Sky', over het grappig uitschuivertje aan het begin van "Into My Arms" (pardoes het nummer inzetten met de tweede strofe), ...


Na aldus "Into My Arms" ongewild een beetje ontmijnd te hebben, kwam een emotionele dubbelaar waar je alleen met klamme handen, een droge tong en een beneveld netvlies naar kon kijken en dat voor mij nog hoogtepunt-er was dan al die andere hoogtepunten. "I knew the world it would stop spinning now since you've been gone. I used to think that when you died you kind of wandered the world" klonk het in "Girl In Amber". En dan "I Need You" : "nothing really matters, nothing really matters when the one you love is gone". Op het - zeer schaars gebruikte - projectiescherm achter de band werden kort enkele stills getoond uit "One More Time With Feeling". Cave's echtgenote Susie Bick op het strand van Brighton, er ronddwalend als een zwarte schim, wandering the world. Bijna als een schilderij van een parallelle wereld die niet helemaal in sync is met de echte wereld. Een beetje zoals 'Uncle Rudi' van Gerhard Richter.

In 2009 bracht Nick Cave de roman "The Death of Bunny Munro" uit, een somtijds hilarische roman die zich afspeelt in en rond Brighton. De losbandige en seksueel geobsedeerde vertegenwoordiger uit de titel moet zorg dragen voor zijn zoon Bunny Junior na de zelfmoord van zijn vrouw, maar is daartoe niet in staat en lijkt onafwendbaar zijn eigen dood tegemoet te racen. "I am damned", zo begint de roman. Bunny Munro laat zich interpreteren als een alter ego-afspiegeling van Nick Cave in zijn eigen jeugdige zonde-overgoten jaren van drank- en drugsmisbruik. Het is de krankzinnige ironie van het lot dat in het echte leven Bunny Junior vroegtijdig het leven heeft moeten laten en dat Bunny Senior gedoemd is om zijn zoon te overleven. En op een héél héél héél perverse manier - en ik besef terdege dat dit een beschamende gedachte is - moeten we daar bijna blij om zijn. "Better than alcohol, music can serve as a natural intoxicant, used for both celebrating and coping." las ik ooit. Pakweg 20.000 mensen hingen vanavond geïntoxiceerd aan de lippen van een gelouterde en charismatische performer zoals er nog maar weinig rondlopen.



Setlist :

Anthrocene
Jesus Alone
Magneto
Higgs Boson Blues
From Her to Eternity
Tupelo
Jubilee Street
The Ship Song
Into My Arms
Girl in Amber
I Need You
Red Right Hand
The Mercy Seat
Distant Sky
Skeleton Tree
-----
The Weeping Song
Stagger Lee
Push The Sky Away

    07 oktober 2017

    Lee Ranaldo (Les Ateliers Claus - 06.10.2017)

    Er moet iets in de Belgische bodem zitten dat een zekere aantrekkingskracht uitoefent op de voormalige Sonic Youth-leden Thurston Moore en Lee Ranaldo. Moore cureert binnenkort het Sonic City Festival en resideert in november een paar dagen in Les Ateliers Claus voor concerten en opnames. En ook voor Ranaldo zijn het drukke dagen in het Vlaamsche Land met concerten in Les Ateliers Claus en in de N9 in Eeklo, met de tentoonstelling "New Works" in de Gentse Galerie Jan Dhaese en met de tentoonstelling "Lost Ideas" in Cultuurcentrum De Steiger in Menen. Aan deze laatste tentoonstelling van grafisch werk koppelde hij ook nog een 'participatieve performance' van "The Shibuya Displacement", een soundscape die Ranaldo maakte toen hij in 2006 in Tokyo verbleef en er opnames maakte van de metro-aankondigingen in het Shibuya-station.

    Maar vanavond stond zijn nieuwe album "Electric Trim" centraal. In een heel intieme setting (een uitverkocht zaaltje van +/- 120 mensen die bijna op de schoot van Ranaldo zaten) bracht Ranaldo - solo op akoestische gitaar - uitgepuurde versies van vooral nieuw materiaal, aangevuld met enkele oudere songs (zoals het frisse "Off The Wall" uit het album "Between the Times and the Tides" uit 2012).

    Van het solo-werk van Ranaldo hebben me altijd de experimentele platen (zoals "Amarillo Ramp", "Frome Here To Infinity" of "Scriptures of the Golden Eternity") meer aangetrokken dan zijn conventionelere song-albums, waar telkens wel pareltjes te ontdekken vallen maar die voor het overige qua sound maar vooral qua songteksten geen onuitwisbare indruk nalaten. En zo was het ook bij de eerste luisterbeurt van "Electric Trim".

    Maar de zeer intieme setting van het concert van vanavond, alsook het feit dat hij over de meeste nummers kort uitweidde en aldus van een persoonlijke toets voorzag, wierp een nieuw licht op het solo-materiaal van Ranaldo. Zoals over "Circular" : een nummer dat tracht een inzicht te bekomen in de intrigerende werking van dagdagelijkse routines van het leven : gaande van het ochtendlijke kopje koffie tot het slaapritueel.  Bij titeltrack "Electric Trim" bracht Ranaldo de Amerikaanse auteur Jonathan Lethem onder de aandacht. Ranaldo schreef veel van de teksten van het nieuwe album samen met deze schrijver en "Electric Trim'"was het eerste resultaat van hun samenwerking.

    Over "Uncle Skeleton" had Renaldo een heel filmische uitleg : "My attempt to write one of those cowboy-songs like rock-bands in the sixties did, like El Paso. Jonathan had a good hand in the lyrics on this one. We tried to reconcile a couple of different forces at work and we ended up with one of those things, like when you go to the movies to see a Western. They mix up the reels an they play four reels of one movie and three reels of another movie and in the middle two trains crash in the middle of the screen and everything kinda falls apart." Een stuk minder lyrisch was de uitleg over het ietwat magere beestje "New Thing" (dat echter wel een oorwurm bleek te zijn in de dagen na het concert) : een liefdes-ode aan het internet.

    Eén van de hoogtepunten van het concert was ongetwijfeld "Thrown over the Wall", zijn protestnummer van "resistance" tegen de "conservative wave of power that swept through my country recently and is moving across Europe and South-America. A last ditch of an old white mans attempt to hold on to the power and to the old ideologies of the forties and fifties. Instead of looking ahead at equal rights and anti-gun rights. When was the last time you seriously contemplated the risk of nuclear war ? 40 years ago maybe ? Well, here it is again." Ranaldo op z'n grimmigst.

    Op plaat is "Last Looks" een duet met Sharon Van Etten. Het nummer werd geïnspireerd door de kreet "Last Looks'"die Ranaldo regelmatige hoorde slaken wanneer hij opnames bijwoonde van de HBO-reeks Vinyl (Ranaldo schreef muziek voor de pilot van de serie), een uitspraak die doelt op het gebruik om - nét voordat de camera's in gang schieten - nog enkele schmink- of kledij-aanpassingen te doen "to make everything look perfectly fake for the camera". Ranaldo hergebruikte deze terminologie om een ode te schrijven aan enkele dierbaren die hem de voorbije jaren ontvallen zijn.

    Het laatste half uur van het anderhalf uur durende concert was weggelegd voor drie oudere songs. Om te beginnen met "Ambulancer", een emotionele song uit "Last Night On Earth" (2013). De begin-riff van het nummer deed Ranaldo denken aan 'Ambulance Blues' van Neil Young, hence the name. Vervolgens het van jeugdsentiment druipende "The Rising Tide", een "see fairing song" over de gelijknamige boot die in de tuin van een jeugdvriend lag en waar Ranaldo veel vertoefde na school om er - zoals pubers doen - te worstelen met de grote "teenage questions". "Where are we going ? How are we going to get there ? What are we going to do ? In ten years from now, will you still know who I am ? Will we still be friends ?". Weten dat de wereld klaar is om zich aan je te openbaren, alleen nog niet weten hoe en wanneer het zal gebeuren. Tijdens de enige bisser mocht de geest van Lou Reed even rondwaren in het kleine zaaltje in Sint-Gillis middels de mooie Velvet Underground-cover "Ocean".

    De erfenis van Ranaldo zal toch wel vooral zijn bijdrage aan Sonic Youth blijven, maar het blijft ook nu nog een intrigerende figuur, die de diverse aspecten van zijn creatieve brein blijft exploreren in grafisch werk, in experimentele sounds én in traditionele song-structuren. Van dat laatste kregen we vandaag een warme en enthousiast gebrachte staalkaart.


    Setlist :
    - Moroccan Mountains
    - Let's start again
    - Circular (right as rain)
    - Electric Trim
    - Off The Wall
    - Uncle Skeleton
    - New Thing
    - Thrown over the wall
    - Last Looks
    - Ambulancer
    - The Rising Tide
    -----
    - Ocean

    06 oktober 2017

    Das Wunder der Heliane (Opera Antwerpen - 05.10.2017)

    De kansen om deze quasi vergeten opera van de Oostenrijkse Joodse componist Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) op de planken te zien, zijn dun gezaaid. De opera kende zijn première in 1927 in Hamburg. Julius Korngold, de tirannieke vader van de componist en een gevreesd muziekcriticus, had zijn zoon al van jongs af aan tot wonderkind gebombardeerd en lanceerde - n.a.v. de première van Das Wunder - een lastercampagne tegen een andere populaire opera van dat moment. Die campagne keerde zich echter als een boemerang tegen Das Wunder en de publieke opinie keerde zich tegen vader en zoon Korngold. En toen de Nationaal-Socialisten de opera verboden, was dat de definitieve kaakslag voor het werk dat nochtans door Erich Korngold als zijn eigen meesterwerk werd beschouwd. Korngold week uit naar de USA, kwam eindelijk onder het juk uit van zijn strenge vader en bouwde een succesvolle carrière uit als filmcomponist in Hollywood. Ondertussen was Das Wunder volledig tussen de plooien van de muziekgeschiedenis gevallen, totdat de Koninklijke Opera Gent in 1970 het werk terug op de planken bracht. En nu - 90 jaar na de creatie - neemt de Vlaamse Opera opnieuw de handschoen op om dit uitdagende werk te presenteren.


    Foto Annemie Augustijns
    Het verhaal - een libretto van Hans Müller-Einigen dat gebaseerd was op een mysterie-spel van de zeer jong gestorven Oostenrijkse schrijver Hans Kaltneker - is schijnbaar eenvoudig maar staat bol van de in die tijd in zwang zijnde mystiek en symboliek. Een Vreemdeling arriveert in het land van de Heerser. Het hart van de Heerser is bezwaard omdat zijn liefde voor zijn echtgenote Heliane niet door haar beantwoord wordt en daarom heeft de Heerser alle vrolijkheid in zijn land verboden. De charismatische Vreemdeling heeft echter deze wet overtreden en wordt daarom ter dood veroordeeld. Heliane zoekt de Vreemdeling op in zijn cel. Er springt een vonk over en Heliane gunt de Vreemdeling een blik op haar naakte lichaam, zonder zich echter aan hem te geven. Ondertussen was de Heerser van plan om gratie te verlenen aan de Vreemdeling, op voorwaarde dat die zijn charmes zou aanwenden om Heliane te leren houden van de Heerser. Maar de Heerser betrapt de naakte Heliane, meent dat er sprake is van overspel en beveelt dat een proces gevoerd wordt tegen Heliane.

    Het proces wordt gevoerd onder leiding van een Blinde Opperrechter. Heliane ontkent het overspel. Om Heliane te ontlasten, beneemt de Vreemdeling zich van het leven. De Heerser beveelt woedend dat Heliane een godsoordeel moet doorstaan : als ze dan toch zo rein en zuiver is, moet ze in staat zijn om de Vreemdeling opnieuw tot leven te wekken. Onder druk van het bloeddorstige volk stort Heliane echter in en geeft ze toe dat de Vreemdeling heeft liefgehad. De Heerser geeft haar nog een laatste kans maar ze weigert zich echter hem te geven. Ze staat op het punt geëxecuteerd te worden, wanneer het Wonder zich alsnog voltrekt. De Vreemdeling is herrezen. Hierop ontsteekt de Heerser in woede en doodt hij Heliane. De Vreemdeling grijpt in, zet de Heerser af, bevrijdt het volk en herenigt zich met Heliane in het bovenaardse....


    Foto Annemie Augustijns
    Op de keper beschouwd is dit een verhaal van twee tegenpool-mannen en hun liefde voor één vrouw. De uitdaging van dit werk lag dus niet zozeer in de enscenering van dit verhaal. Geen overvloed aan decor-wissels en technische ingrepen. Enkel kostuums en decors die associaties oproepen aan dorheid, aan schraalheid, aan kilte. De decors krijgen doorheen de drie bedrijven slechts vrij beperkte wijzigingen. De uitdaging lag echter des te meer in de muzikale eigenschappen van het werk. Ik ben geen kenner, maar zelfs mijn amateuristisch oor had wel door dat dit een topzwaar georchestreerd stuk is dat het uiterste vergt van het orkest en van het koor en niet in het minst van de solisten. Voor dit stuk moest werkelijk alles uit de kast gehaald worden, tot en met een kinderkoor dat vanuit de nok van het opera-gebouw het stuk mocht inleiden.


    Foto Annemie Augustijns
    En Das Wunder biedt ook meer dan voldoende voer voor de liefhebbers van symboliek. In het begeleidend programma-boekje wordt bijvoorbeeld uitgeweid over de rol van de Vreemdeling als Profeet in een verdorven land. Over de compleet verdorde relatie tussen vader en zoon Korngold en de impact daarvan op de emotionele woestenij die overheerst in Das Wunder. Over de noodzaak aan het geloof in wonderen. Maar vooral - en dat is het aspect dat me het meeste trof - over de tragiek van de tiran. De Heerser - briljant vertolkt door de IJslandse bas-bariton Tómas Tómasson - is geen één-dimensionale slechterik, maar eerder het slachtoffer van tragische omstandigheden en van de onmacht om eraan te verhelpen. Hij is niet zozeer een bloeddorstige dictator, maar een eenzaam en bitter man. Meer nog dan blij te zijn voor de hemelse hereniging van de Vreemdeling en Heliane, overheerste het gevoel van medelijden met deze misbegrepen man.

    Kortom : een veeleisende maar ongemeen boeiende opera, waarin reeds duidelijk de filmische kwaliteiten te horen zijn van de muziek van Korngold, die later zo goed zou blijken te passen in Hollywood. En die soundtracks waren niet toevallig vaak begeleidende muziek bij films waarin de notoire Errol Flynn als een soort vrijbuitende Vreemdeling tekeerging tegen tirannieke heersers.