17 mei 2017

SKaGeN : Uw rijk kome (Kapel Merksplas Kolonie - 16.05.2017)
















Theatergezelschap SKaGeN heeft me in het verleden al vaak weten te prikkelen en te vermaken. Maar zelfs de besten maken al eens een uitschuiver. En helaas dienden we vanavond getuige te zijn van een uitschuiver van formaat, in die mate zelfs dat ik zonder schroom gewag durf te maken van één van de zwakste producties die ik de laatste jaren heb mogen aanschouwen. De premisse bood nochtans voldoende mogelijkheden : sluit twee mannen op in een kamer, laat hen discussiëren over diverse onderwerpen vanuit een (anti)religieus perspectief en laat de rol van één van die mannen vertolken door de geweldige rasacteur Valentijn Dhaenens. Dan kan er toch weinig mis gaan, zou je denken ?


De twee protagonisten treden aan in een hotelkamer-achtige setting, schraal bemeubeld met een sofa een een tafel met stoelen. Via een aan het plafond gemonteerde spiegel wordt het publiek een blik gegund op een tweede kamer, die dienst doet als sanitaire ruimte en als keuken. De instructies aan de twee mannen worden gegeven door een computer-stem (vertolkt door Clara Van den Broek, die dienst doet als een soort nieuwe, alwetende en zich razendsnel ontwikkelende God-op-de-achtergrond-computer). En dan beginnen de clichés zich op te stapelen : de ene man (vertolkt door Mathijs Scheepers) is een obese kardinaal met boertige eetgewoontes die zich hitsig laat maken door de verleidelijke vrouwelijke computer-stem (in die mate dat hij bronstig de sofa bestijgt). Hij tapt graag wijn uit een kraantje dat uit de muur komt, maar hij moet wegens zijn obesitas rare bewegingen maken om bij het laag geplaatste kraantje te geraken. De eerste keer dat deze 'grap' gemaakt werd, vond ik het vrij platvloers. Helaas werd deze mislukte poging tot humor nog meerdere malen herhaald ...

En ook man nummer 2 is geheel en al opgetrokken uit clichés, wat zelfs door Dhaenens niet recht-geacteerd kan worden : het is een atheïstische procureur des konings, een intellectueel van links allooi (compleet met ringbaard) die worstelt met een knoert van een voorspelbaar geheim (o verrassing der verrassingen : het is een verdoken homoseksueel met pedofiele neigingen).


De computer reikt aan de twee mannen verschillende onderwerpen aan waarover ze dan met elkaar in discussie moeten treden. En deze onderwerpen zijn volledig in 'sync' met de twee cliché-mannetjes. Alsof er geen andere onderwerpen zijn waarover een naar seks verlangende kardinaal/bourgondiër en een atheïstische homo/pedo-intellectueel met elkaar in de clinch kunnen gaan, gaat het over... : abortus, homoseksualiteit en islam. Geeuw. Ondertussen 'pingt' in de keuken constant de microgolfoven en wordt de ene na de andere maaltijd op tafel gebracht. En elke maaltijd biedt dan weer de gelegenheid voor nieuwe platte humor : de kardinaal die zijn mond veelvuldig afveegt aan het tafelkleed, de procureur die een mannetje boetseert uit puree (waarbij een worstje het voorwerp uitmaakt van een zwakke penis-grap), spaghetti die in het rond vliegt, een ei dat in een glas wijn belandt en aldus wordt opgegeten, een tafelpoot die tijdens een schermutseling afbreekt ... Af en toe verdwijnt de procureur naar de keuken waar hij tracht een steeds groter wordende bloedvlek in het tapijt weg te schrobben (de symboliek daarvan ontsnapte me). Dat bood telkens aan de kardinaal de kans om opnieuw in gesprek te komen met de vrouwelijke computerstem (het leek aldus - op het gênante af - op een goedkope rip off van de film "Her" met de kardinaal als Joaquin Phoenix en de computer-stem als Scarlett Johansson).


De twee mannen worden in hun gekwetter af en toe onderbroken door een mannelijke achtergrond-stem, die zogezegd vanop straat staat te roepen naar de hotelkamer. Deze anonieme persoon gooit op een gegeven moment een steen door het raam en schreeuwt dan allerlei verwensingen naar het hoofd van de procureur. Het blijkt om één van de 'slachtoffers' van de procureur te gaan. In compleet onnodig grafische bewoordingen (in een amechtige poging om het stuk toch nog wat gravitas te geven) omschrijft dit slachtoffer pijnlijk gedetailleerd het seksueel misbruik waaraan de procureur zich ooit bij hem schuldig maakte. En na deze pijnlijke scheldtirade 'pingt' de microgolfoven opnieuw en trekt de volgende boertige maaltijd zich op gang alsof er niks gebeurd is.

Na deze aaneenschakeling van voorspelbaarheid en boertigheid was het des te pijnlijker om vast te stellen dat zelfs de discussies over de aangereikte topics (toch de kern van het stuk) nergens naartoe leidden en noch aan de twee protagonisten noch aan het publiek enige catharsis of nieuwe inzichten boden. En ook de vrouwelijke computer-godheid wist weinig meer aan te dragen dan een handvol holle zinnen om de frustraties van de kardinaal nog wat op te poken. Conclusie : leuke premisse die qua uitwerking echter deed denken aan inspiratie-loos haastwerk en die in elkaar zakte als een mislukte soufflé. Het zou van zelfkennis en ironie getuigd hebben indien daadwerkelijk een soufflé één van de maaltijden van de avond was geweest. Ik bleef alvast - al die maaltijden ten spijt - serieus op mijn honger zitten. Een avondje cinema met "Her" en "La grande bouffe" lijkt het aangewezen medicijn.

01 mei 2017

Oumou Sangaré (Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven - 28.04.2017)

De Malinese zangeres Oumou Sangaré (°1968) is niet alleen de "zangvogel uit Wassoulou" (een regio rond het 3-landenpunt van Mali, Ivoorkust en Guinee), die al op jonge leeftijd grote successen kende als ambassadrice van de rijke vertel-muziek in de traditie van de West-Afrikaanse griot. Ze is ondertussen ook een succesvolle zakenvrouw die hotels uitbaat en zelfs een eigen automerk op de markt heeft gebracht (de zogenaamde 'Oum sang' - zie dit artikel). En ze is en passant ook nog een rolmodel voor veel Afrikaanse vrouwen omdat ze gevoelige onderwerpen (zoals vrouwenbesnijdenis) in haar songteksten niet schuwt. Gelet op dit drukke bestaan is het niet verwonderlijk dat haar solo-albums slechts met lange tussenpozen van de Malinese band rollen. Maar over enkele dagen is het weer zover : dan verschijnt na vele jaren eindelijk een nieuw album ("Mogoya") op het Franse label No Format. Om het Westerse publiek alvast warm te maken voor deze nieuwe release, passeerde de Malinese diva langs enkele Europese podia, waaronder vanavond het Muziekgebouw Frits Philips.

Aan deze concertzaal zal ik echter helaas geen al te beste herinneringen bewaren. Op zich was mijn zitplaats ideaal : centraal voor het podium, op de eerste verhoogde rij achter de parterre-stoeltjes. Perfect, zou je denken. Ware het niet dat de parterre-stoeltjes gescheiden werden door een belachelijk brede middengang (zodat ik dus vanop mijn centrale plek in deze leegte staarde). En bovendien waren de eerste rijen van de twee parterre-beuken onbegrijpelijk ver van het podium verwijderd. Hierdoor ontstond een bijna onoverbrugbaar gevoel van afstand t.o.v. de performer. Zo leek ook Sangaré het aan te voelen, want na enkele nummers maande ze het publiek aan om hun zitjes te verlaten en de beentjes los te schudden. Vanop mijn zitplaats was dit helaas niet mogelijk, zodat ik me al zittend diende te laven aan de meest harkerige en houterige bewegingen van stramme Hollanders, die ik in mijn leven ooit gezien heb. Uiterst vermakelijk en vol goede bedoelingen, dat wel.

Bovendien verliep de communicatie met het Nederlandse publiek niet al te vlot. Sangaré is amper de Engelse taal machtig en bediende zich vooral van Afrikaans-Frans in haar bindteksten, die grotendeels in Nederlandse dovemansoren vielen. Maar Sangaré zou geen succesvolle muzikante en zakenvrouw geworden zijn zonder obstakels te overwinnen. Dus ook een afstandelijke zaal-indeling en een kluitje stramme Hollanders wist ze met een sterke podium-présence, met een uiterst krachtig stem-geluid en met een strak spelende Frans-Afrikaanse backing-band te overwinnen. Van de backing-band dienen vooral de uit Burkina Faso afkomstige achtergrondzangeres Kandy Guira (wat een energie !) en de ngoni-speler (zijnde een traditioneel West-Afrikaans snaarinstrument) Abou Diarra vermeld te worden.

Uiteindelijk had dit concert dus wel degelijk uitstekende momenten. Maar vooraleer de vlam een beetje in de pan sloeg, waren we al een klein half uurtje onderweg. En na een dik uur begon er al een véél te lang uitgesponnen versie van "Yala" (ruim twintig minuten) om elk lid van de band uitgebreid voor te stellen en een solo te laten doen. Ironisch genoeg kwam het mooiste moment van de avond niet van Sangaré of van één van haar muzikanten, maar wel van een dame die uit het publiek werd geplukt en die tijdens "Yala" even een kort stukje mocht zingen. Het bleek om de Marokkaans-Nederlandse zangeres Karima El Fillali - blijkbaar een oude bekende van Sangaré - te gaan, die op de West-Afrikaanse muziek een prachtig stukje Arabische zang uitstrooide. Kippenvel-momentje zoals er vanavond te weinig waren. Na een klein anderhalf uur viel - zonder bisser - het doek over deze ietwat rare avond.

30 april 2017

Mooov Filmfestival 2017

The Long Excuse (Miwa Nishikawa, 2016 - Japan)

Twee goede vriendinnen komen samen om in een busongeval. De ene vrouw was de echtgenote van een gevierd auteur, die uitgerekend op het ogenblik van het ongeluk een scheve schaats rijdt. De auteur zoekt troost bij het gezin van de overleden vriendin van zijn overleden vrouw en knoopt een vriendschap aan met de andere weduwnaar - een eenvoudige chauffeur - en zijn twee jonge kinderen. Hij vindt daar de nodige warmte én het broodnodige perspectief om zijn eigen leven en zijn carrière terug op de rails te zetten...

Fijngevoelig drama waarin wel een tikje teveel gedanst wordt op het slappe koord waar menig tearjerker ooit al afdonderde. Minder gedoseerd dan het oeuvre van de meester Koreeda, maar diens werk is natuurlijk hors catégorie. Desalniettemin een genietbare crowd-pleaser.






A Quiet Dream (Lu Zhang, 2016 - Zuid-Korea)

Een grauw voorstadje van Seoul. Een gammele bar wordt uitgebaat door een mooie jonkvrouw, die uit China teruggekeerd is om voor haar gehandicapte vader te zorgen. Drie losers hangen rond haar als een mot rond een kaars : een kleine crimineel, een overloper uit Noord-Korea en haar licht spastische verhuurder. Alle drie hengelen ze naar de aandacht van de jonge vrouw. Maar een mysterieuze vreemdeling gooit op dramatische wijze roet in het eten van de drie verschoppelingen...

Gefilmd in zwart/wit en af en toe onderbroken door korte, surrealistische tussenshots. Pas in de laatste shots - na een dramatisch voorval - wordt opnieuw in kleur gefilmd. Misschien een tikje té kunstig naar de smaak van velen en emotioneel nogal afstandelijk, maar ik kan dergelijke cinema wel pruimen. Typische festival-film.






After The Storm (Hirokazu Koreeda, 2016 - Japan)

Ooit was Ryota een gevierd auteur, maar ondertussen tracht hij de eindjes aan elkaar te knopen door te werken in dienst van een privé-detective. Hij verdient hiermee amper genoeg om de alimentatie bijeen te schrapen en ziet daarom zijn jonge zoon minder vaak dan hij zou willen. Stiekem maakt hij misbruik van zijn job om zijn ex-vrouw te bespioneren. Zijn vader is pas overleden en hij springt nog vaak binnen bij zijn uiterst kranige moeder. Op een dag wordt de stad getroffen door een tyfoon. Bij wijze van toeval moeten Ryota, zijn ex-vrouw en hun zoontje de nacht doorbrengen in het appartement van de moeder van Ryota...

Koreeda werkt met deze film gestaag verder aan wat stilaan een indrukwekkend oeuvre genoemd kan worden. Opnieuw een mix van perfect afgemeten emoties en ontwapenend natuurlijk presterende acteurs. Meer dan ooit is Koreeda de erfopvolger van Yasujiro Ozu.




Crosscurrent (Yang Chao, 2016 - China)

Een jonge man erft de gammele goederenboot van zijn overleden vader en vaart er de Yangtze-rivier mee af om er smokkelwaar mee te vervoeren. Hij vertrekt in Shanghai en vaart de rivier af naar de bron, samen met een kapitein en een scheepshulpje. In het scheepsruim vindt hij een oude dichtbundel en hij raakt gefascineerd door de poëzie, die gelinkt is aan verschillende plekken waar de boot aanmeert. Hij ontmoet aan de oever al snel een mooie vrouw en heeft een korte maar hevige erotische ontmoeting met haar. Telkens wanneer hij met zijn boot ergens aanmeert, ontmoet hij de jonge vrouw opnieuw in verschillende gedaanten. Ze moet wel een riviergeest zijn ...

Topzware brok filmpoëzie en wellicht quasi onverdraagbaar voor een Westers publiek zonder voorkennis van de Chinese taal, van symboliek en van Oosterse religie. Maar de scenografie van Ping Bin Lee - die ook aan "In the mood for love" en "The assassin" werkte - is verbluffend.





La Region Salvaje (Amat Escalante, 2016 - Mexico)

De kijker weet al heel snel wat voor vlees hij/zij in de kuip heeft : in het openingsshot zien we een naakte vrouw kronkelen van seksueel genot en zien we rare tentakels wegglibberen uit haar schaamstreek. Het glibberige creatuur - waarover alle verdere uitleg uitblijft - is een buitenaards wezen dat genot kan verschaffen maar ook pijn kan toedienen. En dat ontdekt ook een andere vrouw, die gevangen zit in een ongelukkig huwelijk met een verdoken homoseksueel, die een seksuele relatie heeft met haar eigen broer...

Ik moest enerzijds denken aan 'Batalla en el cielo' van Carlos Reygadas (controversiële seksscènes gemengd met sociale kritiek) en anderzijds aan 'Melancholia' van Lars Von Trier (de dreigende shots met onderliggende drone-soundtrack). En wat bleek tijdens het live-interview met de aanwezige regisseur na de voorstelling ? Hij is een kennis van Reygadas en deed een beroep op de cinematograaf van Von Trier !





Neruda (Pablo Narrain, 2016 - Chili)

De gevierde en charismatische Chileense dichter Pablo Neruda komt eind jaren '40 in nauwe schoentjes te staan wanneer zijn nadrukkelijke communistische sympathieën niet langer getolereerd worden door het regime. Hij duikt onder en gaat op de vlucht. Maar hij wordt op de hielen gezeten door een gedreven jonge politieman...

Ik ben niet vertrouwd met 's mans werk, maar deze a-typische biopic (over een kort deel van het leven van de dichter) slaagde er wel in om mij te prikkelen. Neruda wordt - temidden een prachtig geënsceneerd decor dat de tijdsgeest mooi vat - neergezet als een charismatische halfgod die een publiek begeestert wanneer hij op erudiete wijze zijn poëzie declameert. En dat publiek kan bestaan uit linkse intellectuelen of uit hoertjes, want Neruda zoekt graag de zelfkant van de maatschappij op. Met de nooit teleurstellende Gael Garcia Bernal in de rol van de ambitieuze politieman.





The Handmaiden (Chan-wook Park, 2016 - Zuid-Korea)

Een jonge dievegge wordt door de leider van de dievenbende als kamermeid tewerkgesteld bij een rijke en mooie maar ietwat afstandelijke en schijnbaar frigide vrouw, die bij haar dominante oom woont (een excentrieke boekenverzamelaar). Het plan : de leider van de bende zal zich voordoen als een graaf, zal de vrouw verleiden en met haar huwen en zal haar nadien in een gekkenhuis doen belanden en haar van haar fortuin beroven. Aan de dievegge de taak om dit plan vlot te laten verlopen. Maar er ontstaan vonken tussen de dievegge en de vrouw ...

De regisseur van het briljante "Old Boy" doet het weer ! Een geraffineerde, stijlvolle, sprankelende, erotische en verrassende vertelling, waarbij hij de roman "Fingersmith" van Sarah Waters (waarop de film gebaseerd is) alle eer aandoet. En ook Waters zelf was uiterst tevreden met deze adaptatie van haar roman, zoals ik recent nog kon horen uit een interview met haar.





The Woman Who Left (Lav Diaz, 2016 - Filipijnen)

Renata zit al 30 jaar in de gevangenis voor een moord die ze niet beging. Een mede-gevangene bekent uiteindelijk de moord en de ware toedracht : de moord werd gepleegd in opdracht van een rijke gangster met de bedoeling Renata achter de tralies te doen belanden omdat zij haar relatie met de gangster verbrak. Nu ze plots en onverwacht terug vrij komt, zoekt ze vergelding en gaat ze op zoek naar de gangster ...

Gefilmd in zwart/wit, met statische shots, quasi zonder soundtrack en met een lengte van bijna 4 uur : dit is cinema voor geoefende kijkers en voor liefhebbers van slow cinema à la Béla Tarr of Ming-liang Tsai. Voor mensen als mij dus. Eén woord : wauw. Briljante cinema. Geen bloederige wraak-film op z'n Tarantino's, maar aangrijpend en diep-menselijk. En met enkele onvergetelijke personages : de bultenaar die eieren verkoopt op straat, de geschifte jonge vrouw die in alles en iedereen demonen ziet, ... en vooral de getormenteerde jonge man die als travestiet de straten afschuimt op zoek naar wat warmte en genegenheid maar die enkel goorheid en geweld tegenkomt. In haar zoektocht naar wraak sluit Renata al deze verloren zielen in haar armen, waardoor er een onverwacht einde zal komen aan haar missie. Cinema met een grote 'C', die er trouwens om smeekt om zich in al haar glorie op een groot scherm te laten bekijken. Elk shot lijkt wel een prachtig stilleven dat zo kan plaatsnemen in een fotografie-tentoonstelling. Met dank aan Mooov om deze film te programmeren.

21 april 2017

Colin Stetson & Mario Batkovic (De Roma - 20.04.2017)

Wanneer gesproken wordt over de Amerikaanse saxofonist Colin Stetson (°1977), gaat het alras niet over zijn muziek maar over zijn uitzonderlijke beheersing van een arsenaal aan bijzondere ademhalingstechnieken. Hierdoor slaagt hij erin om tegelijkertijd een continu grommende bas-onderstroom te creëren (via circulaire ademhaling), daarbovenop een lichter melodisch klanken-tapijt uit te spreiden en onderwijl ook nog een soort van kopstem-neurie voor te brengen (via multi-fonie). En voeg daar in één adem ook nog maar een ritme-sectie aan toe, want het is straf welke ritmes hij al klikkend op de kleppen van de sax genereert.

Maar het zou afbreuk doen aan deze muzikant om hem als een freak of als een one trick pony te portretteren. Want een kunstje beheersen is één ding, maar er enkele boeiende albums mee vullen is nog heel wat anders. De technieken van circulaire ademhaling en multifonie zijn trouwens verre van nieuw, maar Stetson heeft de technieken gecombineerd om een geluid uit te bouwen dat zich ergens op het kruispunt van jazz, rock en soundscape weet te situeren. Er zijn slechtere kruispunten om jezelf te parkeren. En die unieke sound leverde samenwerkingen op met ronkende namen zoals Tom Waits, David Gilmour, Arcade Fire en Bon Iver. Voorwaar een fijn visite-kaartje om mee uit te pakken.

Naast deze samenwerkingen is hij vooral gekend voor zijn drie gelauwerde albums "New History Warfare" (volumes 1, 2 en 3). Zopas verscheen zijn nieuwe album "All this I do for glory", dat de man in avant-première kwam voorstellen (en verkopen) in de prachtig gerestaureerde De Roma. Gedurende een uurtje etaleerde Stetson zijn talenten. Op de massief grote bas-saxofoon kwam het geluid aanvankelijk wat brutaal over, wat de circulaire onderstroom tot een storende brei herschiep. Maar de melodische tapijten die hij daarna uit de weefgetouwen van altsax en sopraansax wist te weven, waren helder en fris repetitief. En ook al wéét je wat voor technieken hij hanteert, toch zou je hem er bijna van verdenken gebruik te maken van één of twee verstopte mede-muzikanten. Zo verbazingwekkend klinkt dat multi-gelaagde geluid dat hij op z'n eentje weet te produceren. Voor de korte bisser en als afsluiter van zijn reguliere set, bracht hij een briljant exposé van zijn kunnen : met zijn pink gaf hij het ritme aan op één van de kleppen van zijn bassax, voor wat een monumentale lap muziek zou worden en sowieso het hoogtepunt van zijn concert. Toen ik hem na het concert aan de merchandise-stand meer uitleg vroeg over dit nummer, verklapte hij dat dit nummer de titeltrack zal worden voor een nieuw album dat in februari 2018 zal verschijnen. Bezig baasje, die Colin. En dus een album om naar uit te kijken !



Maar voordat Stetson ongegeneerd zijn sax-gevoeg deed, hadden we al een verrassend sterk voorprogramma achter de kiezen met de Bosnisch-Zwitserse accordeonist Mario Batkovic. Dat dit instrument meer is dan het handelsmerk van De Kermisklanten, The Sunsets en andere schlager-goden én dat dit instrument razend moeilijk is om technisch perfect te beheersen, wist ik al langer. Maar dat je er zo creatief en boeiend mee aan de slag kon gaan ? Dat was een verrassing van formaat. Zijn unieke sound neigde het ene moment naar een orgel-toccata van J.S. Bach, het andere moment naar minimalisme van Steve Reich, om dan weer om te zwaaien naar een donkere soundtrack van een film van pakweg Jim Jarmusch. Hieronder een filmpje van een sessie die hij speelde voor 3 voor 12-VPRO. Nog een mooie adelbrief : hij mocht in 2015 mee op tournee in het voorprogramma van Beak> (de band rond Geoff Barrow van Portishead) en mocht zijn nieuwe album recent uitbrengen op  diens label Invada Records. Qua 'street-cred' zit hij dus al gebeiteld.



20 april 2017

Some (e)(audio)books

Hubert Selby Jr. : Last Exit to Brooklyn (e-book)

Deze controversiële roman is in feite een verzameling van een zestal kortverhalen, die apart gelezen kunnen worden maar die wel thematisch met elkaar verbonden zijn (en die zelfs enkele personages gemeenschappelijk hebben). Het levensverhaal van de auteur Hubert Selby Jr. (1928-2004) is op zijn minst apart te noemen. Op 15-jarige leeftijd verliet hij de school om op zee te gaan werken. Maar al op jonge leeftijd kreeg hij tuberculose en leek hij zelfs ten dode opgeschreven. Een brutale medicatie-kuur sleepte hem er doorheen (wat er wel voor zou zorgen dat hij altijd met drugsverslaving zou blijven kampen). In het besef dat zijn leven - indien hij zou sterven - niks betekend zou hebben, en aangezien hij toch meestal aan zijn ziekbed gekluisterd was gedurende de volgende jaren, begon hij fictie te schrijven.

Zonder enige vorm van opleiding trok hij zich niks aan van de conventionele regels van de schrijverij. En dus zijn deze kortverhalen een zeer grauwe en harde afspiegeling van de al even grauwe en harde omgeving die hij kende uit zijn jeugd : de wereld van dokwerkers, hoeren, travestieten, sociale onrust, drankmisbruik, ongure bars, armoede, geweld. Zijn taalgebruik ademt deze wereld uit : weinig of geen leestekens tussen de niet aflatende stroom van hard taalgebruik. Soms pagina's aan een stuk alleen maar hoofdletters. Zelfs nooit aanhalingstekens : dialogen tussen meerdere personages vloeien aan één stuk door. En zo lijkt het alsof alles in één brutale stroom uit de pen van de auteur gevloeid is, maar niets is minder waar. Het resultaat is een proces van eindeloos schaven en schrappen en bijwerken, zoals Selby Jr. in een interessant nawoord uitlegt. Van elk woord werd onderzocht of het wel paste in de flow van de tekst.

Gelet op dit harde en compromisloze taalgebruik en gelet op de ongemeen harde brutaliteit van sommige scènes, is het al te gemakkelijk om dit boek in het 'cult'-hoekje te duwen. Wanneer je echter weet dat de compleet ongeschoolde auteur jarenlang aan elk woord schaafde om tot dit resultaat te komen, dan is dit boek zoveel meer dan zomaar een schandaal-cult-roman (die trouwens in het Verenigd Koninkrijk het voorwerp uitmaakte van een proces wegens obsceniteit, een proces dat in hoger beroep werd gewonnen door de uitgevers en dat een keerpunt betekende in de wetten van het UK aangaande censuur).

Nu ik dit boek gelezen heb, kan ik wel begrijpen dat de moraalridders van de jaren '60 hier niet klaar voor waren. Vooral de kortverhalen "The queen is dead" (over een drugsfeestje van de travestiet-hoer Georgette en waaraan The Smiths de naam van hun album uit 1986 hebben ontleend) en "Tralala" (de naam van een gelijknamig hoertje dat in de meest beruchte scene brutaal verkracht wordt door een groep mannen en voor dood wordt achtergelaten) hakken er brutaal in. Maar ook "Strike" is niet meteen een vrolijk verhaal : Harry is een verborgen homo die zijn vrouw slaat, zijn zoontje mishandelt, regelmatig bij gevechten betrokken is en die tijdens een staking tijdelijk over een status met aanzien beschikt. Van deze status (en het bijkomende geld) maakt hij misbruik om in de gratie te komen bij jonge schoffies en drag queens, totdat een geval van pedofilie een einde maakt aan zijn grote sier.

Hubert Selby Jr. kreeg uiteindelijk wel het respect dat hij verdiende. Zijn latere roman Requiem For A Dream (1978) werd succesvol verfilmd en vanaf de jaren '80 was zijn voornaamste ambassadeur zowaar Henry Rollins, die voor Selby Jr. voorlees-tournees en opname-sessies voor spoken word-uitgaves organiseerde.

Ik besloot om deze literaire kopstoot te lezen na de bespreking ervan op de altijd hilarische en interessante literaire podcast Backlisted. Tijdens deze podcast werd een stuk uit "Tralala" voorgelezen door de Britse slam poet, dichteres en schrijfster Salena Godden. Wow, van een performance gesproken. Haar spoken word album "Livewire" (2016) is ook een aanrader. Een audioboek-versie van "Last exit to Brooklyn", ingesproken door Godden : dat zou een nucleaire bom zijn.





Martin Michael Driessen : Rivieren (e-book)

De Nederlandse toneel- en opera-regisseur, vertaler en auteur Martin Michael Driessen (°1954) sleepte met deze collectie van drie novellen in 2016 de ECI Literatuurprijs in de wacht. De jury bewierookte de bundel aldus : "Het is een boek van een ingetogen grootheid, met schitterende beeldende zinnen en een onbestemde dreiging, en tegelijkertijd van een weldadige tijdloosheid." Een oordeel dat ik volmondig kan beamen want deze bundel - waarin telkens een rivier het belangrijkste decorstuk vormt - is voor de literaire fijnproevers een waar feest.

In de eerste novelle ("Fleuve Sauvage") staat een toneelacteur op leeftijd centraal. Zijn carrière is tanende, hij kampt met een drankprobleem en ook sociale contacten verlopen niet meer zo vlot. Vol goede voornemens besluit hij om zijn leven terug op de rails te zetten, maar niet voordat hij nog één keer met zijn kano (en met een fles whisky) een noord-Franse rivier afvaart om alles nog eens op een rijtje te zetten. Maar wanneer hij door een stortbui overvallen wordt en zijn tent opstelt op de oever van de rivier, evolueren de verdere gebeurtenissen onvermijdelijk richting een tragedie...

De tweede novelle ("De reis naar de maan") overspant meerdere decennia en begint aan het eind van de 19de eeuw. Twee knapen groeien op temidden van de houtgroothandel in midden-Duitsland, waarbij geld verdiend wordt door grote partijen hout als immense vlotten over de rivieren Rodach en Main te vervoeren. De ene is Julius, een intellectuele jongen en zoon van zo'n houtgroothandelaar. De andere is Konrad, arm als de straat, ervan dromend om ooit zelf houtvlotter te worden en met die grote boomstam-vlotten de machtige Rijn af te varen. Julius erft het bedrijf van zijn vader, maar heeft moeite om zijn bedrijf boven water te houden aangezien de opkomst van de stoomboot zijn broodwinning bedreigt. Hoewel hun sociale achtergrond compleet verschillend is, zullen de schijnbaar compleet tegengestelde levens van Julius en Konrad toch met elkaar verbonden blijven tot op het onverwachte en aangrijpende einde...

Ook in de derde en laatste novelle ("Pierre en Adèle") ontvouwt het verhaal zich over meerdere decennia. Een kronkelend riviertje meandert tussen twee Bretoense landerijen en vormt de oorzaak van een eeuwenoude en bittere vete tussen de twee landeigenaars, de ene katholiek, de andere protestant. De loop van het riviertje wil nogal eens wijzigen zodat de oppervlakte van hun respectievelijke gronden soms vergroot en soms verkleint. Een poging van een jonge notaris om deze oude vete voor eens en voor altijd te beslechten, lijkt eindelijk te lukken. Totdat op de grond van één van de twee landeigenaars een archeologische vondst wordt gedaan en het oude conflict onverwacht weer in alle hevigheid opflakkert...

Ik kan dit boek niet voldoende aanprijzen. Niet alleen een verbluffend staaltje van stilistisch kunnen (dat taalgebruik ! die woordkeuze ! die prachtzinnen !), maar ook van perfecte beheersing van plotontwikkeling, van een vernuftig maar nooit drammerig gebruik van metaforen en van het opzetten van een subtiele maar emotioneel geladen spanningsboog. Vooral tijdens de lectuur van de tweede novelle werd ik waarlijk van mijn sokken geblazen. Hoe Driessen er in dat tweede verhaal in geslaagd is om in de omvang van nauwelijks vijftig pagina's zoveel geschiedenis, emotie en achtergrond te stoppen, is nauwelijks te bevatten. Nu al een klassieker.





Jonathan Franzen : Zuiverheid (e-book)

De succesvolle Amerikaanse auteur Jonathan Franzen (°1959) wordt - zeker na het doorslaand succes van 'The Corrections' (2001) - gerekend tot de 'grote' en maatschappelijk meest relevante Amerikaanse auteurs van de laatste decennia en er wordt dan ook reikhalzend uitgekeken naar elke nieuwe publicatie van de man. Zijn meest recente worp ('Purity', 2015) werd in de Nederlandse vertaling als download-geschenk aangeboden in de literatuurbijlage van De Standaard.

In deze vuistdikke roman wordt in zeven (niet chronologische) grote hoofdstukken de levensloop verteld van de protagonisten, waarbij de gebeurtenissen zich afspelen op diverse plaatsen en in zeer gevarieerde tijdsgewrichten. De jonge Purity 'Pip' Tyler woont in een semi-kraakpand in Zuid-Californië, gaat gebukt onder een zware studieschuld, heeft een moeilijke relatie met haar ietwat vreemde moeder en heeft haar vader nooit gekend. Ze wordt door een huisgenote (Annabel) gerecruteerd om te werken voor de charismatische Duitser Andreas Wolf, die een WikiLeaks-achtige organisatie leidt in de bossen van Bolivia. In het vierde hoofdstuk volgen we de belevenissen van Pip in de organisatie van Wolf en haar stormachtige relatie met hem.

De achtergrond van Wolf leren we kennen in het tweede hoofdstuk. Opgegroeid in de jaren '50 in Oost-Duitsland, wordt hij uit de unief gestampt wegens rebelse poëzie en brengt hij verscheidene jaren door als meisjes versierende sociaal werker. Eén van die meisjes - Annabel - roept zijn hulp in omdat haar stiefvader een gewelddadige stasi-informant is. Samen vermoorden ze de informant. Wanneer de Berlijnse muur valt, tracht hij temidden van de tumult zijn eigen dossier in de Stasi-archieven te vernietigen en wordt hij per ongeluk een TV-fenomeen. In deze verwarde post-DDR-dagen geraakt hij bevriend met de Amerikaanse journalist Tom Aberant en hij vertrouwt aan Tom zijn gruwelijke geheim toe.

Flash forward in het derde hoofdstuk. Tom Aberant en zijn minnares Leila leiden een online krant in Denver, opgericht met geld dat Tom heeft aangenomen van de vader van zijn ex-vrouw. Pip is werkzaam bij de krant als stagiaire en trekt in bij Tom en Leila. En dan volgt de ene onthulling op de andere : Tom is blijkbaar de vader van Pip, wiens moeder de erfgename blijkt te zijn van een immense som geld. Opnieuw een flash back in het vijfde hoofdstuk : een (te) lange terugblik door de ogen van Tom op zijn relatie met de emotioneel onstabiele moeder van Pip, zijn vlucht naar Europa, zijn vriendschap met Andreas en hoe ook aan die vriendschap plots een einde kwam, zijn terugkeer naar de USA en zijn definitieve breuk met Pip's moeder door - tegen haar wil - geld te aanvaarden van haar vader om de online krant op poten te zetten.

In hoofdstuk zes ligt de nadruk wederom op Andreas, die opnieuw een relatie aanknoopt met Annabel, de jonge vrouw wiens stiefvader hij indertijd vermoordde. Maar hun relatie dooft langzaam maar zeker uit. Andreas wordt een internet-celebrity, start zijn organisatie in Bolivië maar wordt gaandeweg meer en meer paranoïde, angstig als hij is dat zijn gruwelijke geheim uit de DDR-periode aan het licht zal komen. Gedreven door deze paranoia, door het 'verraad' van zijn vroegere vriend Tom en geholpen door zijn geavanceerd informatie-netwerk, zet hij een ingewikkeld wraak-complot in gang en brengt hij iedereen bij elkaar. Er volgen dramatische confrontaties ... In het zevende en laatste hoofdstuk tracht Pip haar leven - en dat van haar moeder - weer op gang te krijgen, nu de waarheid volledig aan het licht gekomen is en de gebeurtenissen in een definitieve plooi gevallen zijn.

Er zijn best wel wat pluspunten aan deze roman : de opbouw van de roman is vernuftig (op het gekunstelde af) en de vele beschouwingen omtrent journalistieke waarheid en informatie-vergaring komen - in deze tijd van fake news - bijna profetisch over. Maar toch was ik om één of andere reden nooit 'mee' met deze roman, die ik gaandeweg méér en méér als hard labeur ervoer, wat zelden een goed teken is. Lag het aan de Nederlandse vertaling, waarbij talloze volzinnen als moeilijk te verteren gedrochten overkwamen ? Lag het aan de soms toch echt wel vergezochte plot ? Aan de vele uitvoerig beschreven neven-personages die achteraf bekeken niet meer dan bladvulling bleken te zijn en weinig tot geen meerwaarde boden ? Wat er ook van weze : ik voelde geen emotionele klik met de protagonisten en had onbewust al afscheid genomen van de roman voordat ik de laatste pagina wegveegde op mijn iPad. Excuses aan de miljoenen aanhangers, maar ik ben geen Franzen-fan geworden.






Haruki Murakami : Norwegian Wood (audiobook 21)

Met deze roman, verschenen in 1987, scoorde de Japanse auteur Haruki Murakami een onvervalste bestseller en werd hij in zijn thuisland een beroemdheid, zodanig zelfs dat hij zich diende terug te te trekken uit het publieke leven. De roman sloeg vooral bij Japanse jongeren in als een bom en ging ondertussen wereldwijd miljoenen keren over de toonbank. Tekenend voor het succes : wanneer je in Google de zoekopdracht 'Norwegian Wood' intikt en de obligate zoeksuggesties bekijkt, dan staat de roman van Murakami hoger gerangschikt dan het gelijknamige nummer van The Beatles... De enkele lezer van mijn bescheiden blog weet ondertussen dat ik een grote fan ben van het oeuvre van Murakami. Na enkele maanden van bewust gekozen Murakami-leegte, deed het deugd om terug te keren naar diens unieke universum vol nostalgie, vol zoekende mensen, vol existentiële angsten.

Eén van de redenen waarom net deze roman van Murakami zo'n hit geworden is, ligt misschien in het feit dat het magisch-realisme en surrealisme - die veel van zijn romans kenmerken en soms een flinke inspanning van de lezer vergen - in deze roman nauwelijks aanwezig zijn. Het is een vrij 'simpele' bildungsroman annex liefdesverhaal en is in dit opzicht misschien wel de ideale roman voor 'nieuwelingen' om kennis te maken met Murakami.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de 37-jarige Toru Watanabe. Wanneer hij een muzak-versie hoort van het oude Beatles-nummer, komen de herinneringen aan zijn jeugd gedurende de jaren '60 terug naar boven. Hij was toen nauw bevriend met zijn klasgenoot Kizuki en diens vriendin Naoko. Maar Kizuki pleegde op 17-jarige leeftijd totaal onverwacht zelfmoord. Toru en Naoko groeien na deze tragedie meer en meer naar elkaar toe, totdat Naoko het contact verbreekt en aangeeft tijdelijk naar een afgelegen sanatorium te verhuizen. Tijdens de sociale onrust en de studentenrevoltes van eind jaren '60 besluit Toru - thans een uniefstudent - om Naoko op te zoeken in het sanatorium. Ondertussen heeft Toru echter ook een relatie aangeknoopt met de frisse en vrijgevochten Midori, een mede-studente. Midori is alles wat de gebroken en teruggetrokken Naoko niet is : zelfzeker, openhartig, rebels. Toru wordt verscheurd door zijn liefde voor zowel Naoko als Midori en vervreemdt van deze laatste. Naoko zal het verlies van Kizuki nooit te boven komen en pleegt op haar beurt zelfmoord. Toru blijft vertwijfeld achter en doolt een tijdje doelloos rond door Japan. Na deze catharsis neemt hij alsnog opnieuw contact op met Midori.

De verfilming van deze roman (door Tran Ahn Hung in 2010) was niet echt een onverdeeld succes, maar de audio-versie van deze fijne roman kon me best bekoren. Stemacteur van dienst was James Yaegashi, die me een frisse en vlotte luisterervaring bezorgde. Wel een tikje jammer dat hij voor sommige vrouwelijke personages - voornamelijk dan voor Reiko, de sanatorium-kamergenote van Naoko - een ietwat storend krakend stemgeluid meende te moeten opdiepen. Murakami bereikte in deze roman zeker nog niet het toppunt van zijn kunnen. Daarvoor liggen sommige ingrepen en verwijzingen er iets té dik op. Zo leest Toru tijdens zijn bezoek aan het sanatorium 'De Toverberg' van Thomas Mann. Zo'n link is verre van subtiel te noemen. Maar laat dat U niet tegenhouden : op het einde blijf je weer een beetje verdwaasd achter en besef je dat het Murakami-recept zijn ding weer gedaan heeft.





Haruki Murakami : Colorless Tsukuru Tazaki and his years of pilgrimage (audiobook 22)

Recente roman van Murakami, gepubliceerd in 2013. Tijdens een zomerkamp knoopt de middelbare school-student Tsukuru Tazaki een intense vriendschap aan met vier andere jongeren : twee jongens en twee meisjes. Het vijftal is onafscheidelijk en spreekt af dat ze deze vriendschap niet op het spel zullen zetten door onderlinge liefdesrelaties aan te knopen. Tsukuru is een vrij bescheiden en kleurloze jongen, met een voorliefde voor treinen en treinstations. Zijn naam is de enige van het vijftal die geen kleur in zich draagt, dus de jonge Tsukuru is zelfs in zijn naam letterlijk kleurloos. Hoewel hij eigenlijk niet begrijpt waarom het kleurrijke en flamboyante viertal hem heeft willen opnemen in hun vriendschapsclubje, geniet hij met volle teugen van de aandacht en de vriendschap.

Na het afronden van de middelbare school beslist Tsukuru om in Tokio een ingenieursstudie aan te vatten. De andere vier blijven in hun provinciale thuisstad studeren. Op een dag krijgt Tsukuru een telefoontje van één van zijn vier vrienden, met de boodschap dat het viertal de vriendschap met Tsukuru verbreekt en niets meer met hem te maken wil hebben. Een reden voor deze plotselinge breuk wordt niet opgegeven. Deze onverwachte wending komt bij Tsukuru keihard aan, in die mate dat hij in een depressie sukkelt en zelfs op het randje van zelfmoord balanceert. Maar hij zet door, beëindigt zijn studies en gaat aan de slag als treinstation-ingenieur.

Anderhalf decennium later zit Tsukuru in een prille liefdesrelatie met reisagente Sara. Deze voelt dat de wonde van de vroegere vriendschapsbreuk met het viertal nog altijd niet volledig genezen is en als een donkere wolk boven Tsukuru hangt. Ze spoort hem dan ook aan om contact te zoeken met zijn vier vroegere vrienden, teneinde de reden te achterhalen waarom ze zo plots alle contact met hem verbraken. Tsukuru beseft dat hij de confrontatie zal moeten aangaan om tot closure te kunnen komen. Het is een pelgrimstocht die een aantal verrassende onthullingen zal opleveren en die Tsukuru zelfs tot in Finland zal leiden.

Zelden zal er meer informatie besloten zitten in een titel en een cover van een boek. De omschrijving van het hoofdpersonage als 'kleurloos', wegzinkend terwijl zijn vier kleurrijke vrienden toekijken hoe hij verzuipt. De pelgrimstocht die hij zal moeten ondernemen om niet definitief kopje onder te gaan. En de pelgrimstocht verwijs ook nog naar een compositie die een belangrijke rol zal spelen in de roman : "Les Années de Pèlerinage" van Frans Liszt (en dan vooral het deel "Le mal du pays").

Meer dan ooit bevestigde mijn luisterervaring van dit audioboek (toch wederom een méér dan degelijke Murakami) het feit dat de wijze waarop een roman wordt ingelezen in grote mate het genot (of het gebrek eraan) bepaalt. Dit kan in positieve of in negatieve zin uitdraaien. Zo ergerde ik me bij het beluisteren van "The wind-up bird chronicle" regelmatig aan de bijna karikaturale interpretatie van Rupert Degas. Jammer, want die roman van Murakami wordt meestal als één van Murakami's beste beschouwd. Voor "Colorless Tsukuru" geldt net het omgekeerde : de roman ontving veelal gemengde reviews en werd iets te weinig diepgang verweten, maar de inlees-interpretatie van Bruce Locke vond ik briljant. In het begin moest ik wel wat wennen aan de zeer ingetogen en gedoseerde wijze van inlezen (en vooral aan het ietwat rare accent dat Locke in dialogen aan de dag legde), maar op den duur vond ik het heerlijk en zelfs bijna hypnotiserend om naar deze roman te luisteren.






Carlos Ruiz Zafón : De schaduw van de wind (paperback)

Grote verkoopcijfers van romans hoeven niet altijd te duiden op een compromis m.b.t. de literaire kwaliteit ervan, zoals bewezen wordt in deze uiterst succesvolle roman van de in 1964 geboren Spaanse auteur. Oorspronkelijk verschenen in 2001 en sedertdien in talloze talen vertaald, is het succes van deze roman misschien wel te verklaren door het feit dat dit de perfecte roman is om tijdens een vakantie te lezen aan de rand van een zwembad. Avontuur, mysterie, geschiedenis, ... dit allemaal verpakt in een lekker vinnige vaart en waarbij alle puzzelstukjes netjes in elkaar passen.


Tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog en met Barcelona als prachtig decor, wordt de jonge Daniel door zijn vader ingewijd in de geheimen van het 'kerkhof der vergeten boeken', een door enkele enthousiastelingen onderhouden bibliotheek. Daniel mag uit de immense collectie één boek uitkiezen. Zijn oog valt op "De schaduw van de wind" van ene Julian Carax. De fascinatie van Daniel voor dit boek en voor zijn geheimzinnige auteur verhoogt nog wanneer blijkt dat een onbekende man blijkbaar op zoek is naar alle boeken van Carax om ze vernietigen. Nog vreemder wordt het wanneer deze onbekende man de naam aanneemt van het duivel-personage in de roman van Carax. Daniel is vastbesloten om meer te weten te komen over die onbekende auteur. Samen met zijn goede vriend Fermin begint Daniel te graven in de familie-geschiedenis van Carax en aldus ontrafelt hij een complex web van vriendschappen, liefdes en verraad. Maar deze zoektocht is niet zonder gevaar, want er ligt een moordzuchtige politie-inspecteur op de loer die ook een belangrijke rol heeft gespeeld in het verleden van Carax ...

Zoals reeds gezegd : een heerlijke avonturenroman om je lekker in te verliezen, knus in de zetel of met je knikker in de zon. Wat me echter vooral zal heugen, zijn de zinnen en dialogen die Zafon in de mond van de voornoemde Fermin legt. Een fantastisch neven-personage dat in feite dé ster van de roman is. Herhaaldelijk in een deuk gelegen met diens visie op de dingen.

12 april 2017

Wolf Eyes / Author & Punisher / Nah / Briqueville (AB Club - 07.04.2017)

Artistiek AB-directeur Kurt Overbergh zet met het BRDCST-voorjaarsfestival, waarvan de eerste editie in 2016 plaatsvond, in op muzikale grenzeloosheid en maakt ter duiding van zijn programmatie zelfs gewag van maatschappelijke gelaagdheid en een interculturele insteek. Aan dure woorden geen gebrek dus, maar gelukkig ook geen gebrek aan boeiende muziek. En hoewel vanavond lichtjes onevenwichtig was op muzikaal vlak, was het absoluut de moeite waard om nog eens af te zakken naar de AB.

De uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn is een hyperactieve multidisciplinaire muzikant die opereert onder de naam Nah. Hij maakt gebruik van zowel een drumcomputer als van 'echte' drum-onderdelen. Aanvankelijk levert dit vrij doordeweekse muziek op, maar het wordt na verloop van tijd wel wat spannender wanneer hij zijn hoodie uittrekt en zich al zingend en schreeuwend als een stuiterbal tussen het publiek begeeft. Stadsgenote Camae Ayewa a.k.a. Moor Mother verzorgde een al even kort als hevig gastoptreden, voordat ze even later zelf aan de overkant van de straat in Café Bonnefooi het podium moest bestijgen. Al bij al geen optreden dat me lang zal heugen, maar Kuhn was duidelijk een artiest van het oprechtere en intensere soort.

Eenzelfde gevoel had ik bij het concert van Author & Punisher, het éénmansproject van de uit San Diego afkomstige Tristan Shone. Zeer opmerkelijk was zijn instrumentarium : duidelijk het resultaat van ontelbare uren knutselen in zijn schuurtje. Zijn microfoon leek wel op een omgebouwd moederbord uit een Commodore 64, waaruit allerlei verschillende stem-effecten gehaald konden worden. Voor hem allerlei knoppen en mengpanelen. Aan zijn ene kant een soort van hendel - die van het type waarmee je in Star Trek in 'warp' gaat - waarmee een drone-achtige klank werd gemaakt. Aan zijn andere kant het opvallendste instrument : een houten schraag met daarop een zware metalen schuif, op zijn plaats gehouden door verzwaarde kettingen. Door de metalen schuif naar voor of naar achteren te stoten, konden allerlei beats gemaakt worden. En rond de nek van Shone ook nog allerlei draden, waardoor hij met alle onderdelen van zijn hobby-set verbonden was. Het begon allemaal zeer interessant en klonk als een soort kruisbestuiving tussen industrial, doom en metal. Maar mettertijd sloeg de verveling toe en kalfde het concert af, waarbij ik automatisch moest terugdenken aan de mindere concerten tijdens de diverse edities van het Black Box-festival in Cahier de Brouillon.

Maar gelukkig was er het immer interessante en machtige Wolf Eyes om de meubelen te redden. Recent werd een nieuw album uitgebracht ("Undertow"), de .....-tigste release van deze noise-helden uit Detroit. Maar "noise" is tegenwoordig niet meer echt het ideale epitheton ornans om de muziek van dit trio te omschrijven. Zoals ook vorig jaar al bleek uit hun concert tijdens het Uncanny Valley-festival, evolueert de muziek van Wolf Eyes meer en meer naar zeer uitgepuurde soundscapes, waarbij pure noise nog nauwelijks aanwezig is. John Olson beperkt zich tot spaarzame freejazz-achtige interventies op sax of dwarsfluit of tot ritmisch schudden met maracas. James Baljo friemelt wat op zijn gitaar en Nate Young draait aan knopjes terwijl hij vocaal lijkt te freewheelen. Het resultaat : een één uur durende bezwerende trip, waarbij het niet altijd duidelijk is in welke mate geïmproviseerd wordt. Eén nummer werd aangekondigd als een solo vocaal-experiment, getiteld "Lifeless worms". En op een ander moment liet Young zich ontvallen "We don't know what the fuck we're doing up here." Wat er ook van weze, Wolf Eyes is en blijft een mateloos boeiend project dat wederom garant stond voor een heerlijk intrigerend concert. Jammer dat hun uitstekende plaat "Undertow" nauwelijks een kwartiertje duur.

Voor de geduldige nachtraven was achteraf nog een gratis middernacht-toetje voorzien, middels een concert van Briqueville, de Belgische postmetal/doom-band die zich verschuilt achter gouden maskers, donkere gewaden en een ietwat grappige mythe-cultus. Zopas werd hun tweede plaat (mathematisch correct "Briqueville II" geheten) boven de duistere doopvont gehouden. Op muzikaal vlak worden niet echt nieuwe paden betreden, maar soms is dat ook niet nodig. Lekker moddervette shit op het kruispunt van Isis en Amen Ra. En dat nachtelijke concert is ook nog eens gratis en voor niks - en in uitstekende kwaliteit - online te bekijken. Hoor ik U nog ?



05 april 2017

Agrippina (Opera Antwerpen - 04.04.2017)

Machtsgeilheid en de ermee gepaard gaande intriges in bevoorrechte milieus, zijn tegelijk weerzinwekkend en onweerstaanbaar. Er gaat een soort van seksueel spanningsveld uit van dit soort machtsspelletjes, die van alle tijden zijn. Op moreel vlak verwerpelijk, maar ondertussen smult het gewone volk er wel van. Zo vergaapte een immens TV-publiek zich in de jaren '80 aan het wel en wee van de Ewings in Dallas en de Carrington-clan in Dynasty. Als opgroeiende puber had ik het vooral voor die laatste serie. Wat was die Alexis een manipulatieve feeks maar ook een prikkelend seksueel roofdier ! Of het aplomb waarmee JR Ewing zijn losse handjes vlotjes combineerde met schimmige zakendeals !

Vanwaar deze soap-intro ? Omdat de opera "Agrippina" van Georg Friedrich Händel, geschreven in 1709, over dergelijke intriges in hogere milieus gaat (in casu het oude Rome). En omdat de bewerking van Opera Ballet Vlaanderen en regisseuse Mariame Clément de actie transporteren van het Forum Romanum naar de barokke TV-sets van de jaren '80. Want ook al draait de intrige rond keizer Claudius, zijn vrouw Agrippina, haar zoon Nero, legerleider Otto en hofdame Poppea, toch verschillen de verwikkelingen nauwelijks van de verdorven manipulaties van JR Ewing of Alexis Carrington.


























De plot laat zich lezen als een satirische komedie en vertoont af en toe zelfs een verwantschap met "Vast in de kast"-achtige deuren-komedies, zoals die ongetwijfeld nog steeds vaak opgevoerd worden in talloze parochiezalen ten lande. Ik beperk me tot hoofdlijnen van de intrige : wanneer het gerucht de ronde doet dat keizer Claudius is omgekomen tijdens een zware storm op zee, ziet zijn echtgenote Agrippina haar kans schoon om haar zoon Nero tot nieuwe keizer te bombarderen. Ze doet hiervoor o.a. een beroep op de diensten van haar twee opportunistische handlangers en minnaars Pallante en Narcisso. Maar het gerucht blijkt vals te zijn : het leven van Claudius werd gered door legerofficier Otto, aan wie als dank de troonopvolging wordt beloofd. Zo ziet Agrippina haar plannen in het water vallen. Maar wanneer Agrippina te weten komt dat zowel Claudius als Otto hun oog hebben laten vallen op de mooie hofdame Poppea, hoopt ze hier garen uit te spinnen. Ze weeft een web van intriges en zet de aanbidders van Poppea tegen elkaar op, in de hoop alsnog haar zoon Nero tot keizer te laten kronen. Het bedrog van Agrippina wordt echter ontdekt en onthaald op een wraak-intrige door Poppea. Het eindresultaat ? Zowat iedereen (met uitzondering van de pure Otto) liegt en bedriegt dat het een aard heeft ... en uiteindelijk wordt iedereen ervoor beloond. Nero zal keizer mogen worden (tot groot genoegen van Agrippina) en Otto en Poppea zien hun wederzijdse liefde bezegeld.

























Wat een heerlijk frisse en tegelijk relevante versie van "Agrippina" kregen we vandaag op de planken geserveerd ! De sprong van het oude Rome naar de decadente jaren '80 (inclusief pastelkleurige kostuums voor de heren en haarlak-kapsels voor de dames) was een stroke of genius. Alles aan deze productie werd verpakt als een lang uitgesponnen aflevering uit een soap-serie, inclusief begin- en eindgenerieken. Zelfs de stijl van die generieken was pastiche-gewijs overgenomen uit Dallas en Dynasty : het scherm opgedeeld in diverse stroken en de typische fel-gele kleur van de letterzetting. Ook de prachtig aangeklede decors rolden af en aan als TV-sets, met het publiek als voyeuristisch glurende camera. Boven de decors fungeren video-beelden als suggestieve moodboards, die de sfeer van het decor wat meer in de verf zetten : een exclusief resort of dito restaurant, een rijkelijke garderobe, een bureau (met obligate drankkast, want er wordt in de hogere kringen flink wat afgezopen), een smerig dure badkamer, een limousine, ... En wanneer de protagonisten eventjes van hun decorstuk afdwalen, is een kleine ingreep op het moodboard voldoende om een nieuwe setting te suggereren (bijvoorbeeld een idyllische boswandeling).

























Wat de stemmen betreft, sprong vooral de Britse contratenor en publiekslieveling Tim Mead in het oog. Hij mocht na afloop het luidste applaus oogsten. Enkele van zijn aria's waren dan ook de muzikale hoogtepunten van deze productie. Zijn "Voi che udite il mio lamento" en "Tacero pur che fedele" gingen door merg en been. De opbouw van deze barokke opera - met de strikte opvolging van verhalende recitatieven en wijds meanderende aria's - en het stemmengebruik (opvallend veel contratenoren wiens rollen in Händel's tijd door castraten werden vertolkt - Nero werd hier zelfs door een vrouw vertolkt) vergde wel een beetje tijd om er 'in' te komen. Maar aan tijd geen gebrek : de productie duurde een whopping 4 1/2 uur (inclusief twee pauzes). Niet verwonderlijk als je weet dat doorheen deze opera een kleine 50 aria's verweven zijn : korte tekstfragmenten of alinea's die schijnbaar eindeloos lang herhaald en her-zongen worden. In de huidige jachtige tijden - gekenmerkt door een verlangen naar constant nieuwe impulsen - was het heerlijk om mee te maken hoe de tijd op deze wijze als het ware 'uitgerokken' werd.

En dus was dit weer een heerlijk avondje opera. Als enige minpuntje kan ik aanstippen dat we vanaf onze zitplaats  - ondanks de toch wel fikse ticketprijs - geen blik konden werpen op de orkestbak, waar dirigent Stefano Montanari blijkbaar met de uitstraling van een ruwe rocker geregeld soleerde op zijn barokviool. Een mens kan niet alles hebben, zullen we maar denken. Tenzij je jezelf met ellebogenwerk - en gespeend van scrupules - naar de top wringt : dan kun je wél alles hebben. Dat lijkt wel de boodschap van deze opera te zijn. Maar dan moet de laatste epiloog-video nog vertoond worden : het uiteindelijke lot van de protagonisten, die allemaal gewelddadig om het leven kwamen. 't Zal hen leren !



30 maart 2017

Ad Noctum (De Warande Kuub - 29.03.2017)

De Franse choreograaf Christian Rizzo (°1965) maakte deze voorstelling als tweede deel in een drieluik, waarbij hij zich liet inspireren door (volks)dans als sociaal ritueel. Anderzijds vatte hij deze choreografie ook op als een soort van nocturne, een ode aan de duisternis.

Op het podium : een groot vlak met geometrische patronen, uitgetekend in zwart/witte lijnen. Twee dansers (Kerem Gelebek en Julie Guibert). En een derde protagonist : een zwevende box waarvan de zijden zijn bespannen met een soort van gaas en waarin projectiemateriaal geïnstalleerd is. Bij de aanvang van de voorstelling is het nog stil en pikdonker. Eén zijde van de box licht op en het geschuifel van de twee dansers is de enige soundtrack. Langzaam zwelt dan toch de muziek aan (een boeiende electronica-soundscape van Puce Moment, zijnde Nicolas Devos en Pénélope Michel) en volgt de eerste van ontelbaar veel black-outs : gedurende enkele seconden wordt het compleet donker, waarna de box één van zijn vele licht-variaties aanneemt en de twee dansers vanuit andere posities op het geometrische vlak hun dans hernemen.

Soms lichten de zijden van de box op, soms worden van binnenuit beelden op de gaas geprojecteerd of wordt de illusie van mist opgeroepen. Licht-kunstenares Caty Olive ontwierp de licht-composities, terwijl de Taiwanese computergraficus Juan-Hau Chuang en vidéaste Sophie Laly de geprojecteerde beelden ontwierpen. Een heuse multi-disciplinaire onderneming dus. Op een gegeven moment lijkt de laatste black-out een feit te zijn. Maar dan keren de twee dansers alsnog terug, ditmaal gekleed als twee harlekijnen, traag en monotoon bewegend terwijl uit hun kostuums rook opstijgt. Dit alles op de muziek die Arvo Pärt componeerde bij het uit 1789 daterende gedicht "My Heart's in the Highlands" (Robert Burns).

Ik kon deze voorstelling best wel pruimen, alhoewel de vele black-outs op den duur de hegemonie van de choreografie niet ten goede kwamen en het geheel té fragmentarisch overkwam. Dat dit soort van voorstellingen geen spek voor ieders bek is, bleek duidelijk uit een gesprek dat ik nadien in de wandelgangen kon opvangen tussen twee tienermeisjes (want ja, er zaten duidelijk weer veel verplicht aanwezige leerlingen in de zaal, een bij veel voorstellingen vrij storend element waarvan ik het nut toch af en toe in twijfel trek). Dixit één van de bakvissen : "Oh My God, dees was verschrikkelijk !" Ach, misschien zou ik op die leeftijd wel dezelfde mening geuit hebben.

19 maart 2017

Raw Tonk Festival (De Singer - 18.03.2017)

Ripsaw Catfish
Naar aanleiding van de vijfde verjaardag van het Londense label Raw Tonk Records mochten vanavond drie duo's partij geven, bij wijze van staalkaart van de muziek waar het bij dit label rond draait : improvisatie, experiment, freejazz. Niet meteen de meest toegankelijke muziekvormen en dat was helaas ook te merken aan de ietwat schamele opkomst in De Singer vanavond. Maar de drie duo's lieten het niet aan hun hart komen en deden hun platenlabel - en de vrije muzikale spirit die aan de grondslag lag tot oprichting ervan - alle eer aan.

Te beginnen met Ripsaw Catfish, zijnde Cath Roberts op baritonsax en Anton Hunter op gitaar. Meteen het minst toegankelijke duo als opener van de avond. Korte en hoekige uithalen op de sax, begeleid door quasi akkoorden-loos gefriemel op gitaar, waarbij korte stiltes & pauzes de harde en calvinistische 'kaalheid' van de duo-sound nog onderstreepten. Met zo'n instrumentarium zou je hard en zelfs gewelddadig kunnen uithalen, maar het duo legde een soort van muzikale ascese aan de dag en daardoor riep deze van alle franjes ontdane improv-set ironisch genoeg een soort van pure intimiteit op. Niet meteen muziek voor tijdens een netwerk-zakenbrunch, maar het prikkelde wel lekker tegendraads.

Ietwat gestroomlijnder ging het eraan toe tijdens de set van de onvermoeibare lokale ambient-componist Dirk Serries, die nieuwe muzikale horizonten opzocht in dialoog met de Britse geluidskunstenaar Graham Dunning. Hoewel deze mini-toer van het label de eerste gelegenheid is waarbij deze twee samen hun ding deden, was dat er zeker niet aan te merken. De muziek van beide heren liet zich beluisteren als een natuurlijke symbiose. Serries hanteert zijn gitaar als een lapgitaar en creëert een gladde en ijle ambient-sound met strijkstok en met diverse metalen staafjes, die hij geregeld opdiept uit zijn onafscheidbare zakje met muzikaal werkmateriaal. Dunning gebruikt geprepareerde platenspelers als instrument en produceert op ingetogen wijze een soort van gemanipuleerd gekraak, als hagelslag-ruis bovenop de langgerekte geluidsgolven-boterham van Serries. Brood en beleg voor de avontuurlijk ingestelde luisteraar.


Andrew Webster & Andrew Lisle
Als laatste trad de oprichter van het label zelf ten tonele : saxofonist Colin Webster, begeleid door drummer Andrew Lisle. En andermaal sloegen we een compleet andere weg in. Geen uitgepuurde avant garde-improv of krakende ambient, maar lekker vette in-your-face freejazz. Webster en Lisle stonden dan wel met hun gezichten naar elkaar gepositioneerd, oogcontact was er nauwelijks en dat was ook niet nodig. Webster strooide gretig - en met een verbeten intensiteit op zijn gelaat - harde noten uit zijn bijna aandoenlijke kleine sax, terwijl de blik van Lisle constant op een punt in het ijle gefixeerd leek, onderwijl een harde maar gevarieerde drum-bodem serverend. Het pleit voor avontuurlijke bezielers zoals Webster (en de artiesten op zijn label) dat ze tegen de stroom blijven inroeien. Zo'n mensen zijn het broodnodige kiezeltje in het anders veel te gladde en platte raderwerk.

15 maart 2017

Thurston Moore / Dennis Tyfus / Cameron Jamie (De Studio - 14.03.2017)

Wie had gehoopt dat Thurston Moore vanavond in kunstencentrum De Studio zijn kakelverse single "Cease Fire" en ander nieuw solo-materiaal zou brengen, was eraan voor de moeite. Het concert was aangekondigd als een éénmalige samenwerking van Moore met de Amerikaanse multi-disciplinaire kunstenaar Cameron Jamie en het Antwerpse Ultra Eczema-boegbeeld Dennis Tyfus, dus het stond in de sterren geschreven dat we een avondje taaie avant-garde tegemoet gingen.

En dat was ook precies wat geserveerd werd. Eerst mocht de Sarajevisch-Belgische Mia Prce met haar dromerige solo-synth-project Miaux de debatten openen. Uitgepuurde en onthaastende synth-kraut tegen een backdrop-animatie van duidelijke Tyfus-signatuur (geïnspireerd op de cover van haar laatste album "Hideaway").

Vervolgens een vrij vermoeiende set van het experimentele triumviraat. Tyfus deed datgene wat we hem al enkele keren zagen doen met zijn Vom Grill-project (zoals vorig jaar nog tijdens Uncanny Valley of enkele jaren geleden in het voorprogramma van Body/Head, één van de projecten van Moore's ex Kim Gordon) : het produceren van vocal blubber met enkele cassettedecks, die live tot verminkte samples verwerkt worden. Een vrij beperkt instrumentarium dat duidelijk de limiet van zijn mogelijkheden bereikten tijdens dit (te ?) lang uitgesponnen concert. Onderwijl friemelde, pingelde, streelde en liefkoosde Moore zijn gitaar, terwijl de rol van Jamie vrij onduidelijk was. Hij leek zich te beperken tot het creëren van vocale experimenten en tot het spelen met een theremin-achtig instrument.

Na een twintigtal minuten werd de verknipte geluidscollage afgebroken, blijkbaar - als we Moore mogen geloven - door een kortstondige elektrische panne. Een nieuwe vocale sample van Tyfus zwengelde kort nadien aan tot een soort van beat, voor Moore het signaal om zijn gitaar met meer schwung te lijf te gaan en echo's op te roepen aan de rauwe sound van de Sonic Death-opname van het nog prille Sonic Youth, in de vroege jaren '80 het nest van Glenn Branca verlatend en zoekend naar een eigen geluid. Maar na een tijdje nam de beat de benen en mondde de brij terug uit in de abstracte collage waarmee het concert begon.

Na een uurtje volgde nog een onverwachte bisser, waarbij Fluxus-kunstenaar Ludo Mich - sinds jaar en dag een constante in de entourage van Tyfus - een gastrolletje mocht vertolken. Als een soort van avantgarde-alverman of als een soort van aapje op een experimenteel draaiorgel, brulde en huppelde Mich wat mee. Muzikaal toegevoegde waarde compleet nihil, maar deze veterane snorremans blijft wel amusant om te observeren. "Peace and love ! Peace and love ! Peace and love !" riep Moore het ietwat beduusde publiek toe na afloop van het concert, aldus toch nog een toefje van de "Cease Fire"-boodschap meegevend.

Dergelijke experimentele concerten zijn natuurlijk nooit een luchtige easy listening-ervaring. Meestal geef ik dit soort van concerten het voordeel van de twijfel en kan ik ervan genieten met een "het glas is halfvol"-mentaliteit. Maar doordat dit concert plaatsvond nadat ik de avond voordien het verbluffende concert van James Brandon Lewis mocht meemaken, was het al bij al een eerder magere "het glas is halfleeg"-bedoening. Natuurlijk blijft Moore nog altijd één van mijn helden en een briljante songschrijver, zoals hij op zijn solo-albums blijft demonstreren. Maar wanneer het op experimentele muziek aankomt, blijft zijn voormalige SY-collega Lee Ranaldo toch meestal zijn meerdere.