08 februari 2018

Jan Martens : Rule Of Three (Warande Kuub - 07.02.2018)

Dat moderne dans een voor het lichaam zeer belastende bezigheid is, mocht de Britse danseres Courtney May Robertson aan den lijve ondervinden. Door haar knieblessure werden een aantal opvoeringen van "Rule Of Three" (van de Belgische choreograaf Jan Martens / dansgezelschap GRIP) geschrapt en diende zij de nodige rust in acht te nemen. Maar ze was gelukkig net op tijd hersteld om vanavond acte de présence te kunnen geven in een voorstelling die enkele maanden geleden haar première kende in deSingel.

Een volledig kaal speelvlak met links achteraan een opvallende motor die de schwung in het geheel houdt : de uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn, een hyperactieve kerel die onder de nom de plume NAH zijn ding doet op drums en electronica en die we een jaartje geleden al aardig tekeer zagen gaan in de AB-Club.  Hij verzorgt vanavond de live muziek-begeleiding met harde en pompende drums en met hypnotiserende kraut-achtige electronica.

Bovendien wordt op het publiek literatuur losgelaten : een drietal zeer korte fragmenten (geprojecteerd of via audio-band) van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis, bekend voor het bedrijven van extreem korte en aan poëzie verwante literatuur, mooi omschreven als "short-short/flash fiction/micro fiction/sudden fiction"-literatuur. Niet meer dan korte impressies, snippets, brein-firecrackers. De regel van drie wordt derhalve op verschillende niveaus doorgetrokken : dans + literatuur + livemuziek. Drie literatuur-fragmenten. Drie dansers. Drie grote hoofdstukken.

Tijdens het eerste grote hoofdstuk is een opvallende rol weggelegd voor Kuhn, die een geweldige lap minimalistische electro-kraut serveert. De drie dansers (naast Robertson ook nog Steven Michel en Julien Josse) staan opgesteld op drie punten van een denkbeeldige driehoek en herhalen constant hun strakke en mathematische patroon (iets dat lijkt op ter plekke joggen in slow motion), waarin slechts zeer subtiel wijzigingen worden aangebracht. De drie virtuele punten van de driehoek veranderen van plaats en de dansers schuifelen mee, trouw aan het wiskundige patroon.

In het middenstuk - minder mathematisch en meer primair en rauw - eist Courtney May de hoofdrol op. Haar tengere gestalte en opvallend korte lichaamslengte zijn omgekeerd evenredig aan de kracht die ze uitstraalt en de bijna angstaanjagende gezichtsexpressies die ze tentoon spreidt. Ik zat tijdens deze voorstelling centraal op de eerste rij. Door de combinatie van haar kleine gestalte en haar centrale plek vooraan op het speelvlak, mondde het erop uit dat ze tijdens een vurige solo constant recht in mijn ogen leek te kijken. Een bevreemdende ervaring.

Minstens even bevreemdend was het slot-gedeelte. Kuhn breekt de muziek af en verlaat het podium, dat plots in stilte gehuld is. Langzaam kleden de drie dansers zich uit, totdat ze volledig naakt op het fel verlichte podium staan. Het begin van een lange, ingetogen en intieme epiloog, waarbij de drie dansers volledig onthaast lijken te zijn en op verschillende plaatsen van het podium verschillende 'constructies' bouwen met hun drie naakte lijven. Hier en daar wordt er op de tribune wat ongemakkelijk op stoeltjes heen en weer geschoven bij het aanschouwen van deze complete naaktheid in complete stilte. Maar dit is helemaal geen episode die erop belust is om te choqueren maar die integendeel een mooie bubbel van intimiteit creëert, wars van erotiek of lust, in schril contrast met de veelvoud aan prikkels die eerder op het publiek werd afgevuurd.

De bubbel werd helaas doorprikt toen plotsklaps het geluid van een smartphone-foto weerklonk tijdens de mooiste lichamelijke 'constructie' (de twee mannen tegenover elkaar gezeten, met de knieën van de ene op de knieën van de andere gedrapeerd, met daar bovenop de kleine danseres Courtney May). Door dit geluid zag één van de dansers zich genoodzaakt om de stilte te doorbreken en het publiek te verzoeken geen foto's meer te maken. Een begrijpelijk verzoek, want het geluid van dat ene kiekje was niet zozeer storend omwille van het geluid op zich, maar wel omdat het een inbreuk vormde op de intimiteit van het moment, een inbreuk op de boodschap van deze epiloog, elders mooi als volgt samengevat : "Nakedness and silence become deafening metaphors for the life-affirming antidotes of simplicity and calm to sensory overload." En zo was dat ene ongepaste klikje misschien net ironisch genoeg een versterking van deze oproep tot intimiteit, traagheid en eenvoud.

Foto's © Bart Van Der Moeren

01 februari 2018

Winterwarm : Kopfkino FM (Hoge Rielen - 31.01.2018)

Spreuken en gezegden bevatten meestal een kern van waarheid. Zo is ook "een verbeelding die op hol slaat" in de realiteit ingebed. Niets is immers zo sterk als de kracht van de verbeelding, die louter een suggestief steuntje in de rug nodig heeft om vervolgens een complete en hoogst persoonlijke invulling te geven aan de gegeven voorzet. Maar de ene voorzet is de andere niet en er wordt bijgevolg in literatuur of andere kunsten niet altijd even efficiënt gescoord op de verbeeldingsschaal. En wanneer je als kunstenaar het medium 'theater' gebruikt om de verbeeldingskracht van het publiek te prikkelen, dan is de zoektocht naar het juiste evenwicht zo mogelijk nog moeilijker. Want hoe slaag je er op een podium in om tegelijk heel weinig prijs te geven en toch veel op te roepen ?

Het is een evenwichtsoefening waarin 'vormzoekster' Annelies Van Hullebusch - met medewerking van radiomaakster Katharina Smets - wonderwel slaagt in haar "KOPfKINO FM"-project. In 2015 ontstaan als voorstelling op locatie nabij de ietwat troosteloze appartementsblokken op de Noordersingel en nadien ook opgevoerd in diverse cultuurhuizen doorheen Vlaanderen en Nederland,  is deze productie één lange ode aan de kracht van de verbeelding.


Het publiek neemt plaats achter kleine, zelf in elkaar getimmerde schoolbankjes. Daarin bevindt zich een koptelefoon, die de toeschouwer voor de rest van de voorstelling zal dragen, luisterend naar de warme stemmen van de twee dames. Middels boodschappen op geprojecteerde post it's, via een tik op een xylofoon of via vocale commando's mag het publiek ook andere items uit het schoolbankje ter hand nemen, doorbladeren, gebruiken, ophangen. De combinatie van dit alles evoceert het leven in en rond die grijze en anonieme blokken nabij Trix.


Zo bekijk je een kopie van het briefje dat de maaksters in de inkomhal van de woonblok achterlieten, waarbij mannelijke bewoners worden opgeroepen om een poëtische tekst over hun gebouw voor te lezen. Terwijl luister je naar het resultaat van die opnames. Of je neemt lege cassette-hoesjes ter hand die eenvoudig maar charmant zijn omgebouwd tot mini-kijkdoosjes, terwijl je luistert naar een parabel over het ontstaan van dat grijze eilandje aan de Antwerpse Ring. Je bladert door een mapje met oude foto's. Je luistert naar een opname van het bezoek van de dames aan één van de te koop gestelde appartementen, voorwendend geïnteresseerde koopsters te zijn. Je hangt vlaggetjes op aan een kleine maquette van de woonblok. Je neemt een houtblokje ter hand waarin bij wijze van raster de appartementen zijn getekend, terwijl je luister naar meer info over het appartement H-12.


Helemaal geweldig wordt het wanneer je bladert door een klein boekje, met daarin fragmentjes van brieven. Ondertussen hoor je dat de brieven gevonden werden in een doos op één van de vuilcontainers bij het woonblok. Je hoort hoe de dames op ontdekkingstocht gaan doorheen de brieven en langzaam maar zeker een driehoeksverhouding ontwaren en ontwarren. En zo werd er langzaam maar zeker - op bijna kinderlijk naïeve maar onweerstaanbaar charmante wijze - gewerkt naar een hoogtepunt : de aantrekking van de achterkant. We luisteren naar het wel en wee van een dame die zich nooit toont, die zich anoniem en met opgetrokken schouders ruggelings aan de wereld toont. Ondertussen bladeren we door een poëtisch foto-boekje waarin de schoonheid van de achterkant wordt getoond. De achterkant van een schilderij, de vuile achterkant van een woonblok, de achterkant van een koe.


Wanneer op het einde van de voorstelling de maquette plaats moet maken voor een boompje onder een stolp terwijl een nieuwe parabel verhaalt over de cyclus van het leven, had de kijker gedurende deze mooie voorstelling op suggestieve wijze de schoonheid van de achterkant ervaren : hoe er leven, tragiek en schoonheid schuilgaan achter een grijze betonnen façade. Kinderlijke verbeeldingskracht op maat van volwassenen geserveerd : het is een magische mix.

On a personal note was het fijn om na de voorstelling een kort maar hartelijk babbeltje te kunnen slaan met de immer goedlachse Annelies, een gouwgenote die net als ondergetekende ooit vele uren heeft gesleten aan de toog van Cahier de Brouillon.

Foto's © Clara Hermans

27 januari 2018

Toneelgroep Amsterdam : De Andere Stem (Warande-Kuub - 26.01.2018)

De multi-getalenteerde Franse schrijver, kunstenaar en filmmaker Jean Cocteau (1889-1963) schreef in 1928 de theatermonoloog "La voix humaine". Daarin wordt een vrouw opgevoerd die een lang uitgesponnen telefoongesprek voert met haar ex-vriend, daags voordat die in het huwelijk zal treden met een andere vrouw. Het publiek krijgt de stem van de man nooit te horen en kan dus alleen maar indirect - aan de hand van de antwoorden en verzuchtingen van de vrouw - afleiden wat de man allemaal te zeggen heeft. De relatiebreuk en het verloop van het lange telefoongesprek met haar ex drijven de vrouw tot wanhoop en uiteindelijk tot zelfmoord.

Dit theaterstuk van Cocteau is nadien een eigen leven gaan leiden en werd in de loop der jaren talloze malen opgevoerd en bewerkt. Eén van de meest gelauwerde bewerkingen was de 2009-versie van Toneelgroep Amsterdam in een regie van Ivo Van Hove en met Halina Reijn in de rol van de getormenteerde dame. Het bleek een dermate rake interpretatie dat het gezelschap dit stuk nog steeds regelmatig herneemt. En het was ook deze versie die bij Ramsey Nasr een gevoelige snaar raakte. Wat immers met het perspectief van de man ? We horen enkel de versie en de antwoorden van de vrouw en nemen vervolgens meteen voor lief dat de man wel een gewetenloze klootzak moet zijn. Zo snel na het einde van je relatie al meteen een nieuw liefdesengagement aangaan en zelfs het woord 'trouwen' al in de mond nemen ? Tja, dan ben je harteloos tuig van de richel. Of toch niet ?


Toen Nasr zich in 2013 - op aansturen van Van Hove - aansloot bij Toneelgroep Amsterdam, was de tijd rijp om het standpunt van de man een stem te geven. Nasr vertrok van de originele tekst van Cocteau, vertaalde de tekst minutieus en ging vervolgens de leegtes en stiltes in de monoloog van de vrouw invullen met de stem van de man. En en passant nam Nasr het ook nog op zich om de aldus gecreëerde telefonie-monoloog van de man te vertolken, wederom in een regie van Ivo Van Hove. Vanop de allereerste rij had ik het voorrecht om het resultaat van deze samenwerking te mogen aanschouwen.


In this day and age ben je er bij het telefoneren natuurlijk niet meer toe veroordeeld om de hoorn aan je oorschelp gekluisterd te houden. Nu wordt er via de MacBook of iPhone gecommuniceerd via Skype of FaceTime. En zo loopt Nasr rond in zijn kale en minimalistische aangeklede appartement, enkel voorzien van een sofa, een trap en nog wat inderhaast onder de trap weggestopte verhuisdozen, onderwijl pratend tegen zijn opengeklapte laptop. Door een grote balkon-opening achter in het decor wordt middels een eenvoudig maar vernuftig lichtontwerp en door subtiele achtergrondgeluiden (de ruis van een grootstad) het vallen van de avond, de donkerte van de nacht en het krieken van de ochtend opgeroepen.

Nasr heeft van de man een moderne man gemaakt met een actuele insteek : zonder het er drammerig op te leggen, leert het publiek al snel dat de man als jurist en tolk begaan is met het lot van vluchtelingen. En zo wordt alles in een ander perspectief geplaatst : wie denkt de vrouw wel dat ze is door als een verwende Westerling in haar bed te liggen suffen en na te denken over wie ze nu eigenlijk écht is, terwijl hij net nog lijkjes van kinderen zag aanspoelen ? Een beetje liggen aanmodderen met een identiteitscrisis terwijl het Westerse maatschappij-model op imploderen staat ? Het Westerse mekkeren en ouwehoeren geportretteerd als luxe-probleempjes.


Maar dit type van bespiegelingen zijn eerder schaars. Het is vooral de wilde mix van post-relatie-emoties die de boventoon voeren en die voor iedereen - die ooit door de gevolgen van een relatiebreuk moest navigeren - zo herkenbaar zijn. Hoe die kleine schattige dingetjes (de zachte en lieve fluisterstem van de vrouw) een mens op den duur enorm kunnen irriteren ("ik verstond je godverdomme nooit !"). Hoe het ideaalbeeld dat je van elkaar hebt, op den duur niet met de realiteit blijkt te stroken. Hoe je "elkaar op den duur maar een beetje ligt te verzinnen".

De man is ook nog altijd kapot van het einde van de relatie, is nog altijd bezorgd om het welzijn van zijn ex, maar probeert de draad weer op te pikken, probeert iets van zijn leven te maken. Dat impliceert dat hij af en toe grof en bits moet zijn tegen zijn ex (en ook tegen zichzelf, want hij beseft dat hij nog steeds heel sterk met zijn ex verbonden is). Dat er nu plots een andere vrouw in zijn leven gefladderd is, was niet gepland. Het overkwam hem plots, net zoals een verkoudheid je plots overkomt. Die 'andere' vrouw doorprikt de monoloog van Nasr en krijgt een kleine (en misschien zelfs ietwat overbodige) rol, vertolkt door Djamila Landburg. En natuurlijk krijgt die 'andere' vrouw het op haar heupen van dat nooit ophoudende online gesprek van haar nieuwe vriend met diens ex. Als zelfs een orale bevrediging op de sofa dat telefoongesprek niet kan beëindigen, wat dan wel ?

Ik geef het grif toe : ik ben jaloers op Ramsey Nasr. Als een moderne homo universalis is hij schrijver, dichter, regisseur en librettist. En dan is hij ook nog eens een mooie en charismatische man die zijn eigen tekst op verbluffend sterke wijze op de planken brengt en die verdraaid nog mooi kan zingen in het Arabisch ook ! Een heerlijk avondje theater en pet af voor Nasr.

21 januari 2018

Tjens Matic (Warande Kuub - 20.01.2018)

Op een verloren zomeravond in 1988 zond de toenmalige BRT een aflevering uit van het kookprogramma Krokant. Presentator Nest Mertens had die avond een wel heel bijzondere gast : Arno Hintjens. Op dat moment moest de solo-carrière van Hintjens nog van de grond komen en waren zijn hoogdagen als frontman van Tjens Couter en TC Matic al even achter de rug. En dus tijd genoeg voor Arno om zijn opleiding als kok gestand te doen en om - op zijn eigen onnavolgbare manier - zijn recept en bereidingswijze voor garnaalkroketten te delen met het Vlaamse publiek. Ik kan me tot op de dag van vandaag nog altijd perfect herinneren dat ik tranen met tuiten lachte bij het aanschouwen van dit spektakel. Maar in die dagen was Arno voor mijn toenmalig beperkte muzikale tiener-bewustzijn niet meer dan een vage naam. Wie was toch die dwarse rebelse flierefluiter die in de keuken van Nest Mertens de ene Pinot Gris na de andere soldaat maakte ?

Naarmate de solo-carrière van Arno alsmaar meer vorm kreeg en - zo gaat dat dan - zijn beginjaren bij Tjens Couter en TC Matic een legendarische status kregen aangemeten, groeide hij uit tot een soort van "icône incontournable de la culture Belge". Toen mijn muzikaal spectrum begon te verruimen, maakte ik desondanks nooit de klik met 's mans muziek. En zo komt het dat ik bizar genoeg tot op de dag van vandaag Arno nog nooit live op de planken heb zien staan. Dringend tijd dus om dat hokje aan te vinken.

In diverse interviews liet Arno blijken dat zijn terugkeer naar het ruwere materiaal van die oude dagen was ingegeven door het complete gebrek aan anarchie in de huidige muziekscene. Tijd om het stof weg te blazen, om de middelvinger op te steken ("Middle Finger" stond trouwens ook op de setlist vandaag), om een laars in een corporate balzak te stampen. Het siert de man dat hij het rebelse vuur nog steeds voelt branden, maar helaas is het lichaam - waarin die onverwoestbare rock 'n roll spirit gehuisvest is - ver opgebrand. Laten we immers vooral niet vergeten dat de man over een paar maanden 69 kaarsjes mag uitblazen en niet bepaald als een koorknaap door het leven gestruind is. En dat was er aan te zien vanavond. Een door een turbulent leven getekende man op leeftijd, stram bewegend en geparkeerd achter de microfoon, de songteksten aflezend van plakkaten op de grond, de ene 'godverdomme' na de andere declamerend. Ware het niet dat Arno over karrevrachten krediet beschikt, je zou het als een tikje zielig kunnen bestempelen.

Maar het songmateriaal en vooral de uitstekende begeleidingsband trokken het concert alsnog over de streep. Gitarist Bruno Fevery (die zijn achternaam alle eer aandeed want door griep geteisterd) liet de snaren lekker scherp gieren en vooral de exploten van bassist Mirko Banovic waren een lust voor oog en oor. Afgaande op de Humo-review van een recent Tjens Matic-concert worden ook de bindteksten van Arno 'Godverdomme' Hintjens (zoals de grap over het kapsel van Mireille Mathieu) nogal eens herkauwd. Maar ach, je kan niet altijd het warm water blijven uitvinden. Dat deden trouwens Tjens Couter (met vettige blues) en TC Matic (met kille Belgo-wave) indertijd ook niet. Maar dat doet helemaal niets af aan hun verdiensten. Ook de garnaalkroket werd niet door Arno uitgevonden, maar hij had er verdorie wel een eigen recept voor ontwikkeld.  'Putain Putain' en 'Oh La La La' behoren stilaan tot het canon van de Belgische muziekgeschiedenis en mochten niet ontbreken op de setlist. Maar ook nummers zoals 'The Parrot Brigade' en vooral 'Living On My Instinct' evoceerden perfect de tijdsgeest van de vroege jaren '80, toen be-pukkelde pubers met spuuglelijke kapsels protesteerden tegen raketten en voor jobs.

Aan 'waardig ouder worden' veegt Arno zijn Oostends gat af. Het moge hem nog lang bespaard blijven om in een rusthuis te belanden. De kok van de gaarkeuken aldaar zal niet weten wat hij meemaakt wanneer Arno zich met de kroketten gaat bemoeien.

12 januari 2018

Lisbeth Gruwez/Voetvolk : It's going to get worse and worse and worse, my friend (KVS - 11.01.2018)
















Het dansgezelschap Voetvolk werd in 2007 opgericht door choreografe/danseres Lisbeth Gruwez (°1977) en muzikant/componist Maarten Van Cauwenberghe (°1976). Dit duo heeft ondertussen een negental voorstellingen gecreëerd, waarbij de interactie tussen danstaal enerzijds en muziek/soundscape anderzijds centraal staat. De gelauwerde voorstelling van vandaag dateert al van 2012 maar wordt gelukkig nog geregeld hernomen, zoals vandaag in een uitverkochte KVS.

De aankleding van het podium is uiterst sober : een kaal podium met daarop een fel verlicht rechthoekig dansvlak. Gruwez komt op als een androgyne figuur, gekleed in stijlvolle en strakke kledij, met het haar strak naar achteren gekamd, met glimmende zwarte lakschoenen. Een langzaam aanzwellende drone begeleidt de sierlijke en bedrieglijk eenvoudige bewegingen van de handen van Gruwez, wier vingers de lucht lieflijk lijken te strelen.

Dan begint het geluid langzaam doorspekt te geraken van woord-fragmenten (in casu gemonteerde stukjes en zinnen uit speeches van de Amerikaanse predikant Jimmy Swaggart). Elk woord wordt uitgebeeld door één welbepaalde beweging. Zoals bleek uit de uitstekende aflevering van de Canvas-reeks Hopen op de Goden (waarin diverse kunstenaars worden gevolgd tijdens hun gevecht met hun Muze), ging aan elke beweging een lange voorstudie vooraf : om de juiste beweging bij een welbepaald woord te vinden, werd soms dagen voor één beweging uitgetrokken. De docu toonde Gruwez als een zeer intrigerende en intense dame voor wie het gevecht met de Muze geen gebakken lucht, doch wel dagelijkse realiteit is.

De woorden (en begeleidende bewegingen) worden herhaald en vermenigvuldigd en in frequentie verhoogd, totdat geleidelijk volledige zinnen gevormd worden. "We have not made any advancement at all !" en "It's going to get worse and worse and worse, my friend !" klinkt het, terwijl Gruwez de bewegingen perfect synchroon met de klankband uitvoert (het woord 'klankband' doet hierbij echter geen recht aan de live inbreng van Van Cauwenberghe, die telkens de moeilijke taak heeft om de klank af te stemmen op de strakke bewegingen van Gruwez). Ze struint als een fiere toreador over het podium en kijkt geregeld uitdagend in de richting van het publiek. Ze blinkt uit in precisie en in een soort van militaire elegantie. Ze is niet alleen een danseres, maar ook een actrice : ze IS de opzwepende predikant en neemt het publiek mee naar die gevaarlijke virtuele plek waarbij je geabsorbeerd wordt door de woorden van de predikant en waarbij je jezelf verliest in diens opzwepende gedachtengoed.

Dan wordt plots een rustpunt ingebouwd. Gruwez trekt haar panty strak omhoog over haar witte hemd en lijkt daarna langzaam maar onafwendbaar in een trance te komen. De muziek zwelt weer aan tot een dreigende drone-klank. Is ze nog altijd de predikant die haar publiek tracht te verleiden door een goddelijke trance te veinzen, of is ze nu een toehoorder geworden die meegevoerd wordt door die maalstroom van opzwepende en opruiende taal ? Ze springt op en neer in een alsmaar hoger tempo, waarbij haar gelaatsuitdrukking er één is van groeiende ontzetting of stijgend ontzag. Het gevoel van trance wordt compleet en er dreigt ontploffingsgevaar, totdat de muziek bruusk omslaat naar klassieke muziek (de cello verdrijft de preek als ware er wordt ontwaakt uit een boze droom) en de blik van Gruwez er één wordt van geluk en extase. Alsof alleen kunst en schoonheid ons kan redden van de holle retoriek van valse profeten.

Misschien zit ik er met deze laatste interpretatie volledig naast, maar het is alvast deze mooie en hoopvolle boodschap die ik vanavond - na deze ronduit prachtige voorstelling - mee naar huis nam. Ook fijn : zelfs tijdens het in ontvangst nemen van het verdiende applaus, toonde de frêle maar imposante Gruwez zich o zo sierlijk en aandoenlijk mooi.

17 december 2017

Sergej Katsjatrian speelt Sjostakovitsj (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 16.12.2017)

Aangezien ik mijn hand er niet voor omdraai om me ten gepaste tijde onder te dompelen in de ietwat marginalere zelfkant van de maatschappij - en aangezien ik nog een uurtje te doden had -, begaf ik me naar het befaamde danscafé Café Jozef op het Astridplein, teneinde aldaar een paar biertjes te nuttigen, mijn ogen de kost te geven aan het cliënteel en mijn oren te laten vullen door de live gespeelde muziek, afkomstig uit een voorgeprogrammeerde synthesizer. Toen ik wat later het Astridplein overstak en me in de Koningin Elisabethzaal begaf, kon het contrast niet groter zijn. "Wat is de homo sapiens toch een complex en intrigerend wezen !" viel me te binnen, terwijl ik naar de spreker van dienst luisterde die de avond inleidde en de twee composities van vanavond van de nodige uitleg voorzag. Op dat ogenblik was ik me nog niet bewust van de muzikale uppercut die me te wachten stond.

Dimitri Sjostakovitsj was niet alleen een begenadigd componist, maar ook een getalenteerd koorddanser : tijdens heel zijn artistieke carrière diende hij immers een uiterst delicate evenwichtsoefening uit te voeren tussen vrije artistieke en kritische expressie enerzijds, en het in het gareel lopen van de strenge Stalinistische Sovjet-censuur anderzijds. Hij moet indertijd ongetwijfeld een stijve nek gekregen kijken van al dat over-de-schouder-kijken. Die constante onrust zorgde ervoor dat hij sommige composities niet (of pas later) publiceerde. Zo ook het eerste vioolconcerto : gecomponeerd in 1948 maar pas gepubliceerd in 1955.

In 2005 haalde de Armeense violist Sergej Katsjatrian (°1985) de eerste prijs op de Koningin Elisabethwedstrijd met een uitvoering van dit eerste vioolconcerto (video HIER te bekijken) en vanavond had ik het voorrecht mee te maken hoe hij ditzelfde concerto nogmaals bracht, met de Duitser Markus Stenz als dirigent. Ik had me een plaats weten te bemachtigen centraal op de eerste rij, op amper enkele meters van solist en dirigent. O, wat een zaligheid om het concert van zo dichtbij mee te maken : ik zag elke gebroken paardenhaar (en dat waren er nogal wat), hoorde elke zucht en ademstoot van de solist, ervoer elke streek op het instrument, zag elke parelende zweetdruppel op de Armeense wenkbrauwen.

Gedurende het half uur van dit concerto verdwenen tijd en ruimte. Wat deze jonge Armeniër uit zijn viool toverde, was simpelweg verbluffend. Technisch onderlegde toeschouwers zullen zonder twijfel met meer kennis van zaken kunnen verwoorden wat deze solist presteerde. Over dergelijke kennis beschik ik niet, dus kan ik alleen maar een getuigenis afleggen van de emotionele impact en beperk ik me ertoe te zeggen dat mijn hart in mijn borstkas bonkte, dat mijn tong droog tegen mijn gehemelte kleefde, dat mijn traanklieren plotsklaps traanvocht naar mijn ooghoeken dreven, dat mijn synapsen op het randje van kortsluiting stonden ... kortom : dat ik serieus van mijn à propos was. Na afloop van het concerto bleef ik verweesd achter.

's Anderendaags laafde ik me nog meermaals aan diverse uitvoeringen van dit eerste vioolconcerto, waaronder een uitvoering door de legendarische Russische violist David Oistrach, aan wie het werk overigens door Sjostakovitsj opgedragen was.

Na de pauze volgde nog een uitvoering van de eerste symfonie van Gustav Mahler. Maar ik zat tijdens deze symfonie nog teveel in Sjos-modus om ten volle de machten & de krachten van een groot symfonisch orkest te appreciëren. Niet echt mooi van mij om zo weinig aandacht te schenken aan een symfonie waarop Mahler vier jaar had zitten wroeten, maar het was niet anders. Na afloop stak ik opnieuw het Astridplein over op weg naar mijn wagen. Café Jozef zat ondertussen aardig vol en achter de gecondenseerde ramen zag ik dansende silhouetten en hoorde ik een schlager weerklinken. Ja, de homo sapiens is waarlijk een wonderlijk wezen.

16 december 2017

Falstaff (Opera Antwerpen - 15.12.2017)

De opera "Falstaff" die door Giuseppi Verdi in de herfst van zijn leven werd gecomponeerd (en die in 1893 in première ging), is niet het eerste en zeker ook niet het laatste artistieke distillaat van de strapatsen van de gelijknamige schelm en bon vivant, die in het werk van Shakespeare opduikt als centrale figuur in 'The Merry Wives of Windsor' en als figurant in 'Henry IV'. Maar omdat het Verdi's muzikale testament is én omdat het libretto van de hand is van de uiterst getalenteerde Arrigo Boito, is deze lyrische komedie toch een tikje speciaal. Het was overigens Boito die Verdi kon overhalen om de opera te componeren. De twee heren hadden eerder al samengewerkt (o.a. aan de opera Otello) en hadden ondertussen al lang hun oude strijdbijl begraven (toen Boito nog voortrekker was van de intellectuele bohémien-beweging "scapigiliatura", was de verhouding tussen de twee heren onderkoeld).

De plot is vrij eenvoudig : de rond-buikige levensgenieter Sir John Falstaff is aangespoeld in een herberg in Windsor. Zijn exuberante levensstijl zorgt ervoor dat hij constant geld nodig heeft. Hij beraamt een plan : hij zal twee rijke burgerdames het hof maken, in de hoop het fortuin van hun rijke echtgenoten te kunnen buitmaken. Hiertoe schrijft hij aan beide dames (Alice Ford en Meg Page) een identieke liefdesbrief. Maar de twee dames ontdekken als snel dat ze identieke brieven ontvangen hebben en besluiten om Falstaff een hak te zetten. Na de nodige verwikkelingen (waarin ook de echtgenoot en de dochter van Alice Ford een rol spelen), belandt Falstaff met zijn klikken en klakken in de Theems, berooid en beroofd van zijn eer. Maar het verlangen naar wraakzucht van de twee dames is nog niet gestild : ze weten hem ervan te overtuigen dat de duik in de Theems op een vergissing berustte. Falstaff wordt naar een nachtelijk afspraakje rond de grote Eik van Herne in het park van Windsor gelokt, maar loopt opnieuw in de val en moet wederom de nodige vernederingen doorstaan....


De regie van deze opera was in handen van de Duits-Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, bij het grote publiek bekend wegens zijn rollen in de Quentin Tarantino-films 'Inglourious Basterds' en 'Django Unchained', die hem twee Oscars opleverden. De samenwerking tussen Waltz en Opera Vlaanderen is niet nieuw : in het seizoen 2013-2014 regisseerde hij al 'Der Rosenkavalier'.

De aankleding van het decor is doorheen het grootste gedeelte van de opera vrij sober : een imposante tafel fungeert enerzijds als de feestdis in de herberg en anderzijds - na een simpele ingreep - als soort van trapgang van het huis van dame Alice Ford. Tijdens de eerste twee van de drie bedrijven, kabbelt de plot rustig voort. De hoofdplot rond Falstaff verloopt parallel met een ietwat knullige nevenplot (een liefdesintrige rond de dochter van Alice Ford) en levert vermakelijke doch weinig memorabele momenten op. Voor mij is het vooral Johannes Martin Kränzle die de beste vertolking van de avond neerzet als de jaloerse echtgenoot van Alice Ford. Maar gedurende deze twee eerste bedrijven weet het geheel niet echt aan de ribben te plakken. Het is moeilijk om sympathie op te brengen voor de personages : noch de burleske bedrieger Falstaff, noch de op wraak beluste bourgeoisie van Windsor zijn personen waarmee men zich zou willen vereenzelvigen. Gelukkig tilt het scherpe libretto van Boito deze twee bedrijven uit boven het niveau van een deuren-komedie.


Het is pas tijdens het - opvallend korte - derde bedrijf dat alle remmen los gaan. Het orkest is naar het podium verhuisd, zittend in een soort van staketsel dat de grote eik in het bos van Windsor moet voorstellen. De muziek wordt plots grimmig en ook de aan lynchen grenzende uithaal door de gemaskerde goegemeente naar de gemuilkorfde en zwaar vernederde Falstaff heeft nog weinig uitstaans met een 'lyrische komedie'. Librettist Boito heeft zich duidelijk veel moeite getroost om zoveel mogelijk scheldwoorden en verwensingen te verzinnen die naar het dikke hoofd van Falstaff geslingerd kunnen worden. Het is in dit derde deel dat zowel Verdi als Boito schitteren en het uiterste vergen van zowel orkest als zangers. Wel was het zeer jammer dat er bij de enscenering geen rekening gehouden werd met de mensen die - zoals ik - in het hoge amfitheater zaten : de protagonisten in de orkestbak en de hogere lagen van de 'eik van Windsor' werden compleet aan ons oog onttrokken.

Een collega van mij slaagde erin om na de première een praatje te maken met Christoph Walz. Op de vraag waarom het derde bedrijf zo kort gehouden werd, antwoordde Walz dat er ter elfder ure nog veel wijzigingen en schrappingen gebeurd waren (en dat het late aantrekken van Craig Colclough in de rol van Falstaff niet veroorzaakt was door ziekte van de eerste aangezochte zanger, doch wel door artistieke meningsverschillen). Achter de schermen is één en ander dus zeker niet rimpelloos verlopen en ik verdenk trouwens Walz er stiekem van een 'moeilijke mens' te zijn.

Al bij al dus geen onverdeeld succes. Tijdens de twee lange eerste bedrijven sprankelt en spettert het geheel niet echt (en wordt het stuk ook niet geholpen door de wel zéér sobere aankleding) en komen vooral de vrouwelijke stemmen wat zoutloos over. En wanneer voor het korte laatste bedrijf alsnog een brutale ingreep wordt toegepast, lijkt dat een tikje 'too little too late'. Een leuk avondje opera, maar absoluut geen grand cru.

Foto's © Annemie Augustijns

02 december 2017

The Bad Plus (Warande Kuub - 01.12.2017)

Het concert dat het uit Minneapolis afkomstige jazz-trio The Bad Plus vanavond gaf in de Turnhoutse Kuub, was om twee redenen een tikje speciaal. Ten eerste omdat het de laatste kans was om het trio in de originele bezetting aan het werk te zien (pianist Ethan Iverson stopt er over een paar weken mee). Ten tweede omdat dit het eerste concert was dat werd georganiseerd in een samenwerkingsverband tussen jazz-club De Singer en cultuurhuis De Warande. Qua gezelligheid kan de Turnhoutse Kuub absoluut niet opboksen tegen de knusse club in Rijkevorsel. Ik geniet meer van een jazz-concert wanneer ik - gezeten aan een tafeltje - van een trappistenbier kan nippen, dan wanneer ik op een ietwat steriele tribune zit. Maar het samenwerkingsverband zal er wellicht voor zorgen dat er nog meer boeiende concerten uit de wereld van de jazz en aanverwante genres zullen kunnen plaatsvinden in de Kempen. En dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Maar terug naar het concert. Naast Iverson op piano, bestaat het trio uit drummer David King en contrabassist Reid Anderson. Het trio is al sedert 2000 actief en heeft een dozijn albums uitgebracht. Zowel live als op een aantal van die albums put het trio daarbij geregeld uit de rock en pop-canon. Het laatste album (It's Hard, 2016) bestaat zelfs volledig uit covers. Jazz-bewerkingen van pop- en rockhits zijn natuurlijk niet nieuw. Denken we bijvoorbeeld maar aan de exploten van Brad Mehldau op dat vlak. Het probleem met dat soort van covers is echter dat ze al snel in melige muzak verzanden en weinig toevoegen aan het origineel. Maar dat is een klip die The Bad Plus handig weet te omzeilen. Hun bewerkingen ontmantelen telkens de 'bron'-song, om vervolgens met de essentie ervan een creatief loopje te nemen. Zo kregen we vandaag een interessante versie van 'The Robots' van Kraftwerk te horen, waarbij pianist Iverson perfect de kilte en het gevaar van een door artificiële intelligentie gedomineerde wereld wist op te roepen met zijn enerverende staccato.

Ik had er op voorhand een beetje schrik voor dat het trio - bij wijze van crowd-pleasing - vanavond vooral covers zou brengen. Maar die schrik bleek ongegrond. De set-list bestond gelukkig nagenoeg volledig uit eigen composities van de leden van het trio. De discografie van het trio is immers meer dan rijk genoeg om niet op covers te moeten bogen. Het viel constant op dat dit een trio is dat volledig op basis van gelijke inbreng functioneert. Het is een trio zonder een echte bandleider, zonder open doekjes uitlokkende solo's, maar met een verbluffende coherentie in het samenspel van de eerder harde drum-aanslagen met de spaarzame piano-noten en het vrij conventionele contrabas-spel. Kleine tempo-wisselingen, subtiele aanslagen op drum of contrabas, de fraseringen van het pianospel, hints van grootstedelijke gekte of emotionele diepgang : alles zat fijntjes in elkaar verweven en schakelde even vlot naar een hoger of lager tempo als een perfect afgesteld schakelapparaat op een racefiets. Het was eraan te zien dat dit trio gepokt en gemazeld was in het samenspel.

Een aangename meerwaarde aan het concert was het feit dat Anderson zich ontpopte tot een komiek van het gortdroge soort. Zo vertelde hij dat 'Gold Prisms Incorporated' ging over de miljoenen dollars die drummer King in de jaren '80 verdiend had met 'exersice video's on VHS' en over het verstoppen van die dollars in 'offshore accounts'. King - die me zowel qua uiterlijk als qua speelstijl af en toe deed denken aan een oudere versie van Chris Corsano - hoorde het relaas met een grijns aan. Helemaal hilarisch was de vrij lange introductie van 'Rhinoceros is my profession', over hoe een neushoorn solliciteerde voor een vrijgekomen plek van ... neushoorn. Humor zo droog als de Gobi-woestijn tijdens de zomer, is een soort van humor die ik wel kan pruimen.

Er zaten in dit concert geen echte hoogtepunten of dieptepunten. Alles werd gespeeld met dezelfde frivoliteit, met hetzelfde technische vernuft, met dezelfde coherentie. Het nummer met de meeste emotionele impact was wellicht afsluiter 'Pound for Pound' (uit 'Made Possible', 2012), een ballad die zich gaandeweg ontpopt tot een mooie waterval aan klanken en noten, om uiteindelijk onthaast te eindigen. Een niet nader benoemde bisser besloot het vrij korte concert van een 70-tal minuten.

Dit concert had dan wel niet het effect van een stomp in mijn maag (à la James Brandon Lewis) of van een prikkelende douche voor de hersenen (à la Craig Taborn), maar soms is héél goed ook gewoon goed genoeg. En het concert van vanavond was héél goed.


Set-list :
Everywhere you turn
Mint
Thrift Store Jewelry
The Robots
Forces
Gold Prisms Incorporated
Do your sums/Die like a dog/Play for home
1997 Semi Finalist
Rhinoceros Is My Profession
Pound for Pound

17 november 2017

Queens Of The Stone Age (Sportpaleis - 16.11.2017)

Op een magische avond in mei 2011 vond in de AB een fabuleus concert plaats dat voor mij toen dé toetssteen was van wat een rockconcert moet en kan zijn : "strak, energiek, sexy & vet" waren de adjectieven waar ik me toen van bediende om de kopstoot - die Queens Of The Stone Age toen uitdeelde - te omschrijven. Het was een rockband op een piekmoment in z'n bestaan in een relatief kleine top-zaal, waar alle ingrediënten perfect samenkwamen. Het was het type concert waarna je de band in kwestie eigenlijk nooit meer live aan het werk mag zien, wetende dat het nooit meer beter zal zijn. In eerste instantie was ik dan ook niet van plan om naar het vermaledijde Sportpaleis af te zakken. Doch een aangeboden ticket, een leeg plekje in mijn agenda én het feit dat het nieuwe album "Villains" me gaandeweg meer en meer bekoorde, deden me alsnog anders besluiten.

De tijden dat je QOTSA nog in een kleine zaal à la AB kunt gaan bekijken, zijn definitief voorbij. En daar wringt meteen het schoentje (of in het geval van Joshua Homme : de cowboy-laars). Vettige rock van bands zoals QOTSA is niet gemaakt om in lelijke bunkers en evenement-hallen gespeeld te worden. Zo'n bands moeten spelen in kleine zalen waar de zweet-condens van het plafond drupt of waar je af en toe een geut bier in je nek gekletst krijgt. Waar het geluid zich - hard & potig doch goed gemixt - nét aan de goede kant van de pijngrens bevindt. Waar het publiek zich - van de eerste tot de laatste rij en van de eerste tot de laatste noot - volledig overgeeft aan de genade van de charismatische frontman. Waar je achteraf de schade moet opmeten aan je ledematen en kledij.

En dus bij voorkeur niet in een overmaatse hal waar mensen met een té dure cava in de hand op een stoeltje zitten, waar ze tijdens minder bekende nummers wat keuvelen over koetjes & kalfjes, om enkel tijdens de 'hitjes' op te veren en een filmpje te maken met hun smartphone. En dus ook al zeker niet in een grote galm-bak, waar het geluid af en toe enkel als 'brij' omschreven kan worden. Kan iemand mij eens uitleggen waarom bijvoorbeeld een goede maand geleden - tijdens de triomftocht van Nick Cave - het geluid wél - vanaf noot 1 - constant goed zat en waarom vanavond diverse nummers van hun giftige rock-angel werden beroofd door een ronduit matige mixage ? Dat dit bij de openingsnummers voorvalt, durf ik nog enigszins door de vingers te zien, maar het bleef een euvel dat doorheen heel de set af en toe de lelijke kop opstak. Zeer jammer dat bijvoorbeeld opener "If I had a tail" - nochtans een dijk van een schijf - geslachtofferd moest worden op dit galm-offerblok...

Op dergelijke omstandigheden heeft de band zelf weinig vat, dus op dat vlak kan het vijftal weinig of niets verweten worden. En gelukkig priemde er af en toe wel een knaller doorheen die slecht gemixte geluidssoep. Het heerlijk swingende "The way you used to do" was een gedroomde soundtrack voor de gracieuze podium-strut en dito kniezwengels van Homme, gevolgd door de crowd-pleasing tweeling-uppercut "You think I ain't worth a dollar" en "No one knows". Maar waarom tijdens "No one knows" plots een weinig functionele drumsolo werd ingelast, is me een compleet raadsel. Wél een aangename verrassing : dat oude kraker "Regular John" op de set-list stond, de al bijna 20 jaar oude openingstrack uit het titelloze debuut van QOTSA.

Sommigen zullen het middenstuk van het concert als een dipje ervaren hebben en als het uitgelezen moment om terug het stoeltje op te zoeken en door Facebook te scrollen, maar ik vond het een best leuk en intrigerend stuk. Het nogal ingetogen "Fortress" daagde de stembanden van Homme uit en de geil-hoekige riff van "Domesticated Animals" is onweerstaanbaar (en is eigenlijk stiekem een stuk hitsiger dan het ietwat tamme "Make it with chu").

Tussendoor was Joshua Homme natuurlijk dé blikvanger op het podium. Zoals hij met zijn imposante lijf geregeld als een hitsige reu tegen de flexibele lichtpaaltjes aan het schurken was, zal bij menige vrouwelijke bezoekster ongetwijfeld een vapeur of twee veroorzaakt hebben. Hij stak geregeld een sigaret op, refereerde aan het QOTSA-debuutconcert op Europese bodem (Pukkelpop editie 1998) en ontpopte zich met zijn bindteksten af en toe tot een mindfulness-goeroe en bastaardzoon van Phil Bosmans en Jomanda. En wellicht was ik de enige in het Sportpaleis die plots aan het album "Stanzas" van Henry Andersen moest denken toen Homme bij wijze van bindtekst - vrijelijk associërend - een aantal woorden opsomde (gaande van 'trash' tot 'dildo', 'dogfood', ...). 't Blijft een beer. "Al staat den Josh 2,5 uur patatten te schillen op dat podium, dan vind ik het nog dik OK" is wat dat betreft een treffende en zalige quote.

Tijdens de slotdebatten sloeg de vlam op het middenplein in de pan. "Little sister", "Sick sick sick" en "Go with the flow" is een rock-drievuldigheid waar menig beginnend groepje met graagte enkele vitale organen voor zou willen afstaan. Een ook de bissers waren verre van verkeerd, met als persoonlijk hoogtepunt "I think I lost my headache". Lekker het tempo opvoeren tijdens die vettige en repetitieve mantra-riff. Maar toen de ongezellige zaallichten na ruim 2 uur weer aanfloepten, overheerste toch een soort tantalus-kwelling-gevoel : in andere omstandigheden had dit zoveel beter kunnen zijn en had het uitstekende materiaal van "Villains" zoveel beter uit de verf kunnen komen. Het was absoluut niet slecht en zelfs een stuk beter en potiger dan tal van andere concerten die ik ooit zag. Maar het besef dat het eigenlijk nog véél beter had kunnen zijn, zorgt voor een ietwat bitter nasmaak.



Set-list :

If I Had a Tail
Monsters in the Parasol
My God Is the Sun
Feet Don't Fail Me
The Way You Used to Do
You Think I Ain't Worth a Dollar, but I Feel Like a Millionaire
No One Knows
Regular John
The Evil Has Landed
I Sat by the Ocean
Fortress
Smooth Sailing
Domesticated Animals
Make It Wit Chu
I Appear Missing
Villains of Circumstance
Little Sister
Sick, Sick, Sick
Go With the Flow
-----
Head Like a Haunted House
I Think I Lost My Headache
A Song for the Dead

12 november 2017

Sonic City (Depart Kortrijk - 12.11.2017)

Voor de tiende editie van Sonic City - ditmaal onder curatele van Thurston Moore - werd uitgeweken naar een nieuwe locatie : de voormalige NMBS-loodsen in Kortrijk, die recent werden verbouwd tot evenementenhal Depart. Het begrip 'evenementenhal' doet bij concertgangers vaak de wenkbrauwen fronsen, doch deze nieuwe locatie bleek een uitstekende plek te zijn. Met een pre-party en twee tjokvolle festival-dagen was Kortrijk dus weer heel even the place to be voor de alternatieve muziekliefhebber. Ik beperkte me tot de zaterdag. Een kort overzicht.

De drie Finse dames van Olimpia Splendid zagen we in in 2014 al op Kraak passeren. Toen was mijn oordeel nog eerder neutraal : "onthaast rammelen à volonté". Een stijlbreuk is er zeker niet gekomen, maar de meiden lijken hun stijl wel verder uitgepuurd te hebben.


Ashley Paul
De Amerikaanse Ashley Paul nestelde zich probleemloos in mijn brein en hart. Haar dwarse en experimentele uitstapjes met sax, gitaar, strijkstok, stembanden en belletjes leverden iets op wat nog het best als een soort van muzikale collage omschreven kan worden. Ik werd ter plekke een heel klein beetje verliefd.

Dat Nøught dit weekend op de affiche stond, is niet echt een verrassing. Gitarist en oprichter James Sedwards maakt immers ook deel uit van de huidige band rond curator Thurston Moore. Maar de instrumentele prog/jazz/rock/noise van dit Britse viertal toonde aan dat de plaats op de affiche terecht was. Voortgedreven door een pulserende bas en rijkelijk gelardeerd met fijn toetsenwerk, was dit uitstekend voer voor de buizen van Eustachius.

Een gitaar en een viool : meer hebben de Amerikaanse dames Marcia Bassett & Samara Lubelski niet nodig om een uitdagende drone-improvisatie neer te planten. Hun samenwerking is begonnen met het maken van experimentele soundtracks voor bestaande films, en dat was eraan te horen. Interessant, maar met te weinig variatie en gelaagdheid om te blijven boeien.

Eén van de concerten waar ik vandaag het meest naar uitkeek, was dat van de New Yorkse lo-fi rocker en bezig baasje Steve Gunn. Wat een heerlijke rustgevende vibe straalt die man uit. Simpelweg mooie liedjes, subtiele baslijnen en een lekker kabbelend americana-gevoel dat soms uitmondde in meer epische trips. Heerlijk. Gunn maakte ook even melding van het overlijden van (en bracht hulde aan) één van zijn muzikale helden : het Dead Moon-brein Fred Cole.


Mag
De Zweedse Mag (aka Magdalena Ågren) bedient zich van een trombone, een megafoon, een drumcomputer, een tot electronica-gadget omgebouwd konijn en een loop-station om een groots geluid mét beat te produceren. Ze wist hiermee - alsmede met haar ontwapende persoonlijkheid - applaus te oogsten.

De Amerikaanse gitarist Nels Cline is bij het grote publiek vooral gekend omdat hij deel uitmaakt van Wilco, maar hij is ook al jarenlang actief in de meer experimentele scene. Het is in die laatste hoedanigheid dat hij vandaag solo optrad, bijgestaan door de nodige knoppen en pedalen. Maar voor het meest indrukwekkende nummer werden de knoppen & pedalen aan de kant geschoven en werd een opvallend ingetogen maar prachtig nummer gebracht : een bewerking van "Touching", een compositie van de Amerikaanse avant garde-componiste, performer en electro-pionier Annette Peacock.

De Amerikaanse gitariste en componiste Marisa Anderson maakte indruk. Het is een ietwat struise dame die - solo op elektrische gitaar en zonder zang - zowel eigen composities brengt als bewerkingen van muziek die deel uitmaakt van de Amerikaanse blues- en folk-traditie, in het bijzonder enkele nummers van de Amerikaanse liedjesschrijver Stephen Foster (1826-1864). Bij elk nummer geeft Anderson wat achtergrond-informatie mee. Straf hoe er zoveel verhalende kracht kan schuilen in sobere gitaar-composities. Een ronduit pakkend moment diende zich aan toen een geëmotioneerde Anderson (overigens gekleed in een Dead Moon-shirt) het nummer "Resurrection" opdroeg aan Fred Cole.


Pharmakon
In 2013 stond de New Yorkse Margaret Chardiet (nom de plume Pharmakon) reeds haar ziel uit haar toen nog jonge lijf te schreeuwen op de toenmalige editie van het helaas ter ziele gegane All Tomorrow's Parties. Ik zal nooit vergeten hoe ze - doorheen haar compromisloos harde industrial noise - op centimeters van mijn neus aan het brullen was. Vanavond bleek ze van die interne woede nog weinig verloren te hebben. Briesend en ziedend stoof ze heen en weer over het podium en doorheen het publiek, om na een tornado van een half uurtje weer in de coulissen te verdwijnen.

Van Mark Kozelek, de centrale figuur van Sun Kil Moon, is geweten dat het geen gemakkelijke jongen is. En die dubieuze reputatie deed hij vandaag weer alle eer aan. Zo kreeg hij het halverwege het concert flink op zijn heupen van 'too much testosteron' in de eerste rijen van het publiek. Hij ergerde zich vooral aan één dronkaard en eiste dat de security de man in kwestie zou verwijderen uit het publiek (wat overigens niet gebeurde). Her en der weerklonk boegeroep uit de zaal. Op het einde van het concert verontschuldigde Kozelek (die geregeld een dronken of verwarde indruk maakte) zich voor zijn 'grumpy' gedrag, maar toen was het kwaad al geschied en was een waas van spanning over het concert neergedaald. Jammer, want ik hou enorm van zijn lange dagboek-achtige parlando-nummers met de vele cultural references, zoals er talloze staan op het uitstekende nieuwe album met de olijke titel "Common as light and love are red valleys of blood". Zoals het geweldige "Butch Lullaby". Wél heel grappig : Nels Cline mocht als gast de band vervoegen tijdens het nummer "Livingstone Bramble" met daarin de tekst "I hate Nels Cline". Heerlijk staaltje ironie.


Liars
De drie heren van het Amerikaanse electro-art-punk-trio Liars brachten een energieke en gedreven set. Frontman en rare kwibus Angus Andrew had voor de gelegenheid een roze outfit met bijpassende voile gekozen. Hoogtepunt van hun set was ongetwijfeld het al uit 2014 daterende "Mess on a Mission", waarvan de lekker bekkende mantra-zin "facts are facts and fiction's fiction" in deze tijden van fake news prangend actueel klonk. Maar een grote fan van deze band zal ik nooit worden. Too much pose, too little substance. Maar het publiek in de grote zaal lustte er vrolijk pap van.

Mijn hart maakte een licht sprongetje toen James Brandon Lewis als laatste naam aan de affiche werd toegevoegd. Eerder dit jaar bracht hij immers een verpletterend concert in De Singer, nog altijd één van de absolute muzikale hoogtepunten van dit jaar. En ook vanavond was het weer boenk op. De drie heren lieten liters zweet achter op het podium tijdens hun vrij korte maar enorm gespierde set, waarin wederom een enorme power en gedrevenheid geëtaleerd werd, gecombineerd met muzikaal vakmanschap. De korte sax-solo-intro van "Zen" getuigt bijvoorbeeld van heel veel kunde en beheersing. We zagen een geweldige saxofonist aan het werk die zijn eigen stem helemaal gevonden lijkt te hebben en die klaar is om de wereld te vuur en te zwaard te veroveren. Stonden o.a. ook nog op de setlist : "Lament for JLew", "Raise up off me" en "Indecision".


Thurston Moore
Curator Thurston Moore mocht vanavond de muzikale marathon afsluiten en deed dat met veel aplomb. Hij kondigt zijn band vaak aan met bizarre namen. Vanavond was dat : "we're the Blue Wave Radicals". De blijken van liefde vanuit het publiek voor drummer Steve Shelley zetten de toon voor een lekker pittige set waarin een goed op dreef zijnde en vaak glimlachende Moore met zijn typische gitaarspel en songstructuren onvermijdelijke echo's van Sonic Youth opriep. Maar hij kan zich ondertussen beroepen of tal van uitstekend materiaal uit diverse solo-albums, waarvan "Rock N Roll Consciousness" de laatste getuige is. "Cusp" werd opgedragen aan een "Free Catalonia" en "Aphrodite" aan de gelijknamige godin van de liefde (nadat nogmaals een "we love you, Steve !" vanuit het publiek weerklonk). Even filmquiz spelen met het publiek door hen te laten raden uit welke films twee citaten afkomstig zijn (in casu "A streetcar named Desire" en "The last picture show"). En bij wijze van foltering voor de moegetergde benenwagen nog een lang uitgesponnen versie van het al uit 1995 (!) daterende "Ono Soul (bow down to the queen of noise)" als bisser, waaraan uiteraard - hoe kan het anders - een lekkere lap noise aan werd vastgeplakt.