03 september 2017

Bill Callahan (OLT Rivierenhof - 02.09.2017)

Singer-songwriter Bill Callahan - nu al enkele LP's onder eigen naam handelend en niet langer onder de 'Smog'-dekmantel - mag wat mij betreft stilaan opgenomen worden in de galerij van de allergrootsten. Verspreid over een 17-tal albums etaleert Callahan een uitzonderlijk talent om een aantal ingrediënten tot op de gram af te wegen om te komen tot rijke en briljante songs vol geladenheid en betekenis : nuances van tristesse, van Americana-blues, van eerlijke introspectie, van jeugdherinneringen zonder in melancholie te vervallen, van cynisme, van pöezie, van verbondenheid met de natuur. Dit alles verpakt in lichtjes rammelende maar tegelijk mooi uitgepuurde songs. Een kans om de man - eindelijk ! - live aan het werk te zien mocht dan ook niet gepasseerd worden. Dat het concert plaatsvond op een mooie zaterdagavond in het sfeervolle Openluchttheater Rivierenhof, was een kers op de taart.

Op plaat worden de songs van Callahan her en der wel eens opgesmukt met wat strijkers, toetsen, een dwarsfluit, steelguitar-effecten of ander fraais, maar vanavond was het al soberheid wat de klok sloeg. Callahan op akoestische gitaar (en af en toe mondharmonica) en drie degelijke muzikanten op drums (Adam Jones), basgitaar (Jaime Zuverza) en elektrische gitaar (Matt Kinsey). En misschien nog wel het mooiste instrument van allemaal : die heerlijke warme stem van Callahan, die je meteen onderdompelt in de sfeer van een brandend haardvuur in een afgelegen boshut. En met die stem werd het publiek ruim anderhalf uur meegenomen in dat unieke universum van Callahan en getrakteerd op de ene parel na de andere. Het minst sobere van de avond was misschien nog wel de kostumering van Callahan : pastelkleurige broek en hemd met lichtjes foute glitter-country-print.

Vanaf de eerste noten van opener "Spring" tot aan de slotakkoorden van afsluiter "Riding for the feeling" : dit concert zat helemaal goed. Niet alleen omdat Callahan de ene prachtsong na de andere bracht (het aangrijpend openhartige "Rock Bottom Riser", het lekker cynische "Dress sexy at my funeral", de geweldige protestsong "America!" of de Smog-klassieker "Cold blooded old times"), maar ook omdat er een goede interactie was met het publiek, dat duidelijk vooral uit kenners en fijnproevers bestond. Dat een optreden top kan zijn zonder melige bindteksten en zonder bis-nummers, werd vanavond bewezen. Wat bindteksten betreft, beperkte Callahan zich tot een korte uitweiding over de mooie setting (de bomen rond het OLT-halfrond) en hoe zijn gitaar misschien wel een nazaat (of voorvader) was van één van deze bomen. En toen het publiek na het voorlaatste nummer "Drover" (het meest epische nummer in de set en de gedroomde soundtrack voor een ambitieuze indie-western) uitbarstte in een heel lang aangehouden enthousiast applaus en gejuich, reageerde Callahan met oprechte verbazing. "What's going on ? That's scary ! Why's everybody applauding this long ? Note to self : safe that song voor the end of the show next time." Ik zal je vertellen wat er gebeurde, Bill : je bracht een geweldig concert voor een dankbaar publiek op een mooie avond in een mooie setting. Een lang applaus was wel het minste dat we konden terugdoen.


Setlist :

Spring
Jim Cain
Eid Ma Clack Shaw
Dress Sexy At My Funeral
America!
Rock Bottom Riser
Ride My Arrow
Cold Blooded Old Times
Say Valley Maker
Let Me See The Colts
Too Many Birds
Drover
Riding For The Feeling

02 september 2017

Jettie Pallettie (Minderhout Kermistent - 01.09.2017)

Er bestaat eigenlijk niet zoiets als 'foute muziek'. Het is heel gemakkelijk om uit de hoogte te doen over smartlappen en schlagers en om de output van zenders à la Ment TV in het 'guilty pleasure'-hokje te duwen. Er is echter niks om je schuldig over te voelen als je oprecht van dit soort muziek houdt. En als die muziek erin slaagt om mensen voor even hun zorgen te doen vergeten en voor een keertje lekker uit de plaat te gaan, dan is daar absoluut niets mis mee. Intellectuele diepgang of atonale akkoordenschema's moet je er natuurlijk niet zoeken, maar dat maakt niet uit. Zoveel mensen, zoveel smaken. Maar ook in het genre van Nederlandstalige muziek verwacht ik toch wel minstens een heel klein beetje creativiteit en originaliteit. Net dat ietsje meer dat het geheel doet uitstijgen boven de eenheidsworst-rest. En dergelijke nummers zijn er wel degelijk. Dat hebben de vele uren willens nillens luisteren naar Radio Valencia en de Meerlese legende De Zwarte Merel me wel geleerd.

Wat er echter wel degelijk bestaat, zijn 'foute concepten'. En ik kan het concept "Jettie Pallettie" als niets anders dan als zeer fout omschrijven. Dit personage - nom de plume van de Nederlandse zangeres Jet Westerhuis - grossiert in carnavaleske schlagers, met songteksten die naam amper waardig. Ik weet ook wel dat je van schlager-songteksten niet dezelfde literaire kwaliteit mag verwachten als van pakweg Leonard Cohen. Maar Jezus Christus, doe alsjeblieft een béétje moeite. Helemaal fout wordt het wanneer dit geschlagerde vrouwmens het podium bestijgt. Amper een half uurtje in een potsierlijk kostuum op een podium waggelen, onderwijl "zingend" op het geluid van een opgenomen bandje. En hop : het podium weer af, de auto in op weg naar het volgende 'concert'. Dit was geen concert. Dit was goedkope geld-graaierij van het ergste soort.

Ach, ik weet het wel. Het was godbetert een avondje zuipen in een kermistent. Wat had ik anders kunnen verwachten (behalve de obligate kater 's anderendaags) ? Maar dit was een aanfluiting, je reinste bagger. Los van deze vleesgeworden belediging t.o.v. iedereen die zich wél met recht en rede muzikant noemt, heb ik me overigens goed geamuseerd. Maar dat eerder door het amusante gezelschap dan door een 'artieste' die zich omschrijft als "de gezelligste en meest swingende party act op dit moment". Ik zou de adjectieven "gezelligste" en "meest swingende" met graagte vervangen door een paar meer waarheidsgetrouwe woorden.

13 augustus 2017

Baloji (Antilliaanse Feesten - 12.08.2017)

Het concert van de Belgisch-Congolese muzikant Baloji Tshiani op de 35° editie van de Antilliaanse Feesten had ik vetjes aangestipt. In eerste instantie omdat de man een interessant muzikaal parcours heeft afgelegd : van MC Balo bij het legendarische Starflam tot een mooie solo-carrière waarbij hij doorheen zijn twee albums (en één EP) meer en meer teruggrijpt naar de soukous-muziek van zijn Congolese geboortegrond. En in tweede instantie omdat de man me zeer aangenaam verraste tijdens een aflevering van de uitstekende Canvas-reeks Off The Record. In die aflevering etaleerde Baloji zich als een warme, intelligente en goedlachse persoonlijkheid met een heel interessante en eclectische muzikale smaak. Redenen te over derhalve om 's nachts af te zakken naar de Cahier-clubtent.

Het concert vertrok ietwat laat uit de startblokken - er moest in allerijl een vervangende keyboard opgediept worden - en de clubtent liep aanvankelijk ook maar matig warm voor de set van Baloji, aan wiens enthousiasme en energieke moves het echter zeker niet lag. Laten we het erop houden dat het een klein beetje een mis-programmatie was : de verkeerde act op het verkeerde moment. Op zaterdagnacht wil een door donderwolkje-cocktails geïntoxiceerd publiek eerder zotjes uit de bol gaan en met t-shirts zwaaien op simpele soca à la Rebels Band. De gelaagde soukous-met-een-boodschap van Baloji paste niet meteen in dat party-plaatje. En dat tijdens de set het Frans de voertaal was - niet meteen de eerste of tweede taal van de meeste festivalgangers met veelal Antilliaanse roots -, hielp de zaak ook niet vooruit.

Maar het siert Baloji dat hij het aanvankelijk ietwat lauwe publiek niet aan zijn hart liet komen en vol gas gaf, samen met zijn degelijke begeleidingsband. Een opvallend lid van die band was een oudere gitarist, die - gezeten op een stoel -de o zo herkenbare en o zo onweerstaanbare soukous-riedels uit zijn instrument deed stromen. Baloji noemde de man "mon père", waarvan ik echter vermoed dat het eerder als koosnaampje op te vatten was. Het publiek dat er wél voor koos om zich onder te dompelen in de heerlijke Congolese soukous, werd getrakteerd op heel veel liefde en enthousiasme van de springerige frontman. Baloji is ook niet van gisteren en hoedde zich er dus voor om niet al te politiek en drammerig uit de hoek te komen, doch liet de muziek voor zich spreken. Dat was dus vooral soukous, maar ook funk (met een hoofdrol voor de bassist tijdens het geweldige "Nakuenda" uit het debuut-album Hotel Impala) en hiphop kwamen geregeld om het hoekje kijken, waarbij ook moeilijkere en uitdagende ritmes niet werden geschuwd.

Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld Lala, een lange lap soukous die in dat ene simpele woordje een Afrikaanse dualiteit blootlegde : in het Lingala betekent het woordje zoiets als "Loop ! Zoek dekking !" terwijl het in het Swahili uitdrukking geeft aan 'slapen' of 'liefde bedrijven'. En zo deed Baloji de kritiek - alsof het in Afrikaanse muziek alleen maar over seks gaat - af als zijnde niet helemaal juist .... maar ook niet helemaal on-juist. Baloji schreef het nummer ten tijde van de turbulente verkiezingsperiode in Congo in 2005-2006, om helaas te moeten vaststellen dat het nummer heden ten dage nog altijd actueel is en toepasbaar op zovele Afrikaanse landen met instabiele en corrupte regeringen. "A beautifull mess" in zoveel landen. De Minderhoutse Blauwbossen waren deze nacht héél even een stukje Katanga.

19 juni 2017

Best Kept Secret Festival (16-18.06.2017)

Alles klopte aan de vijfde editie van het Best Kept Secret-festival, gehouden op de terreinen van de Beekse Bergen in Hilvarenbeek. De combinatie van het prachtige weer, enkele fenomenale concerten, de heerlijke laid back vibe, de locatie en de (culinaire) omkadering maakte deze driedaagse tot één van mijn beste festival-ervaringen van de afgelopen jaren. En zelfs de Grolsch Kornuit was naar Nederlandse normen een best goed te verstouwen pilsje. Een kort verslagje.



DAG 1

Op de openingsdag kon ik helaas niet veel acts meepikken, omdat ik me pas na de noeste dagtaak naar de BKS-terreinen kon begeven. Maar gelukkig wel nét op tijd gearriveerd om het concert van de Deense Agnes Obel mee te pikken. Live werd ze bijgestaan door twee andere nimfen voor wat een ingetogen maar fijnbesnaard concert was, met als hoogtepunten 'Riverside', 'On Powdered Ground' en vooral 'The Church'. Niet eenvoudig om op een late namiddag op een hoofdpodium met een intieme set een zonovergoten publiek te boeien, maar de Deense slaagde in die missie. En aldus een fijn begin van een oestrogeen-overgoten avond. Want even later - bij de aanvang van de gig van Millionaire - stond een festivalganger nogal ostentatief (met zijn smartphone omhoog en vlak in mijn gezichtsveld, zodat ik kon er niet naast kon kijken) een SMS te typen met als boodschap : "ik weet dat je ongesteld bent dus ik snap dat je mijn voorstel ongepast vindt" ... Euhm, tijd om mijn aandacht terug op het podium te vestigen voor wat uitgroeide tot een zeer snedige set van Tim Vanhamel & C° in een volgepakte tent, waarbij "Alpha Male" werd opgedragen aan The Donald.

Maar die fikse opstoot van Belgisch mannelijk rock-geweld van het betere allooi, moest daarna plaatsmaken voor een nieuwe vrouwelijke insteek : het concert van de Noorse Jenny Hval was op z'n minst intrigerend te noemen. Deels optreden, deels theater, deels performance-art : het zat er allemaal in. Er werden lokken van pruiken geknipt, er werd geposeerd voor een met de iPhone filmend bandlid, er werd een soort van bizarre podium-decoratie aan stukken getrokken, er werden teksten gedebiteerd over vampieren en menstruatie en speculums ... Ik sloeg één en ander zeer geamuseerd gade vanop de eerste rij. Kortom een concert dat me alras de regels-SMS terug in herinnering bracht.

Zelfs tijdens het concert van de all male headliner Run The Jewels werd de vrouwelijke kunne niet vergeten. Bij veel cliché hiphop zou het dan gaan over bitches & ho's, maar niet zo bij het olijke duo Killer Mike en EL-P, wiens raps qua inhoud onmetelijk veel hoger staan dan platte bling-hop. Tijdens een opvallend vurige speech riep Killer Mike het mannelijke publiek op om in de mosh-pit geen misbruik te maken van het daarmee gepaard gaande fysieke contact om vrouwen te bepotelen. Wat een heerlijk concert was dit trouwens ! Twee jaar terug nog een namiddag-act op WOO HAH!, nu headliner op een groot festival. Ook EL-P en Killer Mike konden het vanavond nauwelijks geloven. Naast de hoge artistieke kwaliteit van de drie RTJ-platen is ongetwijfeld de oprechte camaraderie en chemie tussen de twee hip hop-veteranen één van de sleutels tot hun succes. Ik liet me lekker gaan in de pit, me er uiteraard voor behoedend om niet aan het bepotelen te slaan. Niet alleen omdat dat uiteraard compleet not done is, maar ook omdat de imposante Killer Mike ermee dreigde om overtreders van deze evidente regel een vuist in het gezicht te planten. Voor het overige was overigens alles peis en vree tijdens dit super-vette concert. RTJ ! RTJ ! RTJ !



DAG 2

Voor de tweede festivaldag werd wederom een fors blik zon opengetrokken. Zodanig zelfs dat de hoog opgeschoten roodharige frontman van de complex-loze Britse rockband The Amazons op het hoofdpodium nauwelijks zijn gitaar-tuning-apparaat afgelezen kreeg. Weinig wereldschokkend bandje overigens, dat zich daar echter ook terdege van bewust was en daarom lekker pretentie-loos de dag op gang rockte. Al een geluk dat de aangename verrassing Froth (fijne psych-surf-pop uit San Diego) in de schaduw van één van de kleinere tenten mocht aantreden. "Total drag" stond in koeien van letters te lezen op het shirt van frontman Joo-Joo Ashworth, een ietwat slungelige figuur die aangaf zich beter thuis te voelen in de schaduwen dan in het felle zonlicht. Onbetwist hoogtepunt : het nummer "Petals (what was I supposed to do)". Ashworth nam op het einde van het concert de biezen met een ingestudeerd Nederlands zinnetje "nu is het gedaan". Een beetje zoals de legendarische Edu vroeger "hier is beton" uitsprak (grapje voor intimi).

De nog maar pas in 2015 opgerichte band Whitney exporteert folky indie vanuit Chicago, met als opvallende frontman de zanger/drummer Julien Ehrlich. Misschien een tikje een poseur (pochen over een zwakke maag na een zwaar avondje en toch ostentatief lurken aan een fles wijn), maar de frisse arrangementen, de al even frisse falsetto-stem en de trompet-riedeltjes pakten het publiek in de TWO-tent moeiteloos in, ondanks het feit dat de teksten niet al te vrolijk zijn en gaan over onderwerpen zoals relatiebreuken, dood en depressies. En toch zomers klinken, je moet het maar doen. Grappige cover trouwens van de openingstune van de oude sitcom "The Golden Girls".

De benenwagen maakte vervolgens overuren om stukken te kunnen meepikken van de concerten van het vrouwelijke Schotse duo Honeyblood (Highland-indie op gitaar & drums), van Cloud Nothings (uit Cleveland, Ohio - denk 'Lemonheads' met een iets grovere korrel), van de Noor Thomas Dybdahl (zomerse pop, gebracht door hippe mannen in kostuums en met "Just a little bit crazy" een onweerstaanbaar glimlach-op-de-mond-toverend-top-schijfje in de setlist) en van de Britse indie-rockers Wild Beasts, die ondanks een "Fuck Brexit !"-kreet en een ode aan "alpha-females" een eerder tamme en incoherente set op de planken brachten.

De Japans-Amerikaanse Mitski zou je trouwens gerust als een alpha-female kunnen bestempelen. Laat je echter zeker niet misleiden door haar frêle schoonheid. Op het podium één en al sérieux en nauwelijks op een glimlachje te betrappen, zoals ik al vermoedde na een eerdere luisterbeurt van haar complexe indie-meesterwerkje "Puberty 2". Aanvankelijk kende het concert wat geluidsproblemen (wat de geluidsman flink wat banbliksems uit haar griezelig furieuze ogen opleverde), maar gaandeweg bloeide de set open. Zeker geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Achteraf terug wat mannelijkheid en zelfvertrouwen bijgetankt bij de psych-rock van The Wytches (ondanks de naam trouwens een all male band). Niet dat ik meteen naar de platenboer zal hollen om me de platen aan te schaffen van deze vier jeugdige nozems uit Brighton, maar hun vrij simpele rock deed deugd na misschien een tikje teveel lo-fi en indie. Eén bandlid droeg een shirt van The Misfits, een ander bandlid droeg een shirt van The Smiths. Soms heb je niet meer nodig om over de streep getrokken te worden.

Ik ben al lang de tel kwijt hoe vaak ik Thurston Moore in allerlei constellaties op een podium heb zien staan. Dus vandaag maar eens een keertje - toch met lichte pijn in het hart - verstek gegeven voor zijn concert en gekozen voor de dromerige ambient-slowcore-pop van Cigarettes After Sex. Vooraf in allerlei vakpers getipt als een niet te missen concert, vormde de zeer trage pop van frontman Greg Gonzales een zalig zwoele soundtrack voor een zalig zwoele dag. Het vergde enig geduld en het was zeker geen quick fix, maar gaandeweg kroop de set toch onder mijn huid. En de bandnaam is perfect gekozen : nergens werd een hoogtepunt gezocht of gevonden, maar immer overheerste het gevoel van melancholie dat na een orgastisch piekmoment steeds weer onvermijdelijk om het hoekje komt gluren.

Tja, wat te zeggen over het concert van het Canadese collectief Arcade Fire, de headliner van de tweede dag ? Dit was één van die concerten dat je moet bijgewoond hebben om het te geloven. Achteraf struikelde de muziekpers over de superlatieven in een poging om dit magische uur & drie kwartier te omschrijven. Ik ga er zelfs nauwelijks een poging toe doen. Van de prachtige nieuwe semi-disco single "Everything Now", over de bruuske tempo-wisselingen in "Here Comes The Night Time", via de massaal ontstoken smartphone-lichtjes tijdens "Neon Bible" tot de onverwachte (en ongeplande) bisser "Intervention", Will Butler die met z'n trom in de mast klimt, de visuals : tijdens dit concert viel alles op z'n plaats. Voeg daarbij een tiental getalenteerde multi-instrumentalisten (het podium leek wel volgestouwd met de inhoud van een muziekwinkel), een twintigtal geweldige nummers, een uitermate aanstekelijk speel-plezier dat werkelijk in beken van het podium gutste, de ondergaande zon, ... en je hebt een concert hors catégorie van een band op de top van z'n kunnen.

Maar geen tijd om te versagen. De dag was dan wel lang & zwoel geweest en de tank van de benenwagen bijna leeg, maar het slotakkoord was er ook één om niet te missen. De tegendraadse en complexe crossover-jazz van het Belgische Stuff - met ingewikkelde structuren en zonder zang toch niet de meest evidente festivalmuziek - zette de ferm volgelopen THREE-tent lekker in de fik. Geen sinecure pal na het collectieve Arcade Fire-delirium. Er ontstond al snel een heel goede klik tussen band en publiek, wat ervoor zorgde dat de Gentenaren de tastbare elektriciteit in de tent opzogen en vertaalden naar een zeer gedreven set. De innige omarming van drummer Lander Gyselinck met één van zijn kompanen na afloop van het concert sprak boekdelen. Aanvankelijk had ik de ambitie om me na dit concert nog onder te dompelen in de nachtelijke electro-set van de Amerikaanse DJ Laurel Halo, maar mijn pijp was uit.



DAG 3

De pijp terug gestopt zijnde met energie-tabak, deelde de binnenkomer op de derde dag meteen een flinke oplawaai uit. Zeal And Ardor is een project van de Zwitserse Amerikaan Manuel Gagneux, waarbij een zeer ongebruikelijke mix van negrospirituals, slavenliederen, black metal en blues opgelepeld wordt. Het debuutalbum "The devil is fine" werd volledig door Gagneux geschreven en opgenomen. Live bijgestaan door twee extra zangers, een drummer en een bassiste doet Gagneux de temperatuur in de nochtans al flink hete FIVE-tent met nog een paar graden stijgen. Alles wordt met heel veel passie en overgave gebracht. Aanvankelijk bloedserieus (met zwarte hoodies en trieste gelaatsuitdrukkingen), maar wanneer Gagneux merkt hoe warm en enthousiast het publiek reageert, kan hij een glimlach niet langer onderdrukken. Afwachten of deze verschroeiende worp van Gagneux een éénmalige opflakkering is of de vroege ontbolstering van een groot talent. Dit concert was alvast puntgaaf.

De Schotse heren van Arab Strap hingen in 2006 hun indie-kilt aan de haak, maar besloten in 2016 terug te concerteren. Frontman Aidan Moffat zweette op het TWO-podium als een rund en liet zich de blikjes Kornuit-pils gulzig welgevallen, terwijl hij de electro-indie-rock (met af en toe een Mogwai-achtige uithaal) voorzag van teksten die bijna tegen het spoken word aanleunden. "This is a sad song about being a dick" sprak de bebaarde Moffat en dat was niet gelogen toen een zeer melancholisch geladen versie van "Here We Go" op het publiek werd losgelaten. Heerlijk concert. Enkel een glas Lagavulin single malt onbrak nog.

Timothy Showalter - frontman van Strand Of Oaks - is ook geen doetje als het op melancholie en tristesse aankomt (hij heeft zijn hart breed uitgesmeerd op de vorige albums), maar sinds kort gooit deze knuffelbare loebas het over een andere boeg. En dat zegt hij ook bij aanvang van het concert op het hoofdpodium : weg met het verdriet en de ellende van vroeger, tijd voor vreugde en genezing. "You gotta heal !!" klinkt het op het nieuwe album "Hard Love" en die boodschap schreeuwt hij uit naar het publiek. Showalter is het vleesgeworden 'ruwe bolster zachte pit'-type waarmee het ongetwijfeld heerlijk toog-hangen en pintelieren is. Je zag dat hij het oprecht meende toen hij zei dat hij - als opgroeiend jongetje in een schamel huisje in Indiana - nooit had durven bevroeden ooit een concert te geven op een podium waar enkele uren later de halfgoden van Radiohead zouden aantreden. Een onverwacht positief getinte set dus, maar gelukkig toch het door merg en been snijdende "JM" op de setlist. Dit eerbetoon aan de veel te vroeg overleden Jason Molina deed de felle zon eventjes verbleken. Was dat een vuiltje in mijn oog ?

De positivo-vibe ging daarna nog fluks de hoogte in bij het concert van Junun Featuring Shye Ben Tzur & The Rajasthan Express. Even uitleggen : Shye Ben Tzur is een Israëlische componist en The Rajasthan Express is een Indisch muziekgezelschap. Samen maakten ze in 2015 het album "Junun". En (hier komt de Indische aap uit de mouw) : als producer voor het album stond Radiohead-producer Nigel Godrich achter de knoppen en het album werd mede-geschreven en ingespeeld door Radiohead-gitarist en componist Jonny Greenwood. Dit verklaart natuurlijk in grote mate de aanwezigheid van dit combo op de affiche. Niet dat het een nieuw gegeven is (denk maar aan Ravi Shankar op Monterey), maar toch blijft de aanwezigheid van deze oosterse muziek (door een journalist van OOR compleet ongepast 'curry-pop' en 'tulband-pop' genoemd) op een groot festival een zeldzame belevenis. Van bij de vrolijke intrede van de bandleden - die onder luid geschal van blaasinstrumenten in stoetvorm naar het podium van de TWO-tent trokken - ging het publiek overstag. En de Radiohead-fans konden alvast hun hart ophalen want ook Greenwood stond bij op het podium, weze het een tikje verscholen. De onweerstaanbare Indische raga's - overgoten met een funky Bollywood-sausje - bewezen uitermate helend te zijn voor mijn dorstige chakra.

Een paar jaar geleden mocht James Blake laat op de avond het slotconcert verzorgen in de Pukkelpop-marquee, toen een serieuze houw in mijn ziel kervend. Wellicht stond hij daar toen beter op zijn plaats dan vanavond op een groot hoofdpodium op een zomerse vooravond. Zijn uitgepuurde electro-pop ging daarom vandaag een beetje over de hoofden van het publiek heen. Non-believers vinden hem een tikje een zagevent, maar ik behoor tot het kamp van de believers. Hij had me al bij de lurven bij de openingssong : een heerlijke cover van de oude Don McLean-hit "Starry Starry Night". Het obligate "Limit to your love" zat al heel vroeg in de set (hadden we dat al meteen achter de rug). En nog zo'n mooie cover : "I could drink a case of you" van Joni Mitchell. Maar pas wanneer de piano van Blake begeleid worden door diep pompende beats, wordt het publiek een beetje wakker. Een publiek dat zich stilaan en masse voor het hoofdpodium begint te verzamelen voor de hoofdschotel van het weekend.

Kiezen is altijd een beetje verliezen. Achteraf diende ik te lezen dat het concert van Soulwax in de uitpuilende TWO-tent één van de hoogtepunten van het weekend was en ik was er graag getuige van geweest. Maar een mens kan niet alles hebben. Ik koos er immers voor om voor het concert van Radiohead een plaats in de sweet spot te veroveren : centraal voor het podium, halverwege tussen podium en PA-toren. En dat bleek een gelukkige keuze. Zelden of nooit heb ik een slotact op het hoofdpodium van een groot festival gezien, waarbij het geluid zo goed klonk, alsof je in een uitstekende concertzaal stond. Ook wat de beleving van de visuele effecten betreft, stond ik op een perfecte plaats. Op de grote schermen links en rechts van het podium kregen we geen close ups te zien van de bandleden (geen erg want ze kunnen bezwaarlijk adonissen genoemd worden), maar eerder een mix van effecten en 'stukjes' van de bandleden.

Vooraf werd aangekondigd dat het concert 2,5 uur zou duren en achteraf deelden enkele stoethaspels op twitter hun beklag over het feit dat het concert 'slechts' een dikke 2 uur duurde, dat grote hits zoals 'Creep' en 'Karma Police' niet gespeeld waren en dat het zo abrupt eindigde. Achteraf ben ik maar wat blij dat die twee hits niét gespeeld werden. Want waar we deze 2 uur getuige van waren, was niet minder dan een ongelooflijk briljante en opvallend ingetogen en onvoorspelbare set van misschien wel de belangrijkste band van de laatste twee decennia, waarbij die twee hits enkel maar een vervelende sing-along-stijlbreuk waren geweest. Ik haal twee objectief meetbare maatstaven aan om het niveau van dit concert te duiden : gedurende deze twee uren heb ik quasi niemand in mijn omgeving naar zijn smartphone zien grijpen om wat te surfen of te facebooken. En eveneens werd ik gedurende deze twee uren ook maar één moment gestoord door onnodig gewauwel (no small feat gelet op het feit dat ik tussen een roedel Nederlanders stond, nochtans van nature gepatenteerde wauwelaars). Die twee factoren zeggen in feite al genoeg. Letterlijk iedereen stond gebiologeerd te kijken naar Yorke (immer zijn rare zelve, neurotisch gegiechel bij wijze van bindteksten incluis) en naar Greenwood, meestal zijn facie verbergend achter zijn haar-gordijn. De set laveerde van hoogtepunt naar hoogtepunt. Maar de versie die Yorke bracht van "Exit music (for a film)" ging genadeloos door merg en been. Je kon op het strand bijna een speld horen vallen terwijl het publiek ademloos toekeek. Wellicht het muzikaal hoogtepunt van het jaar. En als je dan ook nog "Street spirit (fade out)" te horen krijgt, dan is het geluk compleet, zelfs al sluit het concert ietwat abrupt en onverwacht af met "There There".

Ik schrijf dit verslagje nadat ik op TV ook het concert van Radiohead op Glastonbury gezien heb. En hoewel daar wél de crowd-pleasers "Creep" en "Karma Police" de revue passeerden, had ik de indruk op BKS getuige te zijn geweest van een veel intiemer - en daardoor krachtiger - concert. Veel minder publiek, een veel mooiere setting, geen mottig zwaaiende vlaggen die je zicht belemmeren. Tja, veel beter dan Radiohead op Best Kept Secret wordt het niet. Wat een afsluiter. Wat een weekend.

04 juni 2017

Hope (Opera Antwerpen - 03.06.2017)

Interessante keuze voor het affiche-beeld van dit zeer interessante dans-drieluik : het werk "Entrance Gate" van de Antwerpse kunstenaar Koen van den Broek (°1973) En inderdaad : twee van de drie opgevoerde werken van vanavond zijn niet alleen iconische mijlpalen in de moderne dans van de twintigste eeuw, maar zijn dan ook nog tevens creaties van twee inspirerende vrouwen, die aldus bij wijze van spreken de poorten hebben openzet voor vele anderen. Zoals bijvoorbeeld voor de derde choreografe die vanavond aan bod kwam. Nu het danspubliek quasi jaarlijks nieuwe producties van pakweg Ultima VezRosas of Les Ballets C de la B te zien krijgt en gaandeweg hun danstaal voor lief neemt, is het fijn om terug te keren naar fundamenteel bronmateriaal, om met open mond vast te stellen dat het vroeger misschien écht wel beter was. Drie sterke stukken van drie boeiende vrouwen.


* * * * * * * * * * *


Er werd afgetrapt met misschien wel de meest iconische dans-uppercut die ooit op de planken werd gebracht : het in 1978 gecreëerde "Café Müller" van Pina Bausch (1940-2009).  De lege stoelen, de wanhoop, de eenzaamheid, de hunkering naar aanraking en het telkens weer mislukken ervan, het semi-comateus ronddolen op de bühne, de muziek van Henry Purcell, het spel van omhelzen en afstoten op het randje van het agressieve, ... : hier kun je niet naar kijken zonder een krop in je keel te krijgen. Dit meesterwerk mocht nu voor de eerste keer op de planken gebracht door een ander gezelschap dan Bausch' Tanztheater Wuppertal. Vier dansers van de oorspronkelijke cast stonden de dansers van Ballet Vlaanderen bij om zich dit stuk volledig eigen te maken, wat duidelijk zijn vruchten afwierp. Zeer intense vertolkingen van een zeer intens stuk.






* * * * * * * * * *


In het tweede stuk ging het er heel wat traditioneler aan toe. Niet verwonderlijk als je weet dat "Chronicles" al in 1936 in première ging. Maar de maakster van dit stuk was niet de minste : Martha Graham (1894-1991) wordt niet voor niets beschouwd als de grondlegster van de moderne dans. Ze veegde haar voeten aan de grondbeginselen van het klassieke ballet en ging de meer expressionistische toer op. Gedaan met alleen nog op spitzen rechtstaand te dansen : ook grondoefeningen en blote voeten doen hun intrede. "Chronicles" is opgevat als een driedelige aanklacht tegen het opkomende fascisme en de dreigende oorlog, op muziek van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger. Het openingsstuk is een solo-dans (een opvallende rol voor Aki Saito) die de onvermijdelijke oorlog met de nodige treurnis in de ogen kijkt. In het tweede deel wordt ze vervoegd door een groep dansers, die symbool staan voor een hoop verschoppelingen of kanonnenvlees. Maar in het laatste deel marcheert die groep zegezeker en hoopvol de toekomst tegemoet. Het was mijn eerste kennismaking met iets wat meer op 'klassiek' ballet leek (hoewel het er tegelijk een stijlbreuk mee was). Vooral de laatste groepsscènes waren een lust voor het oog en riepen echo's op aan de Duits-expressionistische stijl van de jaren '20.







* * * * * * * * * *


Tja, de verantwoordelijkheid krijgen om je eigen stuk te creëren om opgevoerd te worden na zo'n twee klassiekers, is geen kleine opgave. Maar de Belgisch-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa ging de uitdaging aan. 'Ecdysis' is de wetenschappelijke term voor het proces van vervelling, zoals dat bijvoorbeeld bij slangen voorkomt. Een proces dat Lopez Ochoa transponeert naar de transformatie die vluchtelingen noodgedwongen moeten ondergaan om te kunnen floreren in een nieuwe leven en een nieuwe omgeving. Voor een nagelnieuwe productie was de danstaal opvallend sober en klassiek (met de mohawk-kledij en de sobere podium-aankleding als meest in het oog springende factoren). Opnieuw een mooie hoofdrol voor Aki Saito temidden van gevarieerde groepschoreografieën en op muziek van de Poolse componist Henryk Górecki. En uiteraard - hoe kan het anders - is op het einde de transformatie compleet en kunnen de dansers hun stekelige pakjes van zich afschudden. Thematisch en qua stijl was deze Ecdysis duidelijk zwaar schatplichtig aan Martha Graham. Voorwaar geen slecht voorbeeld, maar toch niet van hetzelfde niveau. En zo was vanavond eigenlijk "Café Müller" de vreemde - maar nog altijd meest verbluffende - eend in de dans-bijt.


28 mei 2017

Daniel Linehan / Hiatus : Un Sacre du Printemps (Kapel Kolonie Merksplas - 27.05.2017)

© Bart Grietens
In 1913 kon je nog een publiek schofferen en op de kast jagen. Zo kwam het op 29 mei van dat jaar tot een flink tumult en moest zelfs de politie uitrukken om de gemoederen te bedaren. De aanleiding ? De première van "Le Sacre du Printemps" van Igor Stravinsky in het Parijse Théâtre des Champs Elysées. Het publiek was duidelijk niet klaar voor enerzijds de gedurfde choreografie van de Ballets Russes en hun sterdanser Vaslav Nijinsky en anderzijds voor de ongehoord grillige patronen in de partituur van Stravinsky. Maar de geschiedenis wees het opstandige publiek terecht : ondertussen is het stuk opgenomen in de meesterwerken-canon van de 20ste eeuwse klassieke muziek en werd het in tal van versies op de planken gebracht.

Tot rellen kwam het vanavond gelukkig niet in de broeierig warme Kapel van Merksplas Kolonie. Maar de versie die vandaag op de planken werd gebracht door het gezelschap Hiatus was fris, uitdagend, sprankelend en prikkelend. Aan het hoofd van dit gezelschap staat de in Seattle geboren Daniel Linehan (°1982), die in 2008 naar Brussel verhuisde om er te studeren aan de befaamde P.A.R.T.S.-dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ondertussen heeft hij al meerdere creaties gerealiseerd en werkt hij in nauw verband samen met deSingel.

Deze versie van Un Sacre du Printemps werd in 2015 op poten gezet. Voor het dans-gedeelte deed Linehan een beroep op 13 jonge dansers, allen kakelvers afgestudeerd aan de P.A.R.T.S.-school. Qua muziek werd geopteerd voor een live uitvoering van het stuk op twee vleugelpiano's. Pianisten van dienst : Jean-Luc Plouvier (artistiek leider van Ictus) en Alain Franco. De grote dansmat werd langs drie zijden afgebakend : de twee piano's aan de kortste zijde en twee kleine tribunes tegenover elkaar aan de lange zijden. Deze twee tribunes bevonden zich pal tegen de dansmat. Wij zaten op de eerste rij en zagen de dansers dus letterlijk centimeters voor onze neus in actie.


© Bart Grietens
Van het oorspronkelijke ietwat naargeestige narratief - een jonge maagd wordt door de gemeenschap uitgekozen om zich dood te dansen als offer aan de Zonnegod teneinde de lente te laten zegevieren - is nauwelijks nog een spoor te bekennen. De dertien dansers geven zich gul over aan de grillige structuren van de muziek en doen dat met een heel aanstekelijke jeugdige overgave. De actie voltrekt zich steeds overal, zonder solo-dansen of duetten. Alles gebeurt door de collectieve groep, her en der verspreid over het speelvlak, al dansend of zelfs al associatief tekenend (de resultaten waarvan overhandigd worden aan het publiek), zodat je ogen tekort komt om alles te volgen (laat staan om je nog op de muziek te kunnen concentreren). Een korte maar krachtige grande bouffe voor de zintuigen.

Eén van de hoogtepunten van deze vrij korte en gebalde maar uitmuntende productie was de "ruzie"-scène : de groep dansers splitste zich op in twee groepen en stonden pal tegenover elkaar, terwijl ze allerlei verwensingen naar de andere groep riepen. Deze verwensingen waren echter niet meer dan klanken, die elke groep aflas van een iPad op een statief. En wanneer het inzicht rijpt dat dit onvermogen om naar elkaar te luisteren en het trachten te overstemmen van andermans argumenten toch nergens toe leidt, zetten de dansers opnieuw eensgezind het slotoffensief in. Aldus triomfeert de Nieuwe Lente niet door iemand op te offeren, maar door een kinderlijke openheid van geest. Een hoopvolle boodschap om een heerlijke productie mee te besluiten.

25 mei 2017

Min Hee Bervoets/HNDRD : One Limited Space (Kapel Kolonie Merksplas - 24.05.2017)

De Belgische choreografe Min Hee Bervoets (°1985) is bij het grote publiek bekend als jurylid bij de populaire format "So You Can Think You Can Dance". De populariteit van deze dans-competitie verklaart wellicht het succes van de twee première-voorstellingen (beiden uitverkocht) die zij met haar nieuwe gezelschap HNDRD in de Kolonie-kapel bracht. Ook het publiek (voornamelijk jong en vrouwelijk) was een afspiegeling van de impact van de SYTYCD-factor. Voor de creatie van de eerste voorstelling van HNDRD ("One Limited Space" genaamd) werkte Bervoets nauw samen met de Warande : ter voorbereiding resideerden Bervoets en haar dansers een maand lang in de Houten Zaal en ook de première was voorbehouden voor de Warande-kalender.

Twee krachtlijnen liepen doorheen deze voorstelling. Ten eerste aandacht voor het meest wonderlijke der organen : het menselijke brein. In verschillende hoofdstukjes zouden de acht dansers een expressie geven van de verschillende regio's en functies van het brein. In het begin van de voorstelling stelden de dansers zich één voor één voor a.h.v. numerieke symboliek. Elke danser vertegenwoordigde een nummer (van 1 t.e.m. 8), waarbij een achtergrondstem in het Engels de symbolische betekenis van het getal in kwestie duidde. De klederdracht van de dansers herinnerde aan het oude Egypte, met lendendoeken voor de mannen en gracieuze gewaden voor de dames. Dit sobere openingsgedeelte was voor mij meteen het hoogtepunt van de voorstelling. Dans en tekst waren perfect op elkaar ingespeeld en het riep voor mij zelfs associaties op aan de verbluffende kortfilm "A Walk Through Prospero's Library" (Peter Greenaway, 1991).

Deze mooie introductie van de functies van de hersenpan en van een stukje numerologie, ruimde echter al snel baan voor de tweede krachtlijn : het feit dat op de interactie tussen mannen en vrouwen vaak veel ruis te bespeuren valt. De oosterse gewaden maakten plaats voor casual kledij. De ruis tussen man & vrouw viel vaak letterlijk te horen door een radio, die in een lang middenstuk centraal zou staan. Tussendoor bracht één van de dansers nog een soort van functie-loos humor-nummertje met enkele koffers. Naast ruis spuide de radio ook verschillende bekende popnummers uit, die aanleiding gaven tot een dance-battle tussen de mannen & vrouwen. Een leuk gegeven in het begin, dat echter veel te lang duurde en op den duur wel een heel groot "So You Think You Can Dance"-gehalte begon te krijgen. Enkel An "Hier komen de meiden" Lemmens en Dennis "Hier zijn de jongens" Weening ontbraken nog om commentaar te geven. Op het einde van deze te lange battle mocht het publiek stemmen welk geslacht gewonnen had.

Op het einde van de voorstelling werd het sérieux van het begin nog hernomen met mooie choreografieën en dito muziek, maar door het lange SYTYCD-middenstuk was de angel er al lang uit. Een beetje jammer, want aan het enthousiasme en het kunnen van de dansers lag het zeker niet. Een beetje knippen & schrappen had het niveau van deze eerste HNDRD-productie de hoogte in kunnen stuwen. Maar voor een eerste - subsidieloze ! - productie was het zeker geen afgang en het publiek reageerde alvast zeer enthousiast. De hoogzwangere Bervoets (wiens partner Michel Froget trouwens één van de dansers was) verscheen achteraf ten tonele om iedereen uitgebreid te bedanken.



21 mei 2017

Kraftwerk 3D : Autobahn & Radio-Activity (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 20.05.2017)

























Over de verpletterende invloed die de muziek van Kraftwerk heeft uitgeoefend op de verdere ontwikkeling van elektronische muziek en over de haast visionaire inzichten omtrent de rol die computers en technologie is ons dagdagelijks leven zouden gaan spelen, is al meer dan voldoende inkt gevloeid. Ik beperk me dus tot een kort woordje over de reeks 3D-concerten die Ralf Hütter & zijn mede Mensch-Machinen gaven in de vernieuwde Koningin Elisabethzaal te Antwerpen. Meteen een fijne pluim voor deze zaal, want de volledige concertreeks (8 stuks gedurende 4 dagen) vindt enkel plaats in befaamde zalen of centra. In het verleden werd deze volledige 3D-retrospectieve enkel opgevoerd in het MoMa in New York, in Kunstsammlung NRW in thuisstad Düsseldorf, in het Londense Tate Modern, in Akasaka Blitz in Tokyo, in het Sydney Opera House, in de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles, in het Weense Burgtheater, in de Parijse Fondation Louis Vuitton, in de Berlijnse Neue NationalgalerieParadiso in Amsterdam, DR Koncerthuset in Kopenhagen, Den Norske Opera in Oslo en het Guggenheim Museum in Bilbao.

Om pecuniaire en praktische redenen beperkte ik me tot de twee eerste concerten uit de reeks, gewijd aan de albums "Autobahn" (1974) en "Radio-Activity" (1975). Ongetwijfeld lopen er echte freaks rond die de concertreeks volledig hebben bijgewoond en die dus ook "Trans Europe Express", "The Man Machine", "Computerworld", "Technopop", "The Mix" en "Tour De France" nog aan hun lijstje toevoegden. Een vrij overbodige uitspatting, aangezien al snel bleek dat al deze concerten voor pakweg 70 % identiek waren. Elk concert duurde immers twee uur. In die twee uren werd het hoofdalbum integraal gespeeld en werd de rest opgevuld met alle grootste hits. Zoals je uit de hieronder opgesomde playlists kunt afleiden, zag ik dus op één avond twee identieke uitvoeringen van pakweg een twintigtal nummers.

Niet dat dit op zich erg was. Tijdens het eerste concert ("Autobahn") zat ik op een mooie afstand van het podium, waarbij de 3D-effecten mooi tot hun recht kwamen. Wel een tikje raar overigens om te zien hoe een uitverkochte zaal zit te kijken naar een concert met een 3D-brilletje op de neus. Die effecten waren trouwens meer dan een gimmick en werden spaarzaam maar efficiënt ingezet. Tijdens het tweede concert ("Radio-Activity") - toen het verrassingseffect van zowel 3D als setlist niet meer van tel waren - zat ik dichtbij het podium en kon ik me wat beter concentreren op het muzikale aspect en op de vier mannen achter hun alles verhullende pupiters. Van wat de vier mannen tijdens het concert zoal uitspoken achter hun desk, wordt enkel tijdens afsluiter "Musique Non Stop" een klein tipje van de sluier gelicht. Dan gaan immers de leden één voor één van het podium en verdwijnt ook één voor één hun individuele inbreng, als een afgepelde ui, totdat enkel Hütter nog overblijft met zijn vocale en beats-inbreng. Aldus viel ongeveer af te leiden wie wat doet (coördinatie visuele effecten, percussie, bleep-geluiden).

Ook al had ik de truc met de robots al enkele keren live gezien (in 2004 tijdens het zéér memorabele concert in de AB en in 2009 op Pukkelpop), toch blijft het een fantastisch nekhaar-moment wanneer het doek omhoog gaat en de vier mannen vervangen zijn door vier robots. "Autobahn" blijft een heerlijk epische trip, tijdens "Spacelab" is het even grijnzen wanneer de visuals een ruimteschip tonen dat op het Astridplein landt en natuurlijk kan Hütter het niet laten om zijn racefiets-fetisj te tonen door een iets te lang uitgesponnen Tour de France te brengen. Al bij al genoot ik het meest van het "Radio-activity"-concert. Want hoe geweldig "Autobahn" ook is, dat nummer neemt zo'n dominante plaats in op het gelijknamige album, dat de paar andere nummers daar nooit aan kunnen tippen. Maar bij "Radio-activity" (wat een geweldig nummer blijft dat trouwens !!) eisen ook andere uitstekende nummers hun plaats op.

Uiteraard was er weinig of geen interactie tussen groep en publiek. De vier mannen kwijten zich afstandelijk van hun machinale rol en houden zich geconcentreerd bezig met hun dagtaak. Ze vallen zelfs nauwelijks te betrappen op het lichtjes ritmisch meebewegen met hun benen of hoofden. Enkel Hütter toont zich ietwat menselijk. In de eerste plaats omdat hij de vocalen live brengt, maar ook met een klein fietsgrapje (hij beweerde met de fiets vanuit Düsseldorf gekomen te zijn, wat best wel eens waar zou kunnen zijn : diens fiets-passie zou naar 't schijnt één van de redenen zijn voor de breuk met mede-oprichter Florian Schneider). Misschien voegt deze 3D-retrospectieve weinig toe aan het Kraftwerk-universum en ruikt het een klein beetje naar geld-klopperij (de dure merchandise ging zeer vlotjes over de toonbank), toch blijft de band een monument die al lang zijn plaats heeft opgeëist in de 20°-eeuwse muziekgeschiedenis. En het was fijn om gedurende een paar concerten opnieuw te beseffen dat Kraftwerk absoluut uniek is.


Setlist "Autobahn"
- Numbers
- Computer World
- It's more fun to compute
- Home computer
- Computer love
- Autobahn
- Kometenmelodie 1
- Kometenmelodie 2
- Mitternacht
- Morgenspaziergang
- Geiger counter
- Radio-activity
- Spacelab
- The model
- The man machine
- Tour de France
- Tour de France 2003
- Trans-Europe express
- Metal on metal
- Abzug
- The robots
- Boing boom tschak
- Techno pop
- Musique non stop


Setlist "Radio-Activity"
- Numbers
- Computer world
- It's more fun to compute
- Home computer
- Computer love
- Geiger counter
- Radio-activity
- Radioland
- Ätherwellen
- Intermission
- Nachrichten
- The voice of energy
- Antenna
- Radio stars
- Uranium
- Transistor
- Ohm sweet ohm
- Autobahn
- Spacelab
- The model
- The man machine
- Tour de France
- Tour de France 2003
- Trans-Europe express
- Metal on metal
- Abzug
- The robots
- Boing boom tschak
- Techno pop
- Musique non stop

      17 mei 2017

      SKaGeN : Uw rijk kome (Kapel Merksplas Kolonie - 16.05.2017)
















      Theatergezelschap SKaGeN heeft me in het verleden al vaak weten te prikkelen en te vermaken. Maar zelfs de besten maken al eens een uitschuiver. En helaas dienden we vanavond getuige te zijn van een uitschuiver van formaat, in die mate zelfs dat ik zonder schroom gewag durf te maken van één van de zwakste producties die ik de laatste jaren heb mogen aanschouwen. De premisse bood nochtans voldoende mogelijkheden : sluit twee mannen op in een kamer, laat hen discussiëren over diverse onderwerpen vanuit een (anti)religieus perspectief en laat de rol van één van die mannen vertolken door de geweldige rasacteur Valentijn Dhaenens. Dan kan er toch weinig mis gaan, zou je denken ?


      De twee protagonisten treden aan in een hotelkamer-achtige setting, schraal bemeubeld met een sofa een een tafel met stoelen. Via een aan het plafond gemonteerde spiegel wordt het publiek een blik gegund op een tweede kamer, die dienst doet als sanitaire ruimte en als keuken. De instructies aan de twee mannen worden gegeven door een computer-stem (vertolkt door Clara Van den Broek, die dienst doet als een soort nieuwe, alwetende en zich razendsnel ontwikkelende God-op-de-achtergrond-computer). En dan beginnen de clichés zich op te stapelen : de ene man (vertolkt door Mathijs Scheepers) is een obese kardinaal met boertige eetgewoontes die zich hitsig laat maken door de verleidelijke vrouwelijke computer-stem (in die mate dat hij bronstig de sofa bestijgt). Hij tapt graag wijn uit een kraantje dat uit de muur komt, maar hij moet wegens zijn obesitas rare bewegingen maken om bij het laag geplaatste kraantje te geraken. De eerste keer dat deze 'grap' gemaakt werd, vond ik het vrij platvloers. Helaas werd deze mislukte poging tot humor nog meerdere malen herhaald ...

      En ook man nummer 2 is geheel en al opgetrokken uit clichés, wat zelfs door Dhaenens niet recht-geacteerd kan worden : het is een atheïstische procureur des konings, een intellectueel van links allooi (compleet met ringbaard) die worstelt met een knoert van een voorspelbaar geheim (o verrassing der verrassingen : het is een verdoken homoseksueel met pedofiele neigingen).


      De computer reikt aan de twee mannen verschillende onderwerpen aan waarover ze dan met elkaar in discussie moeten treden. En deze onderwerpen zijn volledig in 'sync' met de twee cliché-mannetjes. Alsof er geen andere onderwerpen zijn waarover een naar seks verlangende kardinaal/bourgondiër en een atheïstische homo/pedo-intellectueel met elkaar in de clinch kunnen gaan, gaat het over... : abortus, homoseksualiteit en islam. Geeuw. Ondertussen 'pingt' in de keuken constant de microgolfoven en wordt de ene na de andere maaltijd op tafel gebracht. En elke maaltijd biedt dan weer de gelegenheid voor nieuwe platte humor : de kardinaal die zijn mond veelvuldig afveegt aan het tafelkleed, de procureur die een mannetje boetseert uit puree (waarbij een worstje het voorwerp uitmaakt van een zwakke penis-grap), spaghetti die in het rond vliegt, een ei dat in een glas wijn belandt en aldus wordt opgegeten, een tafelpoot die tijdens een schermutseling afbreekt ... Af en toe verdwijnt de procureur naar de keuken waar hij tracht een steeds groter wordende bloedvlek in het tapijt weg te schrobben (de symboliek daarvan ontsnapte me). Dat bood telkens aan de kardinaal de kans om opnieuw in gesprek te komen met de vrouwelijke computerstem (het leek aldus - op het gênante af - op een goedkope rip off van de film "Her" met de kardinaal als Joaquin Phoenix en de computer-stem als Scarlett Johansson).


      De twee mannen worden in hun gekwetter af en toe onderbroken door een mannelijke achtergrond-stem, die zogezegd vanop straat staat te roepen naar de hotelkamer. Deze anonieme persoon gooit op een gegeven moment een steen door het raam en schreeuwt dan allerlei verwensingen naar het hoofd van de procureur. Het blijkt om één van de 'slachtoffers' van de procureur te gaan. In compleet onnodig grafische bewoordingen (in een amechtige poging om het stuk toch nog wat gravitas te geven) omschrijft dit slachtoffer pijnlijk gedetailleerd het seksueel misbruik waaraan de procureur zich ooit bij hem schuldig maakte. En na deze pijnlijke scheldtirade 'pingt' de microgolfoven opnieuw en trekt de volgende boertige maaltijd zich op gang alsof er niks gebeurd is.

      Na deze aaneenschakeling van voorspelbaarheid en boertigheid was het des te pijnlijker om vast te stellen dat zelfs de discussies over de aangereikte topics (toch de kern van het stuk) nergens naartoe leidden en noch aan de twee protagonisten noch aan het publiek enige catharsis of nieuwe inzichten boden. En ook de vrouwelijke computer-godheid wist weinig meer aan te dragen dan een handvol holle zinnen om de frustraties van de kardinaal nog wat op te poken. Conclusie : leuke premisse die qua uitwerking echter deed denken aan inspiratie-loos haastwerk en die in elkaar zakte als een mislukte soufflé. Het zou van zelfkennis en ironie getuigd hebben indien daadwerkelijk een soufflé één van de maaltijden van de avond was geweest. Ik bleef alvast - al die maaltijden ten spijt - serieus op mijn honger zitten. Een avondje cinema met "Her" en "La grande bouffe" lijkt het aangewezen medicijn.

      01 mei 2017

      Oumou Sangaré (Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven - 28.04.2017)

      De Malinese zangeres Oumou Sangaré (°1968) is niet alleen de "zangvogel uit Wassoulou" (een regio rond het 3-landenpunt van Mali, Ivoorkust en Guinee), die al op jonge leeftijd grote successen kende als ambassadrice van de rijke vertel-muziek in de traditie van de West-Afrikaanse griot. Ze is ondertussen ook een succesvolle zakenvrouw die hotels uitbaat en zelfs een eigen automerk op de markt heeft gebracht (de zogenaamde 'Oum sang' - zie dit artikel). En ze is en passant ook nog een rolmodel voor veel Afrikaanse vrouwen omdat ze gevoelige onderwerpen (zoals vrouwenbesnijdenis) in haar songteksten niet schuwt. Gelet op dit drukke bestaan is het niet verwonderlijk dat haar solo-albums slechts met lange tussenpozen van de Malinese band rollen. Maar over enkele dagen is het weer zover : dan verschijnt na vele jaren eindelijk een nieuw album ("Mogoya") op het Franse label No Format. Om het Westerse publiek alvast warm te maken voor deze nieuwe release, passeerde de Malinese diva langs enkele Europese podia, waaronder vanavond het Muziekgebouw Frits Philips.

      Aan deze concertzaal zal ik echter helaas geen al te beste herinneringen bewaren. Op zich was mijn zitplaats ideaal : centraal voor het podium, op de eerste verhoogde rij achter de parterre-stoeltjes. Perfect, zou je denken. Ware het niet dat de parterre-stoeltjes gescheiden werden door een belachelijk brede middengang (zodat ik dus vanop mijn centrale plek in deze leegte staarde). En bovendien waren de eerste rijen van de twee parterre-beuken onbegrijpelijk ver van het podium verwijderd. Hierdoor ontstond een bijna onoverbrugbaar gevoel van afstand t.o.v. de performer. Zo leek ook Sangaré het aan te voelen, want na enkele nummers maande ze het publiek aan om hun zitjes te verlaten en de beentjes los te schudden. Vanop mijn zitplaats was dit helaas niet mogelijk, zodat ik me al zittend diende te laven aan de meest harkerige en houterige bewegingen van stramme Hollanders, die ik in mijn leven ooit gezien heb. Uiterst vermakelijk en vol goede bedoelingen, dat wel.

      Bovendien verliep de communicatie met het Nederlandse publiek niet al te vlot. Sangaré is amper de Engelse taal machtig en bediende zich vooral van Afrikaans-Frans in haar bindteksten, die grotendeels in Nederlandse dovemansoren vielen. Maar Sangaré zou geen succesvolle muzikante en zakenvrouw geworden zijn zonder obstakels te overwinnen. Dus ook een afstandelijke zaal-indeling en een kluitje stramme Hollanders wist ze met een sterke podium-présence, met een uiterst krachtig stem-geluid en met een strak spelende Frans-Afrikaanse backing-band te overwinnen. Van de backing-band dienen vooral de uit Burkina Faso afkomstige achtergrondzangeres Kandy Guira (wat een energie !) en de ngoni-speler (zijnde een traditioneel West-Afrikaans snaarinstrument) Abou Diarra vermeld te worden.

      Uiteindelijk had dit concert dus wel degelijk uitstekende momenten. Maar vooraleer de vlam een beetje in de pan sloeg, waren we al een klein half uurtje onderweg. En na een dik uur begon er al een véél te lang uitgesponnen versie van "Yala" (ruim twintig minuten) om elk lid van de band uitgebreid voor te stellen en een solo te laten doen. Ironisch genoeg kwam het mooiste moment van de avond niet van Sangaré of van één van haar muzikanten, maar wel van een dame die uit het publiek werd geplukt en die tijdens "Yala" even een kort stukje mocht zingen. Het bleek om de Marokkaans-Nederlandse zangeres Karima El Fillali - blijkbaar een oude bekende van Sangaré - te gaan, die op de West-Afrikaanse muziek een prachtig stukje Arabische zang uitstrooide. Kippenvel-momentje zoals er vanavond te weinig waren. Na een klein anderhalf uur viel - zonder bisser - het doek over deze ietwat rare avond.