20 november 2016

Dirk Serries : "Microphonics xxvi-xxx Resolution Heart" (De Singer - 19.11.2016)




















Het is nog maar pas dat ik in contact gekomen ben met het werk van de Belgische componist en musicus Dirk Serries. Bij wijze van toeval - waar belandt een mens soms zoal tijdens het browsen ? - beluisterde ik online diens project Enomeni, de neerslag van een geïmproviseerde sessie met N en met Aidan Baker. Ik was verbluft door de rijkdom en gelaagdheid van dit ambient/drone-project en schafte me onmiddellijk de prachtig uitgegeven gekleurde vinyl van dit project aan. Vervolgens wat meer opzoekwerk gedaan omtrent het oeuvre van Serries, waarbij het schaamrood me alras naar de wangen steeg in het besef dat ik nu pas in contact kom met deze geluidskunstenaar. Wat een ongelooflijk rijk en divers oeuvre heeft die man ondertussen uitgegeven, in allerlei samenwerkingsverbanden en onder allerlei noms de plumes (vidnaObmana, Fear Falls Burning, Yodok III, Continuum, ...). Een output van heb-ik-me-jou-daar.

Ik sta dus nog maar aan begin van de ontdekkingstocht naar de enorme discografie van deze Antwerpenaar. Wat voor mij het begin van een muzikale reis is, is tegelijk voor Serries een eind-etappe (het slot van de Microphonics-cyclus). Vanavond was het de eerste keer dat ik hem live aan het werk zag, naar aanleiding van de officiële release van 's mans plaat "Microphonics xxvi-xxx Resolution Heart". Op deze mooi uitgegeven LP - die ik me ook heb aangeschaft en die nu onder de naald ligt - staan de laatste hoofdstukken geëtst van het ambitieuze Microphonics-project : een reeks sfeervolle solo-composities, verspreid over diverse geluidsdragers. Een project dat startte nadat Serries zich al een paar decennia had 'verscholen' achter pseudoniemen en projecten allerhande. Een project waarin hij - onder eigen naam en solo - op zoek gaat naar een soort van puurheid.

Tijdens deze release-avond duurde het niet lang vooraleer ik mijn ogen sloot. Ten dele omdat er visueel niet veel te beleven valt aan een solo-concert van Serries : hij zit op een stoel, speelt op zijn gitaar (die hij af en toe met een strijkstok te lijf gaat) en frutselt aan knopjes. Meer gebeurt er niet qua actie. Maar met de ogen gesloten gebeurt er plots heel veel. Hij evoceert een muzikaal landschap waarin het aangenaam ronddwalen is. In de diverse - unaniem lovende - reviews van dit album buitelen de indrukwekkende woordenstromen over elkaar heen, in een poging om in woorden te vatten wat je eigenlijk niet in woorden kunt vatten : de individuele beleving die je als luisteraar ervaart wanneer je je onderdompelt in dergelijke sound-scapes. Gedurende de 50 minuten van het concert was ik niet in De Singer, maar dwaalde ik rond in een gebied dat me deed denken aan de verboden zone in Tarkovski's Stalker, met Serries als gids van dienst.

Bij de merchandise-tafel kon ik vaststellen met wat voor liefde en zorg de diverse vinyl-releases zijn uitgebracht. Zo doet Serries voor het artwork van veel van zijn projecten een beroep op fotografe Martina Verhoeven. Diverse euro's armer maar een mooie ervaring (en enkele LP's) rijker wandelde ik de Rijkevorselse avond in.

19 november 2016

Viktor Lazlo : 3 Femmes (De Warande Kuub - 18.11.2016)

In retrospect is het me eigenlijk niet geheel duidelijk waarom ik dit concert heb opgenomen in mijn Warande-abonnement. Misschien wel simpelweg uit nieuwsgierigheid naar wat er geworden is van Viktor Lazlo. Want laten we wel wezen : toen ze in de jaren '80 met nummers als "Breathless" en "Sweet, soft and lazy" bekendheid verwierf,  etaleerde ze vocale klasse, gecombineerd met een stijlvolle en prikkelende schoonheid. Vanavond werd al snel duidelijk dat zij - op 56-jarige leeftijd - nog altijd klasse en schoonheid op overschot heeft, toen ze - elegant gekleed in een prachtige jurk van Franck Sorbier - het podium betrad. Maar dat bleek helaas niet garant te staan voor een onvergetelijke avond.

Ze toert ondertussen al een tijdje de wereld rond met het programma "3 Femmes", een ode aan drie grootheden uit de vocale jazz : Billie HolidaySarah Vaughan en Ella Fitzgerald. Ze wordt hierbij bijgestaan door gitarist Olivier Louvel, contrabassist Gilles Coquard en pianist Michel Bisceglia. Met een repertoire van onsterfelijke jazz-klassiekers, de warme stem van Lazlo en de intieme band-bezetting waren alle ingrediënten aanwezig voor een knusse avond. Aan het enthousiasme van Lazlo lag het alvast zeker niet. Veel interactie met het publiek tussen de nummers door (en zelfs een dansje met een fortuinlijke houten hark die op de eerste rij zat). Met dat Kempense publiek leek ze een zekere verwantschap te voelen (ze studeerde ooit in Mol en fietste naar eigen zeggen ooit veel in de streek rond).

De kapstok van de drie jazz-diva's werd echter helaas niet voldoende aangekleed. De geest van Holiday waarde eigenlijk zelden of nooit rond. Gelet op het feit dat het stemgeluid van Lazlo compleet niet verwant is aan het unieke geluid van Lady Day, is deze vaststelling op zich niet verwonderlijk. Fitzgerald (en dan vooral diens befaamde scat-zangtechniek en andere stemband-capriolen) kwam daarentegen wel meer aan bod. Lazlo bleek in "Them there eyes", "Mister Paganini" en "One note samba" goed de virtuoze stem-technieken van Fitzgerald te beheersen, hoewel niet altijd mooi synchroon met het tempo van de begeleidingsband.

Aan de ondersteuning door Coquard op contrabas en Bisceglia op piano viel weinig af te dingen. Degelijk spel zonder meer. Het was echter gitarist Louvel die in negatieve zin opviel en een paar songs met een knullige intro de nek omwrong. Zoals bijvoorbeeld bij 'Autant d'étoiles' (een Franse versie van 'So many stars', een nummer van Sérgio Mendes dat bekend werd door de vertolking van Sarah Vaughan). Louvel leidde het nummer in met een lange solo op een saz (een Turks snaarinstrument), een solo die echter nergens naartoe ging en die eerder leek op het eindeloos lang stemmen van het instrument. Ook was het jammer om vast te stellen dat de versie die Lazlo neerpootte van de onverwoestbare klassieker "My funny valentine" nog niet tot aan de enkels reikte van de versie van pakweg Chet Baker, omdat haar frasering nooit helemaal juist leek te zitten en ook emotioneel weinig diepgang vertoonde.

Meerdere schoonheidsfoutjes dus, maar het was zeker niet altijd kommer en kwel. Zoals bijvoorbeeld bij het wondermooie "What are you doing the rest of your life ?" (een nummer waarvan de muziek geschreven werd door de Franse componist Michel Legrand en dat door Vaughan onsterfelijk werd gemaakt). En ook de songs van de grote Duke Ellington kwamen goed uit de verf : "Sentimental mood", "I ain't got nothing but the blues" en vooral "Don't get around much anymore". Dit laatste nummer was voor mij zonder twijfel hét hoogtepunt van de avond. Helaas werd deze intens mooie bisser nog gevolgd door "Promised land", de recent verschenen nieuwe single van Lazlo die geschreven werd door pianist Bisceglia. Een mooie boodschap van hoop, echter verpakt in een suikerzoet arrangement.

Een concert met zowel hoogtepunten als dieptepunten dus. Maar toch vind ik het jammer dat niet ik - i.p.v. de houten hark - een kans kreeg om een dansje te placeren met de prachtvrouw die Lazlo toch nog steeds is.


Setlist :
1. I cover the waterfront
2. I get a kick out of you
3. Sentimental mood
4. I ain't got nothing but the blues
5. Loverman
6. Just one of those things
7. Autant d'étoiles
8. They can't take that away
9. For all we know
10. The man I love
11. Solitude
12. Them there eyes
13. What are you doing the rest of your life
14. Mister Paganini
15. My funny valentine
16. Misty
17. Lullaby of Birdland
18. One note samba
19. Don't get around much anymore
20. Promised land

13 november 2016

Sonic City (De Kreun - 12.11.2016)
















Om één of andere bizarre reden was dit de eerste keer dat ik het Sonic City-festival bijwoonde. Maar dat zal zeker en vast niet de laatste keer zijn. Een fijne concertzaal (De Kreun), een vrij beperkte maar gevarieerde selectie aan interessante bands zonder overlappingen (en dus ook zonder keuze-stress en zonder haastig heen- en weer hollen van het ene podium naar het andere), ... en een uiterst gezellig ingerichte buiten-bar. Wat wil een mens nog meer ?



Duke Garwood
Londense multi-instrumentalist die vandaag zijn jasje van singer-songwriter aantrok. Lekker kabbelend begin van een mooie festival-dag. Deed me qua stemgeluid en vibe regelmatig aan Bill Callahan denken, en dat is voorwaar geen slechte referentie. Zag er wel duidelijk uit alsof hij nog bezig was wakker te worden. Maar die "prut-in-de-ogen"-houding paste wonderwel bij zijn ingetogen set.



Inga Copeland
Ik kon me wel vinden in de minimale electro van deze in Rusland geboren en in Estland opgegroeide jongedame. Amper 17 jaar oud verkaste ze naar Londen om daar 'art criticism' te studeren en te fungeren als lid van het obscure avant-garde duo Hype Williams. Lekker kille techno-evocatie van het leven in een metropool, doorspekt met flarden urban poetry.



Jessy Lanza
Canadese jongedame met een opvallend mierzoet stemgeluid, dat perfect past bij haar cover van de Phyllis Nelson-zeperd 'Move Closer'. Netjes in elkaar gebokste electro-pop, voorzien van live drumpartijen door een tweede dame. Deze drumster scheerde echter geen hoge toppen en bovendien werd het optreden gekortwiekt door technische problemen.



Bo Ningen
Japans viertal dat reeds een tiental jaren aan de noise rock-weg timmert. Stuk voor stuk opvallende verschijningen. Getooid in kledij die je doorgaans voor een paar symbolische centen in thrift stores vindt, gecombineerd met lange en zwiepende hoofdharen, was dit concert vooral visueel een feest. Op muzikaal vlak was dit beslist geen hoogvlieger, maar dat kon de pret nauwelijks drukken. Bassist en zanger Taigen Kawabe kon putten uit een indrukwekkend arsenaal aan gezichtsuitdrukkingen en besloot het concert door de riem van zijn basgitaar in de mond te nemen en zijn instrument tegen zijn (uiterst tengere) middel te laten balanceren. Japanners : you gotta love 'em.



Mykki Blanco
Performance art alter-ego van de Amerikaanse rapper Michael David Quattlebaum, bijgestaan door DJ Bambii. Stuiterde heen en weer over het podium (en tussen het publiek) als een rubberen bal. Met een blonde pruik, een travestie-outfit, een zweterig en overdadig getatoeëerd lijf en songs vol opzwepende teksten, bracht de man een brutale in your face-performance, die op veel bijval kon rekenen.



Suuns
Canadese rockband die me van mijn sokken blies met hun intelligente less is more-aanpak. Veel songs uit hun laatste album 'Hold/Still' met o.a. 'Resistance' als één van de uitschieters. En een uitstekende Fugazi-cover ('Reclamation') als kers op de taart.



Kate Tempest
Dichteres, toneelschrijfster, rapster, spoken word-artieste uit Zuid-Londen. Bracht vanavond integraal haar laatste album 'Let them eat chaos', een indrukwekkend epos dat zich laat lezen/beluisteren als een kitchensink-drama van het nieuwe millennium. Zonder enige twijfel hét hoogtepunt van de dag. Laatste concert van de toer, waarbij Tempest haar trieste verhaal met overgave bracht. De elektriciteit en emotie waren letterlijk te snijden in de zaal.



Tortoise
Geen verrassingen tijdens het concert van dit overbekende postrock-combo uit Chicago. Maar dat hoeft natuurlijk geen slecht nieuws te zijn. Als vanouds wisselden de multi-instrumentalisten regelmatig van stoel en instrument. De sfeer en de sound zaten opvallend goed. Eén en ander leek beter en gesmeerder te klinken dan tijdens hun Trix-concert eerder dit jaar. Een opvallend emotioneel klinkende John Herndon was duidelijk niet opgetogen met de verkiezing van Trump.

12 november 2016

Stuff plays Hybrid Love (Warande Kuub - 11.11.2016)




Toen Stuff in 2015 debuteerde met het gelijknamige album, sloeg dat toch wel in als een klein splinterbommetje. Het vijftal rond spilfiguur en avontuurlijke drummer pur sang Lander Gyselinck etaleerde op het album een boeiende mix van jazz, electro, hiphop en avant-garde. Sedert begin 2016 toert het combo in diverse cultuurhuizen met een nieuw project, dat 'Hybrid Love' werd gedoopt en dat unaniem enthousiast werd onthaald door pers en publiek. De band is een beetje de chouchou van de Vlaamse alternatieve muziekscene en met name Gyselinck rijgt heden ten dage de muziekprijzen aan elkaar.


Die 'chouchou'-status is echter niet onverdiend, zoals vanavond ten overvloede bleek. De 'Hybrid Love'-tournee doet bewust zalen met een zittend publiek aan, zodat we ons knus konden laten onderdompelen in een boeiende set van 80 minuten topmuziek. Hierbij viel het vooral op hoe hecht het gezelschap klinkt. Bij een minder goed gesmeerde band zou deze lange jam-sessie al snel geforceerd kunnen klinken, maar vanavond leek alles blindelings te lukken en vielen de puzzelstukjes schijnbaar moeiteloos in hun plaats. Bovenop de gedurfde bas- en drumpartijen werden veel lagen gedrapeerd door samples (waarin meermaals de bromstem van Josse De Pauw te herkennen viel), energiek toetsenwerk en bizarre klanken van een elektronische saxofoon. Zo'n louter muzikale ontdekkingstocht zonder zangpartijen is geen hapklare brok en kan zowaar op de zenuwen gaan werken, maar het pleit voor het gezelschap dat het de klus moeiteloos klaarde. Ik kijk dan ook al uit naar het concert van een ander project van Gyselinck ('Howard Peach') dat over enkele weken in De Singer plaatsvindt.

06 november 2016

Crossing Border Festival (diverse locaties Den Haag - 05.11.2016)



Het Crossing Border-festival bestaat reeds sedert 1993 en beoogt een kruisbestuiving te zijn tussen muziek, literatuur en poëzie. Dit jaar vond het gedurende meerdere dagen plaats op diverse locaties op en rond de - verrassend gezellige - Grote Markt van Den Haag, zoals o.a. de bekende concertzaal Paard van Troje, kunstencentrum Koorenhuis, café De Zwarte Ruiter, museum en humanitair kenniscentrum Humanity House en een Lutherse Kerk.

Een lovenswaardig initiatief. Maar met zeven (!) verschillende locaties en een immens aanbod, was het onmogelijk om van alles wat mee te pikken. Met soms verscheurende keuzes tot gevolg, die ertoe geleid hebben dat we het 'literatuur'-gedeelte helaas links hebben laten liggen. Zo hebben we bijvoorbeeld moeten missen hoe PJ Harvey in de Lutherse Kerk voorlas uit haar recente poëzie-debuut "The Hollow of the Hand" en hoe Jørn 'Necrobutcher' Stubberud naar 't schijnt een onsamenhangende maar amusante monoloog hield over vanalles en nog wat, behalve over zijn jaren bij de legendarische Noorse metalband Mayhem (zijn ervaringen werden gebundeld in het boek "The Death Archives - Mayhem 1984-1994", uitgebracht bij het Ecstatic Peace-label van Thurston Moore).

Maar dit overaanbod is het enige 'slechte' dat ik te vertellen heb over dit fijne festival, waar goed muzikaal vertier te rapen viel. Zoals met het concert van Angel Olsen, de nog vrij jonge Amerikaanse singer-songwriter die dit jaar met 'My Woman' een prachtig voldragen album afleverde. Bijgestaan door een vijf-koppige begeleidingsband (waarvan achtergrondzangeres Heather McEntire - zangeres van Mount Moriah - meermaals met mijn aandacht aan de haal ging), bracht Olsen - die een tikje vermoeid overkwam door een té intensieve tournee - een ingetogen en sober concert. Nummers als 'Intern', 'Never be mine' en 'Shut up kiss me' zijn bloedmooie pareltjes.

De kleine zaal van het Paard bleek bijna te klein om de liefhebbers voor het concert van Warhaus te huisvesten. Dit solo-project van Maarten 'Balthazar' Devoldere bleek vanavond absoluut een bestaansreden te hebben. Een uitstekend concert op het scherp van de snee, mede gedragen door twee uitstekende collega's op drums en gitaar/mondorgel. En de volgepakte zaal genoot duidelijk met volle teugen van deze 'nieuwe generatie rock-Belgen' (zoals ik een Nederlandse dame het trio hoorde omschrijven).

John Moreland is een singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma. Hij trad op in de Lutherse Kerk, solo met akoestische gitaar, met zijn enorme (echt zeer enorme) lijf gezeten op een stoel onder het grote kerk-orgel. Er hing elektriciteit in de kerk tijdens de set van deze gevoelige kolos met de zachte stem en met de van americana-tristesse doorweekte teksten. En dat we deze set bijwoonden, gezeten in een paar comfortabele stoelen in de hoogste rij van de koorbanken, maakte het nog meer bijzonder.

Voor de opgewekte noot zorgden vanavond de vier broers van de Zuid-Afrikaanse band Kongos (de vier blanke zonen van de singer-songwriter John Kongos). Een aanstekelijk mix van alt-rock met een subtiel texmex-sausje, maar dan op z'n Afrikaans. Good vibes all round, niet in het minst tijdens de aanstekelijke Beatles-cover van 'Get Back', met een hilarische rap-tussenkomst van de roadie van de band.

Genoeg geglimlacht, tijd voor het serieuzere werk. The Low Anthem, de indie-folkers uit Providence,  Rhode Island, brachten een zeer uitdagende en eclectische set, die het best als één lange trip ondergaan diende te worden. Het concert begon met Florence Wallis die teksten voorlas, terwijl ze op een ouderwetse typemachine tikte. Vogellok-fluitjes werden gehanteerd. En ook nog een zingende zaag, viool, een intiem akoestisch duet maar ook rauwe & oor-verdovende noise, ... een zwaar belegde boterham op dit late uur. Op het einde van het concert was de grote zaal van het Paard dan ook nog maar zeer karig gevuld. Maar de volhouders werden beloond.

Nog ietwat beduusd hadden we het geluk om toch nog een klein halfuurtje mee te pikken van de set van Californiër Cass McCombs, een altrocker met uitstekende platen op zijn naam en die duidelijk als kind ook in de grote SF-psych-surf-alt-ketel gevallen is. Voorwaar een fijne afsluiter van een gezellige avond. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat dit niet de laatste keer was dat ik naar Crossing Border ging.

02 november 2016

Battle of the Bays (Trix - 01.11.2011)

Ik kan me eigenlijk niet meer herinneren hoe de 'Peter Prong'-alliteratie ontstaan is. Maar ondertussen is dit kleine blogje na ruim 10 jaar nog altijd onder dezelfde naam actief. Wanneer de naamgever van deze blog België nog eens aandoet - en dit zelfs op de verjaardag van ondergetekende auteur - dan zou het een schande zijn om niet aanwezig te zijn. En een portie metal op z'n tijd, daar is al helemaal niks mis mee.

Een affiche met Prong als exponent van de East Coast NY-metalscene, Exodus als vertegenwoordiger van de SF Bay-area en Obituary als gezant van de Tampa Bay-regio in Florida. En zelfs Melbourne - de thuisbasis van opener King Parrot - heeft een heuse baai. En dus werd deze affiche gepast "Battle of the Bays" genoemd.

Het ontbreekt me aan voldoende metal-kennis om een hier een uitgebreide review over te schrijven. Maar telkens ik naar een metal-concert of -festival ga, wandel ik er na afloop toch steeds met een glimlach naar buiten. Ironisch eigenlijk, aangezien de podia meestal bevolkt worden met schreeuwlelijken die allerlei onfraaie dingen verkondigen over afgehakte ledematen, rottende lijken, folteringen, het bejubelen van de Antichrist, erotische contacten met dode vrouwmensen en het einde der tijden. Het is die moeilijk te benoemen x-factor die metal tot een onverwoestbaar genre maakt.

King Parrot deed me een beetje denken aan de cult-film 'Wake in fright' (1971). Of hoe een trip in de Australische outback in een nachtmerrie kan ontaarden. Uitdagende en lichtjes geschifte metal-mix met een zanger, die de compleet verknipte neef zou kunnen zijn van de zanger van Midnight Oil.

Zoals een jonge mede-concertbezoeker (die weinig of niets van Prong kent) misschien wel terecht aangaf, klonken Tommy Victor en de zijnen een tikje gedateerd. Veel nummers van het nieuwe album "X (no absolutes)" en dus weinig van dé klassieker "Cleansing". Maar "Another worldly device", "Who's fist is it anyway ?" en "Snap your fingers, snap your neck" passeerden gelukkig wel de revue. En daar kan de brave burger alleen maar blij mee zijn.

De stem van Steve Souza, zanger van trashmetal-boegbeeld Exodus, is 'an acquired taste'. Maar de man wist het publiek goed op te zwepen en maakte er een leuk feestje van. Niet dat ik onmiddellijk naar de virtuele platenboer ben gehold om de back-catalogue van Exodus aan te schaffen, maar ik moet bekennen dat dit best een goed concert was. Hetzelfde kan overigens van het concert van afsluiter Obituary gezegd worden. Zanger John Tardy 'verkoopt' zijn deathmetal misschien iets minder begeesterend dan collega Souza, maar daardoor kwam het concert van Obituary iets puurder over. En dat het af en toe rammelde als een gebrekkige prothese, nam ik er graag voor lief bij.

27 oktober 2016

Radical Light / Higher (Warande Kuub - 26.10.2016)


Een double bill, bestaande uit dansvoorstellingen van twee jonge choreografen. Enerzijds de Brusselaar Salva Sanchis, die zijn opleiding genoot bij het P.A.R.T.S.-instituut (opgericht door Anne Teresa De Keersmaeker), anderzijds de naar Amsterdam uitgeweken Italiaan Michele Rizzo, die zijn vorming kreeg in de Amsterdamse School for New Dance Development.





De voorstelling van Sanchis ("Radical Light") werd begeleid door muziek van Discodesafinado (de werknaam van geluidsontwerpers Jan Vermeiren en Turnhoutenaar Senjan Janssen). Een voorstelling die aanvankelijk sterk opbouwde, maar die mij gaandeweg niet meer kon boeien van zodra de soundtrack evolueerde naar een zeer monotone en pulserende beat. Zo'n beat kan hypnotiserend werken en je in een trance brengen, of kan je compleet vervelen ... Een viertal dansers bewegen op en rond een groot, oranje vlak dat op de vloer uitgespreid ligt. De dansers bewegen extreem individueel : gedurende de hele voorstelling is er van onderlinge interactie of aanraking zo goed als geen sprake. De monotone beats van het geluidstapijt verstevigden nog deze nihilistische boodschap. Dat de dansers individueel voldoende kwaliteit in huis hadden, was duidelijk. En misschien valt ook de soundtrack best te pruimen bij aandachtige beluistering. Maar de ingrediënten werden boudweg voor de voeten van het publiek geworpen, zonder dat er sprake was van een smakelijk gerecht.



Dan kon de creatie van Rizzo ("Higher") me veel meer bekoren, hoewel deze misschien nog véél minimalistischer was dan de eerste choreografie. Minutenlang is de zaal in duister gehuld, met enkel een paar priemende lichtstralen en zeer kale, uitgepuurde sound op de achtergrond. Na enige tijd (zeker een ruime 5 minuten) schuifelt een danser over het podium, synchroon met de immens kale techno die langzaam aanzwelt. Zo schuifelt hij kriskras over de hele dansvloer, na een tijdje vergezeld door een tweede 'schuifelaar' en nog wat later door een derde. Alle drie wandelen ze - al dansend op de beat - verder. Bijna ongemerkt beginnen hun dansen synchroon te verlopen, om uit te monden in een sterk staaltje synchroon 'clubben-op-de-beat', met steeds verschillende variaties op dezelfde danspas-patronen. In deze voorstelling 'pakte' de mayonaise wel, en werd ik moeiteloos meegezogen in deze veeleisende maar hypnotiserende trip. Clubben als een bijna religieus ritueel.

Om Rizzo zelf over deze voorstelling te citeren : "HIGHER is a dance ritual inspired and based on the experience of clubbing and club dancing. Such form of dance, which is not easily ascribed to any category, taking the cultural role of a social dance and also at times featuring various techniques, styles and influences, is extremely explicative of what ultimately is the purpose of dancing, intended as a human form of expression. I interpret this cathartic power of dance, as its being a form of prayer and celebration of existence, and I found in the club a place for such transcending activity, which entirely matches the often used association of clubs to churches, however obscured by the most common understanding of clubbing as a mere recreational activity. In this performance, while trying to transfer the magical essence of the club in the theatrical/representational context of the black box, and trusting in dance as the practice that compensate for the fact that we can never be each other, we attempt in becoming one."

25 oktober 2016

Marc Ribot's Ceramic Dog (De Singer - 24.10.2016)

vlnr : Ismaily - Smith - Ribot 

Wanneer op nauwelijks een boogscheut van je eigen haard een artiest optreedt, wiens adelbrieven amper nog in een bovenmaatse aktetas te proppen vallen, dan is het een morele plicht om dat concert bij te wonen. De Singer wist immers andermaal Marc Ribot te strikken, die een viertal jaren geleden al een gesmaakt solo-concert bracht in de Rijkevorselse club. Vanavond deelde de roemruchte gitarist de bühne met drummer Ches Smith en bassist Shahzad Ismaily. Ik ga hier niet alle namen uit de muziekwereld opsommen met wie deze drie heren ooit al samengewerkt hebben, maar het is een verdraaid duizelingwekkende lijst. De werknaam van dit trio : Marc Ribot's Ceramic Dog. De muziekstijl : een potige brok power-rock, een rauwe kruisbestuiving van rock, punk, funk, avant-garde en free-jazz. De output tot op heden : twee albums ("Party Intellectuals" - 2008 // "Your Turn" - 2013).

Blijkbaar werkt het trio momenteel aan een derde album, aldus Ribot bij aanvang van het uitverkochte concert. Daar waar bands normaliter een tournee op poten zetten om een kakelvers album te promoten, lijkt de huidige Europese tournee van Ceramic Dog er eerder op gericht te zijn om het nieuwe materiaal te testen, bij te schuren, in primaire vorm op het publiek los te laten. En deze werkmethode past perfect bij de speelstijl van Ribot zelf : ongepolijst, tegendraads, wrang, wringend en botsend, dissonant en hier en daar zelfs bewust vals. Aan het publiek om bij te benen en alles op zich af te laten komen. De onconventionele speelstijl van Ribot heeft in het verleden al heel wat uiteenlopende uitlaatkleppen gevonden, waarvan Ceramic Dog ongetwijfeld de luidste en de meest "into your face"-variant is.

Ribot zette het concert in met de metalen twang-akkoorden van "Prayer", waarbij Smith al snel in volle geweld zijn visitekaartje afgaf. En als ik zeg 'in volle geweld', is dat letterlijk te nemen. Al tijdens het eerste nummer sneuvelde één en ander aan zijn drumkit. O.a. de basdrum-pedaal bleek aan gort gestampt. Geen nood : de herstellingen verliepen vlot terwijl Ribot & Ismaily ongestoord verder deden. Het materiaal zou tijdens het concert nog meer te lijden hebben onder het gebeuk van Smith. Na een twintigtal minuten waren immers nieuwe herstellingswerken aan de orde, wat aan Ribot de kans gaf om even de rustige toer op te gaan, middels een gezapig voortkabbelende cover van "La Noyée" (een nummer van Serge Gainsbourg), gebracht in een Engelse vertaling van Emily Whitman. Smith bleek overigens een ongemeen veelzijdige drummer te zijn. Van avant-garde-geroffel, free jazz-ritmes tot keiharde powerrock-fills : de man had het allemaal onder de knie. Voor mij was Smith toch wel dé revelatie van de avond, vermits hij - bovenop dat arsenaal aan diverse technieken - vooral ook een zeer intensieve beleving en inleving aan de dag legde.

Tijdens het concert bleef ik me er vooral over verbazen tot welke dingen een simpel instrumentarium als bas/gitaar/drums (vanavond aangevuld met een klein toefje electronica) allemaal wel niet kan leiden. Dit instrumenten-trio is niet alleen de holy trinity of rock maar is in de handen van de juiste personen tevens de sleutel tot een schatkamer aan avontuurlijke muziek. En aan avontuurlijke muziek vanavond geen gebrek gedurende de twee 50 minuten durende sets die het trio bracht. Wat bijvoorbeeld te denken van de ongemeen catchy riff van "Girlfriend" (de afsluiter van de eerste set) ? De eerste set werd door Ribot afgesloten met de melding : "We're gonna take a short break now. Then we'll come back and play a second set. Isn't that what you're supposed to say in jazz-clubs ?" Die jolige Marc toch.

Aan het begin van de tweede set wist Ribot te melden dat een nieuw nummer over bier - wegens concerteren in België - onvermijdelijk was. De aanzet tot een aanstekelijk nummer met vrij simpele anarcho-teksten à la : "Beer. I want a beer. And when I finish my beer, I want another one. I want another beer. And another one. I don't have friends, I have buddys. Buddy, this bud's for you. Hey buddy, you want a beer ? I'll have another one." Etc...  In de tweede set werden we trouwens ook nog getrakteerd op een totaal verknipte en verbasterde versie van de Dave Brubeck-klassieker "Take Five" (op "Your Turn" verschenen als "Take 5"). En als uitsmijter kregen we de lichtjes geniale bisser "Masters of the Internet" meeeen harde sneer naar de download-cultuur die muziek tot een gratis weg te plukken weggooiproduct heeft herleid :

"Download this music for free
We like it when you do
We don't have homes
Or families to feed
We're not human like you
We live inside your iPod
We've no religion or God
We're slaves who only live to serve
The masters of the internet"

Er zijn slechtere manieren om een grauwe maandagavond door te brengen dan in het gezelschap van drie uitstekende muzikanten, die met een open geest - en met een middelvinger opgestoken naar muzikale conventies - de boel komen opblazen. En het was sowieso het luidste concert dat ik ooit al zittend heb meegemaakt. Uitkijken geblazen naar het derde album van dit trio !

23 oktober 2016

Dele Sosimi (Warande Kuub - 23.10.2016)

Je moet verdraaid al een uit graniet opgetrokken zuurstok zijn om stil te kunnen blijven zitten/staan op de aanstekelijke afrobeat-ritmes, die in de jaren '70 in zwang geraakten onder invloed van drummer Tony Allen en de grote (en onnavolgbare) Fela Kuti. Eén van de huidige discipelen van het genre is de Nigeriaans-Britse toetsenist Dele Sosimi (°1963). Na eerder zowel in Fela Kuti's band Egypt 80 als in Femi Kuti's Positive Force Band gespeeld te hebben, ging Sosimi de solo-toer op en vervult hij momenteel de rol van ambassadeur van het genre, middels zijn eigen "Dele Sosimi Afrobeat Foundation", die in Londen gevestigd is.

Een aanvankelijk vrij karig gevulde Kuub leek nu niet meteen de meest ideale locatie voor een zwoel en zweterig afrobeat-concert, maar de aanstekelijk enthousiaste Sosimi kreeg de meeste ledematen in de zaal toch in beweging. Zoals je van een afrobeat-ambassadeur mag verwachten, waren alle typische kenmerken van het genre aanwezig : funky elementen, een doorgedreven en repetitieve ritme-sectie ondersteund door eenvoudige gitaarriffs, blazers, politiek-sociale songteksten,  songs die doen denken aan lange improvisatie-sessies. Met acht bandleden was de podium-bezetting iets te mager om van een heus afrobeat-orkest te kunnen spreken, maar dat kon de pret niet drukken.

De drie blazers kregen elk de kans om te soleren. Justin Thurgur op trombone, Eric Rohner op alt-sax en vooral de bevallige Tamar Osborn op bariton-sax (tijdens wat voor mij het beste nummer van de avond was : het trage en bezwerende 'We siddon we dey look') kweten zich daarbij uitstekend van hun taak. Aan Phil Dawson (gitaar), Kunle Olofinjana (drums) en Suman Joshi (basgitaar) was het om de eindeloos voortkabbelende afrobeat-groove in gang te houden. Ondersteunende vocalen (en lichtjes erotiserende heup-bewegingen) werden verzorgd door een exotische schone, waarvan de naam me helaas ontvallen is.

De set-list had vooral het laatste album "You No Fit Touch Am" (2015) als bron. De nummers zijn in feite bijna allemaal onderling uitwisselbaar (wegens allemaal in de afrobeat-ketel gevallen), maar daarom niet minder aanstekelijk. Met slechts een tiental nummers wisten Sosimi en de zijnen gedurende twee uur te boeien en bracht de man bovendien nog wat extra kennis bij over het menselijk lichaam : de zone tussen navel en knie werd door Sosimi immers de "funk"-zone gedoopt (aanvankelijk dachten we dat hij het over de "fuck"-zone had), een zone die je lekker in beweging moet zien te houden in alle mogelijke graden, een kunst die Sosimi duidelijk onder de knie had en met graagte tijdens de afterparty wilde delen met gewillige dames. Ook na afloop van het concert bleek Sosimi aan de CD-stand een enorm levenslustige en guitige kerel te zijn. Een vermakelijke avond rond een heerlijk genre, dat je helaas niet vaak meer in concert-vorm kunt meemaken.


Set-list :

1. I don't care
2. Money got the power
3. You no fit touch am
4. Wahalla
5. We siddon we dey look (straight molin')
6. No long things
7. Ya hand
8. Too much information
9. Sanctuary
10. E go betta

20 oktober 2016

PJ Harvey (Vorst Nationaal - 19.10.2016)



PJ Harvey begon reeds op haar vorige album "Let England Shake" (2011) tekenen te vertonen van sociale bewogenheid, omdat dit album deels beïnvloed was door het lezen van getuigenissen van mensen die de conflicten in Irak en Afghanistan van dichtbij hadden meegemaakt. Ook stilistisch zorgde dit album voor een shift t.o.v. haar vroeger werk : minder 'artsy', meer 'folky', een andere manier van zingen, sax i.p.v. gitaar.

Het nieuwe album "The Hope Six Demolition Project" (2016) is een logisch uitvloeisel van deze nieuwe stap in de carrière van Harvey en trekt de sociale bewogenheid naar een hoger niveau. De titel van het album refereert naar het Hope VI Public and Indian Housing-project, een grootschalig project dat werd opgezet door het US Department Of Housing and Urban Development, dat zich omschrijft als "a national action plan to eradicate severely distressed public housing". Met andere woorden : een soort van 'revitaliseringsproject' waarbij problematische sociale woonblokken werden neergehaald om plaats te maken voor meer leefbare alternatieven. Een nobel project, met echter als schaduwzijde het feit dat de oorspronkelijke bewoners vaak niet over de nodige middelen beschikken om zich in de opgefriste woongelegenheden te kunnen vestigen, zodat critici al wel eens de term 'social cleansing' in de mond durven te nemen. In de openingstrack "The Community of Hope" heeft Harvey het over dit sociale project. Wanneer Harvey haar song besluit met de zich herhalende mantra 'they're gonna put a Walmart here', is de sneer naar de Walmart-keten duidelijk. De supermarktgigant kreeg immers in het kader van het Hope VI-project groen licht om grote outlets te openen in stadscentra, op voorwaarde dat ze ook vestigingen zouden openen in sociaal achtergestelde wijken. De vestigingen in de stadscentra kwamen er, die in de slechtere wijken niet. Eén en ander leverde Harvey geen vrienden op in Washington en ze kreeg dan ook kritiek te slikken van diverse politici.

Het album werd geschreven tijdens de reizen die Harvey tussen 2011 en 2014 ondernam - in het gezelschap van de Ierse fotograaf Seamus Murphy - naar Washington, Kosovo en Afghanistan. Sociale achterstand, conflicten en oorlogen vormden dan ook voornamelijk de inspiratiebron voor het nieuwe album. Voeg daarbij ook nog de unieke wijze waarop het album werd opgenomen : aan het publiek werd de kans gegeven om zogenaamde Recording In Progress-sessies mee te maken. In het Somerset House in Londen werd een studio ingericht waar Harvey (samen met producers Mark 'Flood' Ellis en vaste partner in crime John Parish) aan het nieuwe album sleutelde. Het publiek kon intekenen om deze opnamesessies te observeren (de studio was ingericht met éénrichtingsglas, zodat Harvey & co het publiek niet konden zien).

Na diverse luisterbeurten is het nieuwe album serieus onder mijn vel gekropen. Het pleit voor Harvey dat ze zich op deze wijze engageert. Maar hoge bomen vangen natuurlijk veel wind. Het was te verwachten dat ze kritiek te slikken zou krijgen. Kritiek in de trant van : het is gemakkelijk om vanuit je creatieve ivoren toren goedbedoelde projecten op de korrel te nemen zonder alternatieven aan te reiken. Maar het aanreiken van oplossingen lijkt me niet de taak van de kunstenaar te zijn. Het op de agenda plaatsen van problemen is vaak een eerste stap en het siert Harvey dat ze haar positie van invloedrijke artieste op deze wijze gebruikt.

Dit alles om het nieuwe album een beetje in context te plaatsen. Maar hoe zou dat zich vertalen naar een live-concert, en dan nog wel in die ongezellige Vorst Nationaal-bunker ? Laat ik maar meteen van wal steken met de conclusie : het vertaalde zich geweldig en leverde één van de beste concerten op die ik in geruime tijd gezien heb. Alles aan dit concert ademde soberheid, muzikaliteit, oprechtheid en gedreven vakmanschap uit.

Om te beginnen : soberheid. Harvey is natuurlijk nooit de dame geweest die haar concerten opsmukte met speciale effecten, glitter-kanonnen en rookmachines. Maar vanavond ademde alles een sfeer van soberheid uit. Geen voorprogramma, zelfs geen achtergrondmuziek voor het concert, een eenvoudig aangekleed podium waarbij - enkel door subtiel wijzigende lichteffecten - het ruitjespatroon van de backdrop wijzigde. En zelfs het absolute gebrek aan communicatie met het publiek paste wonderwel bij deze algehele sfeer. Welgeteld één 'thank you' en het kort en zakelijk voorstellen van de begeleidingsband : daarmee moest het publiek het doen. Maar dat stoorde niet. De muziek sprak voor zich, zonder dat er nood was aan oeverloos gezwam om de politiek-sociale boodschap extra in de verf te moeten zetten. Het zou de boodschap alleen maar onderuit gehaald hebben. De val van saaie drammerigheid werd alzo netjes ontweken.

Nu ik de begeleidingsband vernoemd heb, kom ik uit bij het aspect 'muzikaliteit'. Ik maakte het concert van dichtbij mee (op pakweg de vijfde rij) en daar voltrok zich een wonder : in combinatie met mijn op maat gemaakte oordopjes, klonk het geluid perfect. En samen met de sobere aankleding vergat ik compleet dat ik in Vorst Nationaal stond, maar leek het eerder op een intiem clubconcert voor een handvol mensen. De begeleidingsband (een 9-tal heren waaronder John Parish, allen in zwarte kledij gehuld) was superieur. Bijna allemaal multi-instrumentalisten. En de mannelijke vocalen - die zeer vaak in meerstemmigheid voor vocale ondersteuning zorgden - riepen een bijna rituele gospel-sfeer op.

Ik twijfel na dit concert ook geen seconde meer aan de oprechtheid van Harvey. Ze leek echt te geloven in haar boodschap en haar concert was niet zozeer het afwerken van nummers, maar eerder een vorm van 'performance art'. Ze bespeelde bijna nooit een instrument (slechts enkele keren sax), maar focuste zich geheel op de vocalen en op de ondersteunende subtiele handgebaren. Het deed bijna denken aan een minimalistische choreografie voor hand & hoofd. Charisma in abundance, gekleed in haar zwarte vedertooi, een kort zwart-lederen rokje en de obligate zwarte boots.

En al deze aspecten laten zich optellen tot gedreven vakmanschap. De edele kunst der songsmederij heeft Harvey al lang onder de knie, maar nu zij dat aspect gepaard heeft met een sociaal bewustzijn, lijkt haar kunst een nieuw niveau van maturiteit te bereiken. Vanaf het ogenblik dat Harvey met haar band het podium betrad als een heuse 'marching band' (om in te zetten met 'Chain of Keys') tot de laatste tonen van de afsluitende bisser 'Guilty' (een nieuw nummer dat niet op het nieuwe album verscheen maar als appendix-single werd uitgebracht) : de vibe zat constant goed.

En de setlist ? Uiteraard werd het nieuwe album quasi integraal gebracht, aangevuld met enkele oudere nummers (voornamelijk uit "Let England Shake", wat qua algemene sfeer goed aansloot bij de Hope Six-nummers). Het hevig rockende tempo-nummer '50ft Queenie' (uit "Rid Of Me" 1993) is een heerlijk nummer, maar voelde toch een beetje aan als de vreemde eend in de bijt. En klassieker "Down by the water" kwam ook eerder over als een obligaat gespeeld hitje. Maar dat is natuurlijk spijkers op laag water zoeken, want beide songs staan als het spreekwoordelijke huis. Net zoals het tergend traag snerpende "To bring you my love". En nadat aan Bob Dylan de Nobel-prijs voor literatuur werd toegekend, nam Harvey in naar laatste concerten van deze tournee als eerbetoon ook haar oude cover van diens 'Highway 61 Revisited' (uit 'Rid Of Me') op in haar set-list als eerste bisser.

Een groots concert van een grote dame.


Set-list :

1. Chain of keys
2. The ministry of defence
3. The community of hope
4. The orange monkey
5. Let England shake
6. The words that maketh murder
7. The glorious land
8. Written on the forehead
9. A line in the sand
10. To talk to you
11. The devil
12. Dollar, dollar
13. The wheel
14. The ministry of social affairs
15. 50ft queenie
16. Down by the water
17. To bring you my love
18. River Anacostia
---
19. Highway 61 revisited
20. Guilty