03 januari 2017

Die Zauberflöte (Opera Antwerpen - 29.12.2016)

Het staat me nog voor de geest als zat ik gisteren in de klas : de leraar esthetica - bestaat dat heerlijke vak überhaupt nog in deze door economische wetmatigheden gedomineerde tijden ? - die in mijn retorica-jaar op bevlogen wijze het opera-genre bejubelde als de meest complete van alle kunsten. Want in dat genre ontmoeten talloze disciplines elkaar : literatuur (het libretto), klassieke muziek, dramaturgie, theaterkunst, decorbouw, architectuur, ... Dit pleidooi ten spijt was het er echter nooit van gekomen om live een opera mee te maken, zodat vandaag mijn opera-ontmaagding plaatsvond.


Om de allegorie van de ontmaagding nog even door te trekken : het was een overweldigende ervaring die naar meer smaakte. Maar de eerste keer is daarom meestal niet de beste keer. Mijn opera-inwijding leek dan ook niet op een ontmaagding op een met rozenblaadjes bezaaid hemeldbed met op de achtergrond een zoetgevooisde soundtrack, maar het was eerder alsof het bloempje in zeven haasten werd geplukt in een over kasseien denderende karos. Een dolle rit waarbij het doel werd bereikt, doch met hier en daar een onverhoedse uitschuiver.


De opera in kwestie : "Die Zauberflöte", met een libretto van Emanuel Schikaneder en muziek van W.A. Mozart, geschreven in zijn laatste levensjaar (1791). De opera ging in première in Wenen op 30.09.1791, gedirigeerd door Mozart himself. Amper zes weken later sterft hij. Schikaneder baseerde zijn libretto op het sprookje 'Lulu oder Die Zauberflöte', geschreven door Christoph Martin Wieland en diens kleinzoon. Maar het had net zo goed geschreven kunnen zijn in de jaren '60 na een foute trip op LSD of een ander hallucinogeen middel.


Het verhaal is immers compleet out there. Kort samengevat : prins Tamino en vogelmens Papageno gaan op zoek naar Pamina, dochter van de Koningin van de Nacht, die ontvoerd werd door opperpriester Sarastro. Ze worden daarbij geholpen door een magische toverfluit, al even magische belletjes en door drie mysterieuze knaapjes. Tamino en Papageno bereiken het rijk van Sarastro - die niet the bad guy blijkt te zijn - en vinden Pamina, maar moeten proeven ondergaan om zich waardig te tonen. De Liefde overwint, Tamino neemt Pamina tot zich en ook Papageno krijgt een liefje toegeworpen.


Deze productie van Opera Vlaanderen in een regie van de jonge franco-duitser David Hermann (°1977), is een herneming van 2012. Met Kenneth Tarver als Tamino, Lore Binon als Pamina, Josef Wagner als Papageno, Hulkar Sabirova als Koningin van de Nacht en Ante Jercunica als Sarastro in de voornaamste rollen. Die Zauberflöte is één van de meeste succesvolle opera's uit de muziekgeschiedenis en zit vol symboliek, wat dan ook aanleiding heeft gegeven tot talloze interpretaties in de vakliteratuur en wat dus ook de deur openzet voor regisseurs om hun versie naar het podium te vertalen.


De versie van Hermann was niet onbesproken en leverde o.a. deze harde kritiek in Knack op. Het is kritiek waarin ik wel deels kan meegaan. Vooral op het einde ging het hier en daar mis : waarom de Egyptische tempel van Sarastro in deze productie werd neergezet als een hutje op de prairie en Sarastro als een hillbilly-redneck, is me een raadsel. En één van de proeven voor Tamino werd neergezet als een Russische roulette, die echter compleet niet uit de verf kwam. Hoewel de decors ronduit indrukwekkend waren en de decorwissels vlot verliepen, waren er een tikje teveel wissels.


Maar toch ook kippenvel wanneer Sabirova - op dat ogenblik een beetje jammerlijk in een douchebak staande - de wereldberoemde vloek-aria "Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen" ten berde brengt. Sowieso hét hoogtepunt van de avond, maar ook Jerunica als Sarastro kreeg volkomen terecht zijn deel van het applaus (hoewel hij zijn grote aria ietwat lullig moest vertolken in een bad mét lange onderbroek aan...). De Tamino-figuur vond ik wat bleekjes uitslaan tegenover zijn komische metgezel Papageno, terwijl de Belgische zangeres Lore Binon als Pamina uitstekend haar streng trok.


De slotsom : een topavond en een intrigerende introductie in een door mij tot op heden onontgonnen deel van het muzikale spectrum. En hoewel de gewaagde evenwichtsoefening van Hermann her en der uit balans ging - de overwinning van het Licht op het Duister in het open slotdecor was eerder een flauwe sof dan een beklijvende apotheose - heeft deze productie mijn honger aangewakkerd. Dat staat overigens los van de talloze seksistische toespelingen in het libretto :"Hoedt U voor vrouwenlisten !" "Een vrouw heeft jou dus zo verblind ? Een vrouw doet weinig, babbelt veel." Opera's zijn van alle tijden...

31 december 2016

Audiobook 14 - 20 : Harry Potter

Het voorbije half jaar vertoefde ik tijdens mijn auto-verplaatsingen in het gezelschap van de overbekende tovenaar-leerling Harry Potter, een creatie van J.K. Rowling. Mijn auto transformeerde in zijn Nimbus 2000-bezemsteel, mijn versnellingspook in een toverstokje met een kern van een feniks-veer. En menig irriterende mede-weggebruikers kreeg regelmatig een expelliarmus- of cruciatus-vloek te horen, als ware hij/zij de nieuwe Voldemort. Vermits ik zelfs de films nog niet gezien had en dus weinig of niets wist over Potter & Co, kon ik onbevangen de sorting hat opzetten en me als muggle vrank en vrij onderdompelen in de wizarding world. Ik beluisterde de audioboeken in de versies die ingelezen werden door de onvergelijkbare Stephen Fry.












Normaliter sta ik vrij sceptisch tegenover dit soort van franchises. En toen ten tijde van de publicatie van alweer een nieuw Potter-boek op het nieuws telkenmale beelden verschenen van lange rijen fans die - als waren ze onder de invloed van de imperius-vloek - bij de boekhandel stonden aan te schuiven, trok ik meewarig een wenkbrauw op. De hele Potter-zwik legde Rowling en uitgeverij Bloomsbury geen windeieren, voldoende om te kunnen concurreren met de door kobolden beheerde Gringotts Wizarding Bank. De films volgden al snel in het kielzog van de zeven romans, net zoals een resem speelgoed, gadgets en games waar Studio 100 nog een puntje aan kan zuigen. En de laatste tijd heeft de geldmachine nog een tandje bijgestoken. Het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child verscheen dit jaar in boekvorm en het spin off-boekje Fantastic Beasts and Where to Find Them (2001) werd dit jaar verfilmd. Het is dus vrij gemakkelijk om de hele Potter-industrie af te doen als een magische steen der wijzen, die alles in goud verandert.









Maar dat is te kort door de bocht en ik kom bij deze dan ook officieel uit de kast als een Potter-fan. Het universum dat J.K. Rowling geschapen heeft rondom de tovenaar-school Hogwarts en diens bonte pleiade aan personages - allen verwikkeld in een harde strijd van kwaad versus goed - raakt de juiste snaar. Ach, natuurlijk zijn sommige plot-ontwikkelingen een beetje van de pot gerukt en worden te pas en te onpas toverspreuken als een deus ex machina opgevoerd, maar een kniesoor die daarom maalt. En literatuur-critici zeggen wellicht volkomen terecht dat de boeken nu niet meteen als wereldliteratuur bestempeld mogen worden. Daarvoor is het taalgebruik niet avontuurlijk genoeg, de dialogen vrij knullig, de ontwikkeling van sommige personages nogal ééndimensionaal en de boodschap van goed versus kwaad een tikje te zeemzoet en weinig origineel. Om uit een kritisch artikel te citeren, wat het misschien nog het beste samenvat : "To say that the Potter books are not great literature is not an argument against reading them : it is only an argument against the misconception that they are great. Because a book is only good and not great is not a reason for not reading it : it is only a reason for not misconstruing its place. In some sense, there is no arguing with success. There is something to be said for the argument that J.K. Rowling's creation must have something to it for it to have been so successful. In fact, she spins an exciting yarn. As good books go, they are pretty good good books."


















Talloze artikels fileren de Potter-boeken tot op het bot. Maar dergelijke analyses verzanden al snel in kapotmakend cynisme. Want hoewel de kritiek in grote mate terecht is, kun je de saga maar best ondergaan als een vermakelijk ritje in een achtbaan. Zelfs de kritische geest in mij ging uiteindelijk genadeloos voor de bijl. Na de kinderlijke onschuld van de eerste boeken, was ik waarlijk ontdaan door het plotse noodlot dat Cedric Diggory overkwam in The Goblet of Fire. Vanaf dat ogenblik was het gedaan met de spielerei. Het kwade zou nog meer slachtoffers opeisen en her en der waren zelfs seksuele connotaties niet van de lucht. De tiener-verliefdheden van de jonge protagonisten versus de onmiskenbare seksuele spanning tussen Voldemort en zijn dominatrix-achtige superfan Bellatrix Lestrange. En dat het goede uiteindelijk zegeviert op het kwade, wie kan daar iets op tegen hebben ? Er is al genoeg ellende in de wereld. De mensheid heeft nood aan af en toe een beetje lumos om de duisternis te verdrijven. Niet dat Potter zelf daar nog wakker van ligt : hij heeft immers de roodharige furie Ginny Weasley aan zijn toverstok kunnen rijgen. Met een tikje weemoed beluisterde ik de laatste epiloog, in het besef dat daarmee het doek viel over een leuke rit. Expecto patronum nog aan toe !

19 december 2016

Overlezen Wintert (De Warande Kuub - 18.12.2016)



Annelies Verbeke is - zowel met eigen werk als met haar recensies in de Standaard der Letteren - reeds geruime tijd pleitbezorgster en ambassadrice van het kortverhaal als volwaardig literair genre. Ze was dan ook de perfecte gaste in deze editie van Overlezen en las in première een nieuw kortverhaal voor (het verbluffende "Huilbaby"), dat over enkele weken zal verschijnen in de nieuwe verhalenbundel "Halleluja"Bart Moeyaert las een handvol verhalen voor uit de bundel "De gans en zijn broer" (verschenen in 2014 met illustraties van Gerda Dendooven) en deed dat met veel inlevingsgevoel voor de schijnbaar eenvoudige maar diepgravende fabels en bespiegelingen die zich voltrekken in de microkosmos van een boerenerf.

Ook enkele buitenlandse gasten op het podium. In eerste instantie de Welshe auteur Cynan Jones, die een fragment voorlas uit zijn recent verschenen novelle "The Cove", een literaire stijloefening rond een minimale plot (een man in een kajak wordt door bliksem getroffen). De Russische auteur Michaïl Sjisjkin las integraal het kortverhaal "Nabokovs inktpot" voor (uit de recent verschenen bundel "De Kalligrafieles"), het losjes autobiografische relaas van een naar Zürich uitgeweken Russische auteur die de eindjes aan elkaar moet knopen met vertaalopdrachten voor een Rus van dubieus allooi, wat leidt tot beschouwingen over praktijk versus principes. Helaas verliep de boven-vertaling van dit in het Russisch voorgelezen verhaal niet altijd synchroon, wat de ervaring ervan een beetje ondergroef. Als afsluiter mocht Joubert Pignon, Nederlands auteur van ultra-korte verhalen, het publiek laten proeven van zijn scherpe en korte satirische salvo's.

Het was de eerste keer dat ik dit literaire salon bijwoonde en helaas : het was geen onverdeeld succes. De interviews met de auteurs - afgenomen door het vroegere RTV-anker Johny Geerinckx - voegden compleet niets toe aan het geheel. Sterker nog : toen Geerinckx de antwoorden van de Welshman en de Rus in het Nederlands vertaalde, weken deze in extreme mate af van de originele antwoorden. Sjisjkin leek nauwelijks te verbergen hoe hij zich ergerde aan het overbodige interview. En ook de interviews met Verbeke en Moeyaert bleven beperkt tot enkele platitudes over het kortverhaal als genre. Pignon kreeg de lachers op zijn hand door zich ongegeneerd te profileren als een luie schrijver die bij voorkeur in de zetel ligt te niksen. De bijdragen van co-gastheren Jos Geysels en Karl van den Broeck overstegen zelden het niveau van de korte samenvatting op een blurb. Misschien toch eens in de leer gaan bij de uitstekende podcast Backlisted, heren. Die podcast is er bij mij de voorbije maanden in geslaagd om mijn leeshonger weer flink op te poken, wat van het literaire salon van deze ochtend - ondanks de overduidelijke kwaliteit van de aanwezige auteurs - niet of nauwelijks kan gezegd worden.

Maar gelukkig was er dus wél goede literatuur en de aangename muzikale omkadering van Violacc#, met goede vriend Jan op contrabas. Ook vermakelijk was de verborgen bijdrage van de grote auteur Walter van den Broeck, deze ochtend ook gewoon deel van het publiek. Ik was aangeschoven aan diens tafeltje en kon in aanloop naar dit evenement als luistervink opvangen wat hij zoal vond van de bestseller "Het smelt" van Lize Spit (misschien een tikje te lang maar een terecht succes in zijn ogen) of van het geprezen "De bekeerlinge" van Stefan Hertmans (duidelijk minder zijn ding).

10 december 2016

Klara Take 7 Live : 10 jaar De Singer (09.12.2016)

De niet minder dan geweldige club De Singer bestaat reeds 10 jaar. In dat decennium heeft de club een onwaarschijnlijk parcours afgelegd en hun archief leest als een Who's Who in de wereld van de jazz. Een welgemeende proficiat aan de bezielers en vrijwilligers van deze club is dan ook op zijn plaats. Zij zijn erin geslaagd om een voormalig naai-atelier om te toveren tot één van de boeiendste clubs van Vlaanderen. En dat nog wel in Veussel godbetert !

Naar aanleiding van deze verjaardag denken we in een nostalgische bui terug aan de concerten die A Jazz Experience organiseerde in het Alma-achterzaaltje van Café Sport in Sint-Jozef. Waar is de tijd dat de piepjonge melkmuil Jef Neve er zijn ding deed, grinnikend toen zijn intieme set werd doorkruist door dronken gebral dat vanuit het belendende sport-café weerklonk. In dat volkse zaaltje werden de kiemen gezaaid van wat later de gevierde club zou worden. Hoe leuk zo'n trip down memory lane ook kan zijn, het Alma-zaaltje stuitte op beperkingen en het vrijgekomen naai-atelier bleek de gedroomde plek om het project verder uit te bouwen. Neve werd later een grote ster en zou meermaals naar De Singer terugkeren en de club steeds een warm hart blijven toedragen.

Voor zover mijn blogje me niet bedriegt, heb ik er zelf een 35-tal concerten bijgewoond. Het is nog altijd bijna niet te vatten dat ik er - op fietsafstand van mijn woonplaats - magische avonden heb beleefd in het gezelschap van pakweg Marc RibotToots Thielemans of Vijay Iyer, om er maar enkele te noemen.

De verjaardag werd gevierd middels een vanuit De Singer live uitgezonden aflevering van het Klara-programma Take 7 in een presentatie van Lies Steppe, wiens stem even warm aanvoelt als een combinatie van een warm bad, een open haard en een glas merlot. In het eerste uur vonden interviews plaats met club-bezielers Tom Baeten en Luc De Vrij, afgewisseld met opnames uit rijke audio-archief van de club. Later volgden interviews met en live-concerten van diverse artiesten, vooral van Belgische pluimage. Als eerste kwam Niels Van Heertum aan bod, een jonge artiest die met een euphonium een vrij ongebruikelijk instrument bespeelt. Letterlijk vers van de pers had hij vanavond in première zijn nagelnieuw debuut-album "JK's Kamer +50.92509° +03.84800°" bij. Een dromerig album (en dito solo-concert) dat een oproep tot meer rust poogde te zijn en associaties opriep met voorzichtig rimpelende wateroppervlaktes en vanuit de verte weerklinkende misthoorns.

Vervolgens was het de beurt aan het Wout Gooris-trio, met naast Goris op piano ook nog Stijn Cools op drums. Als contrabassist niet het normale bandlid Nathan Wouters maar wel de in Denemarken wonende Fransman Brice Soniano. Een prachtig concert waarin Gooris bewees dat het - schijnbaar platgetreden - pad van een "ouderwets" jazz-piano-trio toch nog onbewandelde perspectieven kan bieden.

De combinatie van enerzijds de sax & klarinet van de jonge Belg Joachim Badenhorst en anderzijds de trompet en kornet van Eric Boeren (een gouw-genoot van vlak over de grens) was uitdagend, prikkelend en zelfs niet van humor gespeend. Of hoe ook zogenaamd moeilijke muziek probleemloos een volle zaal over de meet kan trekken en niet altijd té serieus genomen moet worden, ter illustratie waarvan één van de nummers spontaan de titel "Veur den Erik" meekreeg. Als afsluiter traden Soniano en Badenhorst samen aan onder de mantel van hun gezamenlijke project Rawfishboys. Waar een gezamenlijke voorkeur voor sushi al niet toe leiden kan.

Het werd aldus niet alleen een feestelijke avond waarbij de jarige club - volkomen terecht - voor het voetlicht werd gebracht, maar ook een muzikaal rijke en diverse avond waarbij een boeiende staalkaart van jong Belgisch jazz-talent werd getoond.

03 december 2016

Howard Peach (De Singer - 02.12.2016)

Drummer Lander Gyselinck - die recent nog de Vlaamse Cultuurprijs voor Muziek 2015 in de wacht sleepte en die we enkele weken geleden nog aan het werk zagen met zijn bekendste combo Stuff - heeft ondanks zijn jonge leeftijd al veel muzikale horizonten verkend. Zo studeerde hij o.a. enige tijd in New York aan de New School For Jazz And Contemporary Music (thans The School of Jazz at the New School). Uit zijn contacten met de muzikale scene in The Big Apple ontsproot Howard Peach, met - naast uiteraard Gyselinck op drums - Simon Jermyn op elektrische bas en Chris Speed op tenorsax, twee muzikanten die Gyselinck vanavond omschreef als "in het geheim mijn twee favoriete muzikanten".

Dit trio bracht in 2013 een titelloos debuutalbum uit op W.E.R.F. Records. Als we Gyselinck mogen geloven, was dit album uniek omdat het de weergave was van de allereerste echte sessie die het trio samenspeelde. Een grotendeels geïmproviseerd album dus. Om Gyselinck te citeren : "Onze allereerste muzikale samenkomst is gecapteerd op plaat". Gyselinck bracht hierbij ook nog kort hulde aan Walter Swennen, de Belgische schilder van wiens hand de albumhoes is. Er wordt gewerkt aan een nieuw album, maar de release hiervan zou nog wel een jaartje kunnen duren.

Vanavond trad dit trio aan in De Singer en Gyselinck dankte het aanwezige publiek voor de aanwezigheid op een herfstige vrijdagavond en voor de bereidheid om een muzikaal avontuur te willen aangaan. En een avontuurlijke muzikale avond was het alleszins, met weids meanderende nummers en improvisaties. De composities van de drie heren leken telkens op muzikale skeletten waarrond vrijelijk geïmproviseerd kon worden. Waar dit soort van improv-sessies al eens kunnen verzanden in individueel geneuzel en tenen-krullende avant-garde, slaagde het trio er vanavond in om een boeiend en coherent geheel te brengen. Het experiment werd niet geschuwd, maar nooit zonder de jazzy onderstroom te verlaten. Het was trouwens een genot om Gyselinck in profiel bezig te zien, waarbij het opviel in welke mate hij als het ware met zijn hele lichaam en vanuit zijn ruggengraat drumt. Een heel organische manier van spelen. Zo'n uitermate getalenteerde drummer zou gemakkelijk de andere leden van het trio kunnen overschaduwen, maar het evenwicht tussen de drie muzikanten zat goed. De vrij afgemeten en melodische sax van Speed en de opvallende bas-klanken van Jermyn (soms zelfs naar een elektrische gitaar neigend) kwamen uitstekend tot hun recht.

Door technische problemen - "we moeten vijzen aan de saxofoon" - werd de eerste set al na een goed halfuur onderbroken, maar dat euvel (opgelost met "enkele elastiekjes") werd in de tweede set ruimschoots gecompenseerd. Zoals bijvoorbeeld met het geweldige "Kabouters", waarbij Gyselinck voor één keer alle remmen los gooide onder begeleiding van een repetitief en minimalistisch sax-akkoordenschema. Of met het zich traag voortslepende "Hidden word". Of nog met de encore-uitsmijter "Promises Kept", een compositie van jazz-gitarist Sonny Sharrock en door Gyselinck aangekondigd als een "specialleke op z'n Howard Peaches". Alleen al voor dit nummer onder mijn aandacht te brengen, verdient Howard Peach alle hulde. Luister maar eens naar het origineel en je zult weten wat ik bedoel.

Howard Peach en Stuff zijn natuurlijk compleet niet met elkaar te vergelijken, maar ik genoot vanavond toch wel meer dan enkele weken geleden tijdens het concert van Stuff (hoewel dat concert ook meer dan goed was). Vanavond klonk alles zo lekker fris, vrank en vrij. Drie muzikanten die duidelijk genoten van elkaars inbreng. Zo'n ingesteldheid straalt automatisch af op het publiek.


Setlist :
1. Flow (Jermyn)
2. Transporter (Speed)
3. Dirty truth (Gyselinck)
---
4. Kabouters (Gyselinck)
5. Cosmia (Speed)
6. So baby (Gyselinck)
7. Catchak (?) (aangekondigd als een 'Javaans volkslied')
8. Happy giving thank music (?)
9. Hidden word (Jermyn)
---
10. Promises kept

30 november 2016

Compagnie Cecilia : Cabane (Warande Kuub - 29.11.2016)



Compagnie Cecilia heeft in het verleden al enkele magistrale stukken op de planken gebracht. Zo was ik een bevoorrechte getuige van het aangrijpende The broken circle breakdown featuring The Cover-Ups of Alabama (het stuk waarop de succesvolle film van Felix Van Groeningen gebaseerd was). En ik denk vooral met veel plezier terug aan Vorst-Forest, een briljante en hilarische voorstelling zoals je ze maar zelden tegenkomt. De productie Schöne Blumen (een co-productie met Het Paleis in een regie van Arne Sierens) was dan weer minder beklijvend, maar iedereen kan de bal al eens een keertje misslaan. De verwachtingen voor vanavond waren derhalve hooggespannen.  




'Cabane' is het verhaal van een confrontatie tussen drie mannen, elk met hun eigen verhaal en gebreken. De ontmoetingen vinden plaats in een soort werk-atelier, waar door twee broers voorbereidingen worden getroffen voor een schooltoneel. De ene broer, Gilles genaamd (vertolkt door Robrecht Vanden Thoren) heeft het toneelstuk en de begeleidende liedjes geschreven en heeft getracht er een soort van ecologische boodschap in te stoppen. Gilles is een ietwat schlemielige figuur die zijn leven terug op de rails tracht te zetten na enkele jaren in Thailand te hebben rondgedoold. Kleine hints doen het vermoeden ontstaan dat deze flower power-figuur wel eens pedofiele trekjes zou kunnen hebben. 

Hij werd na zijn terugkomst uit Thailand opgevangen door zijn broer Manu (vertolkt door Titus De Voogdt), een nukkige man die instaat voor de opbouw van het decor voor het schooltoneel en die meer pinten drinkt dan goed voor hem is. Manu heeft het Gilles nooit vergeven dat die niet de moeite nam om uit Thailand terug te keren toen hun moeder overleed. Manu is een zwijgzaam type dat zijn gevoelens opkropt.




En dan is er nog de hyperkinetische Sven (vertolkt door Joris Hessels), die in het werkatelier aanspoelt om de wagen van zijn vader op te pikken. Die wagen is immers achtergelaten nadat de vader van Sven - uitgerekend in het werkatelier van de twee broers - zelfmoord heeft gepleegd. De dode man werd gevonden door Manu en diens zoontje Stanny (de jongen liep hierdoor een flink trauma op). Maar Sven heeft zelf ook te kampen met de nodige problemen : financiële zorgen, een gokverslaving en een zwangere vriendin. Hij pendelt constant heen en weer tussen grote extase en diepe ellende. 

Deze interessante premisse had alles in zich om tot een fijne voorstelling te komen. Zo is er het contrast tussen de drie karakters : de soms hilarische woordenstroom van de gladde Sven (met Jommeke-kapsel), de stoere en zuipende Manu (met een quasi militair kortgeschoren kapsel) en de emotionele gevoelsmens en halve hippie Gilles (met geitenwollensokken-paardenstaartje). Het decor is functioneel en alle elementen worden gebruikt : half afgewerkte decor-stukken, een dixi-toilet, een synthesizer, een betonmolen. En zo was dit stuk lange tijd aangenaam om naar te kijken. Komedie en tragedie wisselden elkaar voortdurend af en omtrent de acteerprestaties van de drie heren niets dan lof. Het poëtische gebruik van de betonmolen was prachtig. 

Maar na het vrij plotse en onverwachte einde van het stuk bleef ik toch op mijn honger zitten. Niet dat elke theatervoorstelling moet eindigen in een mooi afgeronde 'closure' of catharsis, maar hier leek het einde iets teveel haastwerk en ook de spanningsboog tussen de twee contrasterende broers bleef in clichés hangen. Alsof men niet goed wist hoe de premisse uit te bouwen en af te ronden. Ondanks de fijne regie van Tom Dupont, kwam dit theaterdebuut van dichter en auteur Jeroen Theunissen dus nooit helemaal uit de verf. Een beetje zoals één van de onafgewerkte decorstukken op de bühne.  

26 november 2016

The Sun Ra Arkestra (De Singer - 25.11.2016)

Herman Poole Blount overleed op 30 mei 1993. Maar kenners weten wel beter : deze droge obituary was slechts een dekmantel voor het feit dat jazz-legende Sun Ra zich definitief terugtrok op zijn geboorteplaneet Saturnus. Een leven lang interplanetair het afro-futurisme uitdragen gaat immers niet in de koude (en in zijn geval : blitse) kleren zitten.

En dus gaf hij de scepter door aan zijn trouwe bende acolieten, The Sun Ra Arkestra. Onder leiding van de krasse bandleider Marshall Allen (92 jaar oud ondertussen !) draagt het ensemble nog steeds de filosofie van het afro-futurisme uit : een complexe blend van zwart bewustzijn, mythologie uit het oude Egypte, science fiction en wetenschap. Een interessant cultureel fenomeen waarvan Sun Ra één van de grote bezielers was. Omtrent dit "Afrofuturism" zijn talloze artikels en beschouwingen te lezen, waarvan enkele interessante te vinden zijn op Media Diversified.

Het mag weinig verbazing wekken dat dit bizarre combo in de armen werd gesloten door diverse curatoren van het - helaas ter ziele gegane - All Tomorrows Parties-festival. Zo werd het combo in 2009 uitgenodigd door curator My Bloody Valentine en in 2011 door Caribou. Ik herinner me beide concerten als chaotisch, bijwijlen briljant, muzikaal soms opvallend conservatief en soms compleet 'out there'. Performances waarbij het gemakkelijk was om te gniffelen met de rare kostuums en hoofddeksels, maar waarbij achter die schijnbaar speelse façade soms veel te ontdekken viel.

Gelet op de uitgestrektheid van het heelal, valt nauwelijks te berekenen hoe klein de kans was dat dit intergalactische gezelschap uitgerekend in Rijkevorsel zou neerstrijken. Maar kijk : het podium van De Singer was vanavond de landingsbaan van dienst, van waaruit Allen & C° gedurende een tweetal uren het publiek zouden onderdompelen in hartverwarmende ruimtegolven.

"We travel the space ways" : zangeres Tara Middleton maakte in het openingsnummer meteen duidelijk waar het bij dit dozijn muzikanten om te doen is. Na deze kosmische klassieker volgde een set waarin alle chaotische en unieke elementen van een Arkestra-concert aanwezig waren. Zo waren er futuristische jazz-exploten zoals het openingsnummer of zoals de afsluitende kaskraker "Space is the place". Allen ging te pas en te onpas volledig uit de plaat met zijn EVI : een zogenaamd electronic valve instrument, waarmee diepe en bizarre klanken geproduceerd kunnen worden. Niet dat Allen dit maffe instrument nodig had om voor de scherpe noten te zorgen. Met zijn linkerhand op de altsax-toetsen en met zijn rechterhand als dirigeer-stok, soleerde hij in de beste en scherpste bebop-stijl. Zoals tijdens één van de absolute hoogtepunten van de avond : "Seductive fantasy". Een gedurende ruim 10 minuten mantrisch voortkabbelend altsax-melodietje van de imposante James Stewart, geregeld doorspekt met verschroeiende solo's van Allen en met non-verbale zanglijnen van Middleton, waarbij enkele bandleden - niet voor het laatst vanavond - op wandel gingen doorheen het gangpad van de zaal, als ware het een begrafenisstoet uit New Orleans.

Maar de sfeer vanavond was zeker niet die van een begrafenis. Integendeel. De band strooide gulzig met wintervitaminen en de elektriciteit in de uitverkochte zaal was duidelijk positief geladen. Op tijd en stond werd het kosmische pad even verlaten en werden 'gewone' jazz- en blues-standards gebracht (waarbij Allen het toch zelden kon laten om her en der met zijn sax of EVI wat scherpe noten tussen te wringen). Een voorbeeld van zo'n vrij klassieke standard : "Sometimes I'm happy, sometimes I'm blue", een oude jazz-kraker die door tientallen artiesten op plaat werd gezet en die ook door Sun Ra aan zijn immense (en onoverzichtelijke) oeuvre werd toegevoegd op de plaat 'Nuclear War' (1984). Een mooie kans voor zangeres Middleton om haar warme stembanden nog eens te laten excelleren.

Chaos was tijdens het concert sowieso nooit ver weg : als Allen niet met zijn EVI hogere sferen aan het bezoeken was en alles - voor een zeldzaam keertje - eens relatief rustig verliep, waren andere bandleden lustig met elkaar aan het sjauwelen. Vooral saxofonist Noel Scott bleek een gepatenteerde wauwelaar te zijn die regelmatig moppen leek te tappen met buurman James Stewart, die als antwoord meestal eens met zijn ogen rolde of grinnikte. Maar ook Allen zelf was niet alleen muzikaal een vinnig baasje. Klappend in de handen, gesticulerend naar deze of gene, mompelend, grommend of neuriënd : gedurende zes decennia de ruimte doorkruisen leken hem nauwelijks gedeerd te hebben.

Op het einde van het concert werd "We travel the space ways" hernomen, met elementen van "Space is the place" en opnieuw snippers van "Seductive fantasy". Een onweerstaanbaar gloedvolle afsluiter die als een warm dekentje over het publiek viel. "The space age is here to stay", klonk het, samen met  een aanstekelijke la-la-la-la-la-laaaa-samenzang. De bandleden betraden voor de laatste maal het gangpad en dropen één voor een af, terug de onmeetbare ruimte in. De good vibes in de zaal waren bijna tastbaar en iedereen in de zaal keek glimlachend toe hoe Allen als laatste achterbleef, nog voor één keer met zijn EVI ruimtestralen oproepend, begeleid door het ritmische geklap van het publiek en door de warme stem van Middleton. Een magische avond.


Allen na afloop van een magisch concert.

20 november 2016

Dirk Serries : "Microphonics xxvi-xxx Resolution Heart" (De Singer - 19.11.2016)




















Het is nog maar pas dat ik in contact gekomen ben met het werk van de Belgische componist en musicus Dirk Serries. Bij wijze van toeval - waar belandt een mens soms zoal tijdens het browsen ? - beluisterde ik online diens project Enomeni, de neerslag van een geïmproviseerde sessie met N en met Aidan Baker. Ik was verbluft door de rijkdom en gelaagdheid van dit ambient/drone-project en schafte me onmiddellijk de prachtig uitgegeven gekleurde vinyl van dit project aan. Vervolgens wat meer opzoekwerk gedaan omtrent het oeuvre van Serries, waarbij het schaamrood me alras naar de wangen steeg in het besef dat ik nu pas in contact kom met deze geluidskunstenaar. Wat een ongelooflijk rijk en divers oeuvre heeft die man ondertussen uitgegeven, in allerlei samenwerkingsverbanden en onder allerlei noms de plumes (vidnaObmana, Fear Falls Burning, Yodok III, Continuum, ...). Een output van heb-ik-me-jou-daar.

Ik sta dus nog maar aan begin van de ontdekkingstocht naar de enorme discografie van deze Antwerpenaar. Wat voor mij het begin van een muzikale reis is, is tegelijk voor Serries een eind-etappe (het slot van de Microphonics-cyclus). Vanavond was het de eerste keer dat ik hem live aan het werk zag, naar aanleiding van de officiële release van 's mans plaat "Microphonics xxvi-xxx Resolution Heart". Op deze mooi uitgegeven LP - die ik me ook heb aangeschaft en die nu onder de naald ligt - staan de laatste hoofdstukken geëtst van het ambitieuze Microphonics-project : een reeks sfeervolle solo-composities, verspreid over diverse geluidsdragers. Een project dat startte nadat Serries zich al een paar decennia had 'verscholen' achter pseudoniemen en projecten allerhande. Een project waarin hij - onder eigen naam en solo - op zoek gaat naar een soort van puurheid.

Tijdens deze release-avond duurde het niet lang vooraleer ik mijn ogen sloot. Ten dele omdat er visueel niet veel te beleven valt aan een solo-concert van Serries : hij zit op een stoel, speelt op zijn gitaar (die hij af en toe met een strijkstok te lijf gaat) en frutselt aan knopjes. Meer gebeurt er niet qua actie. Maar met de ogen gesloten gebeurt er plots heel veel. Hij evoceert een muzikaal landschap waarin het aangenaam ronddwalen is. In de diverse - unaniem lovende - reviews van dit album buitelen de indrukwekkende woordenstromen over elkaar heen, in een poging om in woorden te vatten wat je eigenlijk niet in woorden kunt vatten : de individuele beleving die je als luisteraar ervaart wanneer je je onderdompelt in dergelijke sound-scapes. Gedurende de 50 minuten van het concert was ik niet in De Singer, maar dwaalde ik rond in een gebied dat me deed denken aan de verboden zone in Tarkovski's Stalker, met Serries als gids van dienst.

Bij de merchandise-tafel kon ik vaststellen met wat voor liefde en zorg de diverse vinyl-releases zijn uitgebracht. Zo doet Serries voor het artwork van veel van zijn projecten een beroep op fotografe Martina Verhoeven. Diverse euro's armer maar een mooie ervaring (en enkele LP's) rijker wandelde ik de Rijkevorselse avond in.

19 november 2016

Viktor Lazlo : 3 Femmes (De Warande Kuub - 18.11.2016)

In retrospect is het me eigenlijk niet geheel duidelijk waarom ik dit concert heb opgenomen in mijn Warande-abonnement. Misschien wel simpelweg uit nieuwsgierigheid naar wat er geworden is van Viktor Lazlo. Want laten we wel wezen : toen ze in de jaren '80 met nummers als "Breathless" en "Sweet, soft and lazy" bekendheid verwierf,  etaleerde ze vocale klasse, gecombineerd met een stijlvolle en prikkelende schoonheid. Vanavond werd al snel duidelijk dat zij - op 56-jarige leeftijd - nog altijd klasse en schoonheid op overschot heeft, toen ze - elegant gekleed in een prachtige jurk van Franck Sorbier - het podium betrad. Maar dat bleek helaas niet garant te staan voor een onvergetelijke avond.

Ze toert ondertussen al een tijdje de wereld rond met het programma "3 Femmes", een ode aan drie grootheden uit de vocale jazz : Billie HolidaySarah Vaughan en Ella Fitzgerald. Ze wordt hierbij bijgestaan door gitarist Olivier Louvel, contrabassist Gilles Coquard en pianist Michel Bisceglia. Met een repertoire van onsterfelijke jazz-klassiekers, de warme stem van Lazlo en de intieme band-bezetting waren alle ingrediënten aanwezig voor een knusse avond. Aan het enthousiasme van Lazlo lag het alvast zeker niet. Veel interactie met het publiek tussen de nummers door (en zelfs een dansje met een fortuinlijke houten hark die op de eerste rij zat). Met dat Kempense publiek leek ze een zekere verwantschap te voelen (ze studeerde ooit in Mol en fietste naar eigen zeggen ooit veel in de streek rond).

De kapstok van de drie jazz-diva's werd echter helaas niet voldoende aangekleed. De geest van Holiday waarde eigenlijk zelden of nooit rond. Gelet op het feit dat het stemgeluid van Lazlo compleet niet verwant is aan het unieke geluid van Lady Day, is deze vaststelling op zich niet verwonderlijk. Fitzgerald (en dan vooral diens befaamde scat-zangtechniek en andere stemband-capriolen) kwam daarentegen wel meer aan bod. Lazlo bleek in "Them there eyes", "Mister Paganini" en "One note samba" goed de virtuoze stem-technieken van Fitzgerald te beheersen, hoewel niet altijd mooi synchroon met het tempo van de begeleidingsband.

Aan de ondersteuning door Coquard op contrabas en Bisceglia op piano viel weinig af te dingen. Degelijk spel zonder meer. Het was echter gitarist Louvel die in negatieve zin opviel en een paar songs met een knullige intro de nek omwrong. Zoals bijvoorbeeld bij 'Autant d'étoiles' (een Franse versie van 'So many stars', een nummer van Sérgio Mendes dat bekend werd door de vertolking van Sarah Vaughan). Louvel leidde het nummer in met een lange solo op een saz (een Turks snaarinstrument), een solo die echter nergens naartoe ging en die eerder leek op het eindeloos lang stemmen van het instrument. Ook was het jammer om vast te stellen dat de versie die Lazlo neerpootte van de onverwoestbare klassieker "My funny valentine" nog niet tot aan de enkels reikte van de versie van pakweg Chet Baker, omdat haar frasering nooit helemaal juist leek te zitten en ook emotioneel weinig diepgang vertoonde.

Meerdere schoonheidsfoutjes dus, maar het was zeker niet altijd kommer en kwel. Zoals bijvoorbeeld bij het wondermooie "What are you doing the rest of your life ?" (een nummer waarvan de muziek geschreven werd door de Franse componist Michel Legrand en dat door Vaughan onsterfelijk werd gemaakt). En ook de songs van de grote Duke Ellington kwamen goed uit de verf : "Sentimental mood", "I ain't got nothing but the blues" en vooral "Don't get around much anymore". Dit laatste nummer was voor mij zonder twijfel hét hoogtepunt van de avond. Helaas werd deze intens mooie bisser nog gevolgd door "Promised land", de recent verschenen nieuwe single van Lazlo die geschreven werd door pianist Bisceglia. Een mooie boodschap van hoop, echter verpakt in een suikerzoet arrangement.

Een concert met zowel hoogtepunten als dieptepunten dus. Maar toch vind ik het jammer dat niet ik - i.p.v. de houten hark - een kans kreeg om een dansje te placeren met de prachtvrouw die Lazlo toch nog steeds is.


Setlist :
1. I cover the waterfront
2. I get a kick out of you
3. Sentimental mood
4. I ain't got nothing but the blues
5. Loverman
6. Just one of those things
7. Autant d'étoiles
8. They can't take that away
9. For all we know
10. The man I love
11. Solitude
12. Them there eyes
13. What are you doing the rest of your life
14. Mister Paganini
15. My funny valentine
16. Misty
17. Lullaby of Birdland
18. One note samba
19. Don't get around much anymore
20. Promised land

13 november 2016

Sonic City (De Kreun - 12.11.2016)
















Om één of andere bizarre reden was dit de eerste keer dat ik het Sonic City-festival bijwoonde. Maar dat zal zeker en vast niet de laatste keer zijn. Een fijne concertzaal (De Kreun), een vrij beperkte maar gevarieerde selectie aan interessante bands zonder overlappingen (en dus ook zonder keuze-stress en zonder haastig heen- en weer hollen van het ene podium naar het andere), ... en een uiterst gezellig ingerichte buiten-bar. Wat wil een mens nog meer ?



Duke Garwood
Londense multi-instrumentalist die vandaag zijn jasje van singer-songwriter aantrok. Lekker kabbelend begin van een mooie festival-dag. Deed me qua stemgeluid en vibe regelmatig aan Bill Callahan denken, en dat is voorwaar geen slechte referentie. Zag er wel duidelijk uit alsof hij nog bezig was wakker te worden. Maar die "prut-in-de-ogen"-houding paste wonderwel bij zijn ingetogen set.



Inga Copeland
Ik kon me wel vinden in de minimale electro van deze in Rusland geboren en in Estland opgegroeide jongedame. Amper 17 jaar oud verkaste ze naar Londen om daar 'art criticism' te studeren en te fungeren als lid van het obscure avant-garde duo Hype Williams. Lekker kille techno-evocatie van het leven in een metropool, doorspekt met flarden urban poetry.



Jessy Lanza
Canadese jongedame met een opvallend mierzoet stemgeluid, dat perfect past bij haar cover van de Phyllis Nelson-zeperd 'Move Closer'. Netjes in elkaar gebokste electro-pop, voorzien van live drumpartijen door een tweede dame. Deze drumster scheerde echter geen hoge toppen en bovendien werd het optreden gekortwiekt door technische problemen.



Bo Ningen
Japans viertal dat reeds een tiental jaren aan de noise rock-weg timmert. Stuk voor stuk opvallende verschijningen. Getooid in kledij die je doorgaans voor een paar symbolische centen in thrift stores vindt, gecombineerd met lange en zwiepende hoofdharen, was dit concert vooral visueel een feest. Op muzikaal vlak was dit beslist geen hoogvlieger, maar dat kon de pret nauwelijks drukken. Bassist en zanger Taigen Kawabe kon putten uit een indrukwekkend arsenaal aan gezichtsuitdrukkingen en besloot het concert door de riem van zijn basgitaar in de mond te nemen en zijn instrument tegen zijn (uiterst tengere) middel te laten balanceren. Japanners : you gotta love 'em.



Mykki Blanco
Performance art alter-ego van de Amerikaanse rapper Michael David Quattlebaum, bijgestaan door DJ Bambii. Stuiterde heen en weer over het podium (en tussen het publiek) als een rubberen bal. Met een blonde pruik, een travestie-outfit, een zweterig en overdadig getatoeëerd lijf en songs vol opzwepende teksten, bracht de man een brutale in your face-performance, die op veel bijval kon rekenen.



Suuns
Canadese rockband die me van mijn sokken blies met hun intelligente less is more-aanpak. Veel songs uit hun laatste album 'Hold/Still' met o.a. 'Resistance' als één van de uitschieters. En een uitstekende Fugazi-cover ('Reclamation') als kers op de taart.



Kate Tempest
Dichteres, toneelschrijfster, rapster, spoken word-artieste uit Zuid-Londen. Bracht vanavond integraal haar laatste album 'Let them eat chaos', een indrukwekkend epos dat zich laat lezen/beluisteren als een kitchensink-drama van het nieuwe millennium. Zonder enige twijfel hét hoogtepunt van de dag. Laatste concert van de toer, waarbij Tempest haar trieste verhaal met overgave bracht. De elektriciteit en emotie waren letterlijk te snijden in de zaal.



Tortoise
Geen verrassingen tijdens het concert van dit overbekende postrock-combo uit Chicago. Maar dat hoeft natuurlijk geen slecht nieuws te zijn. Als vanouds wisselden de multi-instrumentalisten regelmatig van stoel en instrument. De sfeer en de sound zaten opvallend goed. Eén en ander leek beter en gesmeerder te klinken dan tijdens hun Trix-concert eerder dit jaar. Een opvallend emotioneel klinkende John Herndon was duidelijk niet opgetogen met de verkiezing van Trump.