15 maart 2018

This Kind of Bird Flies Backwards (Kunstencentrum Nona - 14.03.2018)

























Evenwicht. Alles in het leven draait om evenwicht en balans. En vooral hoe om te gaan met de onvermijdelijke momenten waarop dat precaire evenwicht in het gevaar komt, waarop we wankelen op de evenwichtsbalk die 'leven' heet. Hoe reageren we op momenten van uitzinnige vreugde of van gitzwart verdriet ? Hoe zorgen we ervoor dat we geen panische angst ontwikkelen voor balans-verstorende elementen in ons leven en dat we ons daardoor afsluiten van échte emoties ? Hoe gaan we om met dergelijke kantelpunten in ons leven ? Hoe houden we ons recht op die evenwichtsbalk zonder er stokstijf op stil te blijven staan ? Het zijn deze overwegingen die de Poolse danseres Natalia Pieczuro verwerkte in haar eerste solo-performance.

We hadden het geluk de première van deze voorstelling te kunnen bijwonen in het Mechelse Kunstencentrum Nona. Pieczuro danst in een schaars verlichte ruimte temidden van een cirkel, die gevormd wordt door uitgestrooide korrels (zand ? suiker ?) en beperkt zich in het begin van de voorstelling vooral tot grondbewegingen. Door het contrast tussen donkere kledij, donkere haren en belichte naakte benen, lijken de onderbenen tijdens deze openingsdebatten wel twee aparte en ongemakkelijk dansende entiteiten die willen ontsnappen maar die niet goed weten waar naartoe. Doordat de niveauverschillen op de kleine tribune in Nona echter nogal klein zijn, was het jammer genoeg niet altijd eenvoudig om een goed zicht te krijgen op deze doorwrochte kronkelingen.

Naarmate de performance vordert, wordt de cirkel eerst voorzichtig afgetast en met de voeten doorwoeld. Gehurkt als een kwetsbaar vogeltje knabbelt Pieczuro - na rondgang van de cirkel - van de korrelige substantie. Het is één van de weinige momenten van stilte, want gedurende de rest van de performance wordt de harde soundtrack live verzorgd door Colin H. Van Eeckhout, diens Amenra-collega gitarist Mathieu Vandekerckhove en Regression-drummer Bjørn Lescouhier. Meestal is dit een harde postmetal-sound (zonder vocals), met CHVE op bas, af en toe laverend naar een meer drone-achtige soundscape, waarbij CHVE zijn geliefde draailier ter hand nam (zoals hij ook deed tijdens zijn gesmaakt solo-concert in een Tilburgs kerkje enkele jaren geleden).

De harde muziek past goed bij de getormenteerde performance van Pieczuro, zeker wanneer ze enkele rituele attributen hanteert, zoals een paar Nepalese kukri-hakmessen of zweep-achtige stukken leder. Uiteindelijk wordt de korrel-cirkel doorbroken en worden de korrels d.m.v. enkele ventilatoren in de richting van het publiek geblazen. Alsof eindelijk de gevangenis van de panische angst wordt afgeschud en er weer vrijuit op de evenwichtsbalk van het leven gedanst kan worden.

Een sterke performance dus, met wel de volgende kanttekeningen : enerzijds was het jammer dat veel aan het zicht van de toeschouwer werd onttrokken door de ietwat ongelukkige Nona-tribune. Anderzijds was de live-muziek - hoe sterk ook - misschien een tikje té overheersend, waardoor de muziek de dans dreigde te overschaduwen. Maar qua afleveren van adelbrieven kon dit wel tellen. En ik durf er dan ook wat van die cirkel-korrels op in te nemen dat de bijdrage van Pieczuro aan het nieuwe project van Voetvolk / Lisbeth Gruwez ("The Sea Within") even gedreven en intens zal zijn.



11 maart 2018

Steven Henry & Anneloes van Hout (Sint-Catharinakerk Eindhoven - 10.03.2018)

Wanneer in je stad of gemeente een mooie kerk staat die genoemd is naar een heilige Katharina of Catharina, dan kun je daar een poster-dame van maken die reclame maakt voor initiatieven van de plaatselijke middenstand (zoals met de Lange Katrien gebeurt in een Kempense aardbeienstad). Of je kunt het gebruiken als een mooi decor voor concerten, zoals in Eindhoven. Onder de noemer Muziek in de Cathrien wordt daar al jarenlang elke zaterdagmiddag een concert georganiseerd, dat tegen betaling van het vaste democratisch prijsje van 7 € bezocht kan worden. Fijn initiatief ! En dat het orgel in deze mooie kerk de naam "het grote Verschueren orgel" draagt, was een reden te meer om eens een keer zo'n concertje mee te pikken.

Vandaag zagen we een ongewone combinatie aan het werk : Steven Henry op basklarinet en Anneloes van Hout op klassieke gitaar. Er bestaan zo goed als geen composities die speciaal geschreven zijn voor een combinatie van deze twee instrumenten, zodat de twee musici aan de haal moesten gaan met arrangementen voor andere instrumenten. Zoals de minimalistische en rustig kabbelende compositie "Simple Lines", geschreven door de Amerikaanse componist van hedendaagse muziek Bill Ryan : normaal is dit een compositie voor meerdere cello-lijnen, maar Henry herwerkte het tot een mooi onthaastend solo-werk voor zijn basklarinet. Enkele van de lijnen speelde hij live, begeleid door enkele eerder opgenomen lijnen. Ook Annelies van Hout mocht even solo aan werk, middels een ingetogen bewerking van Prelude nr. 1 van de Braziliaanse componist Heitar Villa-Lobos. Een ander werk van deze Braziliaan (het emotionele "Bachianas Brasileiras nr. 5") werd door het duo samen uitgevoerd en dat gaf een fijn resultaat.

De combinatie van de twee instrumenten was echter niet altijd een succes. Vooral tijdens de afsluitende reeks korte bewerkingen van Romeense Volksdansen van Béla Bartók, leverde het samenspel niet het verhoopte speelse en volkse karakter op van de composities van de Hongaarse musicus. Het op de structuur van Indische raga's geïnspireerde werk "Cirex" van de Nederlandse componiste Annette Kruisbrink was oorspronkelijk geschreven voor gitaar en contrabas, dus de bewerking hiervan voor basklarinet en gitaar voelde iets natuurlijker aan, maar was ook niet over de hele lijn even sterk. Het publiek werd deze middag ook nog op een heuse wereldpremière getrakteerd : de nog zeer jonge componiste Loes Reiling schreef speciaal voor het duo het werk "Weightless", dat zich even licht liet beluisteren als de titel deed vermoeden.

Achteraf dronk ik een krankzinnig goed kopje koffie in het gezellige koffiebarretje van Stadsbranderij BeanBrothers (proef daar een doppio, gebrouwd van koffiebonen van de Nicaraguaanse koffieboer Don Rene Paguaga !) en at ik een overheerlijke veganistische maaltijd Bij Albrecht. Boeiende muziek op een mooie locatie, killer-koffie, lekker en verrassend eten, charmant gezelschap : voorwaar een fijne dag.

04 maart 2018

Kraak-festival (Beursschouwburg Brussel - 03.03.2018)

In tegenstelling tot de editie van vorig jaar - toen voor de pauze bijna uitsluitend aandacht werd besteed aan somtijds moeilijk te verstouwen performance art - ging Kraak dit jaar gelukkig opnieuw op zoek naar een meer muzikale onderbuik. Daarbij werd opvallend veel aan knoppen gefriemeld en op laptops getokkeld. Avant garde borrelt tegenwoordig vooral in electronica, zo lijkt het wel.

Zoals bij het trio SEF III, dat pruttelende geluidscollages weet te combineren met flarden poëzie en zelfs met een houterige bewegings-act. De Rotterdamse Marijn Verbiesen - artiestennaam Red Brut - was druk in de weer met allerlei cassettes (die één na één - na gebruik - op de grond werden gegooid) om daarmee een boeiend geluidstapijt te weven, tegen de backdrop van psychedelische projecties. Het Brusselse duo Capelo zorgde met hun dromerige synth-electro-pop voor één van de 'normaalste' concerten die ik ooit op een Kraak-festival zag. En wat later gingen we zelfs de clubbende trance-tour op met het Duitse blacklight-fluo-duo Paradon't. Clubben op Kraak, waar gaat de wereld naartoe ? Op het einde van de lange nacht werd de boeiendste electro-act van vandaag geserveerd met Apulati Bien, een jonge kerel die met zijn "warped out designer-drugged world with fragments of neo-juke, splatter beats and arrythmic sampling" een heerlijke mix bracht van muzikale gelaagdheid, tegendraadsheid én dansbaarheid.


Tot daar het hoofdstukje electro. Tussendoor werden ook nog meer traditionele instrumenten uit de kast gehaald. Zoals door de uit Frankrijk afkomstige en thans vanuit Brooklyn opererende celliste Leila Bordreuil, die met haar instrument geen klassieke toonladders beklimt maar wel diverse soundscapes bijeen strijkt, gaande van breekbare ijlheid tot hardere noise. De drie gemaskerde free jazz-Portugezen van Zarabatana leken met hun lange mantra een roedel woudgeesten te willen oproepen, doch wisten bij mij enkel een geeuw teweeg te brengen. Dan genoot ik meer van de rommelige crap wave en schreeuwerige pamflet-lyrics van het Brusselse trio Lemones (foto), die temidden van het publiek hun ding deden. Een opvallend drumstel en zelfgemaakte (hals-loze) snaarinstrumenten maakten het ook visueel interessant.


Elk jaar is er tijdens het Kraak-festival wel minstens één act die eruit springt. Dit jaar was dat voor mij zonder enige twijfel het uit Glasgow afkomstige trio Still House Plants. Met David Kennedy op drums, Finlay Clark op gitaar (foto) en met de stem van Jessica Hickie-Kallenbach. Niet gehinderd (of geholpen) door technische scholing maar met de open blik van art school als achtergrond, bracht het trio een onweerstaanbaar charmant rammelende versie van experimentele rock en jazz. De interactie tussen de drie jongelui was heerlijk fris, hun glimlach en spelplezier ontwapenend, de muziek bijna onschuldig, naïef en onbezoedeld, maar tegelijk dwars en prikkelend. Experiment zonder topzware pretentie, kunst zonder depressie. Heerlijk !

01 maart 2018

Ricercar Consort : Monteverdi (deSingel - 28.02.2018)

Bij het aanschouwen van een portret van de Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567-1643), roept dit bij mij eerder associaties op aan de brutale IJzeren Hertog van Alva dan aan een componist die in diverse opera's en in acht madrigalen-boeken de subtiele angels van de menselijke psyche - met een hoofdrol voor de valkuilen en de verzuchtingen van de liefde - wist te vatten. Zo zie je maar, looks can be deceiving.

Het in 1980 opgerichte Belgische ensemble Ricercar Consort (onder leiding van gamba-speler Philippe Pierlot) bracht vanavond een keuze van zes madrigalen uit de laatste twee madrigalen-boeken van Monteverdi. Voor technische en historische uitleg omtrent deze madrigalen verwijs ik naar het uitgebreide programmaboekje, dat alhier te downloaden valt. Op het programma ook nog twee muzikale composities van de hand van Carlo Farina (1600-1639), een Italiaanse componist en tijdgenoot van Monteverdi.

Het concert vond plaats ten tijde van de kortstondige koudegolf die onze contreien eventjes in een koude pool-greep hield. Deze koudegolf had overduidelijk een impact op het gemoed van de Standaard-recensent, die het concert van vanavond geen warm hart toedroeg en wiens emoties wel compleet onderkoeld leken. Had hij een ander concert gezien dan wij ? Had hij zijn vermogen tot empatisch inlevingsvermogen achtergelaten in de vestiaire ?

Kon hij het werkelijk niet opbrengen om een traantje weg te pinken tijdens de aangrijpende verzuchtingen van een in de liefde teleurgesteld meisje (tijdens "Lamento della Ninfa" mooi vertolkt door de Franse sopraan Hanna Bayodi-Hirt) ? Werd zijn mond niet tot een spontane glimlach gedwongen toen de kale kruin van de Amerikaanse tenor Jeffrey Thompson - in zijn rol van dichter tijdens het frivole "Volgendo il ciel per l'immortal sentiero" - door een nimf gekroond werd met een ietwat potsierlijke bloemenkrans ? Voor de kille Hertog van Alva-criticus vielen er vanuit een Ivoren Toren wellicht daadwerkelijk her en der technische mankementen te noteren. Maar voor de simpele liefhebber die vandaag op zoek ging naar een barok-traan en een renaissance-lach, was het vanavond fijn vertoeven in deSingel. Met zijn priemende ogen en bijna kolderieke vertolking - op het randje van over the top - leek Thompson trouwens opvallend hard op John Malkovich. "Does no one ever smile during Monteverdi ?!?!" verzuchtte Thompson op de FB-pagina van het consort. Ik vermoed dat hij met zijn priemende kijkers in de kille ogen van de onderkoelde Standaard-recensent gekeken heeft.

25 februari 2018

TheColorGrey (Cahier de Brouillon - 24.02.2018)

Er zit een fijnbesnaarde contradictie verscholen in de artiestennaam van de nog jonge Antwerpse urban rapper Will Michiels a.k.a. TheColorGrey. Want hoewel 'grijs' vaak amper als een kleur bestempeld wordt, is het toch de dominante tint in de levens van veel mensen. Grijs bestaat uit vele tinten en het is zaak om de lichtere varianten te laten domineren, om het grijs in te vullen met toefjes kleur.

Dit te concluderen uit de artiestennaam van Michiels, is misschien ietwat bij de haren getrokken. En toch : zijn natuurlijke charisma, zijn frisse soul, de uplifting vibes die hij kwistig rondstrooide : dit is muziek die bulkt van kleur en die erop geënt lijkt om 'grijs' naar het verdomhoekje te bannen.

Toegegeven : mijn nieuwsgierigheid naar deze jonge artiest was maar een kleine factor in het beslissingsproces om af te zakken naar mijn geliefde kroeg Cahier de Brouillon. Het vooruitzicht nog eens een pint te kunnen nuttigen met collega-Cahier-kameraden enerzijds en het feit dat Michiels onder het management staat van All Eyes On Hip Hop-bezieler Willem Vandesande anderzijds (die daarmee terugkeerde naar het moederlijke nest : AEOHH ontstond immers in embryonale vorm in de Cahier) : meer had ik niet nodig.

TheColorGrey trad vanavond voor de allereerste keer aan met een full liveband, bij wijze van try-out voor de nakende release van een nieuwe EP. Bij een eerste try-out mag je je normaal gesproken verwachten aan schoonheidsfoutjes, aan hits & misses, aan gesleutel en gemorrel. Maar van deze gebruikelijke euvels bleef het publiek vandaag grotendeels gespaard. Een gedreven en enthousiaste begeleidingsband (met daarbij o.a. een volledig uit soul opgetrokken en nog piepjonge toetsenist) blies alras de try-out-mist weg en maakte er een warm concert van, dat op geen enkel moment aanvoelde als een betaald trainingsnummertje. Het voelde aan als de muzikale evenknie van het nuttigen van een frisse cocktail aan de rand van een zonovergoten zwembad, met de onweerstaanbare single "On and on" als cocktail-parapluutje. De kleur grijs was vanavond in geen velden of wegen te bespeuren.

22 februari 2018

Hiele : Bin Frei (deSingel - 21.02.2018)

Vorig jaar mocht de Antwerpse electro-kunstenaar Roman Hiele (°1991) de debatten van het Kraak-festival sluiten en hij deed dat op overtuigende wijze. Ondertussen heeft zijn samenwerkingsalbum met Lieven Martens "Lips" (uitgebracht op waar anders dan Ultra Eczema) trouwens ook een weg gevonden naar mijn platenkast. Ondanks zijn nog jonge leeftijd is hij goed bezig om de grenzen van de Antwerpse ons-kent-ons-in-crowd-art-scene te overstijgen. Toen zijn Bin Frei-project werd aangekondigd, was mijn interesse dan ook snel gewekt.

Maar bij de eerste lectuur van de omschrijving van het project, had ik toch een klein beetje last van 'gebakken-lucht-itis' : "Hiele ​componeerde een octofonisch stuk voor colaratuur sopraan, licht en elektronica. In de voorstelling "Bin Frei" gaat hij in dialoog met elektronische en akoestische klank­reproducties binnenin de context ruimte. In een meerstemmige elektroakoestische samenwerking met coloratuursopraan Rolande Van Der Paal worden tegenstellingen tussen volumineuze muziek en minimale vormen van resonerende klanken uitvergroot tot een spectraal klankspel van geven en nemen. De invloed van de bühne op de uitvoering van ‘Bin Frei’ wordt benadrukt door een spel van duisternis en licht, samengesteld door cinematograaf Danny Hiele en uitgevoerd door Lucas Van Haesbroeck."


Het publiek mocht in de Theaterstudio vrij plaatsnemen rond een centraal speelvlak. Aan de rand van dat speelvlak staat Hiele, prutsend en friemelend aan een batterij knoppen en divers electro-materiaal, fel belicht door een volglicht dat vanuit de verte op hem schijnt. Af en toe betreedt de in hedendaagse muziek en coloratuur gespecialiseerde sopraan Rolande Van der Paal het centrale speelvlak - badend in het licht van de felle volgspot -, waarbij ze zich kan uitleven in vooral non-verbale stem-expressies (die bij mij af en toe echo's van het geweldige Magma opriepen).

Het aspect van de dialoog tussen licht, electronica en sopraan ontging me volledig. De licht-effecten waren eerder aan de sobere kant, gericht op het kleine centrale speelvlak en gepuurd uit de vrij beperkte batterij theaterspots van de Theaterstudio. Dit zou ik bezwaarlijk als een spel van duisternis en licht omschrijven. En dat de stem van Van der Paal er staat als een huis en dat ze een gevestigde waarde is binnen de hedendaagse klassieke muziek, heeft ze uitvoerig en op overtuigende wijze kunnen bewijzen, maar ik ervoer haar interventies niet als een 'spectraal klankspel van geven en nemen'. Wat me zeer zeker wel kon overtuigen, was de compositorische kracht van het gevarieerde en gelaagde stuk dat Hiele uit zijn knoppen wist te toveren en dat gaandeweg nog aan kracht toenam. Als luisterervaring was dit uitermate boeiend en het zou fijn zijn indien dit project zou uitmonden in een LP. Maar de onnodig hoogdravende begeleidende tekst bewees deze voorstelling geen goede dienst.

Foto's © Francis Vanhee

11 februari 2018

Canto Ostinato (deSingel - 10.02.2018)

De impact van de compositie "Canto Ostinato" op het leven en werk van negen mensen van diverse pluimage, noopte de Nederlandse regisseur Ramón Gieling tot het maken van de documentaire "Over Canto" (2011). En die impact bleek in sommige gevallen nogal groot te zijn. In de documentaire komt overigens op het einde ook de componist zelf aan het woord en het is grappig en ontwapenend om te zien hoe de componist in zijn oude dagen de impact van het werk wist te relativeren en er eigenlijk nog maar weinig belang aan hechtte. Maar het werk is ondertussen wel een eigen leven gaan leiden en werd in deSingel geprogrammeerd binnen de reeks "mijlpalen van de twintigste eeuw".

Het werk - tussen 1973 en 1976 gecomponeerd door de Nederlandse componist Simeon Ten Holt (1923-2012) - wordt omschreven als 'een tonale compositie van variabele lengte voor toetsinstrumenten' en is een feest voor de liefhebbers van minimalistische muziek, de stroming die in de jaren '70 binnen de klassieke muziek opgang maakte en bij het grote publiek een gevoelige snaar wist te beroeren. Maar in tegenstelling tot de zeer strakke, mathematische en repetitieve composities van pakweg Steve Reich of Philip Glass, bood de partituur van Ten Holt veel meer vrijheid aan de uitvoerders. In feite is het woord 'partituur' hier niet juist gekozen : het werk kent meerdere versies & bewerkingen en is in feite een samenraapsel van een lange reeks korte composities (allen variaties op hetzelfde thema) die samen één geheel vormen. Vandaar dat de duur van de uitvoering kan variëren van één tot meerdere uren.

De versie die we vandaag konden meemaken, werd gespeeld door vier Russische pianisten : Alexander Melnikov, Alexej Lubimov, Alexej Zuev en Slava Poprugin. De vier vleugelpiano's staan met hun ruggen tegen elkaar centraal opgesteld in de Theaterstudio. Rond de piano's mag het publiek vrij plaatsnemen op kussens, in strandstoelen of op 'gewone' stoelen. Wij kozen voor de strandstoel-optie en lieten de canto-waterval op ons neerkomen.

En vanaf dan ervoeren we gedurende anderhalf uur de hypnotische kracht van het stuk. Het zal wellicht de eerste keer in mijn leven zijn geweest dat ik een concert heb bijgewoond waarbij ik de ogen quasi constant gesloten hield (niet omdat het slaapverwekkend was, maar omdat deze muziek nu éénmaal uitnodigt om je op jezelf te focussen en je gedachten de vrije loop te laten). En terwijl ik bij het bekijken van de "Over Canto"-docu af en toe een beetje meewarig toekeek hoe mensen zo immens lyrisch deden over het stuk, kon ik me er tijdens de live-uitvoering wel iets bij voorstellen. Want hoe je 't ook draait of keert : wanneer je je overgeeft aan deze muziek, kom je in een maalstroom van gedachten terecht en dat kan nu éénmaal zeer confronterend en emotioneel zijn. En zo wordt het stuk een soort van spiegel voor de ziel.

In het begin waren mijn gedachten nog rationeel en nuchter van aard. "Wat zouden al die andere mensen hier nu denken ?" "Wie wint morgen de superprestige-veldrit in Hoogstraten ?"  "Wat ga ik morgen eten ?" Tevens gingen mijn gedachten uit naar de onthutsende Parel Radio podcast-docu Verplicht vrije sex (over de maoïstische communes die in Nederland in de jaren '80 ontstonden) en hoe "Canto Ostinato" toch écht wel een beetje een kind was van z'n tijd :  kijk ons hier eens lekker artistiek wezen op z'n Hollands. Het waren de hoogdagen van Het Simpliesties Verbond: ook Koot & Bie zweefden voor mijn geestesoog. Maar gaandeweg ebden de logica en samenhang in mijn gedachten weg en dreef ik mee op de kabbelende klanken van het pianisten-viertal en was ik overgeleverd aan een kolkende massa van inner thoughts. En vooraleer ik voorgoed weer uit deze bubbel was ontsnapt, waren de laatste klanken al lang weggestorven. Een bevreemdende ervaring.

09 februari 2018

Pelléas et Mélisande (Opera Antwerpen - 08.02.2018)

Volgens de alom gekende 'Wet van Sil' moeten twee of meer ingrediënten of voedingsmiddelen - die apart lekker smaken - ook samen voor een smaaksensatie zorgen. Het is echter een wet die - ondanks diverse gedurfde proefondervindelijke bewijzen van de naamgever van de wet ten spijt - toch in de dagdagelijkse realiteit niet altijd opgaat. Maar de bezoekers van de opera van vanavond kregen een machtig staaltje van de Wet van Sil voor de kiezen. De vier basisingrediënten van vanavond lijken immers op het eerste zicht moeilijk tot een smakelijk en samenhangend geheel gekneed te kunnen worden. En toch werd een heerlijk gerecht geserveerd.

Ten eerste : een libretto dat gebaseerd is op het symbolistische toneelstuk 'Pelléas et Mélisande', in 1893 geschreven door Maurice Maeterlinck (tot op de dag van vandaag de enige Belg die ooit de Nobelprijs voor de literatuur ten deel viel). Ten tweede : de opera-bewerking uit 1902 door de toendertijd vernieuwende componist Claude Debussy, die een impressionistische draai gaf aan het theaterstuk van Maeterlinck (Opera Vlaanderen bracht trouwens deze productie n.a.v. de 100ste verjaardag van de sterfdag van Debussy). Ten derde : de regie en choreografie van de ondertussen wereldvermaarde choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui (momenteel artistiek directeur van Ballet Vlaanderen) en zijn kompaan Damien Jalet. Ten vierde : het decor en de videokunst van de Servische performance-kunstenares Marina Abramović.


De kracht van deze voorstelling zat in de manier waarop deze diverse ingrediënten elkaar nooit in de weg liepen doch integendeel elkaar versterkten. Op zich komt het symbolisme van het fin de siècle heden ten dage nogal oubollig en overtrokken over. Het toneelstuk van Maeterlinck is op de keper beschouwd niet veel meer dan het relaas van een tragische driehoeksverhouding : Prins vindt jongedame in bos en huwt met haar -- Jongedame en halfbroer van Prins worden verliefd -- Prins doodt halfbroer uit jaloezie -- Jongedame sterft van smart, kort nadat ze bevalt van een dochter).

Maeterlinck verleent aan deze stuiverroman-plot een topzwaar élan door er allerlei symbolistische elementen aan toe te voegen (de functie van de verlovingsring die in de 'Bron der Blinden' verdwijnt, de bijna magische lange haren van Mélisande, de armoede in het bezwaarde koninkrijk van koning Arkel, ...). Maar deze ietwat wereldvreemde en existentialistische beschouwingen vinden zeer fijntjes hun plaats in het sobere maar indrukwekkende decor en worden spaarzaam maar indrukwekkend in de verf gezet door de kosmische video-projecties van Abramović (bewerkingen o.a. van NASA-beelden), die getoond worden op een groot, rond, Pink Floyd-achtig scherm (helaas slechts ten dele zichtbaar voor de toeschouwers die zich in het hoge amfitheater bevonden).


Ronduit geniaal was de choreografie van Cherkaoui en Jalet. Ze laten diverse mannen opdraven die als het ware de gevoelens van de protagonisten veruitwendigen. Wanneer bijvoorbeeld Prins Golaud uit zijn vel barst van jaloezie, beelden de diverse dansers in zijn kielzog die jaloezie uit. Er zijn diverse geweldige choreografieën van de dansers die in de weer zijn met lange strengen haar van Mélisande, dat als spinnenwebben rondom de hoofdrolspelers gewezen wordt. En ook in de diverse muzikale tussenstukken die Debussy componeerde, spelen de dansers een impressionante rol. Meestal is zo'n tussenspel een 'inkak-momentje' dat aan de toeschouwers de kans geeft om wat op de stoel heen en weer te schuifelen. Maar niet zo vandaag : de choreografieën wisten zelfs deze 'dode' momenten in de strak opgedeelde opera naar een hoger niveau te tillen.

Wat de zangprestaties betreft, stal de prachtige Noorse sopraan Mari Eriksmoen als Mélisande de show. Ook de Britse bariton Leigh Melrose zette een krachtige en overtuigend jaloerse Prins Golaud neer. Alleen de Zuid-Afrikaanse bariton Jacques Imbrailo wist helaas niet een betoverende halfbroer Pelléas op de planken te brengen en kwam eerder over als een triestige plant met pruillip. Maar dat was voor mij het enige minpuntje van de avond. Voor het overige een heerlijke opera-bewerking die wist aan te tonen dat een klassieke opera - na ondergedompeld te zijn in een modern bad - er veel frisser en relevanter kan uitzien. Kan hier alstublieft een blu-ray van uitgebracht worden ?

Foto's © Rahi Rezvani & © Annemie Augustijns

08 februari 2018

Jan Martens : Rule Of Three (Warande Kuub - 07.02.2018)

Dat moderne dans een voor het lichaam zeer belastende bezigheid is, mocht de Britse danseres Courtney May Robertson aan den lijve ondervinden. Door haar knieblessure werden een aantal opvoeringen van "Rule Of Three" (van de Belgische choreograaf Jan Martens / dansgezelschap GRIP) geschrapt en diende zij de nodige rust in acht te nemen. Maar ze was gelukkig net op tijd hersteld om vanavond acte de présence te kunnen geven in een voorstelling die enkele maanden geleden haar première kende in deSingel.

Een volledig kaal speelvlak met links achteraan een opvallende motor die de schwung in het geheel houdt : de uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn, een hyperactieve kerel die onder de nom de plume NAH zijn ding doet op drums en electronica en die we een jaartje geleden al aardig tekeer zagen gaan in de AB-Club.  Hij verzorgt vanavond de live muziek-begeleiding met harde en pompende drums en met hypnotiserende kraut-achtige electronica.

Bovendien wordt op het publiek literatuur losgelaten : een drietal zeer korte fragmenten (geprojecteerd of via audio-band) van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis, bekend voor het bedrijven van extreem korte en aan poëzie verwante literatuur, mooi omschreven als "short-short/flash fiction/micro fiction/sudden fiction"-literatuur. Niet meer dan korte impressies, snippets, brein-firecrackers. De regel van drie wordt derhalve op verschillende niveaus doorgetrokken : dans + literatuur + livemuziek. Drie literatuur-fragmenten. Drie dansers. Drie grote hoofdstukken.

Tijdens het eerste grote hoofdstuk is een opvallende rol weggelegd voor Kuhn, die een geweldige lap minimalistische electro-kraut serveert. De drie dansers (naast Robertson ook nog Steven Michel en Julien Josse) staan opgesteld op drie punten van een denkbeeldige driehoek en herhalen constant hun strakke en mathematische patroon (iets dat lijkt op ter plekke joggen in slow motion), waarin slechts zeer subtiel wijzigingen worden aangebracht. De drie virtuele punten van de driehoek veranderen van plaats en de dansers schuifelen mee, trouw aan het wiskundige patroon.

In het middenstuk - minder mathematisch en meer primair en rauw - eist Courtney May de hoofdrol op. Haar tengere gestalte en opvallend korte lichaamslengte zijn omgekeerd evenredig aan de kracht die ze uitstraalt en de bijna angstaanjagende gezichtsexpressies die ze tentoon spreidt. Ik zat tijdens deze voorstelling centraal op de eerste rij. Door de combinatie van haar kleine gestalte en haar centrale plek vooraan op het speelvlak, mondde het erop uit dat ze tijdens een vurige solo constant recht in mijn ogen leek te kijken. Een bevreemdende ervaring.

Minstens even bevreemdend was het slot-gedeelte. Kuhn breekt de muziek af en verlaat het podium, dat plots in stilte gehuld is. Langzaam kleden de drie dansers zich uit, totdat ze volledig naakt op het fel verlichte podium staan. Het begin van een lange, ingetogen en intieme epiloog, waarbij de drie dansers volledig onthaast lijken te zijn en op verschillende plaatsen van het podium verschillende 'constructies' bouwen met hun drie naakte lijven. Hier en daar wordt er op de tribune wat ongemakkelijk op stoeltjes heen en weer geschoven bij het aanschouwen van deze complete naaktheid in complete stilte. Maar dit is helemaal geen episode die erop belust is om te choqueren maar die integendeel een mooie bubbel van intimiteit creëert, wars van erotiek of lust, in schril contrast met de veelvoud aan prikkels die eerder op het publiek werd afgevuurd.

De bubbel werd helaas doorprikt toen plotsklaps het geluid van een smartphone-foto weerklonk tijdens de mooiste lichamelijke 'constructie' (de twee mannen tegenover elkaar gezeten, met de knieën van de ene op de knieën van de andere gedrapeerd, met daar bovenop de kleine danseres Courtney May). Door dit geluid zag één van de dansers zich genoodzaakt om de stilte te doorbreken en het publiek te verzoeken geen foto's meer te maken. Een begrijpelijk verzoek, want het geluid van dat ene kiekje was niet zozeer storend omwille van het geluid op zich, maar wel omdat het een inbreuk vormde op de intimiteit van het moment, een inbreuk op de boodschap van deze epiloog, elders mooi als volgt samengevat : "Nakedness and silence become deafening metaphors for the life-affirming antidotes of simplicity and calm to sensory overload." En zo was dat ene ongepaste klikje misschien net ironisch genoeg een versterking van deze oproep tot intimiteit, traagheid en eenvoud.

Foto's © Bart Van Der Moeren

01 februari 2018

Winterwarm : Kopfkino FM (Hoge Rielen - 31.01.2018)

Spreuken en gezegden bevatten meestal een kern van waarheid. Zo is ook "een verbeelding die op hol slaat" in de realiteit ingebed. Niets is immers zo sterk als de kracht van de verbeelding, die louter een suggestief steuntje in de rug nodig heeft om vervolgens een complete en hoogst persoonlijke invulling te geven aan de gegeven voorzet. Maar de ene voorzet is de andere niet en er wordt bijgevolg in literatuur of andere kunsten niet altijd even efficiënt gescoord op de verbeeldingsschaal. En wanneer je als kunstenaar het medium 'theater' gebruikt om de verbeeldingskracht van het publiek te prikkelen, dan is de zoektocht naar het juiste evenwicht zo mogelijk nog moeilijker. Want hoe slaag je er op een podium in om tegelijk heel weinig prijs te geven en toch veel op te roepen ?

Het is een evenwichtsoefening waarin 'vormzoekster' Annelies Van Hullebusch - met medewerking van radiomaakster Katharina Smets - wonderwel slaagt in haar "KOPfKINO FM"-project. In 2015 ontstaan als voorstelling op locatie nabij de ietwat troosteloze appartementsblokken op de Noordersingel en nadien ook opgevoerd in diverse cultuurhuizen doorheen Vlaanderen en Nederland,  is deze productie één lange ode aan de kracht van de verbeelding.


Het publiek neemt plaats achter kleine, zelf in elkaar getimmerde schoolbankjes. Daarin bevindt zich een koptelefoon, die de toeschouwer voor de rest van de voorstelling zal dragen, luisterend naar de warme stemmen van de twee dames. Middels boodschappen op geprojecteerde post it's, via een tik op een xylofoon of via vocale commando's mag het publiek ook andere items uit het schoolbankje ter hand nemen, doorbladeren, gebruiken, ophangen. De combinatie van dit alles evoceert het leven in en rond die grijze en anonieme blokken nabij Trix.


Zo bekijk je een kopie van het briefje dat de maaksters in de inkomhal van de woonblok achterlieten, waarbij mannelijke bewoners worden opgeroepen om een poëtische tekst over hun gebouw voor te lezen. Terwijl luister je naar het resultaat van die opnames. Of je neemt lege cassette-hoesjes ter hand die eenvoudig maar charmant zijn omgebouwd tot mini-kijkdoosjes, terwijl je luistert naar een parabel over het ontstaan van dat grijze eilandje aan de Antwerpse Ring. Je bladert door een mapje met oude foto's. Je luistert naar een opname van het bezoek van de dames aan één van de te koop gestelde appartementen, voorwendend geïnteresseerde koopsters te zijn. Je hangt vlaggetjes op aan een kleine maquette van de woonblok. Je neemt een houtblokje ter hand waarin bij wijze van raster de appartementen zijn getekend, terwijl je luister naar meer info over het appartement H-12.


Helemaal geweldig wordt het wanneer je bladert door een klein boekje, met daarin fragmentjes van brieven. Ondertussen hoor je dat de brieven gevonden werden in een doos op één van de vuilcontainers bij het woonblok. Je hoort hoe de dames op ontdekkingstocht gaan doorheen de brieven en langzaam maar zeker een driehoeksverhouding ontwaren en ontwarren. En zo werd er langzaam maar zeker - op bijna kinderlijk naïeve maar onweerstaanbaar charmante wijze - gewerkt naar een hoogtepunt : de aantrekking van de achterkant. We luisteren naar het wel en wee van een dame die zich nooit toont, die zich anoniem en met opgetrokken schouders ruggelings aan de wereld toont. Ondertussen bladeren we door een poëtisch foto-boekje waarin de schoonheid van de achterkant wordt getoond. De achterkant van een schilderij, de vuile achterkant van een woonblok, de achterkant van een koe.


Wanneer op het einde van de voorstelling de maquette plaats moet maken voor een boompje onder een stolp terwijl een nieuwe parabel verhaalt over de cyclus van het leven, had de kijker gedurende deze mooie voorstelling op suggestieve wijze de schoonheid van de achterkant ervaren : hoe er leven, tragiek en schoonheid schuilgaan achter een grijze betonnen façade. Kinderlijke verbeeldingskracht op maat van volwassenen geserveerd : het is een magische mix.

On a personal note was het fijn om na de voorstelling een kort maar hartelijk babbeltje te kunnen slaan met de immer goedlachse Annelies, een gouwgenote die net als ondergetekende ooit vele uren heeft gesleten aan de toog van Cahier de Brouillon.

Foto's © Clara Hermans