18 september 2016

Anja Lechner & François Couturier (Warande - 17.09.2016)

De Duitse celliste Anja Lechner (°1961) en de Franse pianist François Couturier (°1950) brachten in 2015 het album 'Moderato Cantabile' uit, een samenwerking die voortvloeide uit hun eerdere gezamenlijke exploten met het Tarkovsky Quartet. Het duo bracht vanavond een staalkaart uit dit duo-project. De houten zaal van de Warande - met het avondlijk verlichte kasteel als backdrop - vormde een mooie en intieme setting voor dit concert (hoewel het er bijna onmenselijk warm was).

Op het eerder genoemde album heeft het duo een wel zeer eigenzinnige keuze gemaakt qua composities. Zo zijn er - naast eigen composities van Couturier - interpretaties te horen van werken van de Catalaanse miniaturist Federico Mompou (1893-1987), van de Armeens-Griekse componist/spiritualist/wijsgeer/fantast George Gurdjieff (1866-1949) en van de Tunesische oud-speler Anouar Brahem (°1957). In principe een interessante mix van muzikale stijlen. Maar vuurwerk leverde het helaas niet echt op.

Het vurige duo-concert van daags voordien nog indachtig (Takase & von Schlippenbach), waande ik me tijdens het eerste nummer van vanavond eerder op een stijve cocktail-receptie, met Lechner & Couturier als muzak-entertainers om de hors d'oeuvres van muzikaal behang te voorzien. Gelikt, salonfähig en zonder enige spanningsboog. Gelukkig veranderde dit in de loop van het concert, wat dan vooral de verdienste was van Lechner. De speelstijl van Couturier bleef immers wat zoutloos kabbelen, niet geholpen door sommige composities die een ietwat muffe new age-geur verspreidden.

Helaas werd ook op geen enkel ogenblik enige informatie verschaft over de gespeelde composities. Enkel voor het enige bis-nummer nam Couturier kort het woord (waarbij hij de namen van Mompou, Gurdjieff en Brahem liet vallen) en stelde hij het publiek gerust : het bis-nummer zou niet zo "contemporain" zijn als het daarvoor gespeelde nummer. Laat dat nu nét het beste nummer van de avond geweest zijn : met Couturier eindelijk in een soort van semi-trance spelend en Lechner lekker dwars en vrank spelend op haar cello. De avond had welgevaren bij een toef méér "contemporain" en een stuk minder mak gespeelde miniatuurtjes. Het weerhield het publiek er echter niet van om het duo op een staande ovatie te trakteren en achteraf met euro's te wapperen bij de CD-stand.

17 september 2016

Alexander von Schlippenbach & Aki Takase (De Singer - 16.09.2016)

Foto : Rigobert Dittmann, Bad Alchemy, Deutschland, 61/2009
Hilarisch moment op het einde van het duo-piano-concert van Aki Takase (°1948) en Alexander von Schlippenbach (°1938), twee jazz-pianisten die niet alleen de toetsen maar ook de lakens delen : wanneer von Schlippenbach de microfoon ter hand neemt om het bis-nummer aan te kondigen, tracht Takase hem de microfoon uit handen te rukken. Haar uitleg : haar man maakt de dingen altijd te lang en te ingewikkeld, terwijl zij het graag simpel houdt. Het zal haar man er niet van weerhouden om het bis-nummer alsnog van een mompelende uitleg te voorzien (hij vond zijn inspiratie voor dit nummer in zijn jeugd, toen hij als opgroeiende knaap in Beieren een aanstekelijk deuntje maar niet uit zijn hoofd kreeg).

Deze opmerking van Takase en de body-language van het duo lieten niet alleen een glimp zien in het privé-leven van dit "power couple of European free jazz" (de pittige Takase die het voortouw neemt en de wat krasselende von Schlippenbach die haar liefdevol laat betijen maar stiekem toch zijn zin doet), maar vatte ook perfect de muzikale avond samen. Ook op de toetsen hield Takase het eerder simpel en minimalistisch, terwijl haar eega meer de abstracte, improviserende free jazz-toer opging.

Akase trapte de avond solo af met een eigenzinnige Duke Ellington-medley en kreeg daarmee al meteen het publiek op haar hand (ze bracht overigens in 2013 het album "My Ellington" uit). Ook in de daaropvolgende eigen composities overtuigde ze moeiteloos. Ze speelde zeer extrovert, met harde aanslagen op de toetsen en vol fysische overgave. Af en toe een zucht, een kreun of zelfs een kort handgeklap. De solo-stukken van haar echtgenoot gingen zoals gezegd meer de experimentele kant uit. Ook hier veel begeleidend gemompel en iets wat zelfs af en toe op scat singing leek. Twee compleet verschillende speelstijlen dus, maar het contrast werkte wonderwel.

Het duo speelde ook een aantal quatre mains-stukken, waarbij de uitdaging voor het olijke tweetal erin bestond om hun verschillende speelstijlen coherent te laten samensmelten. Maar ook hier werkte de chemie tussen dit ietwat vreemde maar onweerstaanbare koppel, met Akase als regisseuse die haar man - aan het begin van een nieuw stuk - telkens bijna manu militari op de linkse of rechtse kant van de pianostoel neerplantte. Een fijne en memorabele muzikale avond.

28 augustus 2016

Backlisted : bringing new life to old books

In jachtige tijden is het hebben van vrije tijd zowat het meest kostbare goed. Mensen die bereid zijn om zich - gedurende een stukje van die kostbare tijd - te verliezen in een brok literatuur, doen er dan ook maar goed aan om het juiste boek te kiezen. Maar dat is niet evident, gelet op de stortvloed aan nieuwe publicaties (om nog maar te zwijgen over de schier eindeloze reeks 'klassiekers' die de wereldliteratuur ons in de loop van de vorige eeuwen geschonken heeft). Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel consumenten zich telkens tot dezelfde auteur(s) wenden of zich gemakshalve laten leiden door de verkoop-top-10. Meer doorgedreven lezers zullen zich misschien tot een boekenclub wenden (maar dat heeft meteen zo'n aura van een zelfingenomen thee-kransje rond zich).



Gelukkig zijn er enkele alternatieven. Zoals bijvoorbeeld de wekelijkse literatuur-bijlage van De Standaard. De aldaar besproken literatuur wordt niet zelden aangevinkt in mijn iTunes-store verlanglijst. En soms leidt dat zelfs tot een aankoop. Ik ben geen grote thriller-liefhebber, maar aangezien de genre-expert John Vervoort les gaf op de school waar ik ook zes jaar gesleten heb, lees ik diens reviews altijd met een tikje meer aandacht. En zo kwam ik uit bij "Arab Jazz", de debuut-roman van documentaire-maker Karim Miské. Veel meer dan de zoektocht naar de waarheid achter de moord op een stewardess in een appartement in Parijs, is het een analyse van een multiculturele broeihaard. Radicaliserende moslim-jongeren, machtsmisbruik bij de politie, opportunistische ultra-orthodoxe joden, drugssmokkel door Jehova-getuigen, ... en tussen dat alles een teruggetrokken jonge Algerijn met een psychiatrisch verleden. Clichés worden omzeild (wat niet eenvoudig is wanneer personages van zoveel strekkingen aan bod komen) en de plot wordt voortgestuwd door een taalgebruik dat doet denken aan de beste Jean-Pierre Melville-policiers.


Mijn voornaamste leidraad naar de zoektocht naar goede literatuur, is dezer dagen echter een uitstekende podcast (Backlisted). Met als slagzin "bringing new life to old books" zitten Andy Miller en John Mitchinson sedert eind 2015 tweewekelijks een uurtje te keuvelen rond de keukentafel van uitgeverij Unbound. Ze worden telkens vervoegd door een gast en bespreken uitgebreid (en zéér sappig, erudiet en aanstekelijk) een onterecht vergeten boek. Zo aanstekelijk dat ik ondertussen al een drietal suggesties heb aangeschaft en gelezen.

Bijvoorbeeld "Passing", in 1929 geschreven door de Afro-Amerikaanse schrijfster Nella Larsen (1891-1964), één van de toonaangevende figuren binnen de zogenaamde "Harlem Renaissance", een artistieke beweging die kort maar hevig opflakkerde in de jaren '20. Een roman rondom raciale identiteit en seksualiteit die een gevoelige snaar raakte in een tijd waarin discriminatie nog aan de orde van de dag was. Personen van 'mixed race' werden volgens de wetten van toen als 'negro' aanzien (ook al had je een blanke huid). Twee dergelijke jeugdvriendinnen kiezen elk een ander pad : de ene huwt een zwarte dokter, de andere doet zich voor als blanke (vandaar de term 'passing') en huwt een blanke racist. Wanneer de paden van de twee vriendinnen zich na veel jaren opnieuw kruisen, bouwt de spanning zich op.



Nog zo'n 'kleine' maar fijne roman die door de heren van Backlisted werd aangeprezen, is "A month in the country" van de Britse auteur J.L. Carr (1912-1994) (gepubliceerd in 1980). De titel slaat op een idyllische zomer die de (fictieve) WO I-veteraan Tom Birkin - enkele jaren na de gruwel van Passendale - doorbracht in het (fictieve) Noord-Engels dorpje Oxgodby als restaurateur van een oude muurschildering in het plaatselijke kerkje. Een therapeutische zomer waarin hij de horror van WO I en de grimmige herinnering aan een mislukt huwelijk tracht achter te laten en te verwerken. Een zomer vol bucolische schoonheid van het platteland. Een zomer vol nieuwe vriendschappen en een ontluikende liefde (voor de vrouw van de dominee). Maar dat alles in het besef dat dit alles weer moet eindigen. Een roman met een plot van niks : een man komt aan in een dorp, restaureert een muurschildering en vertrekt weer. Maar aan die magere kapstok hangt Carr veel subtiele schoonheid op. Een klein meesterwerkje voor fijnproevers, zoals ook Maarten 't Hart in dit filmpje uiteenzet.




De meeste afleveringen van Backlisted beginnen met Miller en Mitchinson die kort beschrijven wat ze in de voorgaande weken zoal gelezen hebben. Ook daar zijn leuke tips uit te puren. Het zijn romans die niet de hoofdmoot van de podcast vormen, maar desalniettemin de moeite van het ontdekken waard zijn. In de nasleep na het overlijden van David Bowie kwam meermaals diens passie voor boeken (en diens lijst met 100 favoriete boeken) ter sprake. Eén van de romans die in dat lijstje prijkt, is "Puckoon" van de Britse komiek Spike Milligan (1918-2002). Misschien was de humor van Milligan té Brits en té absurd om ook het Europese vasteland te veroveren, maar zijn talent en invloed waren legendarisch. In "Puckoon" (gepubliceerd in 1963) wordt het gelijknamige Noord-Ierse dorpje plots in twee gespleten door een arbitraire grens tussen het Britse Ulster en het katholieke Noord-Ierland. Talloze hilarische personages en situaties buitelen over elkaar in deze compleet knotsgekke roman, die we nu gemakshalve als "pythonesque" zouden omschrijven (waarbij we niet mogen vergeten dat Milligan dé grote inspiratiebron vormde voor de latere Monty Python-leden). Briljante woord-humor spat van quasi elke pagina. Over de Joodse dorps-dokter : "So Semitic did he look, that even at all-Hebrew parties people would say 'Who's that Jewish looking feller ?'" Een roman lezen waarbij je jezelf er af en toe op betrapt om luidop te lachen : ze zijn niet dik gezaaid. En het is een troostende gedachte om te weten dat ook Bowie - ongetwijfeld luid grinnikend - zich met graagte liet onderdompelen in de bizarre hersenspinsels van één van de grootste komische genieën van de twintigste eeuw.

29 juli 2016

David Gilmour (Château de Chantilly 16.07.2016 & Grote Markt Tienen 28.07.2016)




Op 7 juli 2006 overleed Syd Barrett, de crazy diamond zonder wie één van de meest iconische rockbands aller tijden wellicht nooit het levenslicht had gezien. Enkele weken later - op 29 juli - gaf David Gilmour een concert op de Königsplatz in München, een concert dat voor altijd in mijn geheugen gegrift staat. Als eerbetoon aan zijn pas overleden jeugdvriend en voormalige band-genoot bracht Gilmour er een aangrijpende versie van Dark Globe (een nummer dat verscheen op The Madcap Laughs, een solo-album van Barrett uit 1970). De existentiële angst-kreet "Wouldn't you miss me at all ?" klonk over het Beierse plein. Monster Martens en ikzelf maakten met graagte gebruik van de neersijpelende regen om onze respectievelijke hoodies wat dieper over onze hoofden te trekken, aldus onze betraande ogen verhullend. Ook wijlen Richard Wright was er nog bij op die magische avond. En we werden getrakteerd op "Echoes".

Een decennium later. Een nieuw solo-album van Gilmour ("Rattle that lock") en - net zoals hij tien jaar eerder deed met zijn vorige studio-album "On an island" - een tournee die de Pink Floyd-gitarist langs onverwachte locaties voert. Geen voetbalstadia of grote concerthallen. Wel pakweg het Circus Maximus in Rome en het amfitheater in Pompeii. De Grote Markt van Tienen was tussen het illustere rijtje van historische locaties toch wel een beetje de vreemde eend in de bijt. Afgezoomd met horeca-zaken, drank- en eetstandjes en reclame allerhande was deze oer-Vlaamse locatie een beetje een tegenvaller vergeleken met het Domaine de Chantilly. Maar tegelijk ook kleinschaliger en derhalve een beetje knusser.

De setlists op de beide locaties waren quasi gelijk, op enkele kleine wijzigingen na. Na de pauze "One of these days" in Chantilly en "Astronomy Domine" in Tienen. En in Tienen werd in de tweede set ook nog "Dancing right in front of me" toegevoegd aan de setlist.

Net zoals op "On an island" is Gilmour ook op zijn nieuwe album een gezapige levensgenieter geworden die de songs lekker laat voortkabbelen. Songs die voldoende kwaliteit in zich dragen om de concerten mee te dragen en niet nodeloos op te houden. Uiteraard zit iedereen te wachten op de overbekende Pink Floyd-krakers, maar ik kon net zo goed genieten van pakweg "The Blue", "A boat lies waiting" (een ere-saluut aan Richard Wright) of "On an island". Met telkens weer dat heerlijke stemgeluid (met nét de juiste hoeveelheid rasp op de stembanden) en bovenal de loepzuivere gitaarsolo's, uit duizenden herkenbaar. Of het nu de hete zomeravond in Chantilly was of de regenachtige avond in Tienen : tijdens de solo's in "Comfortably Numb" werd ik in beide gevallen overvallen door een krop in de keel en rechtstaande nekhaartjes. En op beide avonden viel me op wat een fantastische live-mogelijkheden "Fat Old Sun" toch telkens weer biedt. Wat nog te zeggen over "Wish you were here" of "Shine on you crazy diamond" dat niet al duizenden malen gezegd/geschreven/gevoeld werd ?

Waren er minpunten ? De nitpicker in mij fluistert me enkele details toe : de collectief opgezette zonnebrillen tijdens "Run Like Hell" waren nogal flauw en "The girl in the yellow dress" (nochtans een leuk jazzy nummer met prachtige begeleidende clip) haalde flink de vaart uit de tweede set. En bovenal (maar daar kan Gilmour natuurlijk niks aan doen) : Waters, Wright en Mason waren toch wel van een ander niveau dan deze begeleidingsband. Stuk voor stuk uitstekende sessie-muzikanten, maar zonder de magie van het origineel. Bassist Guy Pratt is geen Roger Waters (wiens snerpende stem & dito bas ik vooral miste tijdens "Run Like Hell"). Toetsenist Greg Phillinganes is zeker geen Richard Wright (wiens zoetgevooisde stem ik vooral miste tijdens "Time") en op één of andere manier klonken zelfs de slagen op de Division Bell-klok vroeger anders bij Mason dan bij drummer Steve DiStanislao. Maar hier laat ik wellicht onterechte heimwee naar times of yore doorschemeren. Zowel Pratt als DiStanislao waren immers tien jaar geleden - op die memorabele avond in München - ook van de partij.

Het tijdloze karakter van de muziek van Pink Floyd en Gilmour werd op beide avonden nog maar eens in de verf gezet en drukte al snel de praktische beslommeringen van beide concerten uit de weg. Vooral dan in het geval van het Chantilly-concert : lange wachttijden in de hete zon door zware veiligheidsmaatregelen en een concert dat daardoor een stuk later dan gepland begon (het concert vond plaats enkele dagen na de gruwelijke aanslag in Nice). Uit respect voor de slachtoffers van deze aanslag nam het publiek in Chantilly - op verzoek van Gilmour - een minuut stilte in acht. Een échte minuut met échte stilte. Een zeer aangrijpend moment, dat me plots weer deed terugdenken aan tien jaar eerder. Tien jaar geleden collectief rouwen om Barrett, nu om de gruwel op de Promenade des Anglais. Ook nu had "Dark Globe" (met die door en merg en been snijdende openingszin "Oh where are you now ?") niet misstaan als rouwbetuiging, als oer-kreet van frustratie over het feit dat onze aardkloot maar al te vaak op een dark globe lijkt i.p.v. op de idyllische plek die in "Fat old sun" bezongen wordt.



Setlists :
1. 5 A.M.
2. Rattle That Lock
3. Faces of Stone
4. What Do You Want From Me
5. The Blue
6. The Great Gig in the Sky
7. A Boat Lies Waiting
8. Wish You Were Here
9. Money
10. In Any Tongue
11. High Hopes
-----
12. One of These Days (enkel in Chantilly) // Astronomy Domine (enkel in Tienen)
13. Shine On You Crazy Diamond (Parts I-V)
14. Fat Old Sun
(15. Dancing Right in Front of Me) (enkel in Tienen)
15. Coming Back to Life
16. On an Island
17. The Girl in the Yellow Dress
18. Today
19. Sorrow
20. Run Like Hell
-----
21. Time
22. Breathe (Reprise)
23. Comfortably Numb

16 juli 2016

Arnon Grunberg : De asielzoeker

"Niets minder dan een meesterwerk". Dit citaat uit een review van Het Parool over de roman "De asielzoeker" (2003) van Arnon Grunberg prijkt op de cover van mijn exemplaar (achttiende druk). Blurbs & covers hebben nogal eens de neiging om te overdrijven. Boeken moeten immers aan de man gebracht worden. Dit soort van citaten zijn dan ook voor romans wat prikkelende foto's van bikini-babes voor tentfuif-affiches zijn : lokkertjes. Maar toen ik sprakeloos de laatste pagina van deze verbluffende roman dichtsloeg, kon ik dit citaat alleen maar bevestigen.

Na eerder 'Blauwe Maandagen' (1994), 'Figuranten' (1997) en 'Fantoompijn' (2000) te hebben gelezen, dacht ik een goede grip te hebben op de stijl en de verhaaltrant van Grunberg. Maar in 'De asielzoeker' tapt Grunberg uit een harder en cynischer vat. De lichtjes relativerende, humoristische ondertoon is verdwenen. Het centrale personage kleedt zich tot op het bot uit en analyseert zich ten gronde, zonder vergoelijking of relativering.

Dat hoofdpersonage is Christian Beck, ooit een beloftevol schrijver maar thans vertaler van gebruiksaanwijzigingen. Hij leeft al vele jaren samen met zijn vaste vriendin, bijgenaamd 'Vogel'. Eerst in Eilat, in het zuiden van Israël, waar zijn vriendin aan research deed. Nu in de Zuid-Duitse universiteitsstad Göttingen. Beck beschouwt zich als een 'ontmaskeraar' van illusies en koestert dan ook zelf geen enkele illusie meer. Vogel takelt langzaam maar zeker af door een terminale ziekte. Op een dag brengt ze een asielzoeker mee naar huis en kondigt ze aan met die man te willen huwen. Zo ontstaat een bizar ménage à trois, met Beck als vaste vriend en de asielzoeker als echtgenoot van de wegkwijnende Vogel. Eén van haar laatste wensen is het bijwonen van een cursus geitenkaas-maken. En zo trekt het trio naar een afgelegen boerderij in Frankrijk.

De relatie tussen Beck en Vogel is altijd raar geweest : Beck denkt vaak terug aan zijn lotgevallen in een door hem bijna dagelijks bezocht bordeel in Eilat, terwijl Vogel altijd al een voorkeur heeft gehad voor outcasts, mismaakten, sukkelaars. Ooit mishandelde Beck in zijn vaste bordeel een hoertje. Ooit schreef hij een kortverhaal over een aanslag in het bekende Amsterdamse bordeel Yab Yum. Twee feiten die hem vele jaren later zullen achtervolgen wanneer daadwerkelijk een aanslag wordt gepleegd in dit bekende huis van plezier.

De titel van de roman is misschien een tikje ongelukkig gekozen. Het is immers niet de asielzoeker die centraal staat in deze roman : die is immers weinig meer dan een oppervlakkig bijverschijnsel, een appendix aan het leven van Beck & Vogel, een handige begeleider bij de fysieke ongemakken van Vogel tijdens haar ziekte. Het is Beck, met al zijn ontnuchterende bespiegelingen, die de hoofdtoon voert en de lezer regelmatig midscheeps raakt met zijn nuchtere cynisme en bij wiens monde Grunberg van bij de aanvang van de roman de lezer bij de keel grijpt.

Na de recente aanslag in Nice moest ik onmiddellijk terugdenken aan de volgende bespiegeling van Beck (wanneer hij door een journalist ervan beschuldigd wordt dat hij met zijn Yab Yum-kortverhaal de aanslag-pleger op ideeën heeft gebracht) : "Geweld wordt gekopieerd, want het is voor velen de enige manier om uit de anonimiteit te treden, om niet langer, al duurt het ook maar even, onzichtbaar te zijn. Dat is een reflex die wij onszelf hebben aangeleerd, al was het maar omdat we niets zo serieus nemen als geweld. Strategisch uitgevoerd geweld. Goed, mode nemen we ook wel serieus, en zangkunst. Maar dat is weer niet voor iedereen weggelegd, mode en zangkunst. Het is niet meer dan logisch dat mensen zich aangetrokken voelen door het succes van geweld en vernietiging. Het is namelijk de grootste successtory uit onze geschiedenis, de enige ook die werkelijk over een lange adem beschikt, die niet opgeeft maar doorgaat. En iedereen kan erover beschikken, geweld is het meest democratische middel om de illusie te voelen dat je meetelt op deze wereld, dat je niet langer een object bent waarmee wordt geschoven, maar dat je handelt, en dat die handelingen ertoe doen, dat die verschil maken, dat die gezien worden, dat erop gereageerd wordt, dat je kortom serieus wordt genomen. Niet langer word je geschoven, je schuift zelf." De dader van de gruwelijke aanslag in Nice (en de daders van zoveel andere aanslagen) bekroop deze onweerstaanbare drang om even geen pion te zijn in het grote menselijke schaakspel, maar om zelf de speler te zijn, om zelf eventjes mee te mogen spelen als acteurs op het grote toneel. Maar ook dat is een illusie : hun namen verdienen het om snel vergeten te worden, hun daden verdienen het om verafschuwd en veroordeeld te worden.

Christian Beck is een onvergetelijk personage. En "De asielzoeker" is écht een meesterwerk. Je wordt er niet blij van als je het leest, maar 'blij zijn' is ook vaak niet meer dan een illusie, gevoed door sociale media die ons met nog meer blije illusies overspoelt.

25 juni 2016

Neil Young & Promise of the Real : Rebel Content Tour (Sportpaleis - 24.06.2016)

© Jay Blakesberg


Toen Neil Young het podium betrad met zijn bolle buikje gehuld in een t-shirt met daarop in grote letters het woord 'Earth', was dat uiteraard niet om de gelijknamige band rond Dylan Carson te promoten, doch wel om zijn bezorgdheid uit te drukken over de huidige staat van dat kleine planeetje, waarop we met z'n allen druk rondhollen en die we met z'n allen danig naar de kloten aan het helpen zijn. 'Earth' is tevens de titel van een recent verschenen live-dubbelaar, met daarop 13 songs met als gemene deler "songs I have written about living here on our planet together".

Het zijn songs die Young live bracht gedurende een tournee met Promise Of The Real, een jonge band die deels bekendheid verwierf omdat twee leden (Lukas Nelson en Micah Nelson) zonen zijn van nog zo'n iconisch figuur uit de muziekgeschiedenis : Willie Nelson. Samen met deze jonge band nam Young in 2015 het conceptalbum "The Monsanto Years" op. Ook op dat album vormde een ecologisch engagement de rode draad. Young nam op dat album immers de biotech-multinational Monsanto op de korrel, een bedrijf dat symbool staat voor het gebruik van gen-technologie en patenten-georiënteerd winstbejag. Gelet op de gedeelde thematiek doken logischerwijs op het live 'Earth'-album een aantal Monsanto-nummers op : Wolf Moon, People Want To Hear About Love, Big Box, Monsanto Years.

Vanavond was een uitgelezen kans om Young aan het werk te zien, geflankeerd door deze jonge honden i.p.v. door zijn welhaast mythische Crazy Horse-companen. Zoals bij veel Young-concerten werd het spektakel ingeluid door rand-animatie (ditmaal 'groen' geïnspireerd) : een paar dames in farmer-kledij strooien zaden (bonen ?) rond op het podium en effenen aldus het pad voor Young, die het eerste half uur solo voor zijn rekening neemt. Als je bij wijze van opwarming akoestische versies (op piano, akoestische gitaar en blaasorgel) kunt brengen van klassiekers als 'After the gold rush', 'Heart of Gold', 'The needle and the damage done', 'Comes a Time', 'Helpless' en 'Mother Earth', dan heb je in dat eerste half uur al een setlist neergezet waarvoor menige artiest met graagte een nier zou afstaan en eet het publiek voor de rest van het concert gewillig uit je hand. Een kniesoor die maalt om het feit dat Young af en toe niet al te stem-vast is. Mag het even, een krakende stem als je 70 jaren op de teller hebt staan ?

Na dit akoestische half uur verschijnen enkele mannen in biohazard-pakken ten tonele. Ze blazen het podium schoon met enkele pesticide-blazers. De heren van POTR flankeren Young (met akoestische gitaar en mondharmonica) voor wat een half uur gezapige folk/country zal blijken te zijn. Van 'Out on the Weekend' t.e.m. 'Harvest Moon' kabbelt het concert rustig maar intoxicerend verder, met het ene hoogtepunt na het andere. En voor het publiek er erg in heeft, is er al een uur gepasseerd voordat Young voor het eerst zijn elektrische gitaar omgordt voor 'Alabama'. Qua 'opwarming' zul je zelden beter meemaken.

Het is tijdens het 'elektrische' vervolg van het concert dat zal blijken wat een geweldige zet de inbreng van Promise Of The Real blijkt te zijn. Met alle respect voor de heren van Crazy Horse, die tijdens hun passage in Vorst Nationaal in 2013 toch wel wat sleet vertoonden. Maar de kerels van POTR speelden enthousiast, super-degelijk en lekker fris van de lever. Met respect voor de oude meester, maar zonder slaafse en anonieme sessie-muzikanten te zijn. Het bleek een magische wisselwerking tot ieders voordeel te zijn tussen de oude Young en de jonge achterban. En het leverde meerdere hoogtepunten op. Als ik er dan toch eentje moet uitpikken : "Down by the river". Wat een epische, snerpende, scherpe versie van deze klassieker kregen we daar geserveerd, zeg ! Ammehoela.

Naar het einde van het concert werd opnieuw de nadruk gelegd op de ecologische boodschap met nummers als 'Monsanto Years' en 'Wolf Moon'. Oude kraker 'Rockin' in the free world' (met talloze reprises van het refrein) sloot de reguliere setlist af. En waar ik stiekem hoopte op 'Cortez the Killer' als bisser en als ultieme kers op een heerlijke taart, werd het onverwacht 'Tonight's the night', met Young achter de piano. Blijkbaar was het de eerste keer dat Young dit nummer live bracht samen zijn jonge kompanen, want het leek ook voor hen een verrassing te zijn. En zo kregen we op het einde van deze dolle - 3 uur durende ! - rit nog een aandoenlijk staaltje live-improvisatie. Zoals Young lopen ze niet dik gezaaid (zelfs niet wanneer genetisch gemanipuleerde ggo-zaden gebruikt worden). Maar vooral ook petje af voor de Promise Of The Real.



Setlist :
1. After the Gold Rush (Neil solo on piano)
2. Heart of Gold (Neil solo on acoustic guitar)
3. The Needle and the Damage Done (Neil solo on acoustic guitar)
4. Comes a Time (Neil solo on acoustic guitar)
5. Helpless (Neil solo on acoustic guitar)
6. Mother Earth (Neil solo on pump organ)
7. Out on the Weekend
8. From Hank to Hendrix
9. Human Highway
10. Only Love Can Break Your Heart
11. Unknown Legend
12. Harvest Moon
13. Alabama
14. Bad Fog of Loneliness
15. Winterlong
16. Walk On
17. Down by the River
18. Mansion on the Hill
19. Powderfinger
20. Western Hero
21. Vampire Blues
22. Country Home
23. Seed Justice
24. Monsanto Years
25. Wolf Moon
26. Rockin' in the Free World
------
27. Tonight's the Night

21 juni 2016

Emil Hakl : Zoon & Vader

Mannen zijn nu éénmaal niet de beste praters. Een eind wegkletsen over sport of vrouwen : daarover kunnen mannen aan de toog een eind weglullen. Maar diepgaandere gesprekken rijden zich alras vast in een ongemakkelijk drijfzand, waarbij de situatie enkel gered kan worden door de kar uit dat emo-moeras te trekken en terug op de weg van de macho-babbel te duwen. Tussen vaders en zonen is dat niet anders. Er kan vlotjes gebabbeld worden over wie de koers won of over waar er lekkere bieren geschonken worden. Maar gevoelens ? Ho maar, daar doen we niet aan mee. Zo worden gesprekken tussen vaders en zonen vaak gesublimeerde boodschappen. Zeggen : "Tegen wie moet Anderlecht zondag voetballen ?" is eigenlijk zeggen : "Ik hou van je, vader." Vader en zoon weten genoeg. Nuff said. Het is een vertaaloefening waar Google Translate nog niet klaar voor is.

Deze oeroude naturel van vader/zoon-gesprekken wordt fijn weergegeven in de roman "Zoon & Vader" (verschenen in 2002 en winnaar van de Magnesia Litera-literatuurprijs) van de Tsjechische auteur Emil Hakl (°1958), actief in proza & poëzie sedert de fluwelen revolutie van 1989 en mede-oprichter van het literaire gezelschap 'De moderne analfabeet'.

De ik-persoon (een veertiger) pikt 's morgens zijn vader op (een zeventiger met een bijbaantje in de plaatselijke zoo). Ze trekken er een dag op uit om door Praag te wandelen, wat bij te kletsen. Ze buitelen van kroeg tot kroeg, elkaar ondertussen onderhoudend met alledaagse gesprekken. Ervaringen met vrouwen, herinneringen aan de oorlog, hun favoriete vliegtuigen, het verzorgen aan aambeien, anekdotes over familieleden, kleine frustraties van het werk, ... Het passeert allemaal de revue terwijl de glazen gevuld worden en af en toe een noodzakelijke pauze ingelast wordt om het urinoir te bezoedelen. Zowel de vader als de zoon praten openlijk over allerlei zaken, zoals mislukte relaties. Maar écht tot de kern komen ze nooit. De zoon heeft vaak een spreekwoordelijk duiveltje op zijn schouder zitten dat vanalles wil toeschreeuwen aan zijn vader en schoon schip wil maken. "De volgende keer moet je aardiger zijn ... begon de duivel weer te brabbelen. Je moet geduldiger zijn ! Het is je vader ! De man die je heeft opgevoed ! Hij is de enige persoon op de wereld die geduld met je heeft ! Wie weet hoe vaak je hem nog zult zien ! Klootzak ! Ellendeling ! Ondankbare Hond !" Maar uiteindelijk houdt hij steeds zijn mond en brengt hij het mondaine gesprek weer op gang. Zoals vaders en zonen dat al eeuwen doen en nog eeuwen zullen doen.

Vandaar wellicht het succes van deze roman : de universele herkenbaarheid. De concrete setting (een herfstdag in Praag) is gemakkelijk vervangbaar. En ook die kleine anekdotes, grappen, plagerijen, ... zijn gemakkelijk in te vullen met varia uit eenieders leven. Het geraamte van een universele zoon/vader-relatie is een kapstok waar je al deze dingen aan kunt ophangen. Het is de verdienste van Hakl om deze kapstok te voorzien en als een spiegel voor te houden aan de lezer. Zelf een veertiger zijnde met een bejaarde vader, was het lezen van deze roman een somtijds amusante maar ook confronterende ervaring. Humor en tragiek gaan immers hand in hand in deze kleine maar fijne roman.

16 juni 2016

Sunn O))) & Lugubrum Trio (Kunstencentrum Vooruit - 15.06.2016)

Het Gentse Lugubrum Trio speelde een thuismatch en kon rekenen op een geïnteresseerd publiek, wat voor een openingsact niet altijd evident is. De muziek van dit trio in het vakje 'black metal' catalogeren, is veel te kort door de bocht fietsen en doet het trio oneer aan. Hokjes-denken is immers niet aan hen besteed. Een flinke portie jazz-invloeden kruiden het geheel, aangelengd met een ferme toef humor. Dat laatste ingrediënt uit zich bijvoorbeeld in enkele albumtitels uit hun rijke discografie (Al Ghemist / Bruyne Troon). En ook op het laatste album "Herval" (2015) doen enkele songtitels weer gniffelen : "Dorstige Vis", "Vergeeldetruidrager", "Uri Noir". Dat soort van kwajongens-taalhumor kan ik wel pruimen. Een aangename ontdekking dus en een schande dat ik niet eerder werk heb beluisterd van deze band, die nu toch al twee decennia lekker eigenwijs loopt te wezen. Bij wijze van Wiedergutmachung heb ik me dan maar één van de tot 114 exemplaren gelimiteerde vinyl-versies (de zogenaamde "Erratum Edition", haha) van Herval aangeschaft. Een aalschuim-aflaat, als het ware ("Het Aalschuim der Natie" is nog zo'n mooie Lugubrum-titel).


Tja, wat nog te zeggen over Sunn O))) ? Uiteraard zijn hun shows een voorspelbare format geworden. De monnikspijen, de onpeilbaar diepe en tergend trage drone-geluiden, de onheilspellende vocale inbreng van Mayhem-frontman Attila Csihar, het flirten met de pijngrens qua volume, het overmatige gebruik van rookmachines, ... Maar toch laat ik weinig kansen passeren wanneer dit iconische combo onze contreien aandoet. Hoe voorspelbaar het ook moge wezen, het blijft telkens een viscerale ervaring die je midscheeps blijft raken.




In mijn eigen blog-archief zitten een paar mooie Sunn O)))-herinneringen verscholen : bijvoorbeeld hun passage in de Leuvense Predikherenkerk, laat op de avond in open lucht uithalen in Fort 8 in Hoboken, de waanzinnige moog-sessie met Julian Cope, ... en zo zijn er nog wel een paar.

Hoewel de locatie vanavond geen kerk of een fort was doch 'maar' de Vooruit ('t kan niet altijd kermis zijn), was dit concert toch absoluut één van de sterkere in een lange rij Sunn O)))-concerten die ik ondertussen heb bijgewoond. Csihar opende de debatten solo met een lange vocale reutel-sessie. Na een tijdje verschijnen kern-leden Stephen O'Malley en Greg Anderson, die met hun gitaren de poorten naar het zompige drone-moeras wijd openzetten. De indrukwekkende rij versterkers worden één voor één op volle kracht gedreven, nog ondersteund - voor zover als nodig - door de moog-synth van de Nederlander Tos Nieuwenhuizen. Van op de eerste rij heb ik een zicht op de backstage-decibelmeter, die langzaam maar zeker richting 108 (!) kruipt.





De gezapige maar alles-verwoestende tornado houdt aan en zwelt aan tot een orgelpunt, om daarna weer te gaan liggen. O'Malley en Anderson verlaten het toneel. De kans voor Csihar om opnieuw zijn vocale kunsten boven te halen. Nooit was hij onheilspellender. Ik kreeg bijna oprecht schrik toen ik hem van op de eerste rij bezig zag en waande me even in Dante's Inferno, met Csihar als gitzwarte gids. Na aldus afgedaald te zijn tot in de zwartste poelen van de menselijke ziel, gidsten O'Malley en Anderson het publiek terug naar de verpletterende drone-oppervlakte. Csihar keert ook nog terug, ditmaal met zijn gekende spiegelpak, als een soort van doem-profeet die de Apocalyps een beetje komt opvrolijken.




Na een marathon van twee uur (misschien wel het langste Sunn O)))-concert dat ik ooit bijwoonde) was de verlossing een feit. De laatste versterker wordt uitgeschakeld. Het geluid sterft uit. De lichten floepen aan. De band-leden tonen hun gelaat en bedanken uitgebreid het enthousiaste maar beduusde en murw-gebeukte publiek. Langzaam maar zeker komt bij mij het besef terug dat ik me niet in een ander universum bevind waar een zwarte mis werd opgevoerd door vier celebranten, maar wel in een Gentse concertzaal. Sunn O))) delivered again.

12 juni 2016

Uncanny Valley : The Los Angeles Free Music Society and their legacy (Kunstencentrum Vooruit - 11.06.2016)




Allereerste versie van een nagelnieuw festival, dat een kruisbestuiving beoogt te zijn tussen underground muziek en beeldende kunst. Centraal in deze eerste Uncanny-worp stond het Los Angeles Free Music Society, een collectief van muzikanten, kunstenaars en allerlei avant garde-gespuis dat in 1973 werd opgericht. Derhalve met een fototoestel in de hand en met de hersenpan in experiment-modus naar Gent getogen.

Tijdens de laatste avond van het festival kon het publiek zich onderdompelen in de experimentele exploten van geestesgenoot Vom Grill (het cassette-manipulerende alter-ego van Dennis Tyfus). Altijd goed voor een lach en een traan. En een meewarige blik.


Vom Grill

Om vervolgens geconfronteerd te worden met het olijke duo Calhau!. Portugese avant-garde dat eerder al mijn pad had gekruist tijdens Kraak 2014 en waarover ik toen wist te verkondigen : "Lachen met Portugezen, the sequel ! Donkere electro-noise (en dat is letterlijk te nemen : enkel een rood peertje verlichtte de scene) vermengd met een soort van pseudo-fascistische performance art en operette-vocalen. Onschuldig tijdverdrijf dat de mensheid niet zal redden noch schaden." Vervang het rode peertje door een aansteker en een andere gloeilamp en dan heb je 't zo'n beetje.


Calhau!

Interessanter werd het toen LAFMS-spilfiguur Tom Recchion ten tonele verscheen om samen met de Britse experimentalist David Toop een sound-performance te improviseren. Met Recchion uiterst links op het podium en Toop uiterst rechts, vulden de beide heren de leemte op met bizarre maar prikkelende geluidscollages, gebruik makend van diverse attributen en instrumenten.

Tom Recchion

David Toop


Toop en Recchion maakten even later ook hun opwachting bij het ruimere ensemble Extended Organ, een ensemble dat gedistilleerd werd uit verscheidene LAFMS-leden. Naast Recchion en gast-lid Toop troffen we er ook nog Fredrik Nilsen, Joe Potts, Alex Stevens en vooral de notoire beeldend kunstenaar en beeldhouwer Paul McCarthy aan. Deze laatste zoog als 'vocalist' tijdens de veeleisende maar fascinerende performance de aandacht naar zich toe. Voor wie klaar is voor een stukje Extended Organ kan ik deze link aanbevelen. Op één of andere wijze slaagde dit ensemble erin om het saaiheids-drijfzand van improv-performances te omzeilen en het geheel naar een hoger niveau te tillen.


Extended Organ (Paul McCarthy links / Alex Stevens rechts)


Voor het slotakkoord van dit salonfähige avondje-uit mocht het vrolijke pop-trio Wolf Eyes aantreden.  Wat een ongelooflijke band is dit toch. Zichzelf constant opnieuw uitvindend, gaande van een rauwe en alles vernietigende noise-explosie (zoals in 2006 op ATP, nog in 2006 tijdens een AB-festival of in 2007 op een maf Trix-avondje) naar een meer ingetogen maar nog altijd verkillende soundscape-machine, zoals in 2013 wederom op ATP. Het trio bestaat nu uit de charismatische Nate Young op zang, de angstaanjagend koele John Olson op sax & 'gordel-knoppenbakje' en James Baljo op gitaar. En de evolutie van de laatste jaren zet zich door. Meer en meer uitgepuurde loops en akkoorden, maar nog altijd uitermate intrigerend. Terwijl ik dit stukje schrijf, luister ik naar het album "I am a problem : mind in pieces" (2015) (één van de talloze releases in een compleet onoverzichtelijke discografie), een uitstekend voorbeeld van de creatieve evolutie van wat één van de interessantste bands van de laatste jaren genoemd kan worden.


Wolf Eyes (Nate Young)

10 juni 2016

Audiobooks 13 : Haruki Murakami : "The wind-up bird chronicle"

Tijdens mijn dagelijkse commute stillen diverse podcasts en audioboeken de nimmer aflatende honger van mijn brein. Voor de liefhebbers van de betere literatuur kan ik bijvoorbeeld de uitstekende podcast Backlisted aanbevelen, waarin op sappige wijze nieuw leven wordt gegeven aan 'vergeten' literatuur. Tegelijkertijd een frustrerende podcast, omdat ik telkens weer geconfronteerd wordt met het feit dat er zoveel geweldige literatuur bestaat die ik wellicht nooit onder ogen zal krijgen en die zich nu opstapelen in een iTunes-verlanglijst. Maar audioboeken vormen een interessante manier om de 'verloren' tijd in de wagen nuttig op te vullen en aldus toch beetje van mijn hopeloze literatuur-achterstand in te halen.

Zo zag ik de laatste maanden de kans schoon om een flinke hap te nemen in het oeuvre van de Japanse succes-auteur Haruki Murakami. Sijpelden achtereenvolgens mijn oorschelpen binnen : After The QuakeAfter DarkA Wild Sheep ChaseDance Dance Dance en Kafka on the Shore. En zo werd ik regelmatig getransporteerd van mijn auto-zetel naar het magisch-realistische universum van de enigmatische auteur.

Mijn meest recente trip naar dit universum betreft "The Wind-Up Bird Chronicle", gepubliceerd in 1994-1995. En hoewel alle typische kenmerken van een Murakami-roman aanwezig zijn en hij hiervoor zelfs de prestigieuze Japanse literaire Yomiuri-prijs in de wacht sleepte, hield ik er achteraf geen goed gevoel aan over. Dit is echter niet geheel de schuld van de auteur.

Met de ietwat maffe plot is op zich niets mis. Wat begint als een gewone zoektocht van het hoofdpersonage (Toru Okada, een apathische en werkloze dertiger) naar een verloren kat, mondt uit in een ontmoeting met allerlei bizarre personages : de zussen Creta en Malta Kano met hun spiritueel aanvoelen van de toekomst. Zijn schoonbroer die tegelijk een bekend media-figuur en succesvol politicus is, maar die er een bizarre seksuele voorkeur op nahoudt. Het vermoeiende buurmeisje May Kasahara met wie hij filosofische gesprekken onderhoudt. De mysterieuze mode-goeroe Nutmeg en haar altijd zwijgende zoon Cinnamon. En dan is er nog die grote blauwe vlek die plots op zijn wang verschijnt. De plotse verdwijning van zijn echtgenote. De droge waterput in de tuin van een verlaten buurtwoning, die een poort lijkt te zijn naar een andere realiteit. De gruwelijke verhalen van een luitenant over diens avonturen tijdens de Japanse bezetting van de vazalstaat Mantsjoerije. Een zanger die zich in een nachtclub met vuur verminkt en die door Toru in elkaar geslagen wordt met een baseball-knuppel....

Ik kon me tijdens het beluisteren van de roman niet van de indruk ontdoen dat de verhaallijnen in het laatste deel niet coherent leken samen te komen. Alsof er stukjes van de puzzel ontbraken en losse eindjes niet of nauwelijks aan elkaar werden geknoopt. En wat blijkt ? De Amerikaanse uitgever vond het nodig om in te grijpen in de volgorde van een aantal hoofdstukken en in de lengte ervan, dit uiteraard met commerciële doeleinden : de originele versie was volgens de Amerikaanse uitgever te lang om als één paperback te kunnen slijten. Er dus werd duchtig gesneden in de originele versie. Enig opzoek-werk leerde me dat de ingreep van de Amerikaanse uitgever voor een immens verschil heeft gezorgd tussen de originele versie en de vertaling. Zelfs de Murakami-vertaler van dienst Jay Rubin (overigens een vertaler van veel romans van Murakami) gaf dit toe : "I do think, though, that if The Wind-Up Bird Chronicle outlives its time and becomes part of the canon fifty years from now, a re-translation will be needed, and scholars can have a fine time screaming about how Jay Rubin utterly butchered the text.” Veel meer hierover hier.

Een tweede element van ergernis betrof de audio-versie, ingelezen door de Engelse stem-acteur Rupert Degas. Zo geweldig als ik hem vond in A Wild Sheep Chase, zo ergerlijk vond ik hem af en toe in The Wind-up Bird Chronicle. Naarmate de lijvige roman vordert en er zich meer personages aandienen, begint Degas zich meer en meer te bedienen van ergerlijke stemmetjes. Zo komen in het laatste deel van de roman een aantal hoofdstukken voor, die brieven zijn van het buurmeisje May Kasahara. Op den duur slaakte ik een zucht van teleurstelling wanneer zo'n hoofdstuk begon, wetende wat voor een karikatuur Degas van dit tienermeisje maakte. En dat is maar één van de voorbeelden waarbij Degas sommige personages tot enerverende karikaturen herleidde.

Hoewel het verre van de schuld van Murakami is dat deze roman me minder kon boeien, is het sowieso niet slecht om voor even afscheid te nemen van de magisch-realistische wereld van de grootmeester. Om er later ongetwijfeld wederom volop in te duiken.