04 februari 2017

Ivan de Verschrikkelijke (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 03.02.2917)

Er zijn zo van die momenten die bepalend zijn voor de richting die je culturele interesse later zal inslaan. Zo zal ik nooit de avond vergeten waarop ik plotsklaps ontdekte dat het begrip cinema niet noodzakelijk een synoniem hoefde te zijn van de commerciële mega-industrie van Tinseltown, maar dat het ook een verbluffende kunstvorm kan zijn. Ik moet zowat 12 of 13 jaar oud geweest zijn. Op de toenmalige BRT2 werd "Ivan The Terrible part 2" vertoond, het meesterwerk dat de Russische cineast Sergej Eisenstein in 1946 verfilmde. 's Anderendaags kon ik er tegen mijn klasgenoten niet over zwijgen, zo overdonderd was ik.

Natuurlijk wist ik toen nog helemaal niets over de regisseur, één van de meest getalenteerde cineasten (en film-theoretici) uit de filmgeschiedenis. En ik wist helemaal niets over de componist van de filmmuziek : Sergej Prokofiev. En is het ook pas later dat ik ontdekte dat deze film deel uitmaakte van een geplande trilogie maar dat het derde deel nooit tot stand gekomen is. Ene Josef Stalin was immers not amused toen hij het tweede deel zag en Eisenstein viel uit zijn gratie. Daar waar tsaar Ivan IV (1530-1584) in het eerste deel nog uit de verf kwam als de man die Rusland verenigde tegen de corrupte feodale landheren (de Bojaren) - een portret waarmee Stalin zich kon vereenzelvigen - , werd de tsaar in het tweede deel geportretteerd als een paranoïde en twijfelende despoot die zich door een soort van privé-militie liet omringen en die zich verlaagde tot staats-terrorisme. Stalin zag de overduidelijke parallel en verbood de publieke vertoning van de film. Eisenstein zou nog beginnen aan het geplande derde deel - na nieuw overleg met Stalin in 1947- maar overleed in 1948 aan een hartaanval. De gemaakte opnamen van het derde deel werden grotendeels vernietigd. "Ivan The Terrible Part 2" werd pas in 1958 - tien jaar na het overlijden van Eisenstein en onder het bewind van Nikita Chroesjtsjov - voor het eerst aan het publiek vertoond en werd sedertdien onthaald als één van de absolute meesterwerken van de wereldcinema.


De Filharmonie maakte samen met het Mechelse theatergezelschap Het Banket een concertversie van de monumentale muziek die Sergej Prokofiev schreef voor het film-tweeluik (opus 116). En de opzet van het concert was al even monumentaal als het onderwerp : niet alleen het filharmonisch concert gaf partij, maar ook twee koren : het Octopus Symfonisch Koor en het Naamse Choeur de Chambre de Namur, dit alles gedirigeerd door de Britse dirigent Martyn Brabbins. Het narratief van de twee films werd naverteld door Jan Decleir en Stefaan Degand, op een tekst (en onder regie) van Brechtje Louwaard en Tristan Versteven.

Iedereen die ooit de twee films zag (en dan vooral het tweede deel), zal zich wel de unieke sfeer herinneren die erin opgeroepen wordt. Eisenstein maakte in zijn biografie nauwelijks gebruik van buitenscènes, maar laat de gebeurtenissen plaatsvinden binnen zeer barokke paleis-decors, vol symboliek, over-the-top kostuums en met tal van beangstigende close-ups en dreigende, overmaatse schaduwen. In het laatste half uur van het tweede deel gebruikte hij kleurenfilm (oorlogsbuit die de Russen hadden meegebracht uit de Agfa-fabrieken). Bloedrood en kil groen versterken dan nog de grimmige sfeer. In deze productie werd ervoor gekozen om deze sfeer enerzijds op te roepen via de tekst (uiterst erudiet gebracht door Decleir en Degand) en anderzijds door een indrukwekkend grote backdrop van kunstenaar Ysbrand van Wijngaarden. Ik vond het een beetje jammer dat er geen gebruik werd gemaakt van sporadisch vertoonde film-stills. Het zou de tekst alleen maar meer kracht bijgezet hebben. Ik kon me er natuurlijk wel één en ander bij voorstellen, omdat ik de films gezien had. Maar toeschouwers zonder kennis van het Eisenstein-tweeluik, misten hierdoor toch wel een cruciale laag.

Anderzijds is de patriottische muziek van Prokofiev natuurlijk op zich meer dan boeiend genoeg. De Nederlandse mezzo-sopraan Christianne Stotijn verdronk helaas af en toe temidden van het geweld van het orkest en de twee koren. Een korte maar indrukwekkende passage was weggelegd voor drie knapen : zij vertolkten de drie Joodse jongens die - volgens het Bijbelse verhaal - door de Babylonische koning Nebukadnezar in het vuur werden gegooid omdat ze voor hem weigerden te knielen. In de film van Eisenstein werd dit Bijbelse verhaal ook opgevoerd als een toneelstukje aan het hof van tsaar Ivan.

In de dagen na deze indrukwekkende voorstelling heb ik opus 116 van Prokofiev nogmaals beluisterd en de twee films van Eisenstein herbekeken. Voor het herbekijken van "Ivan The Terrible Part 2" was ik toch een stukje zenuwachtig : zou het nog altijd dat verbluffende meesterwerk zijn dat me ruim drie decennia geleden de schellen van mijn ogen deed vallen ? Achteraf was ik gerustgesteld. De symbiose tussen de muziek van Prokofiev en de beelden van Eisenstein zorgt nog altijd voor mateloos boeiende cinema.

03 februari 2017

Evil Superstars (De Hoge Rielen - 02.02.2017)

In 2015 gaf het Limburgse combo Evil Superstars een reünie-concert op Pukkelpop, het eerste conventionele reünie-concert sedert hun afscheid in 1998 (eerder gaf de band nog wel twee afwijkende reünie-concerten : in 2004 bracht de band integraal het machtige album Jerusalem van de doommetal-band Sleep en in 2013 in de AB een éénmalig "Cosmic Synth Set"). De PP-marquee barstte bijna uit haar voegen voor dat zwaar geanticipeerde evenement en ik moest het betere ellebogenwerk bovenhalen om een goede plaats te bemachtigen voor dat (overigens zeer goede) concert. Na dat bejubelde reünie-concert beklommen Mauro Pawlowski en de zijnen zéér sporadisch her en der nog een podium om de reünie te rekken, maar de setting van vandaag was toch wel zeer uniek. En dus wederom naar De Hoge Rielen getogen voor het Festival WinterWarm van De Warande, waar Evil Superstars twee extreem verschillende sets speelden.

De eerste set werd gespeeld in de als winterbar ingerichte Loods 333 en was op voorhand aangekondigd als een 'akoestische set'. Wie daarbij gehoopt had op een Nonkel Bob-achtig samenzijn met akoestische gitaren, banjo en wat slagwerk, kwam daarbij echter redelijk bedrogen uit. Het vijftal bracht immers - ietwat verschuild achter een rij extreem hoge kamerplanten - een 40 minuten durende extreem ontoegankelijke set waarin noise-experimenten de boventoon voerden. Op de meest 'toegankelijke' momenten riepen de kille drum-pads echo's op van het vroege werk van Swans. Mauro beperkte zich tot elektronisch vervormde stem-experimenten en fungeerde gedurende de laatste 10 minuten als een in trance verkerend levend standbeeld, terwijl Tim Vanhamel flink in de weer was met de inhoud van zijn tote bag en met het nodige sample-speelgoedSpeelden daarbij een rol : een appel, een deodorant en twee live gevoerde telefoontjes met een vrouw aan de andere kant van de smartphone-lijn. Op het vlak van experimentele muziek kan ik best wat verdragen, dus ik kon deze geflipte sample- en noise-orgie best wel pruimen. Aan het gewauwel aan den toog te oordelen, was deze eerste helft van de avond echter duidelijk niet aan iedereen besteed.

Op het einde van het concert verscheen een figuur ten tonele (begeleid door gejoel van de bandleden), uitgedost in een soort van groteske en overmaatse kartonnen ridder-outfit, ritmische geluiden makend met een wandelstaf die met belletjes getooid was. Aan zijn kleine gestalte en krachtige stemgeluid herkenden we al snel de Nederlandse acteur Louis Van der Waal. Deze acteur maakt samen met Pawlowski deel uit van het experimentele theatergezelschap Ferdnnd, waarvan we ooit de zeer vermakelijke voorstelling Transkamer zagen. Na wat oer-kreten en geschreeuw nodigde hij het publiek als volgt uit om hem te volgen  : "Dames & Heren, ik wil U vriendelijk vragen mij te volgen, mij te volgen, mijn kleed in Uw handen te nemen, Uw glas leeg te drinken, en ik zal U leiden ! Leiden in dit diepe, donkere bos ! Ik zal U verlossen, redding brengen ! Want ik weet dat het met jullie allemaal héél erg gesteld is ! Kom met mij mee !"

En aldus leidde Ridder Van der Waal het publiek doorheen het bos naar de volgende plaats van afspraak : het Tejater, waar de Superstars de tweede helft van de avond verzorgden. Bij de ingang van het Tejater verwelkomde Van der Waal iedereen met een tik op de grond van zijn belletjes-staf, net zoals hij bij Transkamer iedereen begroette met een handdruk en een zoen. Het Tejater bleek een vrij kleine ruimte te zijn zonder een podium-verhoog, zodat de Superstars gewoon op de grond optraden. En zo zagen we de Superstars aan het werk vanop de eerste rij, op pakweg twee meter verwijderd van de band. Een groter contrast met het uit zijn voegen gekraakte concert op Pukkelpop was nauwelijks denkbaar.


Voor de setlist verwijs ik gemakshalve naar de hiernaast afgebeelde print die ik na het concert oppikte. Nu kwamen degenen die gekomen waren voor een 'gewoon' concert van Evil Superstars wel ruimschoots aan hun trekken. De pasjes en het geschuifel van Vanhamel (mét opgetrokken broekspijp) doen nog altijd wat aan James Brown denken en het charisma van Pawlowski bleek onaangetast. Het zware, naar doom-metal en prog-rock neigende duo 'Cosmic Dance' en 'Hail The Rectangle' (beiden geschreven door Tim Vanhamel n.a.v. de PP-reünie) was mijn persoonlijke hoogtepunt. Maar ook een snedig 'I can't seem to fuck things up', de Millionaire-hit 'I'm on a high' en het in chaos eindigende 'Darkage disco' (waarbij Bart Vandebroek mij zijn basgitaar overhandigde, die ik pal op de grond liet vallen) vielen in goede rock-aarde. And you gotta love them Evil-lyrics, zoals in 'B.A.B.Y.' : "Just sodomized a brontosaurus while shaving the back of a disco-queen." De wat rammelend gespeelde toegift Sad Planet was eigenlijk overbodig. Toen waren de punten al lang gescoord.

29 januari 2017

Craig Taborn (De Singer - 29.01.2017)



Er zijn zo van die uitzonderlijke concerten waarbij de klasse van het podium druipt, waarbij je intellectueel geprikkeld en emotioneel gestimuleerd wordt, waarbij je jezelf klein voelt in de nabijheid van zoveel talent, waarbij de elektriciteit in de zaal bijna tastbaar is, waarbij woorden in feite niet kunnen vatten wat voor een exceptionele avond het was : vanavond hadden we het geluk zo'n avond mee te maken.

Enkele weken geleden beluisterde ik louter toevallig op Klara de registratie van het solo-concert dat de Amerikaanse pianist/componist Craig Taborn in 2016 gaf op Jazz Middelheim. Slag om slinger was ik verkocht en de aanschaf voor een ticket van zijn concert in De Singer liet dan ook niet lang op zich wachten.

Wat Taborn vanavond gedurende een 70-tal minuten liet zien, was van een uitzonderlijk hoog niveau en misschien wel het beste wat ik ooit in De Singer zag (samen met het magische duo-concert van Vijay Ayer en Rudresh Mahanthappa). Wat bij andere solo-concerten al snel kan verzanden in weinig inspirerend gepingel en geforceerde 'moeilijk-doenerij', klonk bij Taborn allemaal even interessant. Zelfs het laten 'ademen' van de toetsen (een soort van toetsaanslag zonder geluid), het ritmische gestamp van de linkervoet en het 'aaien' van de piano-snaren kwamen fris en interessant over. Tijdens deze masterclass in improvisatie fungeerde de linkerhand vaak als mantrische baslijn (5 à 6 noten die zich constant herhaalden), om daar bovenop met de rechterhand het ruime sop te kiezen en er vaak flink op los te rammen. Maar ook die diverse ritmische mantra's en onder-tonen zaten op zich dan weer vol kleine variaties en contra-punten. Verbluffend om die variaties te zien en om de spanningsboog meermaals te zien voltrekken. De vleugelpiano van Pat "De Gouden Toets" Strijbos werd vanavond tot het uiterste op de proef gesteld.

Een tijd geleden liet de Nederlandse klassieke radiozender NPO Radio 4 een ballonnetje op om misschien meer jazz te programmeren (blijkbaar zit de zender een beetje in het slop en tracht men diverse wegen te bewandelen om meer luisteraars te lokken). In een besloten facebook-groep waren enkele luisteraars door deze aankondiging flink op hun tenen getrapt, bang als ze waren om 'hun' zender als het ware vervuild te zien door jazz. Ik heb me even in de discussie gemengd en haalde de muziek van Taborn aan (nog voordat ik hem live gezien had) als argument tegen de angst van deze klassieke puristen. Zijn muziek overstijgt immers de rudimentaire hokjes van 'klassiek' en 'jazz'. Salonfähig is het niet, uitdagend des te meer. Na het bijzondere concert van vanavond ben ik nog meer overtuigd van mijn gelijk in deze discussie. Voor iedereen die bereid is om een beetje een inspanning te leveren bij het luisteren naar muziek (of het nu klassiek of jazz is), is de muziek van Taborn gefundenes Fressen. Je moet hem natuurlijk wel niet programmeren vlak na André Rieu, kwestie van de Weense wals-liefhebbers niet nodeloos te schofferen.

28 januari 2017

Parcours : Terje Isungset / Faris / Rain (De Hoge Rielen - 27.01.2017)



In het kader van het Festival WinterWarm, dat dezer dagen door De Warande wordt georganiseerd in het domein De Hoge Rielen, werd het publiek vandaag getrakteerd op een parcours langs drie uiteenlopende belevenissen. Een boemeltreintje vervoerde het publiek vanuit de gezellig ingerichte winterbar naar diverse locaties in het voormalige militaire domein.


Eerste stop : een ijskoude loods waar de Noorse componist & percussionist Terje Isungset een staaltje "ice-music" ten berde gaf : minimalistische muziek die gespeeld wordt op instrumenten die volledig gemaakt zijn uit ijs, dat hijzelf zaagt uit bevroren Noorse meren. Dat dit op logistiek vlak moeilijk is, spreekt voor zich. Los van de moeilijkheid om één en ander smelt-loos te vervoeren, is de kans niet ondenkbaar dat een 'instrument' ten allen tijde kan breken. Het gegeven van ijsmuziek bleek een vrij leuke gimmick en leverde een half uur aan ijle en etherische muziek op, begeleid door de al even ijle stem van zangeres Maria Skranes. Bijkans vergaten we dat onze billen bijna vastvroren aan de banken. Maar langer dan een half uur moest het niet duren.



Van een Noorse ijspegel naar een woestijnblues-muzikant met toeareg-roots : all it took was een kort ritje in het boemeltreintje. De ruimte waar Faris Amine zijn solo-concert gaf, kwam bijna surrealistisch over : de vier muren doen van vloer tot plafond dienst als slaapbunkers voor de jonge koters die er verblijven met hun jeugdbewegingen. Faris speelde solo op elektrische gitaar en op een traditioneel snaarinstrument. Hij putte vooral uit zijn solo-album "Mississippi to Sahara" (2015) (met "Alwaq Semman" als één van de hoogtepunten), opgenomen nadat hij eerder al zijn sporen verdiend had bij o.a. Tinariwen. Een geweldig concert waarbij hij de woestijn-blues een geheel eigen élan gaf. Een intrigerende mix van wat een soundtrack bij een oude Wim Wenders-film zou kunnen zijn, met zelfs mespuntjes weird folk en echo's van muzikanten zoals Bill Orcutt. Aan te raden album !



Bij wijze van afsluiter werd het publiek naar een derde locatie vervoerd om er te kijken naar de kunstinstallatie "Rain" van Kris Verdonck. Een interessante installatie, waarbij vuurdruppels vanuit een ijzeren raster in een bak met water vallen. Een precaire evenwichtsoefening tussen een menselijke gemaakte machine (die associaties oproept met middeleeuwse foltertuigen) die vuur spuwt maar waarbij het vuur nog nét onder controle blijft en zich tot vuurdruppels ontpopt. Een allegorie voor een zich onafwendbaar op gang trekkende Apocalyps en zelfs voor klimaatverontreiniging. Wel jammer dat deze installatie niet echt goed tot z'n recht kwam, omdat het publiek snel in en uit de hal werd geloodst, terwijl deze installatie er in feite om smeekte om langere tijd bij stil te blijven staan.

22 januari 2017

Wiener Mélange : Berg & Mahler (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 21.01.2017)

Een kleine maand geleden ervoer ik een niet onaangename opera-ontmaagding. Hoog tijd om ook mijn "symfonisch orkest"-bloempje te laten plukken. Daarvoor liet ik mijn oog in eerste instantie vallen op de locatie : de volledig hernieuwde Koningin Elisabethzaal in Antwerpen, waar De Filharmonie haar nieuwe thuisbasis heeft en waar kosten noch moeite werden gespaard om tot een zo perfect mogelijke akoestiek te komen (met een prijskaartje van pakweg 87 miljoen €, nauwelijks één tiende van het astronomische bedrag dat de Elbphilharmonie Laeiszhalle in Hamburg gekost heeft).

Het programma van vanavond werd in het (overdreven duur aangeboden) programma-boekje passend omschreven als een "Wiener mélange". Beide opgevoerde werken hebben immers een nauwe band met de Oostenrijkse hoofdstad. Toen Gustav Mahler (1860-1911) in 1901-1902 zijn vijfde symfonie componeerde, was hij directeur van de Weense Opera en beleefde hij een creatieve piek. In zijn idyllische componeer-huisje in Maiernigg bracht hij zijn zomers door om te werken aan zijn vijfde symfonie, thematisch en qua vorm geïnspireerd door een andere beroemde vijfde symfonie : die van Ludwig Van Beethoven. Ook persoonlijk gaat het Mahler voor de wind : hij huwt in 1902 met Alma Mahler. Dit alles met Wenen als cultureel bloeiende metropool als achtergrond.

Aanvankelijk was aangekondigd dat de Amerikaanse dirigent David Zinman het dirigeerstokje zou hanteren, doch deze diende om gezondheidsredenen af te haken en werd vervangen door de jonge Alpesh Chauhan, amper 26 jaar oud. Deze kweet zich overigens uiterst energiek van zijn taak. Hoogtepunt van deze symfonie vormde ongetwijfeld het trage en emotioneel geladen Adagietto, een geschenk van Mahler aan zijn kersverse bruid.

Voor de pauze was een compleet ander werk aan de beurt, met name het vioolconcerto (met ondertitel "Dem Andenken eines Engels") van Alban Berg (1885-1935) een voormalige leerling van Arnold Schönberg en dus ook aanhanger van de door Schönberg uitgevonden 'dodecafonie' : twaalftoonsmuziek, waarbij gecomponeerd wordt op basis van twaalf onderling gerelateerde tonen. Deze zogenaamde Tweede Weense School vond echter nooit doorgang bij het grote publiek, omdat hun composities vaak als té modern en als avant-garde werden beschouwd.

Toen Berg dit concerto schreef in wat zijn laatste levensjaar zou zijn (1935), was Wenen een geheel andere stad geworden. Niet langer een culturele parel, maar een stad die leefde onder een donkere nazi-wolk. Berg was reeds begonnen aan zijn concerto, toen hem het nieuws bereikte dat Manon Gropius op amper 18-jarige leeftijd overleden was aan polio. Manon was de dochter van architect Walter Gropius en ... Alma Mahler (hertrouwd na het overlijden van Gustav in 1911). Prompt gaf Berg aan zijn concerto de ondertitel "Dem Andenken eines Engels". Hij liet zijn allegro eindigen op een aangrijpend "Lahmungsakkord" (oftewel verlammings-akkoord) en liet zich bij wijze van requiem inspireren door de koraal "Es ist genug" van J.S. Bach. Aan de Amerikaans-Canadese violiste Leila Josefowicz de eer om dit concerto aan te voeren. Een mooie dame die het concerto uiterst fysisch en vol passionele overgave te lijf ging. Met haar hippe kapsel en ietwat bewust-slonzige klederdracht riep ze associaties op aan Nigel Kennedy die met zijn punk-attitude ooit de doorn in het oog was van veel puristen.

Hoe mooi het Adagietto van Mahler ook was, het was toch vooral het Berg-concerto dat me zal heugen en dat het meest aanleunde bij mijn persoonlijke muzikale smaak. Het dwarse, atonale, wrange, dissonante concerto van Berg stak veel meer weerhaken in mijn vel dan de ietwat bombastische en conservatieve vijfde van Mahler.

Voor het overige was het genieten van de akoestiek van deze prachtige concertzaal. Af en toe klonk het geheel een tikje te stil naar mijn smaak (maar misschien zijn mijn oren nog een beetje teveel afgesteld op rock & noise), maar elk instrument (van de lichtste tik op de triangel tot het gebeuk op de pauken) was perfect en zuiver hoorbaar en het orkest klonk steeds als een homogeen geheel. Als neofiet observeerde ik ook geamuseerd de geplogenheden op zo'n concertavond : het op applaus onthalen van de eerste concertmeester (in casu Lisanne Soeterbroek), het zwaaien met de strijkstokken bij wijze van hulde aan de solist, hoe de dirigent telkens de hand schudt van de eerste concertmeester en de aanvoerder van de eerste violen, ... Vanavond voelde dan ook aan alsof ik voor de eerste keer stiekem door de kier van een deur naar een geheime kamer gluurde. En dat smaakte naar meer.

03 januari 2017

Die Zauberflöte (Opera Antwerpen - 29.12.2016)

Het staat me nog voor de geest als zat ik gisteren in de klas : de leraar esthetica - bestaat dat heerlijke vak überhaupt nog in deze door economische wetmatigheden gedomineerde tijden ? - die in mijn retorica-jaar op bevlogen wijze het opera-genre bejubelde als de meest complete van alle kunsten. Want in dat genre ontmoeten talloze disciplines elkaar : literatuur (het libretto), klassieke muziek, dramaturgie, theaterkunst, decorbouw, architectuur, ... Dit pleidooi ten spijt was het er echter nooit van gekomen om live een opera mee te maken, zodat vandaag mijn opera-ontmaagding plaatsvond.


Om de allegorie van de ontmaagding nog even door te trekken : het was een overweldigende ervaring die naar meer smaakte. Maar de eerste keer is daarom meestal niet de beste keer. Mijn opera-inwijding leek dan ook niet op een ontmaagding op een met rozenblaadjes bezaaid hemeldbed met op de achtergrond een zoetgevooisde soundtrack, maar het was eerder alsof het bloempje in zeven haasten werd geplukt in een over kasseien denderende karos. Een dolle rit waarbij het doel werd bereikt, doch met hier en daar een onverhoedse uitschuiver.


De opera in kwestie : "Die Zauberflöte", met een libretto van Emanuel Schikaneder en muziek van W.A. Mozart, geschreven in zijn laatste levensjaar (1791). De opera ging in première in Wenen op 30.09.1791, gedirigeerd door Mozart himself. Amper zes weken later sterft hij. Schikaneder baseerde zijn libretto op het sprookje 'Lulu oder Die Zauberflöte', geschreven door Christoph Martin Wieland en diens kleinzoon. Maar het had net zo goed geschreven kunnen zijn in de jaren '60 na een foute trip op LSD of een ander hallucinogeen middel.


Het verhaal is immers compleet out there. Kort samengevat : prins Tamino en vogelmens Papageno gaan op zoek naar Pamina, dochter van de Koningin van de Nacht, die ontvoerd werd door opperpriester Sarastro. Ze worden daarbij geholpen door een magische toverfluit, al even magische belletjes en door drie mysterieuze knaapjes. Tamino en Papageno bereiken het rijk van Sarastro - die niet the bad guy blijkt te zijn - en vinden Pamina, maar moeten proeven ondergaan om zich waardig te tonen. De Liefde overwint, Tamino neemt Pamina tot zich en ook Papageno krijgt een liefje toegeworpen.


Deze productie van Opera Vlaanderen in een regie van de jonge franco-duitser David Hermann (°1977), is een herneming van 2012. Met Kenneth Tarver als Tamino, Lore Binon als Pamina, Josef Wagner als Papageno, Hulkar Sabirova als Koningin van de Nacht en Ante Jercunica als Sarastro in de voornaamste rollen. Die Zauberflöte is één van de meeste succesvolle opera's uit de muziekgeschiedenis en zit vol symboliek, wat dan ook aanleiding heeft gegeven tot talloze interpretaties in de vakliteratuur en wat dus ook de deur openzet voor regisseurs om hun versie naar het podium te vertalen.


De versie van Hermann was niet onbesproken en leverde o.a. deze harde kritiek in Knack op. Het is kritiek waarin ik wel deels kan meegaan. Vooral op het einde ging het hier en daar mis : waarom de Egyptische tempel van Sarastro in deze productie werd neergezet als een hutje op de prairie en Sarastro als een hillbilly-redneck, is me een raadsel. En één van de proeven voor Tamino werd neergezet als een Russische roulette, die echter compleet niet uit de verf kwam. Hoewel de decors ronduit indrukwekkend waren en de decorwissels vlot verliepen, waren er een tikje teveel wissels.


Maar toch ook kippenvel wanneer Sabirova - op dat ogenblik een beetje jammerlijk in een douchebak staande - de wereldberoemde vloek-aria "Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen" ten berde brengt. Sowieso hét hoogtepunt van de avond, maar ook Jerunica als Sarastro kreeg volkomen terecht zijn deel van het applaus (hoewel hij zijn grote aria ietwat lullig moest vertolken in een bad mét lange onderbroek aan...). De Tamino-figuur vond ik wat bleekjes uitslaan tegenover zijn komische metgezel Papageno, terwijl de Belgische zangeres Lore Binon als Pamina uitstekend haar streng trok.


De slotsom : een topavond en een intrigerende introductie in een door mij tot op heden onontgonnen deel van het muzikale spectrum. En hoewel de gewaagde evenwichtsoefening van Hermann her en der uit balans ging - de overwinning van het Licht op het Duister in het open slotdecor was eerder een flauwe sof dan een beklijvende apotheose - heeft deze productie mijn honger aangewakkerd. Dat staat overigens los van de talloze seksistische toespelingen in het libretto :"Hoedt U voor vrouwenlisten !" "Een vrouw heeft jou dus zo verblind ? Een vrouw doet weinig, babbelt veel." Opera's zijn van alle tijden...

31 december 2016

Audiobook 14 - 20 : Harry Potter

Het voorbije half jaar vertoefde ik tijdens mijn auto-verplaatsingen in het gezelschap van de overbekende tovenaar-leerling Harry Potter, een creatie van J.K. Rowling. Mijn auto transformeerde in zijn Nimbus 2000-bezemsteel, mijn versnellingspook in een toverstokje met een kern van een feniks-veer. En menig irriterende mede-weggebruikers kreeg regelmatig een expelliarmus- of cruciatus-vloek te horen, als ware hij/zij de nieuwe Voldemort. Vermits ik zelfs de films nog niet gezien had en dus weinig of niets wist over Potter & Co, kon ik onbevangen de sorting hat opzetten en me als muggle vrank en vrij onderdompelen in de wizarding world. Ik beluisterde de audioboeken in de versies die ingelezen werden door de onvergelijkbare Stephen Fry.












Normaliter sta ik vrij sceptisch tegenover dit soort van franchises. En toen ten tijde van de publicatie van alweer een nieuw Potter-boek op het nieuws telkenmale beelden verschenen van lange rijen fans die - als waren ze onder de invloed van de imperius-vloek - bij de boekhandel stonden aan te schuiven, trok ik meewarig een wenkbrauw op. De hele Potter-zwik legde Rowling en uitgeverij Bloomsbury geen windeieren, voldoende om te kunnen concurreren met de door kobolden beheerde Gringotts Wizarding Bank. De films volgden al snel in het kielzog van de zeven romans, net zoals een resem speelgoed, gadgets en games waar Studio 100 nog een puntje aan kan zuigen. En de laatste tijd heeft de geldmachine nog een tandje bijgestoken. Het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child verscheen dit jaar in boekvorm en het spin off-boekje Fantastic Beasts and Where to Find Them (2001) werd dit jaar verfilmd. Het is dus vrij gemakkelijk om de hele Potter-industrie af te doen als een magische steen der wijzen, die alles in goud verandert.









Maar dat is te kort door de bocht en ik kom bij deze dan ook officieel uit de kast als een Potter-fan. Het universum dat J.K. Rowling geschapen heeft rondom de tovenaar-school Hogwarts en diens bonte pleiade aan personages - allen verwikkeld in een harde strijd van kwaad versus goed - raakt de juiste snaar. Ach, natuurlijk zijn sommige plot-ontwikkelingen een beetje van de pot gerukt en worden te pas en te onpas toverspreuken als een deus ex machina opgevoerd, maar een kniesoor die daarom maalt. En literatuur-critici zeggen wellicht volkomen terecht dat de boeken nu niet meteen als wereldliteratuur bestempeld mogen worden. Daarvoor is het taalgebruik niet avontuurlijk genoeg, de dialogen vrij knullig, de ontwikkeling van sommige personages nogal ééndimensionaal en de boodschap van goed versus kwaad een tikje te zeemzoet en weinig origineel. Om uit een kritisch artikel te citeren, wat het misschien nog het beste samenvat : "To say that the Potter books are not great literature is not an argument against reading them : it is only an argument against the misconception that they are great. Because a book is only good and not great is not a reason for not reading it : it is only a reason for not misconstruing its place. In some sense, there is no arguing with success. There is something to be said for the argument that J.K. Rowling's creation must have something to it for it to have been so successful. In fact, she spins an exciting yarn. As good books go, they are pretty good good books."


















Talloze artikels fileren de Potter-boeken tot op het bot. Maar dergelijke analyses verzanden al snel in kapotmakend cynisme. Want hoewel de kritiek in grote mate terecht is, kun je de saga maar best ondergaan als een vermakelijk ritje in een achtbaan. Zelfs de kritische geest in mij ging uiteindelijk genadeloos voor de bijl. Na de kinderlijke onschuld van de eerste boeken, was ik waarlijk ontdaan door het plotse noodlot dat Cedric Diggory overkwam in The Goblet of Fire. Vanaf dat ogenblik was het gedaan met de spielerei. Het kwade zou nog meer slachtoffers opeisen en her en der waren zelfs seksuele connotaties niet van de lucht. De tiener-verliefdheden van de jonge protagonisten versus de onmiskenbare seksuele spanning tussen Voldemort en zijn dominatrix-achtige superfan Bellatrix Lestrange. En dat het goede uiteindelijk zegeviert op het kwade, wie kan daar iets op tegen hebben ? Er is al genoeg ellende in de wereld. De mensheid heeft nood aan af en toe een beetje lumos om de duisternis te verdrijven. Niet dat Potter zelf daar nog wakker van ligt : hij heeft immers de roodharige furie Ginny Weasley aan zijn toverstok kunnen rijgen. Met een tikje weemoed beluisterde ik de laatste epiloog, in het besef dat daarmee het doek viel over een leuke rit. Expecto patronum nog aan toe !

19 december 2016

Overlezen Wintert (De Warande Kuub - 18.12.2016)



Annelies Verbeke is - zowel met eigen werk als met haar recensies in de Standaard der Letteren - reeds geruime tijd pleitbezorgster en ambassadrice van het kortverhaal als volwaardig literair genre. Ze was dan ook de perfecte gaste in deze editie van Overlezen en las in première een nieuw kortverhaal voor (het verbluffende "Huilbaby"), dat over enkele weken zal verschijnen in de nieuwe verhalenbundel "Halleluja"Bart Moeyaert las een handvol verhalen voor uit de bundel "De gans en zijn broer" (verschenen in 2014 met illustraties van Gerda Dendooven) en deed dat met veel inlevingsgevoel voor de schijnbaar eenvoudige maar diepgravende fabels en bespiegelingen die zich voltrekken in de microkosmos van een boerenerf.

Ook enkele buitenlandse gasten op het podium. In eerste instantie de Welshe auteur Cynan Jones, die een fragment voorlas uit zijn recent verschenen novelle "The Cove", een literaire stijloefening rond een minimale plot (een man in een kajak wordt door bliksem getroffen). De Russische auteur Michaïl Sjisjkin las integraal het kortverhaal "Nabokovs inktpot" voor (uit de recent verschenen bundel "De Kalligrafieles"), het losjes autobiografische relaas van een naar Zürich uitgeweken Russische auteur die de eindjes aan elkaar moet knopen met vertaalopdrachten voor een Rus van dubieus allooi, wat leidt tot beschouwingen over praktijk versus principes. Helaas verliep de boven-vertaling van dit in het Russisch voorgelezen verhaal niet altijd synchroon, wat de ervaring ervan een beetje ondergroef. Als afsluiter mocht Joubert Pignon, Nederlands auteur van ultra-korte verhalen, het publiek laten proeven van zijn scherpe en korte satirische salvo's.

Het was de eerste keer dat ik dit literaire salon bijwoonde en helaas : het was geen onverdeeld succes. De interviews met de auteurs - afgenomen door het vroegere RTV-anker Johny Geerinckx - voegden compleet niets toe aan het geheel. Sterker nog : toen Geerinckx de antwoorden van de Welshman en de Rus in het Nederlands vertaalde, weken deze in extreme mate af van de originele antwoorden. Sjisjkin leek nauwelijks te verbergen hoe hij zich ergerde aan het overbodige interview. En ook de interviews met Verbeke en Moeyaert bleven beperkt tot enkele platitudes over het kortverhaal als genre. Pignon kreeg de lachers op zijn hand door zich ongegeneerd te profileren als een luie schrijver die bij voorkeur in de zetel ligt te niksen. De bijdragen van co-gastheren Jos Geysels en Karl van den Broeck overstegen zelden het niveau van de korte samenvatting op een blurb. Misschien toch eens in de leer gaan bij de uitstekende podcast Backlisted, heren. Die podcast is er bij mij de voorbije maanden in geslaagd om mijn leeshonger weer flink op te poken, wat van het literaire salon van deze ochtend - ondanks de overduidelijke kwaliteit van de aanwezige auteurs - niet of nauwelijks kan gezegd worden.

Maar gelukkig was er dus wél goede literatuur en de aangename muzikale omkadering van Violacc#, met goede vriend Jan op contrabas. Ook vermakelijk was de verborgen bijdrage van de grote auteur Walter van den Broeck, deze ochtend ook gewoon deel van het publiek. Ik was aangeschoven aan diens tafeltje en kon in aanloop naar dit evenement als luistervink opvangen wat hij zoal vond van de bestseller "Het smelt" van Lize Spit (misschien een tikje te lang maar een terecht succes in zijn ogen) of van het geprezen "De bekeerlinge" van Stefan Hertmans (duidelijk minder zijn ding).

10 december 2016

Klara Take 7 Live : 10 jaar De Singer (09.12.2016)

De niet minder dan geweldige club De Singer bestaat reeds 10 jaar. In dat decennium heeft de club een onwaarschijnlijk parcours afgelegd en hun archief leest als een Who's Who in de wereld van de jazz. Een welgemeende proficiat aan de bezielers en vrijwilligers van deze club is dan ook op zijn plaats. Zij zijn erin geslaagd om een voormalig naai-atelier om te toveren tot één van de boeiendste clubs van Vlaanderen. En dat nog wel in Veussel godbetert !

Naar aanleiding van deze verjaardag denken we in een nostalgische bui terug aan de concerten die A Jazz Experience organiseerde in het Alma-achterzaaltje van Café Sport in Sint-Jozef. Waar is de tijd dat de piepjonge melkmuil Jef Neve er zijn ding deed, grinnikend toen zijn intieme set werd doorkruist door dronken gebral dat vanuit het belendende sport-café weerklonk. In dat volkse zaaltje werden de kiemen gezaaid van wat later de gevierde club zou worden. Hoe leuk zo'n trip down memory lane ook kan zijn, het Alma-zaaltje stuitte op beperkingen en het vrijgekomen naai-atelier bleek de gedroomde plek om het project verder uit te bouwen. Neve werd later een grote ster en zou meermaals naar De Singer terugkeren en de club steeds een warm hart blijven toedragen.

Voor zover mijn blogje me niet bedriegt, heb ik er zelf een 35-tal concerten bijgewoond. Het is nog altijd bijna niet te vatten dat ik er - op fietsafstand van mijn woonplaats - magische avonden heb beleefd in het gezelschap van pakweg Marc RibotToots Thielemans of Vijay Iyer, om er maar enkele te noemen.

De verjaardag werd gevierd middels een vanuit De Singer live uitgezonden aflevering van het Klara-programma Take 7 in een presentatie van Lies Steppe, wiens stem even warm aanvoelt als een combinatie van een warm bad, een open haard en een glas merlot. In het eerste uur vonden interviews plaats met club-bezielers Tom Baeten en Luc De Vrij, afgewisseld met opnames uit rijke audio-archief van de club. Later volgden interviews met en live-concerten van diverse artiesten, vooral van Belgische pluimage. Als eerste kwam Niels Van Heertum aan bod, een jonge artiest die met een euphonium een vrij ongebruikelijk instrument bespeelt. Letterlijk vers van de pers had hij vanavond in première zijn nagelnieuw debuut-album "JK's Kamer +50.92509° +03.84800°" bij. Een dromerig album (en dito solo-concert) dat een oproep tot meer rust poogde te zijn en associaties opriep met voorzichtig rimpelende wateroppervlaktes en vanuit de verte weerklinkende misthoorns.

Vervolgens was het de beurt aan het Wout Gooris-trio, met naast Goris op piano ook nog Stijn Cools op drums. Als contrabassist niet het normale bandlid Nathan Wouters maar wel de in Denemarken wonende Fransman Brice Soniano. Een prachtig concert waarin Gooris bewees dat het - schijnbaar platgetreden - pad van een "ouderwets" jazz-piano-trio toch nog onbewandelde perspectieven kan bieden.

De combinatie van enerzijds de sax & klarinet van de jonge Belg Joachim Badenhorst en anderzijds de trompet en kornet van Eric Boeren (een gouw-genoot van vlak over de grens) was uitdagend, prikkelend en zelfs niet van humor gespeend. Of hoe ook zogenaamd moeilijke muziek probleemloos een volle zaal over de meet kan trekken en niet altijd té serieus genomen moet worden, ter illustratie waarvan één van de nummers spontaan de titel "Veur den Erik" meekreeg. Als afsluiter traden Soniano en Badenhorst samen aan onder de mantel van hun gezamenlijke project Rawfishboys. Waar een gezamenlijke voorkeur voor sushi al niet toe leiden kan.

Het werd aldus niet alleen een feestelijke avond waarbij de jarige club - volkomen terecht - voor het voetlicht werd gebracht, maar ook een muzikaal rijke en diverse avond waarbij een boeiende staalkaart van jong Belgisch jazz-talent werd getoond.

03 december 2016

Howard Peach (De Singer - 02.12.2016)

Drummer Lander Gyselinck - die recent nog de Vlaamse Cultuurprijs voor Muziek 2015 in de wacht sleepte en die we enkele weken geleden nog aan het werk zagen met zijn bekendste combo Stuff - heeft ondanks zijn jonge leeftijd al veel muzikale horizonten verkend. Zo studeerde hij o.a. enige tijd in New York aan de New School For Jazz And Contemporary Music (thans The School of Jazz at the New School). Uit zijn contacten met de muzikale scene in The Big Apple ontsproot Howard Peach, met - naast uiteraard Gyselinck op drums - Simon Jermyn op elektrische bas en Chris Speed op tenorsax, twee muzikanten die Gyselinck vanavond omschreef als "in het geheim mijn twee favoriete muzikanten".

Dit trio bracht in 2013 een titelloos debuutalbum uit op W.E.R.F. Records. Als we Gyselinck mogen geloven, was dit album uniek omdat het de weergave was van de allereerste echte sessie die het trio samenspeelde. Een grotendeels geïmproviseerd album dus. Om Gyselinck te citeren : "Onze allereerste muzikale samenkomst is gecapteerd op plaat". Gyselinck bracht hierbij ook nog kort hulde aan Walter Swennen, de Belgische schilder van wiens hand de albumhoes is. Er wordt gewerkt aan een nieuw album, maar de release hiervan zou nog wel een jaartje kunnen duren.

Vanavond trad dit trio aan in De Singer en Gyselinck dankte het aanwezige publiek voor de aanwezigheid op een herfstige vrijdagavond en voor de bereidheid om een muzikaal avontuur te willen aangaan. En een avontuurlijke muzikale avond was het alleszins, met weids meanderende nummers en improvisaties. De composities van de drie heren leken telkens op muzikale skeletten waarrond vrijelijk geïmproviseerd kon worden. Waar dit soort van improv-sessies al eens kunnen verzanden in individueel geneuzel en tenen-krullende avant-garde, slaagde het trio er vanavond in om een boeiend en coherent geheel te brengen. Het experiment werd niet geschuwd, maar nooit zonder de jazzy onderstroom te verlaten. Het was trouwens een genot om Gyselinck in profiel bezig te zien, waarbij het opviel in welke mate hij als het ware met zijn hele lichaam en vanuit zijn ruggengraat drumt. Een heel organische manier van spelen. Zo'n uitermate getalenteerde drummer zou gemakkelijk de andere leden van het trio kunnen overschaduwen, maar het evenwicht tussen de drie muzikanten zat goed. De vrij afgemeten en melodische sax van Speed en de opvallende bas-klanken van Jermyn (soms zelfs naar een elektrische gitaar neigend) kwamen uitstekend tot hun recht.

Door technische problemen - "we moeten vijzen aan de saxofoon" - werd de eerste set al na een goed halfuur onderbroken, maar dat euvel (opgelost met "enkele elastiekjes") werd in de tweede set ruimschoots gecompenseerd. Zoals bijvoorbeeld met het geweldige "Kabouters", waarbij Gyselinck voor één keer alle remmen los gooide onder begeleiding van een repetitief en minimalistisch sax-akkoordenschema. Of met het zich traag voortslepende "Hidden word". Of nog met de encore-uitsmijter "Promises Kept", een compositie van jazz-gitarist Sonny Sharrock en door Gyselinck aangekondigd als een "specialleke op z'n Howard Peaches". Alleen al voor dit nummer onder mijn aandacht te brengen, verdient Howard Peach alle hulde. Luister maar eens naar het origineel en je zult weten wat ik bedoel.

Howard Peach en Stuff zijn natuurlijk compleet niet met elkaar te vergelijken, maar ik genoot vanavond toch wel meer dan enkele weken geleden tijdens het concert van Stuff (hoewel dat concert ook meer dan goed was). Vanavond klonk alles zo lekker fris, vrank en vrij. Drie muzikanten die duidelijk genoten van elkaars inbreng. Zo'n ingesteldheid straalt automatisch af op het publiek.


Setlist :
1. Flow (Jermyn)
2. Transporter (Speed)
3. Dirty truth (Gyselinck)
---
4. Kabouters (Gyselinck)
5. Cosmia (Speed)
6. So baby (Gyselinck)
7. Catchak (?) (aangekondigd als een 'Javaans volkslied')
8. Happy giving thank music (?)
9. Hidden word (Jermyn)
---
10. Promises kept